27 april 2015

Maggie en Tina

Na zes maanden heeft de minister van Volksgezondheid haar plan voor de financiering van de ziekenhuizen aan de pers gepresenteerd. Maggie De Block ging daarbij tewerk volgens de methode die we ondertussen van haar gewend zijn: een moeilijke kwestie wordt in stukken gehakt. Die deelvragen worden één na één opgelost. Dat is een courante en wetenschappelijke manier om problemen uit te klaren. Wat echter geniaal en buitengewoon is, is het feit dat al deze deelantwoorden in één totaalconcept geïntegreerd worden en dat het antwoord als het ware in een formule op een zwart bord wordt neergeschreven.

Alleen echte talenten, net zoals echte wetenschappers gaan op die manier te werk. De minister gaat ervan uit dat ze als politica op een vraag een antwoord moet kunnen geven op het juiste moment én in de juiste context.

De vraagstelling moet juist zijn en concreet, uitdagend en grensverleggend. Met de methodiek heeft mevrouw De Block een nieuwe norm gezet voor het politiek overleg en de daarop volgende fasen van besluitvorming. Niet voor niets heeft ze alle stakeholders bij het overleg betrokken, niet door ze mee rond de tafel brengen en een oeverloze discussie op te starten, maar door hen in alle rust hun opmerkingen, hun culturele, ideologische en politieke desiderata te laten formuleren en die te confronteren met de realiteit die door de rijksrevisor, als we hem zo mogen noemen, werd gepresenteerd.

De confrontatie was verhelderend zoals ze op haar persconferentie van 24 april zei: "We hadden nooit gedacht dat grote banken konden failliet gaan, het tegendeel werd bewezen. Ik wou niet het risico lopen dat een ziekenhuis eerst moest failliet gaan om te bewijzen dat het roer omgegooid moest worden.»

Het bewijs dat deze methode werkt werd geleverd toen zowel in Noord als Zuid, bij ziekenhuiskoepels, artsenorganisaties, syndicaten als ziekenfondsen het plan op een goedkeuring werd onthaald. Het kon ook moeilijk anders. 40 procent van de ziekenhuizen in ons land staat op de rand van het faillissement, 80 procent van de Waalse ziekenhuizen is virtueel bankroet, evenveel ziekenhuizen worden in dat landsgedeelte door de twee grote ziekenfondsen mee bestuurd.

Men hoeft niet met de vinger te wijzen om te begrijpen wie voor die toestand verantwoordelijk is. Voor die twee grote ziekenfondsen die sinds jaar en dag een dubbelfunctie vervullen, is het nu stil zitten en geschoren worden. Ook de twee grote vakbonden die in het verleden de ene witte woede na de andere lanceerden, weten dat er geen alternatief is. En de artsensyndicaten zullen moeten leren leven met een nieuwe realiteit.

Een artsenbaan – als specialist in een ziekenhuis- zal in de toekomst een totaal ander verloop kennen. Ik mag het graag vergelijken met de horeca. Je begint als commis in de keuken en als je over voldoende talent beschikt, als je sociaal en wetenschappelijk mee kan en dat bewijst, kan je doorgroeien.

Maggie De Block weet zeer goed duidelijk te maken dat je in de politiek de machtigste positie hebt als je kan zeggen dat er geen ander alternatief is. There is no alternative (=Tina), of zoals ze in Merchtem zeggen: 'anders zal da ni goan'.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

21:53 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

21 april 2015

Op consultatie in Brussel Centraal?

Ik neem wel eens de trein naar de hoofdstad. De trein is altijd een beetje reizen, luidde de slogan van wat ooit onze nationale trots was. Op voorwaarde dan dat je heel veel tijd hebt. Daarom doet de directie van de spoorwegen er alles aan om van grote stations een ervaringscentrum te maken: je vindt er een afdeling van je geliefde supermarkt. Er is een buvette ter bevordering van het alcoholisme van de reizende mens, een snackbar, een stomerij, een apotheek en nu ook een dokterskabinet. Met de opening van een dokterspraktijk in Brussel Centraal is de eerste stap gezet naar de banalisering van de geneeskunde.

Ik stel me de vraag of dat wel zo'n goed idee is. Ik ben een absoluut voorstander dat elk groot station over een eerste hulpdienst beschikt waar een arts voortdurend standby is. Maar een doktersconsultatie in een station is erover.

De initiatiefnemers (een commercieel bedrijf)  gaan er van uit dat heel veel patiënten een doktersbezoek uitstellen omwille van het feit dat ze geen tijd zouden hebben. Ik betwijfel dat. Op een paar uitzonderingen na gaat niemand voor zijn plezier naar de dokter. En ik geloof niet dat wie met klachten rondloopt bewust vergeet om professioneel advies van een arts  in te winnen. Een tweede vraag die ik me stel is wat ik me moet voorstellen bij zo'n consultatie.

Mijn trein gemist en 40 minuten wachttijd! Mooi, net genoeg tijd om even naar mijn aambeien te laten kijken? Ik dacht het niet. Bij een consultatie stel ik me een zekere intimiteit voor. Een arts die de tijd voor me neemt en vice versa. Gaat men de vertragingen en de spoorwissels omroepen in de wachtzaal van dokter Centraal? Krijg je voorrang als je dreigt je aansluiting te missen? Hoe gaat dat met je medisch dossier? En wat met je privacy? En hoe zit dat met een vervolgconsultatie? Moet je daarvoor een nieuw kaartje kopen of gaat dat per rittenkaart? Kan ik daar dan ook terecht voor mijn attesten voor de sportclub?

Elke arts weet dat je een bloeddruk best twee keer meet: het witte-jas-syndroom jaagt bij de meeste patiënten onbewust de bovendruk de hoogte in. Ik vraag me af wat het effect kan zijn van een trein die je dreigt te missen? De initiatiefnemers gebruiken Brussel Centraal als proeftuin. Wat mij betreft mag die tuin gelijk gesloten worden. Geneeskundige zorg is geen Cinq à sec of Mister Minit.

 

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

08:21 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

16 april 2015

De CM plaatst vragen bij haar eigen preventiecampagnes

Je moet het maar aandurven. Sinds 1964 stuurt het Christelijke Ziekenfonds in afspraak met hun Socialistische collega’s de Volksgezondheid de richting uit die zij wil. De manier waarop Marc Justaert zich in de banken van de vergaderzaal omdraaide en over zijn schouder keek, nadat hij weer eens een statement had op tafel gelegd, is ondertussen berucht. De wil van de CM was wet.

Als er dus iemand verantwoordelijk is voor de gang van zaken van de voorbije vijftig jaar is het deze afdeling van de beweging dus wel. Nu, out of the blue, trekt secretaris Jean Hermesse van de CM ineens van leer tegen de sociale ongelijkheid.

Hij noemt dit de dark matter van ons gezondheidsbestel. Mannen en vrouwen mét of zonder diploma, het betekent een verschil van 25 kwaliteitsvolle levensjaren. De meest geschoolde vrouwen zullen tot hun 74ste in goede gezondheid leven, de meest ongeschoolde tot hun 50ste.  En sterven is ook ongelijk: de hoogst geschoolde vrouwen leven tot hun 83ste, de ongeschoolde tot hun 80. Lineair gedacht betekent dit dat vrouwen met een universitair diploma 9 jaar chronisch ziek zullen worden, terwijl de sloofjes die geen diploma haalden maar liefst 30 jaar chronisch ziek zullen zijn. En dat komt niet alleen door een hoger inkomen, maar vooral door een slechte gezondheidsopvoeding.

Hermesse, die jarenlang ruime budgetten ter beschikking kreeg om aan voorlichting, opvoeding  en bijsturing te doen, bestaat het om nu te zeggen dat al die sensibilisatie tegen ongezond eten, drinken, te weinig bewegen, te veel piekeren en voor meer mindfulness alleen maar baat voor de hoogst opgeleiden.

Theoretisch gezien heeft iedereen toegang tot dezelfde ziekenhuizen en artsen, aldus de secretaris-generaal, maar de hoogst opgeleiden hebben een beter netwerk en filteren er de betere uit.

Preventiecampagnes worden opgesteld door hoger opgeleiden voor hoger opgeleiden. Therapietrouw, zelfredzaamheid en empowerment van de patiënt idem dito. "We gaan dat niet oplossen door Onslows, de karikatuur uit Keeping up Appearances, of de lagergeschoolden  te stigmatiseren." En ook niet door meer zorg aan te bieden. Nee, Hermesse heeft de oplossing op tafel liggen: we moeten begrijpen waar de verschillen zitten, en de obstakels identificeren en opruimen.

Het getuigt van enige bescheidenheid als je na vijftig jaar beleid, dat duidelijk gefaald heeft zoals blijkt uit je eigen cijfers, durft zeggen dat de oplossing niet ligt in rationele vaststellingen en wetenschappelijke argumenten, maar dat men nu, ik citeer "onder de waterlijn moeten leren werken, in ons emotioneel limbisch systeem, eerder dan met onze rationale context." Want belangrijke beslissingen nemen we toch niet "met ons verstand" maar "op ons gevoel".

Maar minister De Block hoeft zich geen financiële zorgen te maken: Het goed nieuws is dat een motivatie-, gezondheids-, of empowermentprogramma ontwikkelen voor lager- of ongeschoolden geen miljarden hoeft te kosten en alleszins kosteneffectiever zal zijn dan veel dingen waar nu geld aan uitgegeven wordt.

En ik die dacht dat de ziekenfondsen die de gezondheidsvoorlichting voor 90 procent controleren, al die tijd zo goed bezig waren maar dat ik het niet begreep. Of moet ik dit interpreteren dat de CM na het Arco-debacle, radicaal komaf wil maken met een aantal agitprops die toch geen zoden aan de dijk zetten?

Als vlucht vooruit kan dit tellen. Alleen Gorbatsjov heeft dit gepresteerd bij de evaluatie van zeventig jaar sovjetbeleid. En hoe zit dat met Lieven Annemans' emotioneel limbisch systeem?

Marc van Impe

Bron: MediQuality

19:16 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)