19 februari 2015

Specialisten willen ook een ordentelijke aanpak

VILVOORDE 10/02 - In oktober 2010 stond er op de website van de Socialistische Mutualiteiten een enquête onder het thema: vindt u dat uw dokter teveel verdient? Uiteraard was dit opinieonderzoek absoluut niet vooringenomen. Dat kan je ook niet verwachten van een ziekenfonds wiens toenmalige ex-secretaris-generaal een dading moest sluiten met de fiscus. Zo’n overeenkomst sluit je niet omwille van een verloren gelegd briefje van 500 euro dat je vergat aan te geven, schreef ik toen. Maar het leven is zoals het is.

De laatste tijd hebben vooral specialisten nogal te lijden gehad van een slechte publiciteit. Of ze haalden de kranten omwille van verschrikkelijke blunders, hun foute vriendjes, of wegens hun slepende interne ruzies over onderlinge bevoegdheden en  inkomstenverdelingen.  De huisarts die zich in dit seizoen vermomt in slobbertrui en ribfluwelen broek ligt ietsje beter in de markt. Tenslotte is hij de toffe peer die je voor een niemendalletje  uit zijn/haar bed kan bellen. De specialist in zijn dure auto en zijn mooie pak, da's andere koek.  De huisarts schrijft je attest voor de sportclub, voor de schoolreis naar Athene, voor je levensverzekering en doet nu ook de paptest van je vrouw, dochter en aanstaande schoondochter.

Nochtans is er een instelling die daar een rol in zou kunnen spelen, maar die blijft oorverdovend stil. Het wordt hoog tijd dat de Orde van Artsen zoals dat eerbiedwaardige instituut heet eens uit zijn eikenhouten kast komt. Mijn vriend die een eerbiedwaardig lid is van deze instelling, heeft altijd wel veel commentaar als ik hem bel –off the record- maar als ik een duidelijk standpunt vraag over een actueel thema, word ik verwezen naar een Quasimodo. Hij heeft nog een faxmachine die op stoom werkt en bovendien geeft hij nooit een antwoord op een concrete vraag.  De koffie aan het Jamblinne de Meuxplein lijkt op spoelwater, de hall ruikt naar een mengsel van lysol en kamfer terwijl rond de raadstafel het bewijs geleverd wordt dat er naast de coelacanth inderdaad nog andere levende fossielen bestaan.

De Nederlandse Orde daarentegen, dat is pas iets anders. Die wil tonen dat het vak van medisch specialist veel meer omvat dan het leveren van patiëntenzorg. Wat is bijvoorbeeld de verhouding met de ziekenhuisdirectie? Maar ook: hoe werkt het beroep door in de persoonlijke levenssfeer? Wat drijft de medisch specialisten in hun vak? Welke medische en maatschappelijke idealen worden gekoesterd? Zeker in deze tijd van bezuinigingen is de uitdaging om de kwaliteit van zorg te waarborgen groot.

Wij zijn grote voorstander van deze aanpak. Je kan ernstige onderwerpen niet overlaten aan de zogenaamde kwaliteitspolitici. Wie wil communiceren moet naar het publiek, via de vakpers, via de eigen vakbroeders en -zusters maar ook via de  publiekspers, de populaire zenders, en niet alleen via de meerwaardezoekers. Op die manier kan de verzuring een beetje gekeerd worden. Voor overheid, het beleid en de zorgverstrekkers iets om over na te denken. Weet u, dokter, dat in de Nationale Raad van het Beroep van de Orde geen enkele dame zetelt?

En dat het oudste lid – een specialist in de intiemste tak van de geneeskunde- in geen veertig jaar een patiënt gezien heeft? Laat staan dat hij een uitstrijkje genomen zou hebben. Maar hij begint wel de vergaderingen met een Rozenhoedje.

Marc van Impe

14:42 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (1)

17 februari 2015

Geeft Carnaval aanleiding tot overspel?

 

VILVOORDE 16/02 - Sommige mensen kunnen zich opwinden om tweemaal niets. Verschijnt er een stukje in de krant dat je aan de vingers van je partner zou kunnen zien of hij trouw of ontrouw zou zijn en ik krijg een boze telefoon van mijn vriend de apotheker met wiens vingers iets fout zou zijn.

Het is de schuld van de journalisten als zijn vrouw hem met zo'n krantenwijsheid confronteert. Hij is van het principe dat als je niet zegt dat je op zee bent, je ook niet zeeziek wordt. Wat je niet benoemt bestaat niet. Waarmee ik zeker niet gezegd wil hebben dat hij soms een scheve schaats zou rijden.

Ik twijfel er zelfs aan of wel kan schaatsen. In elk geval is het er het seizoen niet meer voor. In de stad van de geleerde vrouw viert men carnaval, en hoewel dit feest aan mij niet besteed is –ik hou niet van aangeschoten vrolijkheid achter een masker- vind ik dat er wel eens een amusant onderwerp mag aangesneden worden. Carnaval is zoals men in Aalst weet, de periode dat zowel mannen als vrouwen buiten de lijntjes kleuren. Ik wacht op de wetenschapper die een studie maakt over de genetische diversiteit in carnavalsteden.

Overspel is riskanter dan eenentwintigen. Om te beginnen lokt overspel zowel bij mannen als vrouwen jaloezie aan. Nu blijkt uit  Amerikaans onderzoek dat dames en heren zoals vermoed inderdaad anders reageren op overspel. Volgens het cliché vinden dames emotioneel contact met een ander het ergst terwijl mannen zich het meest bedrogen voelen als hun partner seksueel contact heeft met een ander.

En die stereotiepen kloppen echt, zo ontdekten David Frederick van de universiteit van Chapman in het Californische Orange. Niet zomaar een loos onderzoekje maar een bevraging bij 63.894 mannen en vrouwen tussen 18 en 65 jaar: welke vorm van bedrog ze het ergst vinden.

De respondenten hadden de keuzes tussen twee types overspel: de partner die een intense emotionele connectie heeft met een ander of seksueel bedrog. Daaruit blijkt dat 54 procent van de mannen seksueel bedrog de ergste vorm van overspel vindt. Bij de vrouwen is dat 35 procent.  Maar 65 procent van de dames zou heel jaloers worden als de partner een intense band heeft met een ander. Bij de mannen is dat slechts 46 procent. Ondervraagde holebi's  vinden emotioneel en seksueel bedrog beiden even erg.

De enige factor die een verschil maakte was leeftijd. Hoe jonger mannelijke en vrouwelijke respondenten, hoe makkelijker ze overstuur raken door de fysieke aspecten van ontrouw.

De studie, gepubliceerd in de Archives of Sexual Behavior, gaat spijtig genoeg voorbij aan het belangrijk aspect dat carnaval aan overspel geeft. Straks is het halfvasten, het moment om enig veldwerk te verrichten. Mijn vriend de apotheker trekt naar de Ardennen als men in zijn stad de maskers opzet. Zijn vrouw gaat mee.

Marc van Impe

14:22 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

16 februari 2015

Aan chemo kan je niet ontsnappen

VILVOORDE 12/02 - Liever eerder dood, dan voor de rest van je leven medicatie slikken. Het is op het eerste gezicht een onthutsend bericht, maar mij verbaast het niet. Uit een eerder groot onderzoek van het KCE bij 4.500 mensen, dat in december 2014 verscheen, bleek reeds de Belg van een nieuwe medische behandeling verwacht dat ze vooral de levenskwaliteit van de patiënt verbetert, eerder dan de levensduur verlengt. Dat de aard van de behandeling zelf de levenskwaliteit aantast is iets wat men maar al te snel vergeet.

Kanker is meestal een pijnloze ziekte. Vaak is de patiënt zich er niet van bewust dat hij zeer ernstig ziek is. Hij voelt het niet. Maar de behandeling, de bestraling en/of de chemo raakt hem in het diepste van zijn bestaan.

Ik praat met een vriend die aan zijn vierde beurt toe is. Zijn haar is weg. Gelukkig was zijn BMI te hoog zodat hij enige reserve had. Hij kan geen lang gesprek aan. Is lastig voor zijn vrouw. Wil dan wel, dan weer geen bezoek. Lezen lukt niet. Hij die zo graag hoogdravend doorboomde over diepzinnige filosofische kwesties kijkt nu liggend op de sofa naar de zoveelste heruitzending van Dublin Zoo.

Met de gordijnen dicht, want het daglicht irriteert hem. Nochtans had hij die zelf arts is, samen met zijn behandelende collega een QALY gemaakt zodat hij voor zichzelf tenminste de dure kostprijs voor de gemeenschap kon verantwoorden. Uit zijn kostenutiliteitsanalyse was gebleken dat zijn medicatie economisch zinvol en effectief is. Als ze aanslaat wint hij een berekend aantal extra levensjaren in goede gezondheid. Die kans –dat weet hij zelf- is 20 procent.

In Nederland discuteert men nu over de vraag of een gewonnen "kankerjaar" 80.000 euro mag kosten, een uitgave die bij algemeen voorkomende ouderdomsklachten en ouderdomsziekten bij grote aantallen patiënten –kanker boven de zestig hoort daar volgens de verzekeraars bij- meestal reden is om kritisch naar het aanbieden of voortzetten van een behandeling te kijken.  

We hebben het daar in een andere column al over gehad. Een onderzoek onder Nederlandse specialisten gaf in augustus 2014 aan dat de meerderheid (62%) geen mening had over het prijskaartje van 80.000 euro per volledige QALY. Maar vandaag geconfronteerd met andere besparingen in de zorg willen ze dit als de uiterste limiet aanhouden. In België wordt een Qaly op 40.000 euro gewaardeerd.

Dat wordt een probleem. Over een jaar of twee, lees ik, komen er op grote schaal beloftevolle nieuwe medicijnen voor de behandeling van kanker aan. En die zijn geschikt voor hele grote groepen patiënten. Dus niet voor één of twee super dramatische gevallen die gegarandeerd de krant halen. Het gaat om immuuntherapie voor darmkanker, nierkanker en longkanker. Vorig jaar al werden twee zo'n medicijnen geïntroduceerd voor de behandeling van prostaatkanker.

Er komen medicijnen die de kanker op moleculair niveau aanpakken. Maar niet alleen de kostprijs van de medicijnen wordt een probleem. Voor sommige kanker is men verplicht om immuuncellen buiten het lichaam op te kweken, die daarna opnieuw ingebracht moeten worden.

Daar is geen vergoeding voor voorzien. En er is de apparatuur die men daarbij nodig heeft, de speciale peperdure katheters die de chemo rechtstreeks in de lever brengen en die niet worden terugbetaald. De industrie moet binnen een paar jaar zijn loodzware investering terugverdienen. Het ziekenhuis moet zijn dienstverlening en techniek terugverdienen. De behandelaar wil een faire vergoeding. En de verzekeraar wil zo weinig mogelijk uitgeven. Met enkel nog daghospitalisaties terug te betalen gaat men er niet komen.  

Pro memorie: de QALY komt overeen met het aantal levensjaren vermenigvuldigd door een correctiefactor 1 bij het zich volledig gezond voelen en tussen 0 en 1 bij verminderde levenskwaliteit. Als de toestand subjectief "erger dan dood zijn" is dan wordt de factor negatief.  Op dit ogenblik is het bij mijn vriend bijna zo.

De ervaring heeft me geleerd dat de meest ontrouwe patiënt de arts zelf is. Bij een arts die medicatie voorgeschreven krijgt gaat zijn behandelende collega ervan uit dat die wel weet wat goed voor hem is. Dat denken is fout. Artsen blijken het minst aanleg voor therapietrouw te hebben. Mijn vriend is niet anders. Het ergste is dat je aan je chemo niet kan ontsnappen, zegt hij.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

14:04 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)