14 april 2015

De pest in het ziekenhuis

Eén op de twee ziekenhuisartsen zou niet in staat zijn om tot de pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar te werken. Dat moet blijken uit een rondvraag van professor Lode Godderis (KU Leuven-IDEWE). Godderis stelde vast dat er een positief verband bestaat tussen de emotionele uitputting van ziekenhuisartsen en hun bereidheid om tot 65 jaar te werken. Maar dat er ook factoren zijn die een burn-out kunnen voorkomen.

Hij noemt daarbij autonomie, het optimaal inzetten van de vaardigheden van de arts en sociale steun tussen de artsen. Zeventig procent van de artsen gaf aan dat zijn vaardigheden onderbenut zijn omdat ze te veel administratieve en andere taken moeten verrichten. Wat Godderis vergat te meten, is hoe het sociale klimaat binnen ziekenhuizen zich ontwikkeld heeft tot dat van een ministerie.

Het eerste verdiep praat niet met het tweede. Er worden grappen uitgehaald die in zelfs een aflevering van The Office zouden misstaan. Niet zelden schept de directie en het niveau daaronder er genoegen in om irritatie en ergernis op te wekken, terwijl ze ondertussen vrolijk plaatjes ophangen met boodschappen als de Tien geboden, de Twaalf Werken, het Grote Doel als was een ziekenhuis de scène van een realityshow.

De klaagzangen die we hier horen opstijgen, maken deel uit van ons leven van elke dag. Maar daarom houden ze nog geen steek. Een voltijdse baan binnen het ziekenhuis, een stukje privé consultatie, de administratieve overlast, een huis dat afbetaald moet worden, een kind dat moet rondgereden worden, een kookclub, fietsen in het weekend en een partner die aandacht vraagt en als het kan ook even meer wil. Het leven zoals het is. Vroeger zei men dat men karakter moest hebben om zo'n leven succesvol te eindigen. Geneeskunde is een roeping. Ik zie de obituaria in de krant, velen worden eerder geroepen. Maar dat komt niet alleen door de zelfgekozen sociale stress. 

Ik zie een parallel met het onderwijs. Ook dat is een roeping. Ooit een eervol ambt, zoals geneeskunde. Nu vaak een bron van frustratie en deceptie. Twaalf jaar geleden schreef ik een boek voor de uitgeverij Halewyck met als titel De Pest op School (ISBN10 9056174991). Dit was het relaas van de stille guerrilla die leerkrachten elke dag opnieuw in de Vlaamse scholen tegen elkaar voeren.

Het verhaal van voorkruipen, vleien, bot machtsmisbruik, syndicale inertie, morele lafheid en politiek gekruip. Het verhaal ook van geëngageerde mensen die aan die misselijke praktijken ten onder gaan. Jaarlijks zijn honderden leerkrachten het slachtoffer van pesterijen, niet van hun leerlingen maar van hun directie en collega's. De roep om een ombudsdienst werd steeds sterker.

Maar daar hadden de minister van Onderwijs noch de inrichtende machten toen oren naar. Het heeft 12 jaar geduurd tot deze regering aan het bewind kwam voor er enige reactie kwam. De ‘Guimardstraat' en de ‘Koepel' hadden wel andere dingen aan hun hoofd. Begin van dit jaar bleek nog altijd dat één op negen leraars gepest wordt. En dat de grootste boosdoeners nog altijd de collega's en directies zijn.

Nu wil de N-VA een meldpunt opzetten voor wie met zijn klachten niet weg kan. Het wordt tijd voor een follow up De Pest in het Ziekenhuis. Maar voor de artsen is zo'n meldpunt niet nodig. Er is de IDEWE, die in elk ziekenhuis zijn vertegenwoordiging heeft, een meldpunt op zich. Het wordt tijd dat deze Belgische Externe Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk, die medisch toezicht en risicobeheersing organiseert, zich ook bij de artsen manifesteert.

Bij de ‘Guimardstraat' liet Peter De Gadt alvast weten wat aan deze toestand te willen gaan doen. Geneeskunde wordt nu eenmaal niet bedreven volgens de regels van een Japanse gevechtsport.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

11:56 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

13 april 2015

Steve Stevaert: de politiek als pop-up store

Met de dood van Steve Stevaert is er nog lang geen einde gekomen aan een politieke generatie die sinds het eind van de jaren tachtig het mooi weer maakt in ons land. Zoals elke generatie heeft ook deze ooit aanstormende jeugd ambities gehad die ondertussen al lang  verdwenen zijn onder het zand van het heden. Na de heertjes van  het Belgique de papa, waarvan de jonge heer Mark Eyskens, de laatste vertegenwoordiger was, kwam de generatie die besmet was met een virus dat in de DSM-V nu beschreven staat als ISG instant gratification syndrome.  Deze jongeren hadden geen tijd, geen zin en niet het geduld om de trage mars door de instellingen te maken. Zoals hun collega’s entrepreneurs van het laatste decennium van vorige eeuw wierpen ze alle bestaande business modellen overboord en gingen ze voor een nieuwe revolutionaire aanpak met het oog op een maximale return on investment. Het waren de hoogtijddagen van Friedman, Hayek, Popper en Chicago School of Economics. Steve Stevaert zal die theorieën nooit gekend hebben maar als een geboren slimme serial entrepreneur, was na zijn horeca periode de politiek zijn tweede natuurlijke biotoop. In tegenstelling tot een Verhofstadt of een Reynders die vanuit dezelfde theorie vertrokken maar die zicht hadden op een toekomst en dus een ideologie hanteerden, was Stevaert meer een man van de snelle babbel, meepratend met de klant aan de toog, refererend naar iemand intelligent, achter de schermen, iemand die hij kende. Dat trekt mensen aan, die toch al zo weinig leut hebben in dit landschap van Thuis, Familie, Belgium got Talent, Chef en ander kijkverdriet. Gewillige slachtoffers van het hedendaags sofisme..

Als dan ook nog de slagzin: morgen scheert men gratis weerklinkt, is het succes verzekerd. Er zijn veel klanten voor de politiek pop-up shop. Komt daarbij dat macht erotiseert. Men moet in stevige schoenen staan om daar aan te kunnen weerstaan. En als men dan toch toegeeft aan de lust, dan doet men dat best op een berekenende manier dus met partners waarvan je weet dat ze je gebruiken als ladder naar een betere carrière. Zo cynisch gaat dat in de wereld, of die nou politiek is, medisch of academisch. Ik heb ze in mijn tijd in de Wetstraat, aan beide kanten van de vergadertafel mogen meemaken, de jonge Turken, die niet van de gewillige odalisken konden blijven. Ik kom ze nu nog tegen, ergens in een Hoge Raad, een Europese Commissie, een Comité voor een of andere bescherming van een stuk maatschappij. Jean Gol zei me ooit dat een goed politicus drie dingen graag maar met mate moet consumeren: la bouffe, l’ alcool, et les dames.

Steve Stevaert, die ik van nabij heb leren kennen als een warm en genereus man, paste die regel van drie niet altijd toe. Hij was gretig, snel, op snee, en ijdel. Op een moment ga je daar aan ten onder: hubris en vanitas, de twee gezusters die ogenschijnlijk alle kwaliteiten hebben, en al zoveel politici ten gronde hebben gericht. Stevaert had beter de levensgeschiedenis van Alcibiades gelezen. Die redde ooit Socrates’ leven, zoals Stevaert dat voor zovele anderen gedaan, maar toen hij in Sicilië viel, was er niemand om hem te redden. Hij is de geschiedenis ingegaan als het schoolvoorbeeld van de geniale, gefortuneerde en briljante jongeman die, zonder de rem van een geweten, de leer der sofisten in praktijk bracht en alles en allen ondergeschikt maakte aan de bevrediging van zijn eigen tomeloze eerzucht en machtsdrift. In het leven moet je kunnen omgaan met verlies. Zoals de filosoof Robert Zimmerman in 1965 in zijn meesterwerk Love Minus Zero/No Limit schreef: “ to know there's no success like failure, and that failure's no success at all."

 

Marc van Impe

Bron: MediQuality

19:28 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

De ranzigheid voorbij

In april 2012 kwam een gewezen hoofdredacteur van een Vlaamse krant in opspraak toen de twee voormalige medewerksters getuigden over seksuele intimidatie en ongewenste intimiteiten. De man ontkende alle aantijgingen. De man ging door het stof, verontschuldigde zich maar heeft in journalistieke kringen alle krediet en geloofwaardigheid verloren. Zijn reputatie van ranzigheid is gevestigd.

Vergeleken met de hier volgende uitspraken ging het over vulgaire cafépraat.

Nu gaat om een decaan van faculteit klinische psychologie van een vrijzinnige universiteit die zich bewust op de barricaden gepositioneerd heeft als het gaat om emancipatie, respect voor de mensenrechten, antiseksisme en antiracisme. Van hem de volgende quotes op Facebook: "Vrouwen ... een zwakheid die we begrijpen". "De vrouw die deze beslissing (de zelfmoord van Stevaert, red.) op haar geweten heeft". En daar stopt het niet. Hij reageerde ook op een bepaalde post met "een kut kan niet door 1 man versleten worden, daar heeft god of de natuur voor gezorgd".  Zo stelde hij in 2011 zijn vrienden op Facebook de vraag wat er nu aan was van die verkrachtingszaak van DSK. "It isn't rape when you tell: surprise" was één van de mogelijke antwoorden die werden aangegeven op de post die onder andere poneerde : Jongens, jongens, waar gaan we naar toe als een mens al het kamermeisje niet meer mag neuken, bij Louis XIV maakten ze daar geen spel van!".  En de onvergetelijke oneliner "pijpen en praten gaat niet samen".

De man, die zich behalve een filosofisch ook een artistiek allure aanmeet, -als zou dit een excuus zijn-, zegt nu dat hij verkrachting niet wou banaliseren.  Het spijt hem dat hij mensen gekwetst heeft. In andere media biedt de macho decaan zijn verontschuldigingen aan.

Spijt is wat de koe schijt, luidt een bekend gezegde.  Wat is een spijtbetuiging waard?

Dat brengt me aan het denken. Afgezien dat de voorgaande uitlatingen absoluut not done zijn en wat mij betreft zijn decanale positie naar de composthoop van de academische geschiedenis verwijst, zijn er belangrijke nuanceverschillen tussen „spijt betuigen"  en "verontschuldigingen aanbieden".  Ik heb in mijn cursus rechtsfilosofie altijd geleerd dat wie spijt betuigt  tamelijk vrijblijvend wegkomt. Wie zijn „verontschuldigingen aanbiedt" erkent schuld. Schuld leidt tot boete en straf. Het is aan de universitaire overheid, lees de rector en de raad van bestuur, die in deze de strafmaat moeten bepalen.  Professor Willem Elias dreigt de hele universiteit in zijn afgang mee te sleuren. Ik ben lang geen jurist, maar ik ken de grenzen van het goed fatsoen en die zijn in deze ver overschreden. Niet eenmaal maar meermaals. In psychologische termen zou men kunnen spreken van normvervaging  en grenzeloos gedrag. Niet gelijk eigenschappen die men verwacht bij een decaan die verantwoordelijk is voor de opleiding van klinisch psychologen die later als therapeut aan de slag moeten met patiënten die extra gevoelig zijn.

Volgens mij probeert professor Elias goedkoop weg te komen en volgt hij de Amerikaanse tactiek van   de zogenoemde non-apology apology (zoals in het passieve „mistakes were made"). Psychologisch is er een verschil tussen sorry, spijt en excuus.  In elk geval heeft hij bewezen de grenzen van het grapje, de kwinkslag en de grove seksistische uitspraak niet te kennen. Iemand die dat gevoel voor nuance mist past niet binnen een academisch kader. Zijn journalisten wat dat betreft consequenter dan professoren? Er is één troost: in september gaat de ranzige professor met pensioen.

Marc van Impe

 

Bron : MediQuality

 

11:38 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)