20 januari 2018

NIPT-test spotte al acht keer kanker


De NIPT-bloedtest die kan aantonen of een foetus het syndroom van Down heeft, heeft in ons land al acht keer kanker opgespoord. Dat bevestigt professor genetica Joris Vermeesch (KU Leuven) deze middag aan Sarah Vandekerckhove in De Morgen.

De niet-invasieve prenatale bloed- of NIPT-test wordt sinds vorige zomer grotendeels terugbetaald. De test doet meer dan louter chromosomale afwijkingen vaststellen. In 2015 ontdekten Leuvense proffen dat de NIPT-test ook kanker kan opsporen. "Sinds die tijd hebben we bij acht vrouwen kanker vastgesteld", zegt professor genetica Joris Vermeesch (KU Leuven). "Op een totaal van 40.000 testen. Dat is dus ongeveer 1 op 5.000." Steeds ging het om vrouwen die helemaal niet wisten dat ze kanker hadden. Geen van hen had symptomen of klachten. Toch betekent dat niet per se dat de kanker in een vroeg stadium door de NIPT-test werd gedetecteerd. Bij zeker één vrouw was er al sprake van uitzaaiingen.

Dat het UZ Leuven op deze manier kanker kon detecteren, heeft veel te maken met de manier waarop zij de NIPT-test uitvoeren. Net zoals de andere Belgische universitaire centra in ons land onderzoeken ze álle chromosomen, niet enkel diegene die gelinkt zijn aan een trisomie-afwijking.

Samen met zijn team onderzoekt Vermeesch nu in welke mate de NIPT-test voor allerlei kankers als speurhond kan dienen bij een grote groep mensen. Dus niet louter zwangere vrouwen. "We zijn hier volop mee bezig", vertelt hij. "Maar voor grote conclusies is het nog te vroeg. Wel ben ik ervan overtuigd dat bloed dé manier wordt om in de toekomst op kanker te screenen."

Marc van Impe

 

Bron: De Morgen via MediQuality

08:43 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

19 januari 2018

Nieuwe definitie van hypertensie zorgt voor controverse


De nieuwe Guideline voor de preventie, detectie, evaluatie en beheersing van hoge bloeddruk bij volwassenen, uitgegeven door het American College of Cardiology (ACC) en de American Heart Association (AHA), leidt tot hevige discussie en controverse, schrijven George Bakris en Matthew Sorrentino in de jongste editie van The New England Journal.

In tegenstelling tot vroeger wordt in de richtlijn van 2017 de nadruk gelegd op geïndividualiseerde cardiovasculaire risicobeoordeling en agressief bloeddrukmanagement bij een niveau van 140/90 mm Hg of hoger bij patiënten met een risico van meer dan 10% op hart- en vaatziekten. Patiënten met een bloeddruk van 130 tot 139/80 tot 89 mm Hg zouden nog steeds een niet-farmacologische behandeling ondergaan, tenzij ze een 10-jarig risico van meer dan 10% hebben; in dat geval wordt een enkele antihypertensivum aanbevolen, in overeenstemming met veranderingen in de levensstijl.

De grootste controverse heeft betrekking op de verlaagde drempel voor hypertensie, wat het aantal patiënten met deze diagnose sterk zou uitbreiden.

De richtlijn definieert normale bloeddruk als onder 120/80 mm Hg en verhoogde bloeddruk als 120 tot 129 mm Hg systolisch met een diastolische druk onder 80 mm Hg. Fase 1 hypertensie heette vroeger "prehypertensie", en wordt nu gedefinieerd als 130 tot 139 mm Hg-systolische of 80 tot 89 mm Hg-di diastolische hypertensie en fase 2 hypertensie als 140/90 mm Hg of hoger (de oude definitie van hypertensie).

Daardoor wordt een nieuw ziekteniveau gecreëerd dat mensen treft die voorheen gezond werden geacht. In De VS alleen al heeft volgens deze definitie ongeveer 46% van de volwassenen in de VS een hypertensie, tegen ongeveer 32% onder de vorige definitie. De auteurs maken zich zorgen over een te snelle en overdreven medicatie bij die patiënten.

De richtlijnauteurs merken op dat de berekening van absolute risico's als leidraad voor het voorschrijven van farmacologische therapie gemengde resultaten heeft opgeleverd. Met een universeel aanbevolen bloeddrukdoel kan de besluitvorming over therapie vereenvoudigd worden. Hoewel we dit concept waarderen, is een one-size-fits-all-bloeddruk doel problematisch.

Een dertigjarige patiënt is geen zeventiger. De belangrijkste wijziging in de aanbevelingen met betrekking tot farmacologische therapie is de eliminatie van bètablokkers uit de eerstelijnstherapie voor patiënten met primaire hypertensie en geen naast elkaar bestaande aandoeningen die bètablokkertherapie vereisen.

Een ander belangrijk onderwerp is de zelf gemeten bloeddruk. De nieuwe richtlijn onderstreept het belang van een goede instructie van patiënten evenals een jaarlijkse validatie van de gebruikte bloeddrukmeter.

Conclusie van de auteurs: het lijkt voor iedereen redelijker om hypertensie te blijven definiëren als een bloeddruk van 140/90 mm Hg of hoger. Dus opgelet met die nieuwe guideline.

Meer op: http://www.nejm.org/doi/full/10.1056/NEJMp1716193?query=TOC

Marc van Impe


Bron: MediQuality

08:11 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

18 januari 2018

“Kijk verder dan de buik breed is”


Obesitas is een ingewikkelde en veelsoortige aandoening. Artsen die mensen met ernstig overgewicht op hun spreekuur krijgen, moeten daarom niet te snel concluderen dat de patiënt slechts verkeerd eet en te weinig beweegt. Obesitas zou eerst, evenals elke andere ziekte, goed moeten worden geanalyseerd op onderliggende oorzaken. Pas dan kan het behandelplan worden opgesteld dat de meeste kans van slagen heeft. Dat is de boodschap van prof. dr. Liesbeth van Rossum tijdens haar recente oratie, waarmee ze officieel haar benoeming tot hoogleraar Obesitas en Stress aanvaardde.

De helft van de obese patiënten die zich melden in het Centrum Gezond Gewicht, een samenwerkingsverband van het Erasmus MC, Maasstad Ziekenhuis en Franciscus Vlietland gebruikt medicatie die het gewicht kan verhogen. Ook chronische stress kan leiden tot extra buikvet en ‘snacktrek'. Verder werkt slaapgebrek gewichtstoename in de hand. Veel patiënten slapen slecht door slaapapneu of door werken in ploegendiensten.

‘'Kijk verder dan de buik breed is!" pleit Van Rossum daarom. "Als rekening wordt gehouden met dit soort factoren, is de kans dat je de juiste manier vindt om af te vallen, veel kansrijker."

Geef obesitas patiënten dus "de wind mee", zegt Van Rossum. Medicatie tegen hoge bloeddruk en voor diabetes, geneesmiddelen die corticosteroïden bevatten, het zijn voorbeelden van medicijnen waarvan ettelijke varianten bij sommige patiënten gewichtsverlies in de weg staan.

"Natuurlijk kun je niet alle diabetespatiënten zomaar van de insuline afhalen. Maar je kunt als arts wel kijken of medicijnen gestopt of in dosering verlaagd kunnen worden als iemand aansluitend deel gaat nemen aan een gecombineerde leefstijlinterventie. Dit is des te belangrijker nu deze leefstijlinterventies naar verwachting binnenkort in het basispakket worden opgenomen. Door een potentieel dikmakend medicijn van de lijst te halen creëer je wind mee. Maak je de condities om af te vallen beter."

Veel misverstanden zijn er ook over het ontstaan van zwaarlijvigheid. De maatschappij denkt bij het zien van een zwaarlijvige medemens vaak dat die dik is geworden door een zwakke wil en veel te veel eten. De ware redenen zijn vaak gecompliceerder dan dat. Van Rossum roept daarom de maatschappij op: Val uw zwaarlijvige medemens niet zo hard af. "Obesitas is een ziekte, maar mensen krijgen weinig steun. Ik zie veel verdriet en schaamte in mijn spreekkamer."

Zo is er het jojo-effect: juist door herhaaldelijk crash-diëten te volgen worden mensen steeds zwaarder. Dan zijn er nog darmbacteriën en hormoon verstorende stoffen in het milieu die verband blijken te houden met obesitas. Ook onbewuste gewoonten dragen vaak bij aan gewichtstoename, vandaar dat de psychische component van een leefstijlaanpak essentieel is voor gedragsverandering. Maatregelen om de omgeving gezonder te maken qua voedingsaanbod en beweegmogelijkheden voor mensen met obesitas zouden hierbij ook helpen.

Bij een klein aantal mensen blijkt er zelfs sprake van een onderliggende aandoening zoals een hormonale ziekte of een erfelijke afwijking die al op jonge leeftijd het verzadigingsgevoel uitschakelt of de stofwisseling vertraagt. Dan is er soms een heel andere behandeling nodig om het gewicht te verlagen.

Kortom: naast alle bekende dikmakers zoals ongezond eten en te weinig bewegen is de lijst van mogelijke oorzaken van ernstig overgewicht lang. "Bij een individu is het vrijwel altijd een optelsom van factoren. In het Centrum Gezond Gewicht hebben we een unieke aanpak door eerst alle individuele factoren in kaart te brengen en dan pas een behandeladvies op maat te geven. Zo kan je obesitas effectiever tegengaan."

www.erasmusmc.nl/centrumgezondgewicht

Marc van Impe


Bron: MediQuality

17:10 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)