23 juni 2015

Reveil en de kunst van het versterven

Elke geschiedenis herhaalt zich. Veertig jaar geleden was goed fatsoen het nieuwe woord waar alles om draaide. In Nederland, het gidsland toen, ontstond onder leiding van de christendemocratische jurist en politicus Dries Van Agt het ethisch reveil. De permissiviteit had zijn grenzen bereikt. In ons land waren dat figuren als Leo Tindemans die de maatschappij bestuurden. Nu staan we voor een nieuw ethisch reveil. Het gaat nu niet meer om het ongeboren leven, de zogenaamde vrije liefde of zedenverwildering maar om het recht op doodgaan.

Dat de wet op de euthanasie er gekomen is heeft weliswaar niet geleid tot een massaal geassisteerde suicidegolf onder bejaarden, depressieven en dementen maar het feit alleen al dat de mogelijkheid  bestaat is voldoende voor de ethicus van conservatief christelijke huize om alle hens aan dek te blazen. De vakantie is een  mooie tijd om hier dieper op in te gaan. Niets zo ontspannend als een goed doordacht stukje te lezen over leven en doodgaan bij het genot van iets licht alcoholisch fris in de schaduw van een oude hoogstam aan de oever van een stuk water.

Palliatieve zorg heet het alternatief te zijn voor wie het gehad heeft in dit ondermaanse. Ik lees een rapport van de Nederlandse artsenorganisatie KNMG. Ouderen die 'klaar zijn met leven' zullen steeds vaker hun leven beëindigen door te stoppen met eten en drinken. En de KNMG waarschuwt voor mensonterende toestanden. Het overlijden duurt gemiddeld 13 dagen. De helft van de patiënten blijkt  eerst een euthanasieverzoek te hebben gedaan, dat niet is ingewilligd.

Net zoals in ons land staan in Nederland nogal wat artsen vaak huiverig tegenover euthanasie. De zelfbewuste patiënt  besluit daarom "het" zelf te doen en bewust af te zien van voedsel en drinken. Calvinistisch en hartsgrondig nuchter als ze zijn heeft de KNMG dit onderzocht. Het resultaat is een rapport  met adviezen hierover voor artsen en verpleegkundigen. De organisatie, die diverse hoogleraren en artsen op het gebied van palliatieve zorg en ouderenzorg raadpleegde, verwacht dat het gebruik van deze methode toe zal nemen vanwege de vergrijzing en de groeiende behoefte aan zelfbeschikking. Volgens schattingen gebeurt het tussen de 600 en 2800 keer per jaar, ook bij terminaal zieke patiënten. 

'Onze indruk is dat stoppen met eten en drinken over het algemeen goed te doen is', zegt internist-oncoloog Alexander de Graeff, voorzitter van de commissie die het rapport opstelde in De Volkskrant. 'Ik hoor niet vaak dat dit fout gaat. Als de arts dit goed begeleidt, kan dit zonder ondraaglijke pijn en dorst. De dorst staat meestal niet op de voorgrond.'

Maar naar stoppen met eten en drinken is weinig of geen onderzoek gedaan. Critici vrezen dat artsen hier veel te gemakkelijk naar zullen verwijzen om de - steeds complexere - euthanasiegevallen te ontwijken. Ze stellen dat dit geregeld uitloopt op een lijdensweg. Tegenstanders van deze praktijk noemen  dit een  zoek-het-maar-uit-euthanasie. In onze moderne samenleving met alle technieken, is dit een barbaarse, middeleeuwse methode.

Artsen in Nederland mogen in principe iedereen begeleiden die hiertoe besluit. Het vergt geen ingewikkelde procedures en toetsing door een tweede arts, zoals bij euthanasie wel nodig is; het is normaal medisch handelen. En nu komt het mooie christelijke principe van de hypocrisie: de KNMG zegt dat de methode niet moet worden beschouwd als zelfdoding, maar dat het vergelijkbaar is met patiënten die een behandeling weigeren.

De organisatie wil geen oordeel vellen over de vraag of dit een goede weg is, maar zegt wel dat artsen verplicht zijn hierbij medische zorg te verlenen. Bij gewetensbezwaren moeten ze helpen een andere arts  te zoeken.  De Graeff wil niet zeggen dat de methode altijd probleemloos verloopt. 'Het is net als met  een normaal sterfproces. Dat kan ook zwaar en moeilijk zijn. Het is een illusie dat sterven altijd makkelijk gaat. Als dit een weloverwogen beslissing is, dan is het goed dat mensen zelf die keuze kunnen maken.'

Psychiater Boudewijn Chabot, die de methode onderzocht voor zijn proefschrift, zegt tijdens presentaties te merken dat jonge artsen geïnteresseerd zijn. 'Bij artsen gaan de ogen open. Zij zien dat dit een van de alternatieven is voor euthanasie en denken: o, dit kan dus ook?' Hij waarschuwt dat het bij mensen onder de zestig wel problematisch verloopt. 'Als je dit bij jongere mensen doet, is dat rampzalig. De hang naar het leven is zo sterk, dat mensen in hun slaap nog naar de kraan lopen.'

Het zet me tien jaar terug in de tijd toen een goede vriend  van me aan de palliatie ging. De zuster van het Wit-Gele Kruis, een goed doorvoede dame, zei dat ze Jean gingen laten versterven. Mijn vriend koos er niet voor, de keuze werd hem aangepraat. Hij liep de laatste nacht de kelder in. Met deze gedachte de zomer ingaan, het is eens iets anders.

Het is zeer de vraag of de pleitbezorgers van deze christelijke sterfmethode hier zelf zullen voor kiezen. Hun reveil hebben ze in elk geval gehad.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality 

16:33 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

17 juni 2015

Debat over levenswinst brengt niets op ?

Timeo Danaos et dona ferentes. Met zijn dossier over dure medicatie heeft dokter Chris Van Hul van het Onafhankelijke Ziekenfondsen het nieuws gehaald. Ik heb daar mijn bedenkingen bij. Om te beginnen was er de wijze waarop het nieuws de media werd ingesluisd. Een paar weken geleden werd een groot debat aangekondigd in het prestigieuze kader van het Brussels Diamantcenter. Alleen al het feit dat professor Lieven Annemans er in discussie zou gaan met geachte opponenten als Brieuc Vandamme, adjunct-kabinetchef van minister De Block, en Catherine Rutten, CEO van pharma.be, stond garant voor een grote opkomst. Wat werd het in de werkelijkheid?

Samen met de aankondiging van de grote namen werd simultaan met de kranten De Standaard en Le Soir gewerkt aan een bijna congruent persbericht dat gegarandeerd de voorpagina en dus de journaals van de omroepen zou halen: medicijn kost 500.000euro. Tot zover operatie profilering geslaagd. Maar voor de rest was het een hoogmis met veel wierook, kaarsen, gezang en verder geen mirakel. Want de belangrijkste vraag werd handig uit de weg gegaan. En die luidt niet: zijn wij bereid gelijk welke prijs te betalen voor onze gezondheid? Maar wel: zijn wij bereid om het even welk bedrag te betalen voor een schamele gezondheidswinst?

Op die vraag probeerde professor Prof. Dr. Ignaas Devisch enige tijd terug al een antwoord te formuleren. Devisch is professor in ethiek, filosofie en medische filosofie aan de Universiteit Gent en de Arteveldehogeschool en lanceerde voorzichtig de gedachte of we niet moeten leren omgaan met pech in het leven.

Ik ga hier kort door de bocht, maar daar komt het op neer. Het leven heeft geen ingebouwde garantie op gezondheid. De moderne mens kan zich daar maar moeilijk bij neerleggen en een deel van de medische wereld en de farmaceutische industrie speelt daar op in. Dat leidt tot een marktgerichte gezondheidszorg waar de patiënt een consument wordt  die als het moet naar zijn zogenaamde belangenverdedigers stapt als hij zijn vermeende gelijk niet haalt.  Als een ziekteverzekeraar dit thema aansnijdt weet ik dat er wat loos is. Uiteraard willen de Onafhankelijke ziekenfondsen hun patiënten niet de nodige zorg ontzeggen. Die beslissing laten ze liever aan de overheid over. Maar laten ze dat dan ook zo formuleren.

Die vraag dus werd niet gesteld. Op het laatste ASCO in Chicago werd die kwestie wel op de agenda gezet. De artsen zelf hebben daar een programma Value for Cancer opgestart dat aan de hand van een aantal parameters een logaritme gaat opstellen dat zo precies als mogelijk aangeeft of een behandeling, hoe duur ze ook is, zinvol is.

Men moet de vraag durven stellen of een paar maanden levenswinst werkelijk de prijs en de moeite waard is, of een verlenging van een leven –hoe waardevol ook- zinvol is als dat leven betekent dat men continu in een staat van quasi totale afhankelijkheid verkeert en of het hier niet gaat om een invullen van frustratie, hybris of naïviteit.

Ik zeg niet dat dit de regel moet zijn. Ik poneer alleen dat men die vraag zo concreet mogelijk moet durven stellen. Als men dat niet doet, dan gooit men een steen in de kikkerpoel en wacht men tot de kringen uitgedijd zijn. Er zullen nog wat steentjes gegooid worden. Daarna is men dat spelletje moe en gaat men naar huis. Zoals die donderdagmiddag, na het debat allen op weg naar het buffet waar de sushi en de warme vleesballetjes wachten en iedereen elkaar identificatieplaatjes probeert te ontcijferen. Een social event, heet zoiets. Geen studie.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

17:01 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

08 juni 2015

Zult u er nog zijn over 5 jaar ? Doe de test

VILVOORDE 08/06 - Mijn vriend de huisarts heeft een dipje. Sinds hij de Ubble heeft ingevuld en het resultaat op zijn scherm floepte, leeft hij met de doemgedachte dat hij binnen de vijf jaar de pijp aan Maarten zal geven. Zijn score was 30 procent, één kans op drie dat hij zijn pensioen niet haalt. Ubble is een doe-het-zelf-test die ontwikkeld werd door Zweedse wetenschappers die je voorspelt wat je overlevingskansen zijn voor de komende vijf jaren. Aan de hand van een eenvoudige vragenlijst voorspelt een algoritme de toekomst van je gezondheid. Dat The Lancet er een artikel aan wijdt, verleent de test een air van geloofwaardigheid.

Wie nu snel wil weten wat de toekomst voor hem in petto heeft, kan klikken op deze link. Het idee komt van moleculair epidemiologen Erik Ingelsson, van Uppsala  en Andrea Ganna van het Karolingska Instituut die een online vragenlijst ontwikkelden en die afvuurden op maar liefst  498 103 Britten die tussen  april 2007 en juli 2010 in 21 onderzoekscentra in  Engeland, Wales, en Scotland deelnamen aan het Britse BioBank onderzoek.

Ingelsson en Ganna toetsten hen aan maar liefst 655 criteria  en verwerkte de resultaten aan de hand van het Cox Proportional Hazard Model. De vragen gaan over levensstijl, gezondheid en verrekenen demografische gegevens. De onderzoekers gebruikten vervolgens complexe algoritmen om te bepalen welke criteria het nauwst verbonden zijn met de sterfelijkheid van de deelnemers. 

Er zijn aparte vragen voor mannen en vrouwen. Concreet moeten mannen dertien vragen over hun levensstijl beantwoorden, vrouwen elf. Uiteraard wordt gevraagd of u rookt of gerookt hebt. Maar ook hoe snel u wandelt. Of er iemand in je directe familie stierf. Of je ernstige ziektes meemaakte. Of je emotioneel geraakt werd. Maar ook hoeveel auto's je hebt en of je bankrelatie OK is. Merkwaardig genoeg zijn er geen vragen over lengte, gewicht en BMI. Volgens Ingelsson is de online tool 80 procent nauwkeurig.

In een commentaar zegt Kevin McConway, hoogleraar toegepaste statistiek aan de Open Universiteit in het Engelse Milton Keynes dat het een goede test is. Mijn vriend de huisarts is in elk geval zeer onder de indruk. Niet alleen is hij een verwoed fietser, een quasi vegetariër die niet vies is van enige homeopathie maar dat blijken allemaal criteria te zijn die er niet toe doen. Dat hij maagzweren heeft, geen auto heeft, net gescheiden is en zijn nieuwe verloofde hem bedankt heeft voor een jongere collega, en dat zijn kapitale status daarmee navenant is geblesseerd zijn wél negatieve factoren.

Naar eigen zeggen is hij diep emotioneel geraakt. We zien in elk geval dat hij stevig van zijn melk is. En to add insult to injury  vreest hij dat zijn patiënten een consultatie gaan overslaan nu ze massaal aan de test gaan. Als trap na kan dat tellen.

Marc van Impe

 

Bron : MediQuality

 

20:23 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)