01 mei 2015

Welke wetenschap kan volgens u de schop op?

We schreven het eerder al: een groot stuk van de medische wetenschap klopt niet. Nu blijkt uit een grootscheepse rondvraag bij 179 briljante geesten, die stuk voor stuk toppers zijn in hun vak, dat we gelijk hadden. Meer dan één wetenschappelijk idee is rijp voor de prullenbak, ook in de afdeling geneeskunde.

Het ergste is niet dat oude dogma's in gruzelmenten uiteen vallen, maar dat het zo lang duurt vooraleer nieuw en dus controversieel wetenschappelijk inzicht een kans krijgt. En dat gebeurt niet door argumentatie en debat maar gewoon door het overlijden of in het beste geval de pensionering en dus wegdeemstering van de oude satrapen.

Dat schrijft niet ondergetekende maar Samuel Barondes, Professor of Neurobiology and Psychiatry, UCSF in zijn essay Science Advances By Funerals. De Amerikaanse professor is één van de 179 wetenschappers, journalisten en auteurs die antwoordden op de vraag van het jaar van John Brockman, een literair agent en schrijver, gespecialiseerd in wetenschappelijke literatuur.

Die vraag luidde: welke wetenschap kan de schop op? Brockman is de oprichter van de Edge Foundation en beheerder van de website Edge.org, een debatcentrum voor schrijvers, wetenschappers en filosofen. In het zopas verschenen boek This idea must die, in vertaling Wetenschappelijk onkruid, gaat men aan de slag met tientallen fossiele begrippen.

Karl Popper leerde ons dat we een wetenschappelijke theorie nooit als ultieme waarheid kunnen aanvaarden, omdat één voorbeeld genoeg kan zijn om 'm onderuit te halen. Sterker nog, alles wat we nu zeker lijken te weten is gebaseerd op het afwijzen van eerdere wetenschappelijke theorieën. Daarom mogen er geen heilige huisjes in de wetenschap bestaan en in plaats van te wachten op een briljante nieuwe ingeving, moeten we ons juist bezig houden met het verwerpen van ideeën die hun langste tijd hebben gehad.

Welke theorie moet aan de kant geschoven worden, zodat de wetenschap weer vooruit kan? Brockman stelde die vraag aan onder anderen Steven Pinker, Nicholas Carr, Daniel Goldmann, Jerett Diamond, Amanda Gefter, Nassim Nicholas Taleb, Hans Ulrich Obrist, Ian McEwan en Richard Dawkins.

Van Nederlandse bodem leveren Stine Jensen, Christine Mummery, Victor van Daal en Peter Hagoort hun bijdrage. Van Belgische bodem was er niemand. Maar dat mag ons niet verwonderen want zoals een bekend emeritus van onze oudste Alma Mater het ons ooit zo prachtig uitlegde: "Meestal gaat het in zo'n boeken over auteurs van kleine landelijke universiteitjes uit een of andere staat uit de Midwest."

De wijze man heeft uiteraard gelijk, het gaat om professoren aan kleine universiteitjes zoals UCLA, Harvard, Yale, Columbia en dergelijke.

Een paar concepten die je alvast kunt overwegen om weg te gooien: de dood, oorzaak en gevolg, onze menselijke natuur en wetenschappelijk geteste medicijnen. En vraag jezelf ook eens af of we nog wel zoveel hebben aan onze notie van oneindigheid, en of we onze angst voor nucleaire straling niet eens los moeten laten. Want er is niets wat niet in twijfel moet worden getrokken, behalve dan dat we van sommige ideeën nu echt eens afscheid moeten nemen. 

Lees zeker de bijdrage over de stand van zaken in de medische wetenschap van de hand  van de medici Dean Ornish over de onzin van  Large Randomized Controlled Trials, Azra Raza over de waardeloosheid van mouse models,  cognitief wetenschapper Gary Marcus over het waanidee dat Big Data nuttig zijn, en de bijdrage van neurowetenschapper Gary Klein over de nonsens van Evidence-Based Medicine.  En de Nederlander Peter Hagoort  hakt de razend populaire theorie van de spiegelneuronen als één van de belangrijkste ontdekkingen in de recente geschiedenis van de neurowetenschap, aan spaanders.

Daar gaat een verklaring voor geweld,  autisme,  erectieproblemen en schizofrenie.

Ik heb me geërgerd, verwonderd, geschaterd en tenslotte  kapot gelachen en ik ben nog niet klaar met het boek dat ik u ten zeerste kan aanraden als geschenk voor moederdag of vaderdag. Dit is het tegengif voor het hokjesdenken, dat het wetenschappelijk debat in ons land nog altijd beheerst.  Sterker nog, hier krijg je als arts een proces aan je been, als je durft afwijken van het officiële best practice standpunt. Veroordeling door het Riziv gegarandeerd.

Dat het boek de moeite waard is, bewijst de opname van het essay van de romanschrijver  Ian McEwans die pleit tégen het terzijde schuiven van achterhaalde wetenschappelijke theorieën, want je weet maar nooit wanneer je een oud idee nog eens kunt gebruiken.

Eerder verschenen bij Maven Publishing de zeer succesvolle edities 153 x cafeïne voor je geest (2014), Dit verklaart alles (2013), Hier word je slimmer van (2012) en Hoe verandert internet je manier van denken? (2010).

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

08:15 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

29 april 2015

Waarom artsen zelfmoord plegen

De week begint met een droevig bericht. Het haalt amper een hoekje onderaan links van pagina vier van mijn krant: weer een huisarts die een eind aan zijn leven gemaakt heeft. Als ik bij een lunch met een academicus de kwestie aanraak valt er even een stilte. Dan schakelt hij over naar een ander onderwerp. Zelfmoord is gênant. Zelfmoord door een arts is gewoon ongehoord.

Maar de statistieken over artsen die zelfmoord plegen zijn beangstigend: artsen hebben tweemaal meer kans om zelfmoord te plegen dan hun patiënten, en vrouwelijke artsen hebben viermaal meer kans dan hun mannelijke collega's.

Jonge artsen aan het begin van hun opleiding zijn bijzonder kwetsbaar: uit een recente Amerikaanse studie bleek dat liefst 9,4 procent van de vierdejaars studenten en eerstejaars stagiaires —suïcidale gedachten melden.  

Terwijl acute stress, sociaal isolement, reeds bestaande geestesziekte en misbruik van de substanties voor de hand liggende factoren kunnen zijn, stel ik me ook de vraag of  er dan geen specifieke aspecten eigen aan de medische cultuur zijn die iemand uit het vak over de rand van zijn emotionele veerkracht duwen.

Als echtgenoot van een neuropsychiater met ruim vijfentwintig jaar praktijk, ontmoet ik wel meer artsen dan de doorsnee burger. Dat maakt me tot een bevoorrecht waarnemer. Een van de eerste zaken die me opviel toen ik als meneer van mevrouw de dokter kennis maakte, is dat er een vreemd soort machismo bestaat dat eigen is aan de geneeskundige wereld.

Journalisten zijn niet vies van een beetje machogedrag, maar artsen, en met name jonge mannelijke artsen, projecteren een beeld van intellectuele, emotionele en fysieke dapperheid dat veel sterker is dan wat ze eigenlijk zijn. Het is een cultuur die de arts wordt aangepraat, weet ik.

Ik heb vrienden zien evolueren van een normale, vrolijke student tot een mannetjesputter met twee-dagenbaard en blauwe kringen rond de ogen. Maar ze waren goed bezig, zegden ze zelf. In zijn beroemde essay "Aequanimitas" benadrukte Sir William Osler, die in 1889  in het Amerikaanse Johns Hopkins Hospital begon met opleiding van jonge artsen, het belang van de gelijkmoedigheid bij een arts. Uiteraard mag een arts bij moeilijke situaties niet tilt slaan, stabiliteit is een belangrijke kwaliteit, maar  de onverstoorbaarheid die Osler zo prijst is in de loop der jaren totaal verkeerd begrepen.

Artsen doen zich voor als sterke en onbezorgde professionals die zelfs in hun donkerste en meest zelf vertwijfelde momenten hun cool bewaren. Komt daar bij dat ze zich zelden kunnen identificeren met de problematiek van collega's die in de problemen  zitten, laat staan dat ze zelf kunnen toegeven dat ze hulp nodig hebben.

Veel van de risicofactoren voor zelfmoord bij artsen komen overeen met risicofactoren bij de algemene bevolking. Uit statistisch onderzoek  blijkt het risico groter te zijn bij artsen die zijn gescheiden zijn, hun partner overleden is, weduwnaar of die nooit getrouwd zijn geweest. De risicovolle arts is gedreven, concurrerend, dwangmatig, individualistisch, ambitieus, kritisch voor zichzelf én anderen en is vaak afgestudeerd met hoge cijfers.

Hij heeft vaak last van stemmingswisselingen, in een derde van de gevallen een probleem met alcohol, benzodiazepines of andere drugs, en soms een niet-levensbedreigende maar vervelende chronische lichamelijke of geestelijke aandoening. Een derde van de artsen die zelfmoord pleegde had een voorgeschiedenis van ten minste één psychiatrisch consult.

Het initiatief  Arts in Nood van de Orde van Geneesheren waar dokter Michel Bafort in zijn vrije tribune naar verwijst, is een eerste stap in de goede richting. Artsen moeten ergens terecht kunnen met hun twijfels en angsten. Ze moeten kunnen praten over het verdriet van een patiënt die ze verloren, de vergissing die ze bij een diagnose of een voorschrift gemaakt hebben, de verlegenheid als men op een vraag niet kan antwoorden. Maar  er is niet alleen behoefte aan opvang in tijden van crisis, maar aan een totale verandering van de medische cultuur zodat artsen ook hun kwetsbaarheden kunnen en durven tonen.  

Sommige Stoïcijnen zullen blijven refereren naar Osler's credo en volhouden dat artsen afstand moeten leren nemen van  hun persoonlijke zorgen.  Maar een moe en depressief arts is een eiland van onzekerheid en een gevaar voor zichzelf en zijn patiënten.

Oproepnummers van Arts in Nood reeds in werking:

In Vlaams-Brabant 0800 23 460, Oost-Vlaanderen 464, Luxemburg 468 en Namen 469. De andere regio's moeten voor het eind van het jaar actief zijn: Antwerpen 461, Waals Brabant 462, West-Vlaanderen 463, Henegouwen 465, Luik 466, Limburg 467.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

17:08 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

27 april 2015

Maggie en Tina

Na zes maanden heeft de minister van Volksgezondheid haar plan voor de financiering van de ziekenhuizen aan de pers gepresenteerd. Maggie De Block ging daarbij tewerk volgens de methode die we ondertussen van haar gewend zijn: een moeilijke kwestie wordt in stukken gehakt. Die deelvragen worden één na één opgelost. Dat is een courante en wetenschappelijke manier om problemen uit te klaren. Wat echter geniaal en buitengewoon is, is het feit dat al deze deelantwoorden in één totaalconcept geïntegreerd worden en dat het antwoord als het ware in een formule op een zwart bord wordt neergeschreven.

Alleen echte talenten, net zoals echte wetenschappers gaan op die manier te werk. De minister gaat ervan uit dat ze als politica op een vraag een antwoord moet kunnen geven op het juiste moment én in de juiste context.

De vraagstelling moet juist zijn en concreet, uitdagend en grensverleggend. Met de methodiek heeft mevrouw De Block een nieuwe norm gezet voor het politiek overleg en de daarop volgende fasen van besluitvorming. Niet voor niets heeft ze alle stakeholders bij het overleg betrokken, niet door ze mee rond de tafel brengen en een oeverloze discussie op te starten, maar door hen in alle rust hun opmerkingen, hun culturele, ideologische en politieke desiderata te laten formuleren en die te confronteren met de realiteit die door de rijksrevisor, als we hem zo mogen noemen, werd gepresenteerd.

De confrontatie was verhelderend zoals ze op haar persconferentie van 24 april zei: "We hadden nooit gedacht dat grote banken konden failliet gaan, het tegendeel werd bewezen. Ik wou niet het risico lopen dat een ziekenhuis eerst moest failliet gaan om te bewijzen dat het roer omgegooid moest worden.»

Het bewijs dat deze methode werkt werd geleverd toen zowel in Noord als Zuid, bij ziekenhuiskoepels, artsenorganisaties, syndicaten als ziekenfondsen het plan op een goedkeuring werd onthaald. Het kon ook moeilijk anders. 40 procent van de ziekenhuizen in ons land staat op de rand van het faillissement, 80 procent van de Waalse ziekenhuizen is virtueel bankroet, evenveel ziekenhuizen worden in dat landsgedeelte door de twee grote ziekenfondsen mee bestuurd.

Men hoeft niet met de vinger te wijzen om te begrijpen wie voor die toestand verantwoordelijk is. Voor die twee grote ziekenfondsen die sinds jaar en dag een dubbelfunctie vervullen, is het nu stil zitten en geschoren worden. Ook de twee grote vakbonden die in het verleden de ene witte woede na de andere lanceerden, weten dat er geen alternatief is. En de artsensyndicaten zullen moeten leren leven met een nieuwe realiteit.

Een artsenbaan – als specialist in een ziekenhuis- zal in de toekomst een totaal ander verloop kennen. Ik mag het graag vergelijken met de horeca. Je begint als commis in de keuken en als je over voldoende talent beschikt, als je sociaal en wetenschappelijk mee kan en dat bewijst, kan je doorgroeien.

Maggie De Block weet zeer goed duidelijk te maken dat je in de politiek de machtigste positie hebt als je kan zeggen dat er geen ander alternatief is. There is no alternative (=Tina), of zoals ze in Merchtem zeggen: 'anders zal da ni goan'.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

21:53 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)