27 november 2015

Seksueel geweld en artsen in opleiding

"Hij was de meest attente man op mijn dienst, hij maakte tijd voor me, verdedigde me bij de casussen die we moesten bespreken. Tot die avond: ik had een van de zoveelste driedagen wachten. Rond elven kwam hij nog even binnenlopen. Ik was in opleiding in een perifeer ziekenhuis. De verpleging was aan haar koffiebreak. Hij wou iets bijzonders met mij bespreken. We liepen de gang op. Achter de hoek was de linnenkamer, die deur stond altijd tegen. Hij duwde me binnen..."
"Het duurde alles bij elkaar nog geen vijf minuten. De dagen daarop merkte ik dat hij bespreking agressief was, alsof hij me in de hoek wou duwen. De tweede maal dus. Ik zie hem nu soms terug op bijscholingen. Een oude lelijke meneer. Die meneer is nu een neuropsychiater op leeftijd en slijt zijn laatste dagen in de luwte van een perifeer ziekenhuis."
Nadat Anke Laterveer haar verhaal over aanranding deed op haar blog en televisie, deed ze een oproep om ervaringen met seksuele intimidatie, aanranding en verkrachting te delen. Het blijkt van alle klassen, tijden en opleidingen te zijn. Ook wij kregen verschillende reacties binnen. Je gaat de vraag stellen of er werkelijk een djin zit in dat reptielenbrein dat bij nogal wat mannelijke exemplaren van onze species overontwikkeld is. Nu de MWAB  november een studiedag over gender en brein organiseert is het passend en billijk hier even aandacht aan te besteden.
Bij het begin: de Nederlandse cabaretière Anke Laterveer leerde een man kennen op een datingsite en na een lange chatsessie kon hij haar overhalen om bij haar thuis af te spreken. Hoewel Anke Laterveer zich ongemakkelijk voelde bij het idee een vreemde in haar huis uit te nodigen, zwichtte ze na lang doordrammen toch. 'Ik vertel over hoe hij aan mijn kleren trok, aan me zat, me zoende en zei dat ik gewoon even mee moest werken. Dan was het zo voorbij. Ik zeg niets over hoe vaak ik die zin al gehoord heb', schrijft Anke Laterveer op haar blog. Anke deed aangifte bij de politie maar omdat er geen bewijzen waren en de jongen op eigen initiatief wegging, kon er enkel huisvredebreuk worden aangegeven. Voor de aanranding gaat hij vrijuit.
In het Nederlandse televisieprogramma Pauw deed Anke Laterveer haar verhaal. Ze sprak over de aanranding, de posttraumatische stress die haar achteraf kwelde en de walgelijke 'jouw woord tegen dat van hem'-mentaliteit waar ze op botste toen ze aangifte deed. Haar verhaal liet niemand koud. Samen met een vriendin lanceerde Anke Laterveer de hashtag #ZegHet. Een heel simpele aansporing voor een heel moeilijk maatschappelijk probleem: seksueel geweld. Duizenden openhartige tweets volgden. Het probleem werd eerder dit jaar al aangekaart op Belgische sociale media met de hashtag #WijOverdrijvenNiet. Na haar krachtig stuk 'Mijn naam is niet Hey Sexy' trapte blogster Yasmine Schillebeeckx die momenteel een boek schrijft over seksisme ('Echte vrouwen bestaan niet' , samen met blogster Annebeth Bels en anderen (Amelie Mangelschots, Romina Verwichte en Jolien Voorspoels) mee #WijOverdrijvenNiet in gang.
Dokters zijn ook mensen en niets menselijks is hen vreemd. Vreemd gaan dus ook niet. Maar dat betekent nog niet dat men een gezagspositie mag misbruiken. Het excuus dat ik de voorbije decennia telkens opnieuw hoor is dat "ze" flirtte. Voor de goede orde. Flirten mag. Er zijn hele bibliotheken volgeschreven, tientallen opera's gemaakt over flirten en zijn consequenties.
Maar flirten betekent niet dat iemand jou achteraf iets verschuldigd is. Niemand heeft recht op een anders lichaam. Als iemand een grens overschrijdt: zeg het. "Zeg het tot iedereen het hoort. Je overdrijft niet," zegt Anke Laterveer. Seksueel geweld bij artsen in opleiding blijkt nog altijd een probleem te zijn. Het  wordt tijd dat men daarvoor een eigen meldpunt opzet. Ik overdrijf niet.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

15:51 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

26 november 2015

Zoenen ? Dat kan, maar enkel op verzoek

Het vreselijke kusseizoen komt er weer aan. Eerst mijn verjaardag: mmm, mmm en mmf. Dan Kerst: muh, muh, muh. Oudejaar en Nieuwjaar: smak, slebber, smak. En daarna de onvermijdelijke nieuwjaarsborrels die gepaard gaan met de enthousiaste overdracht van poeder, fond de teint, lipstick en spuug op wangen, hemdkraag en schouders. Ik ben daar niet voor. En ik ben niet alleen.
Het is me opgevallen dat kleine kinderen en kleuters eigenlijk een hekel hebben aan de zoenrituelen van ooms en tantes, opa's en oma's. een zoen van je mams, dat hoort zo, dan blijft je microbiotoop binnen de familie, maar die van een half aangeschoten nonkel die je één keer op een jaar ziet en die uit het verre Antwerpen komt en al zijn microben en virussen van ginds meebrengt? Vreselijk. De kleuters hebben gelijk.
Komt daarbij dat er precies in het seizoen van griep, verkoudheden en keelpijn nogal wat afgezoend wordt. Doe je het in een, twee of drie keer, het maakt niet uit. Hele infectueuze kolonies verhuizen van lichaam naar lichaam. Ik vermijd in de winter teveel naakte handen schudden, waar even voordien nog een zakdoek in gedrukt zat. Ik hou het bij schouderklopjes, het aanklinken van een glas, een hoofse knik.
Een kus resulteert onvermijdelijk in een uitwisseling van bacteriën. Maar zolang het binnen de intieme kring blijft betekent dit nog geen aanval op onze gezondheid. Integendeel, zoenen helpt zelfs bij de opbouw van ons immuunsysteem, zeker wanneer de speekselstroom van de man naar de vrouw gaat. Daaruit volgt dat hoe langer een vrouw dezelfde persoon kust, hoe groter de kans dat ze immuun is voor bijvoorbeeld het cytomegalovirus als ze zwanger raakt. Maar opgepast als je partner "vreemd" gaat. Keelontstekingen en herpes worden bijvoorbeeld gemakkelijk oraal uitgewisseld.
Ik ben dus niet het kussende type. En wat dat betreft ben ik helemaal geen uitzondering op de regel. Volgens een studie van de British Heart Foundation wisselt bijna één op vijf getrouwde koppels slechts één keer per week een kus uit. En als de lippen elkaar dan toch raken, gaat het vaak maar om een vluchtige kus. De onderzoekers waren verrast dat 18 procent van de getrouwde koppels soms een week samenleeft zonder elkaar te kussen. Bovendien duurt een kus bij 40 procent vaak maar zo'n vijf seconden. Jonge koppels tussen 18 en 24 kussen elkaar wel bijna elke dag, met een gemiddelde van 11 keer per week. Maar er zijn ook oudere koppels die elkaar nog vaak kussen. Zo'n 5 procent van de ondervraagden die ouder waren dan 45, wisselden gemiddeld 31 kussen per week uit met hun geliefde.
Een goede kus is als dansen, las ik ooit, je moet je partner goed kunnen volgen en elegant reageren op subtiele aanwijzingen. Gezien ik het bij één partner houdt ben ik dus blind voor alle andere al dan niet subtiele aanwijzingen. Ik ga zover dat ik mijn kinderen, kleinkinderen en schoondochters nog zoen. Die ene zwager die altijd als  een uithongerde hond op mijn gezicht afkomt, krijgt dit jaar een hondenkoekje.


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

10:49 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

25 november 2015

Aan welke ziekten gaat u in 2030 dood ?

Ik krijg een man van de uitvaartverzekering op bezoek. Zo gaat dat als je aan je laatste derde begint. Staat er zo een makelaar voor de deur. Het is een beminnelijk type, Limburger van nature, makelaar van roeping. Strak in het pak, de iPad in de aanslag. Enthousiast vertelt hij me wat er zowat allemaal gaat gebeuren op de dag dat ik kom te overlijden. Als een mens denkt dat hij bij leven geteisterd zijn nabestaanden te wachten staat. Ze zullen er meer dan een volle dagtaak aan hebben. Maar kijk daar heeft Héla een oplossing voor. Voor een paar tientjes per maand, zeg maar een goede maaltijd zonder al te veel aperitief en wijn in de brasserie hier aan het kanaal, ben ik van al die zorg en vooral het schuldgevoel af. Mits ik tot mijn tachtigste keurig doorbetaal. Maar wat, zeg ik, als ik een of ander sluimerend ouderdomskwaaltje onder de leden heb. De man verstijft bij de gedachte en zegt dat Héla er wel vanuit gaat dat ik goede gezondheid ben en dat ik de komende jaren stug en stoer als een oude maar gezonde eik in de storm van het leven blijf staan.
Met andere woorden ik mag me wel verzekeren maar ik moet er niet aan denken daar spoedig van te gaan profiteren. Nee, eerst 15 jaar betalen en dan krijg je ongeveer het kapitaal terug dat je aan de heer Knijp, kassier van Héla, keurig hebt overgemaakt. Héla verzekert dus het liefst wonderen van de natuur, de anderen moeten een meer-premie betalen. Wat me bij een recent artikel brengt, dat ik de jonge makelaar niet mag onthouden. Door medicatie, vaccinatie en onze toenemende kennis van gezond leven roeien we steeds meer ziekten uit. In de 22ste eeuw zijn veel ziekten verleden tijd, maar er zijn helaas ook ziekten die onze medische wetenschap ‘overleven' en ziekten die door veranderingen juist verergeren, schrijft collega Nathalie Perez in het blad Scientias.
De meeste toekomstprojecties zijn gericht op 2030 of 2040, maar soms kan men nog verder vooruit kijken. 2030 zie ik me nog halen, dus lees ik verder.  De trends van over 15 jaar kan men naar 2100 doortrekken. Wat komt daar dan uit ? Waar zullen we eind deze eeuw/begin volgende eeuw aan sterven ? Met andere woorden: wat zijn de ergste ziekten van de toekomst ? Eerst het goede nieuws: De sterfte aan hart- en vaatziekten neemt in de toekomst af, maar dit betekent niet dat mensen er niet onder lijden. De zorg voor deze ziekte en de preventie ervan verbetert, waardoor meer mensen ermee in leven blijven. Maar ze hebben dus evengoed veel last van hun ziekte, ook al gaan ze er niet aan dood. Kijk dat is een mooi vooruitzicht, extra jaren maar wel stevig afzien! Zo kom ik aan het lijstje van ‘de ergste ziekten in de toekomst', oftewel: de ziektes met de grootste ziektelast. Deze toekomstprojecties reiken tot aan 2030.
1. Qua ziektelast blijven hart- en vaatziekten een erge ziekte, ook in de toekomst.
2. Diabetes Mellitus neemt de komende twee decennia neemt met ruim 30 procent toe. Daarbij is diabetes steeds beter behandelbaar, waardoor je er minder snel aan doodgaat.  Diabetes is tegenwoordig in een stadium vóór de daadwerkelijke ziekte te signaleren, en hierdoor is de groep die aan diabetes lijdt veel groter en leven mensen met diabetes er langer mee, waardoor je dus een grote toename van de groep diabetespatiënten krijgt.
3. Ondanks dat het aantal rokers waarschijnlijk gaat dalen, kan de ziektelast van COPD de komende twintig jaar met bijna 50 procent toenemen. Hiermee neemt COPD in 2030 de derde plek in na coronaire hartziekten en diabetes mellitus.
4. Longkanker blijft ook een belangrijke ziekte in de toekomst. Maar ook andere kankers zitten in de lift. Vooral borstkanker (50 procent toename in 2030 in vergelijking met 2011), prostaatkanker (120 procent toename) en dikke-darmkanker (50 procent toename). Als je niet doodgaat doordat andere ziekten steeds beter behandeld kunnen worden, heb je gewoon meer kans om een kanker te ontwikkelen, waaraan je vervolgens doodgaat.
5. Maar als je niet aan een andere ziekte doodgaat, krijg je uiteindelijk ook dementie. Het komt erop neer dat je uiteindelijk ergens aan zult doodgaan, zelfs als je leven dusdanig wordt opgerekt tot je bijvoorbeeld 120 jaar oud bent.
6. Infectieziekten zijn veel minder gevaarlijk geworden, doordat we daar de afgelopen 100 jaar zoveel vooruitgang op geboekt hebben. Maar hier speelt bijvoorbeeld de antibioticaresistentie wel een rol. Maar welke infectieziekte en in welke mate deze problemen kan geven, is (nog) niet te voorspellen. En een goeie pandemie valt ook niet uit te sluiten.
Hoe je het ook wendt of keert: uiteindelijk moet je ergens aan doodgaan. Is het geen infectieziekte, dan is het waarschijnlijk een hartziekte, kanker of de ziekte die je zelfs bij een vitaal leven op je 120ste nog kan nekken: dementie.
Maar u bent nog jong, zeg ik tegen de makelaar, u mag veel meer onheil verwachten dan wat mij overkomen kan. Bij mij ligt het allemaal al vast. Al valt niet uit te sluiten dat ik morgen bij het oversteken van de straat hier in Vilvoorde geschept wordt door een jonge Turk in een te zware BMW. Maar daar hebben we dan weer een ongevallenverzekering voor.
Ietwat bedrukt stapt hij in de lift. Ik besluit een poosje uit het raam te kijken. Het vrachtschip De Optimist vaart voorbij, richting Charleroi. En ik bedenk: optimism is a moral duty.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

14:47 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)