22 maart 2016

Verbijstering. Daarna verontwaardiging. Vervolgens verdriet.

Ik ben bezig met de ochtendkranten als het nieuws binnenloopt. Er was een aanslag in de luchthaven van Zaventem. Daarop een aanslag in metrostation Maalbeek in de Europese wijk. De chaos van de live verslaggeving dendert over het scherm en zal tot vannacht doorgaan. Het verdriet van België. De balansen lopen op.

De berichten over de aanslag zijn schokkend. Temeer omdat het zo dichtbij gebeurde, op zo'n banale plek als een luchthaven en een metrostation, waar mensen onderweg gestopt werden door laffe daders die geen woorden hebben om hun waarheid te verkondigen. Mensen op weg naar hun werk, naar een afspraak, kinderen op weg naar school. Ik weet wat het vervolg zal zijn: de ontknoping, de gissingen, de mediatisering, de beelden via Twitter, WhatsApp, de interviews met getuigen en familieleden, straks de live verslaggeving van achtervolging en politie-inzet.

De intensieve media-explosie duurt een tot twee weken, daarna komt de fall out. De nieuwsanalysten, de politieke commentaren, de academici die het allemaal voorspeld hadden. Wie de feiten echt heeft meegemaakt als slachtoffer of familielid ervan, blijft achter met zijn verdriet, zijn woede, zijn verontwaardiging en zijn vragen. Het langere termijnproces van rouw, verwerking en verdriet vraagt ook energie en aandacht. De overheid mag dit niet uit het oog het verliezen. Daar moeten middelen en mensen voor worden vrijgemaakt.

Pas daarna is het tijd voor de herdenking van de aanslagen, wat het verwerkingsproces moet afronden.

22.03.16 is vanaf nu een symbolisch moment  waarop onze ‘verdrietenergie' zich kan richten.

Gistermiddag nog besprak in na de briefing met een Deense collega hoe we onze samenleving kunnen beveiligen. Ook Kopenhagen kreeg zijn aanslag te verwerken. Het probleem is universeel.  Het vraagt de inzet van juridische en veiligheidsinstrumenten, samen met scholing en discussie over maatschappelijke en universele waarden. Wij willen dat de mensen in onze samenleving kiezen voor democratie, voor een open samenleving. We moeten hen die ons kwaad willen effectief bestrijden, welwillenden een aantrekkelijk perspectief bieden, dat is de ingewikkelde uitdaging waar we voor staan. Het zal heel moeilijk worden en het zal het uiterste vragen van onze kracht en onze wijsheid de komende jaren.

Mij schiet het Facebookbericht van de Antoine Leiris, journalist van France Blue, te binnen. Hij verloor zijn vrouw door de bloedige aanslagen in Parijs. ''Jullie zullen nooit mijn haat krijgen. Vrijdagavond stalen jullie het leven van een geweldig persoon, de liefde van mijn leven, de moeder van mijn zoon. Maar jullie zullen mijn haat nooit hebben. Ik weet niet wie jullie zijn en ik wil het ook niet weten. Jullie zijn dode zielen. Als deze god van jullie, waarvoor jullie zo blindelings doden, ons naar zijn beeltenis geschapen heeft, is elke kogel in het lichaam van mijn vrouw een wonde in zijn hart. Dus nee, ik ga jullie niet de voldoening geven om jullie te haten. Je wilt het, maar haat beantwoorden met woede zou een teken zijn van dezelfde onwetendheid die jullie gemaakt heeft tot wat jullie zijn.

Je wil dat ik bang ben, dat ik mijn medemens met achterdocht bekijk, dat ik mijn vrijheid opgeef voor mijn veiligheid. Jullie hebben verloren. De speler speelt nog steeds. Ik heb haar deze ochtend eindelijk gezien, na dagen en nachten van wachten. Ze was even mooi als toen ze vrijdagavond vertrok, even mooi als toen ik halsoverkop verliefd werd op haar meer dan 12 jaar geleden. Natuurlijk ben ik kapot van verdriet, die kleine overwinning geef ik jullie. Maar het zal niet lang duren. Ik weet dat ze elke dag bij ons zal zijn en dat we elkaar in de hemel zullen terugvinden, met de vrije zielen die jullie nooit zullen hebben."

Het is geen gebed, maar het helpt tegen het verdriet van België.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

16:22 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Weg met de doktersjas

Dr. Philip Lederer, een specialist in infectieziekten in Boston, vertelde me recent dat een witte doktersjas even belachelijk is als een verpleegsterskapje. Op zijn White Coats website legt hij omstandig uit waarom dokters hun witte jas maar beter aan het haakje kunnen hangen. “Witte jassen maken van de dokter geen betere practicus en ze dragen geen spatje kennis bij. Ze zijn gewoon een gewoonte. En ik denk dat ze moeten worden gepensioneerd,” schrijft hij. Maar als ik hier een aantal specialisten over aanspreek, voel ik dat niet iedereen rijp is voor dit kantelmoment.

Ik zit in de lobby van de luchthaven en lees een boek op mijn e-reader. Banaler kan bijna niet. Het duurt nog twee uur voor we kunnen boarden en ik geniet van een laatste echte Amerikaanse Cosmopolitan. Komt er een dame recht op me af, type female executive, ze kon zo uit het decor van The Wolf of Wallstreet gestapt zijn. "Hi you," zegt ze, "are you an architect?" Ik ben te verbijsterd om niet direct te antwoorden. Nee, dus. "A shrink then?" Nogmaals nee. "Then what kind off business are you in?" Het journalistieke metier brengt een mens op vreemde wegen en in nog vreemdere situaties, maar zo heb ik het nog nooit geserveerd gekregen.

Vijf minuten later is ze er vandoor en heeft ze aan de bar een hipster gekidnapt. Terwijl ik de geleerde vrouw mijn avontuur vertel, realiseer ik me plots waarom ik precies voor die twee professies getypecast werd. Ik ben geheel in het zwart. Zwarte broek, zwart hemd, zwart nauw gesneden jasje, zwarte sokken, zwarte loafers. Ik loop er zelden zo bij. Puur toeval. Maar inderdaad de dresscode voor hippe architecten en eigenwijze psychiaters.

Wat me bij een artikel van dr. Peter Pronovost brengt, die schrijft dat dokters hun witte jas beter voorgoed aan de kapstok hangen. Professor Pronovost, 50, is medisch directeur bij het Johns Hopkins University's Center for Innovation in Quality Patient Care. In Why it's time for doctors to ditch their white coats stelt hij dat zijn witte doktersjas meer van nut is bij het aansnijden van de kerstkalkoen dan bij wanneer hij als spoedarts en anesthesist zijn patiënten op zijn consultatie ontvangt.

"Wij weten immers dat onze doktersjassen bedekt zijn met ziekteverwekkers, en vooral met resistente bacteriën, die op patiënten kunnen worden overgebracht. Ze worden zelden schoongemaakt. Uit een onderzoek onder artsen bleek dat bijna 58 hun witte jassen slechts maandelijks of zelfs nooit op hoge temperatuur wasten. Minder dan 3 procent waste hem dagelijks of om de andere dag.

Dus wat voor zin heeft het om een "kale ellebogen" beleid op te leggen,— zoals is gebeurd in het Verenigd Koninkrijk — als je de kans op de transmissie van pathogene bacteriën toch niet vermindert?" Hij wordt daarin bijgetreden door dr. Philip Lederer, een specialist in infectieziekten in Boston, die me vorig jaar nog vertelde dat een witte doktersjas even belachelijk is als een verpleegsterskapje en alleen maar gedragen kan worden door fetisjisten.

Op zijn White Coats website, legt hij omstandig uit waarom de dokters hun witte jas maar beter aan het haakje kunnen hangen. "Witte jassen worden ondertussen door zoveel professionals gedragen dat ze niet langer dienen om te identificeren wie arts en wie niet. Witte jassen maken van de dokter geen betere practicus en ze dragen geen spatje kennis bij. Ze zijn gewoon een gewoonte. En ik denk dat ze moeten worden gepensioneerd," schrijft hij.

Ook de Virginia Commonwealth University School of Medicine heeft de witte jas in de ban gedaan. Maar als ik hier een aantal specialisten over aanspreek voel ik dat niet iedereen rijp is voor dit kantelmoment.

In de medische gemeenschap, net als in vele andere wetenschappelijke gemeenschappen, wil men vaak overtuigend bewijs, alvorens nieuwe protocollen en beleidsmaatregelen aanvaard worden. En wee de innovator die met een revolutionair idee komt aandraven: hem of haar wacht eindeloos wetenschappelijke vertragingstactieken en gefilibuster  om de kwestie toch maar op de lange baan te schuiven. De reële reden om toch maar niet te moeten afzien van het dragen witte jassen, zo lijkt het, heeft minder te maken met het voorkomen van infecties en meer te maken met de emotionele of sociale gevolgen.

Artsen zijn ook maar mensen en die zijn in se niet zozeer bang voor het veranderen zelf. Nee, integendeel, ze vrezen verlies. Symbolen en rituelen spelen een belangrijke rol in ons leven, en verlies van decorum kan voor sommige mensen veel ellende veroorzaken. We moeten daar begrip voor opbrengen en iets in de plaats brengen dat dit verlies kan verzachten. 

Het verlies van status of macht houdt verandering tegen. Wie vindt er dus een nieuw symbool dat aangeeft: ik ben een arts? Ik heb zo mijn ideeën maar ben er nog niet zeker wat het effect zou zijn, dus ik zwijg nog even. Maar als we een antwoord gevonden hebben, kan het helpen met het verder zetten van dit wetenschappelijk debat.

Het doet me denken aan die dokter, een spoedarts uit de periferie, die vorig jaar gekleed in een witte blote- ellebogen-jasje, met stethoscoop om de hals en een OK-mutsje op het hoofd,  in een talkshow op televisie live kwam demonstreren hoe je de rape drug Rohypnol gebruikt. Bijzonder geslaagde grap. Plaatsvervangende schaamte greep me aan. Ik zag hem vorige week in zijn blitse automobiel: in een witte blote-ellebogen-jasje. Uit de weg, de dokter komt er aan.

Ik van mijn kant let er nu op: ik ga niet meer als man in black de deur uit.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

09:13 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

21 maart 2016

Zijn emulgatoren verantwoordelijk voor obesitas?

Na gluten en tutti quanti is er een nieuwe boosdoener aan de schandpaal genageld: de emulgator of emulsifier zoals hij in kleine lettertjes op de verpakking van uw energiereep staat. De orthorectische voedingspolitie maakt zich klaar voor een nieuwe voedingshype.

Een standing lunch op een Amerikaans congres is als een snelcursus voedingsleer. Je wordt gewaarschuwd voor eten dat noten bevat, gluten, aspartaam, toegevoegde suikers, glutamaten, zout, lactose, vetten, eieren tot en met artificiële kleurstoffen. Tegen ongewenste tafelgenoten wordt je niet gewaarschuwd, daartegen moet je eigen slechte karakter maar helpen. Binnenkort komt daar een nieuwe waarschuwing bij: bevat emulgatoren.

Op het congres Gut Microbiota for Health World Summit 2016 Miami, waar het kruim van de gastro-enterologie en de immunologie elkaar de hand schudt, presenteerde professor Andrew Gewirtz, een immunoloog van Georgia State University, een studie waaruit moet blijken dat emulgatoren niet zo onschuldig zijn als gedacht. De nieuwe studie toont aan dat emulgatoren, een doordeweeks additief voor levensmiddelen, direct gekoppeld kunnen worden aan de toename van metabool syndroom en inflammatoire darmziekten in onze moderne populatie. Tenminste in muismodellen.

De afgelopen decennia kon er een aanzienlijke toename van het aantal mensen met metabool syndroom en inflammatoire darmziekten worden vastgesteld, met als gevolg obesitas, diabetes type 2, cardiovasculaire aandoeningen, de ziekte van Crohn en ulceratieve colitis. Al deze ziekten worden geassocieerd met veranderingen in het darmmicrobioom die op hun beurt van invloed zijn op iemands spijsvertering. De geneeskunde zoekt al lang naar een verklaring voor de stijgende incidentie van deze ziekten.

Andrew Gewirtz, hoogleraar biologie aan de Georgia State University, dacht out of the box en begreep dat dit niet volledig aan genetica kon te wijten zijn, aangezien de menselijke genetica de recente decennia niet veranderde. Er moesten dus  externe milieufactoren bij betrokken zijn. Daarom richtte hij zijn aandacht op levensmiddelenadditieven die tegenwoordig alomtegenwoordig zijn in verwerkt en verpakt voedsel. Het resultaat van zijn onderzoek werd vorige week gepubliceerd in Nature en voorgesteld op het congres in Miami.

Gewirtz stelt dat emulgatoren de boosdoeners zijn die onze spijsvertering om zeep helpen. Je kan emulgatoren herkennen in de kleine lettertjes op de verpakking als carrageen, lecithine, polysorbaat 80, polyglycerolen en xanthaangom (onder anderen). De emulgatoren verlengen de houdbaarheid, verbeteren de textuur en verlengen de binding van de verschillende voedingselementen. Al deze producten zijn voor gebruik goedgekeurd door de FDA en de EU. Geen grote verpakking ijskreem zonder emulgatoren, idem dito voor vinaigrettes, dessertjes en soep in karton.

De onderzoekers maakten gebruik van twee groepen muizen – een met abnormale spijsvertering, vatbaar voor colitis, en een ander met een perfect gezonde spijsvertering. Wanneer emulgatoren (polysorbaat 80, gebruikt in ijs, en carboxymethylcellulose CMC) werden aan de vatbare muizen werd gegeven via water en voedsel, ontwikkelden de muizen chronische colitis.

De gezonde muizen kregen laag-gradige darmontstekingen en een stofwisselingsziekte, waardoor ze zwaarlijvig, hyperglycemisch en resistent tegen insuline werden. Emulgatoren bleken de mucus te verstoren die het darmkanaal beschermt, waardoor de bacteriën hun werk niet meer konden doen, wat resulteerde in een sterke inflammatie. De inflammatoire respons interfereert met  de 'verzadiging' waardoor de muizen in de studie te veel gingen eten en obees werden.

Na afloop van deze onthutsende exposé, vraag ik professor Patrice Cani, van het Louvain Drug Research Institute van de UCL, die mijn tafelgenoot is, wat zijn reactie is. Cani is hier op uitnodiging van Danone die het congres sponsort en uiteraard betrokken partij is. "De vraag wat de gevolgen zijn van een veronderstelde dagelijkse blootstelling aan dergelijke producten staat nog steeds ter discussie," zegt hij.

"Kortom, hoewel de moleculaire mechanismen en de exacte niveaus van de menselijke blootstelling aan dergelijke stoffen moeten worden onderzocht, ben ik het er mee eens dat we de talrijke metabole parameters die bepalend zijn voor de belangrijkste functies van de darmflora en de interacties met zowel voedingsbestanddelen en het metabolisme van de gastheer, in het kader van zwaarlijvigheid, lage graad-ontstekingen en diabetes beter moeten leren begrijpen."

We laten de flan voor wat hij is en begeven ons voor het dessert naar de fruitmand.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

08:08 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)