24 februari 2015

Ik moet iets bekennen....

We kijken uit op de lente die hier aan de oevers van de Semois er nog lang niet aankomt. Boven het dal hangt de rook van houtkachels. Binnen brandt de haard, we drinken de rest van het kerstbier en bespreken de toestand van de wereld. Ik heb een bekentenis te maken. Mijn vrienden zetten hun glas neer. Dit is een ernstig moment.

Ik ben een verkeersdelinquent. Een gevaar op de weg. Een onverzekerbaar risico. Onze Waalse vriend, de huisarts met pensioen,  knikt begrijpend. Hij heeft het altijd gezegd. Ik citeer mijn verzekeringsmakelaar. Ik leer dat na meer dan veertig jaar quasi schadevrij rijden, nooit een ernstig ongeval gehad te hebben, nooit grote blikschade, mijn verzekering me bedankt voor mijn vertrouwen en me verzendt naar het zogenaamde Tariferingsbureau. En zoals mij, leer ik, zijn er zo'n dertigduizend in dit land. Dat komt zo.

Het voorbije jaar had ik twee kleine aanrijdingen: een klassiek licht kop-staartje in de file op weg naar huis, snelheid schat ik zo'n 5 km per uur, en een dame die de handgreep van mijn deur aanreed. Ik stond geparkeerd en de weg was te smal voor haar formaat. Niet iets waar je de verkeerspolitie bijhaalt, keurig in der minne geregeld. Eigen schade eigenlijk nul. Niet eens geclaimd.

Wat ik wel aan de verzekeringsmaatschappij vroeg was of ze geen goedkopere polis in de aanbieding hadden gezien ik nu toch niet zoveel kilometers meer rijd. Dat was teveel gevraagd. Keurig kreeg ik aangetekend mijn polis opgezegd. En word ik van de weeromstuit geweigerd door alle andere verzekeringsmaatschappijen.

Volgens mijn makelaar is een belangrijke factor mijn leeftijd. Eenmaal je de 65 nadert ben je blijkbaar de schrik van de autoweg. Mag ik even blij zijn, zegt mijn makelaar, dat ze nog geen medische keuring vragen. Want 65-plussers die zijn ze liever kwijt dan rijk. Terwijl ik dacht dat juist die generatie in de betere, dus duurder verzekerde automobiel reed. Ik vergis me, uit de big data die de verzekeringsmaatschappijen sinds jaar en dag in alle stilte aanleggen en waarin zowat elke Belg opgeslagen zit, kunnen naar wens analyses gepuurd worden die je je niet kan voorstellen.

Als de verzekeringsmaatschappijen dat willen kunnen ze zo de diabetici, de nachtblinden, en nog wat andere afwijkenden uit het systeem filteren. Want via de levensverzekeringen, de schuldsaldoverzekeringen en de inkomstenverzekeringen weten ze precies hoe hun cliënteel er aan toe is. Allemaal polissen waarvoor je een medische vragenlijst op eer en geweten zo niet bij de huisarts van dienst moet invullen. Op die manier kunnen de actuarissen van dienst de evolutie van je gezondheidstoestand perfect inschatten.

De discussie barst los. Ieder van ons kent wel iemand die door de verzekeringsmaatschappijen geshunt wordt. Het gekke is dat diezelfde verzekeringsmaatschappijen wel bereid zijn  je voor een flink pak extra euro's wel te verzekeren via datzelfde tariferingsbureau. Het komt er in feite op neer dat ze een slimme manier gevonden hebben om hun poliskosten op te drijven, zegt de apotheker, die zeer behendig is in het maken van rekeningen. Mijn vriend de homeopaat tekent op een bierviltje de kruisbestuiving uit tussen autoverzekering, hypotheek, bankrekening en hospitalisatieverzekering. De paranoia kijkt om de hoek.

Maar mijn vriend de chirurg die zopas opnieuw gesetteld is, komt met een oplossing: dan laat je toch gewoon je geleerde vrouw rijden? Die is toch een stuk jonger? Ik vrees dat dit een maatje te groot is. Ondertussen wacht ik op een voorstel van het Tariferingsbureau. Er zijn nog negenentwintigduizend wachtenden voor mij. Tot overmaat van ramp is het kerstbier op. De vasten is nu echt ingetreden.

Marc van Impe

Bron : MediQuality

12:44 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

22 februari 2015

Sociale fraude : de gelegenheid schept de dief

 

In 2010 stelde ik voor het eerst de vraag aan de diensten van het Riziv of het gerucht klopte dat artsen die niet medisch actief waren en een administratieve functie uitoefenden, gebruik maakten van het sociaal statuut dat toegekend wordt aan wie zich conventioneert. Een arts die ontslag genomen had bij het Riziv vertelde me dat zelfs op het hoogste niveau van die fraudetechniek gebruik gemaakt werd. Het antwoord was absoluut en negatief: geen enkele ambtenaar noch bediende zou er ook maar aan denken om op die manier fraude plegen.

Ook bij het kabinet Onkelinx, waar ik de vraag gedurende twee legislaturen tot driemaal toe stelde, reageerde men verontwaardigd en ontkennend. Nu blijkt dat tientallen adviserend geneesheren systematisch elk jaar een aanvraag indienen voor het sociaal statuut, terwijl ze voltijds aan de slag zijn als bediende en in die hoedanigheid reeds een wettelijk pensioen opbouwen. Het Riziv kan niet ontkennen dat het hen dat bijzondere sociaal statuut zonder enige vorm van controle heeft toegekend. Het bericht verscheen vrijdag in De Artsenkrant en is gebaseerd op een parlementaire vraag van N-VA volksvertegenwoordiger An Capoen.

In feite lokt het Riziv die fraude bewust of onbewust uit. Laten we ervan uit gaan dat het laatste het geval is. Dan is dit het gevolg van de perverse en onwettige manier waarop de conventie aan de artsen ter goedkeuring wordt voorgelegd. Daarbij hanteert men de opt out , wie niet tegen is en dat aangetekend laat weten, is voor. Dus wordt de conventie elk jaar met een gegarandeerde meerderheid goedgekeurd. Wie de conventie goedkeurt wordt uitgenodigd om gebruik te maken van het sociaal statuut.

De adviserend geneesheren die net als andere artsen over een Rizivnummer beschikken, krijgen net als de echte artsen een groen formulier waarop ze hun verzekeringsmaatschappij aanduiden en een verklaring op eer afleggen, waarin ze aangeven dat ze tot de conventie zijn toegetreden. In werkelijkheid is dit in 14% van de gevallen een valse verklaring, aangezien ze voltijds als bediende werken voor een ziekenfonds, en daarnaast geen of nauwelijks een medische praktijk hebben. Sinds 2014 moeten artsen een minimale activiteit kunnen aantonen om van het sociaal statuut te kunnen genieten. Dus een paar familieleden behandelen, of een avond in de week consultatie houden volstaat niet. Strikt gezien is dat zelfs verboden gezien hun statuut.

Enkel research of onderwijs zijn toegelaten als bijkomende activiteit. Het antwoord van minister Maggie De Block blijkt nu dat van de 335 adviserend geneesheren die bij het Riziv bekend zijn, er vorig jaar en het jaar voordien 47 van die artsen aanvraag ingediend. Het gaat om een bedrag van zo'n 175.000 euro per jaar. De adviserende geneesheren zijn niet de enige dokters die geen medische praktijk mogen voeren en van deze mogelijkheid profiteren. Er zijn ook artsen met een ambtenarenstatuut bij het Riziv, bij de FOD Volksgezondheid, het leger en andere (overheids)instellingen die geen praktijk voeren, en die een flink salaris gekoppeld aan een uitstekend pensioengarantie genieten.

Het gaat hem echter om meer dan sociale fraude. Dit is ook oneerlijke concurrentie. Vooral in het Franstalig landsgedeelte lijden huisartsen onder deze deloyale houding van hun collega's. Bovendien hoeven deze artsen zich niet bij te scholen noch accreditatiepunten te halen.

De ziekenfondsen zijn best op de hoogte van deze praktijken. Sterker nog, ze hebben er alles aan gedaan om ze beneden de radar te houden.

Tenslotte nog dit: als het Riziv niet op de hoogte was dan is dit geen slordige vergetelheid maar schuldig verzuim, zo niet incompetentie. De gelegenheid schept de dief. Maar de dieven zijn gekend nu. Eens kijken of de DGEC de ten onrechte toegekende extralegale pensioenrechten en reeds uitgekeerde pensioenen gaat terugvorderen. Volgens de wet kan de terugvordering tot vijf jaar terug gaan. Vandaag, maandag 9 februari,  wordt de kwestie besproken in de medicomut.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

14:57 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (1)

20 februari 2015

Het verschil tussen gezondheidszorg en volksgezondheid

 

Ik heb een hoog oplopende discussie met een Britse college die voor de BMJ en de New England Journal de regulators van de DG Gezondheid in Brussel regelmatig de pols neemt. Volgens hem zijn de Belgische ziekenhuizen een paradijs vergeleken met de Britse National Health. Hij heeft een ingegroeide teennagel laten verwijderen. Ik ben het met hem eens, maar kan me niet vinden in zijn betoog dat de Belgische artsen allemaal zo’n jolly good fellows zijn.

Voor de patiënt lijkt het ziekenhuis één grote warme familie, maar achter de schermen is het vaak hard knokken. In de wereld van de zorg is er veel fake. Het gesprek deint uit naar de kwaliteiten van onze geneeskundige stand. Mijn collega heeft evenveel jaren op zijn teller staan en weet net als ik dat de meeste van onze artsen gedegen vaklui zijn of zoals hij dat zegt: "They realise that they will never be a star, but they are very good actors. If their genius never carries them above a certain level, they seldom sink below it."

Minder lovende woorden heeft hij over voor onze ziekenfondsen. Hij begrijpt niet hoe het in deze tijden nog mogelijk is dat je met je briefje in de hand moet aanschuiven om van een lieve dame achter het loket enkele luttele euro's terug te krijgen. Maar erger is nog dat, als je als journalist een vraag stelt, je niet eens een deftig antwoord krijgt. Het is alsof ze met z'n allen een groot geheim bewaren dat –stel dat het uitkomt- voor een gigantische rel zou zorgen.

Voor een Brits journalist die gewend is zelfs zijn eerste minister het vuur aan de schenen te leggen, is dit onbegrijpelijk. Net zoals hij niet begrijpt dat je met je klachten nergens terecht kan. Patiënt empowerment komt er in dit land op neer dat je je situatie leert aanvaarden. Doe je dat niet, dan stap je maar naar de Arbeidsrechtbank. Dat stelde hij vast toen zijn dochter - die door ME een leerachterstand heeft - op haar achttiende plots arbeidsgeschikt bleek en dus niet langer bijstand kreeg. Zijn ziekenfonds liet hem wat dat betreft aardig in de steek, vond hij.

Als ik hem zeg dat een arts nu federaal minister van volksgezondheid en sociale zaken is, en de behandeling van dit soort patiënten wel eens snel zou kunnen verbeteren, kijkt hij daar van op. Is dat dan niet de normaalste zaak van de wereld? Kan een niet-arts in deze tijden nog wel minister van ziekenzorg worden, zoals hij dat noemt. Het gaat toch om health care en niet om public health? We drinken een Guinness en zijn het roerend met elkaar eens.

Marc van Impe

14:53 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)