13 april 2015

De ranzigheid voorbij

In april 2012 kwam een gewezen hoofdredacteur van een Vlaamse krant in opspraak toen de twee voormalige medewerksters getuigden over seksuele intimidatie en ongewenste intimiteiten. De man ontkende alle aantijgingen. De man ging door het stof, verontschuldigde zich maar heeft in journalistieke kringen alle krediet en geloofwaardigheid verloren. Zijn reputatie van ranzigheid is gevestigd.

Vergeleken met de hier volgende uitspraken ging het over vulgaire cafépraat.

Nu gaat om een decaan van faculteit klinische psychologie van een vrijzinnige universiteit die zich bewust op de barricaden gepositioneerd heeft als het gaat om emancipatie, respect voor de mensenrechten, antiseksisme en antiracisme. Van hem de volgende quotes op Facebook: "Vrouwen ... een zwakheid die we begrijpen". "De vrouw die deze beslissing (de zelfmoord van Stevaert, red.) op haar geweten heeft". En daar stopt het niet. Hij reageerde ook op een bepaalde post met "een kut kan niet door 1 man versleten worden, daar heeft god of de natuur voor gezorgd".  Zo stelde hij in 2011 zijn vrienden op Facebook de vraag wat er nu aan was van die verkrachtingszaak van DSK. "It isn't rape when you tell: surprise" was één van de mogelijke antwoorden die werden aangegeven op de post die onder andere poneerde : Jongens, jongens, waar gaan we naar toe als een mens al het kamermeisje niet meer mag neuken, bij Louis XIV maakten ze daar geen spel van!".  En de onvergetelijke oneliner "pijpen en praten gaat niet samen".

De man, die zich behalve een filosofisch ook een artistiek allure aanmeet, -als zou dit een excuus zijn-, zegt nu dat hij verkrachting niet wou banaliseren.  Het spijt hem dat hij mensen gekwetst heeft. In andere media biedt de macho decaan zijn verontschuldigingen aan.

Spijt is wat de koe schijt, luidt een bekend gezegde.  Wat is een spijtbetuiging waard?

Dat brengt me aan het denken. Afgezien dat de voorgaande uitlatingen absoluut not done zijn en wat mij betreft zijn decanale positie naar de composthoop van de academische geschiedenis verwijst, zijn er belangrijke nuanceverschillen tussen „spijt betuigen"  en "verontschuldigingen aanbieden".  Ik heb in mijn cursus rechtsfilosofie altijd geleerd dat wie spijt betuigt  tamelijk vrijblijvend wegkomt. Wie zijn „verontschuldigingen aanbiedt" erkent schuld. Schuld leidt tot boete en straf. Het is aan de universitaire overheid, lees de rector en de raad van bestuur, die in deze de strafmaat moeten bepalen.  Professor Willem Elias dreigt de hele universiteit in zijn afgang mee te sleuren. Ik ben lang geen jurist, maar ik ken de grenzen van het goed fatsoen en die zijn in deze ver overschreden. Niet eenmaal maar meermaals. In psychologische termen zou men kunnen spreken van normvervaging  en grenzeloos gedrag. Niet gelijk eigenschappen die men verwacht bij een decaan die verantwoordelijk is voor de opleiding van klinisch psychologen die later als therapeut aan de slag moeten met patiënten die extra gevoelig zijn.

Volgens mij probeert professor Elias goedkoop weg te komen en volgt hij de Amerikaanse tactiek van   de zogenoemde non-apology apology (zoals in het passieve „mistakes were made"). Psychologisch is er een verschil tussen sorry, spijt en excuus.  In elk geval heeft hij bewezen de grenzen van het grapje, de kwinkslag en de grove seksistische uitspraak niet te kennen. Iemand die dat gevoel voor nuance mist past niet binnen een academisch kader. Zijn journalisten wat dat betreft consequenter dan professoren? Er is één troost: in september gaat de ranzige professor met pensioen.

Marc van Impe

 

Bron : MediQuality

 

11:38 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

05 maart 2015

Wetenschappelijk onderzoek: "Minder kwantiteit, meer kwaliteit aub"

Er is niet te weinig geld voor wetenschappelijk onderzoek. Er gaat gewoon te weinig geld naar goed onderzoek. Dat blijkt uit de vrije tribune die dr. Luc Bonneux hier publiceerde. Er worden verschrikkelijk veel energie en middelen verspild die men beter had kunnen besteden. Hoe dat komt ligt voor de hand: de wetenschapsselectie vooraf deugt niet.

Zoals elders in Europa slaagt het NFWO er niet in om de beste voorstellen te honoreren op een eerlijke en voor iedereen overtuigende manier, erger nog, telkens weer worden onderzoekers in hoge mate gefrustreerd en lopen ze weg, naar een buitenlandse onderzoeksinstelling of naar de  bedrijfswereld. Ik schop hier en nu tegen het zere been van nogal wat betrokkenen maar weet dat ik niet alleen sta met mijn kritiek.

Het doen van goed onafhankelijk onderzoek is niet eenvoudig. De kwaliteit en integriteit van dit soort onderzoek laat nogal eens te wensen over. Maar missers blijven hier beneden de horizon. De vraag is hoe je goed onderzoek selecteert? Professor Klaas van Veen, onderwijsdeskundige van de Universiteit Groningen, heeft daar een simpele Calvinistische oplossing voor gevonden.

De frustratie vindt zijn oorsprong, zegt hij, door de absurde hoeveelheid tijd die gemoeid is met het schrijven en beoordelen van onderzoeksvoorstellen en tegelijk de geringe kans dat een goed voorstel het haalt. Volgens Van Veen kan het veel simpeler. Het meest simpele is om periodiek elk erkend onderzoeksinstituut geld te geven op voorwaarde dat dit binnen een bepaalde periode resulteert tot relevant onderzoek.

En nu komt de clou! Bij slechte onderzoeksresultaten volgt terugbetaling tot de laatste cent. Dit is eerlijker, goedkoper en geeft meer mogelijkheden tot risicovol onderzoek. Bovendien geeft het meer tijd om echt aan onderzoek te werken in plaats van het produceren van voorstellen die het toch bijna nooit halen.

Onderzoeken in ons land gebeuren vaak in opdracht van de overheid of een van zijn instellingen. Maar daar gaat het al fout. Goed onafhankelijk onderzoek begint met de juiste opdrachtgever. Belangrijk is dat de opdrachtgever zelf geen onderwerp van onderzoek is en geen baat heeft bij een bepaalde uitkomst. De opdrachtgever moet dus altijd een instantie zijn die zoveel mogelijk buiten het te onderzoeken proces staat. Dat zou automatisch leiden tot minder maar beter onderzoek.

Om zoiets tot stand te brengen is echter veel politieke moed nodig.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

16:45 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

02 maart 2015

Is de Orde nog van deze tijd?

De Orde der Geneesheren heeft zich uitgesproken tegen het gebruik van Facebook door artsen. Waarom verbaast dit me niet? In 1985 was de Orde tegen het gebruik van de fax voor het verzenden van correspondentie onder artsen. In 1995 was de Orde tegen het gebruik van e-mail dat toen nog in zijn meest primitieve vorm bestond. In 2005 vroeg ik aan de toenmalige voorzitter van de Orde hoe hij stond tegenover sms? De brave man viel uit zijn rol, wist niet waarover ik het had maar het antwoord was negatief. Ik durf er veel op te verwedden dat de Orde over tien jaar ook tegen het gebruik van the cloud zal zijn voor de opslag van medische dossiers.

Het probleem met de Orde zit ingebakken in de manier waarop ze opgericht werd en volgens de zelf opgelegde regels die ze orthodox wil navolgen. De Orde is een creatie uit het Derde Rijk, een vorm van corporatistisch denken. Het probleem is niet dat de Orde de dag van vandaag niet nadenkt maar dat ze niet vooruitdenkt. De Orde anticipeert niet maar reageert. Soms adequaat, soms naast de kwestie.

Een zaak is zeker: de Orde van Artsen heeft niet het minste moreel gezag. Niet bij oudere artsen die bij het eind van hun loopbaan gekomen zijn, niet bij artsen van middelbare leeftijd die dagelijks geconfronteerd worden met de verzinsels van een hol geslagen en door de ziekenfondsen en zelfbenoemde e-managers gestuurde administratie, en zeker niet bij de nieuwe aio's en aso's die wel beter weten en binnenkort rücksichtslos de macht gaan overnemen, wegens incompetentie, vermoeidheid en depressie van hun voorgangers. 

Dat is bij de Orde niet anders. Iedereen is ervan overtuigd dat de Orde van Geneesheren moet worden gemoderniseerd op het vlak van transparantie en op het vlak van patiëntenrechten in het kader van deontologische procedures. Dat werd dan ook bijzonder duidelijk toen meer dan twee jaar geleden al de Orde niets bleek gedaan te hebben met de bekentenis van psychiater Walter Vandereycken over zijn ongeoorloofde seksuele relaties met patiënten.

Pas na aandringen van het parlement had de toenmalige PS-vicepremier en minister van Volksgezondheid Laurette Onkelinx laten weten dat ze klacht tegen hem had ingediend bij het parket. Pas toen liet ze de Orde van Geneesheren opdragen Vandereycken wegens deontologische fouten te vervolgen en verzocht ze de provinciale geneeskundige commissie zijn psychische toestand te onderzoeken en hem eventueel te schorsen. Alleen al die procedure doet vragen oproepen. Zowat elke arts die zichzelf respecteert zat met gekrulde tenen te observeren hoe deze politica, die een bekende adept is van de psychoanalytische school zich uit deze bocht zou wringen. In hoeverre kan een Orde van Geneesheren die zich onafhankelijk en deontologisch bekwaam verklaart, afhangen van een minister die haar zelf opdrachten geeft.

De  splitsing van de deontologische ordes stond al  in het vorige regeerakkoord, in het kader van de zesde staatshervorming. Minister  Onkelinx diende finaal klacht in tegen de psychiater voor seksueel misbruik en ging werk maken van de modernisering van de Orde. Maar behalve een naamsverandering is daar voorlopig weinig van te merken.

Vandaag leven we aan de hand van hypes. We leven naar de schijnwerpers toe. Wie dat niet inziet mist de helft van wat er op de scène gebeurt. De Orde ziet niet wat er echt gebeurt. En het helpt niet dat men roept dat het gezag moet gerespecteerd worden. Een autoriteit heeft geen gezag maar kan het wel door gedrag verdienen, schrijft Frans Keuchenius, een zopas overleden Nederlandse protestantse schrijver en kampen overlever, in Herwonnen Vrijheid. Het gedrag van de Orde, die zich laat besturen door een minister en door het Riziv,  is wangedrag. Daar doen alle wel bedoelende leden geen afbreuk aan.

Ondertussen ben ik een hevig voorstander van onredelijkheid. Alleen als je onredelijk bent kunt je dingen veranderen, omdat je niet accepteert hoe het is, las ik bij de historica Willemijn Verloop. "Onredelijkheid heeft me zover gebracht." Verloop werd voor haar prestaties geridderd.  In België zou ze verketterd worden. Ik ben er zeker van dat de Orde tegen onredelijkheid is.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

09:49 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (1)