06 januari 2016

Skiën tegen depressie

En nu maar hopen dat het nog winter wordt. Nog nooit zoveel depressies meegemaakt als de voorbije weken. Ik denk dat het door het weer komt. Het is veel te zacht voor de tijd van het jaar. Ik ben nog van de tijd dat men geloofde dat er een stevige vorst over al het ongedierte dat onder gras en schors krioelde, heen moest gaan wou je dat er in de zomer nog wat fruit op de bomen stond. Met je hoofd is dat net zo, geloof ik. Er moet een ijskoude wind omheen waaien om al je muizenissen met het mentale afvalverwerkingsbedrijf mee te geven.

Vroeger kreeg je daar nog een dosis middernachtmis bij. En kwamen de herdertjes bij nachte je van je kleingeld verlossen. Nu kan er alleen maar een portie muzak af.


Ik zie mijn gescheiden medische vriend in een café dat naar warme wijn en kaneel ruikt. Alleen die geur al drijft mensen naar de prozac. Hij heeft de kerstdagen op zijn eentje doorstaan. De kinderen kozen ervoor om met de vrienden te vieren. De ex is met zijn collega weg, ergens naar een zuiders land. Hij houdt zich stug overeind. Ik zie hem daar zitten in zijn huis dat nu als een te grote jas na zijn psychologische vermageringskuur rond zijn ziel slobbert.


Een glas veel te dure premier grand cru. Een snee reebout grand veneur van Chez Rob. Het Weihnachtsoratorium BWV 248 - Cantate no.1 door Combattimento Consort van Amsterdam door de streamer gestraald. Een kasjmieren trui om de schouders, comfortabele slippers aan de voeten. De haard laait. Verder is er niemand in huis. Gezellig. En helemaal doen wat hij zelf wil.


Nu wil hij een glas Guinness, nee, twee. Hij blijft overeind, zegt hij, hij staat nog altijd recht.


Ik zeg hem dat hij goed fout bezig is. Uit ervaring weet ik dat je bij een depressie naar de diepte toe moet buigen, alsof je je in de afgrond wil storten. Wie stug overeind blijft, glijdt alsmaar dieper de ellende in. Het is net als skiën, zeg ik, je moet tegen je natuurlijke reflex ingaan en met je hele lijf naar beneden gaan. Pas dan controleer je je snelheid en ga je voor je de afgrond in skiet, met een boogje omhoog de helling weer op. Pas dan zie je aan welke afgrond je ontsnapt bent.


Skiën, mompelt hij en bestelt nog een Guinness, zijn lichaam zegt nog nee maar zijn geest begint op te klaren. Veel beter dan mindfulness, je eens lekker wentelen in je verdriet. Op de schouder van een vriend uithuilen. En dan je neus optrekken en doorgaan. Gelukkig is hij met het openbaar vervoer gekomen.


Nu bedenk ik me waarom, vroeger, toen de scharnieren nog niet kraakten, ik me zo goed voelde na een weekje skiën. Het was een vorm van masochisme, van plezier beleven aan iets wat ik eigenlijk niet wilde doen. De berg overwinnen, niet door hem te beklimmen maar door hem af te glijden.

Waar loop je heen, vraag ik. Hij is een brochure halen.


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

09:06 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

04 januari 2016

Het gevaar van oliebollen met Oudejaar

In geen enkel seizoen gebeuren er zoveel ongelukken met friteuses als tijdens de kerstdagen. Oliebollen en hun gevolgen, wat dacht u. Ik ken een legergeneraal die enigszins verblind en overmoedig door de drank, na een feestje besloot nog enige friet voor het gezelschap te bakken, wat resulteerde in een vierdegraads verbranding zodat hij de receptie van de gestelde lichamen met een zwaar ingetapede arm moest bijwonen.


Hij haalde de gare friet met blote handen uit het kolkende vet. Geen goed idee dus. Nooit geweten dat iemand in zoveel talen kon vloeken. Ik vermijd frituren tussen oud en nieuw. Een oplossing zou een alcoholslot op de friteuse zijn, maar zoals sommige automobilisten weten, reageren die elektronische gendarmes ook op menthol. Net de tanden gepoetst, een blauw hard muntje in je mond, een Fishermans Friend tussen de kiezen? Het A-slot gaat gegarandeerd af.


De vraag is dus: na hoeveel glazen ga je best niet frituren ? Collega Ernst Arbouw van Sir Edmund gebruikt daarvoor de Latijnse graadmeter. Volgens de Romeinen waren er zeven stadia van alcoholvergiftiging, van spraakzaamheid tot bewusteloosheid. De Romeinse vuistregel, zegt Arbouw, is dat je in stadium drie –aanhankelijkheid, gevolgd door een milde kater - moet stoppen met drinken. Arbouw: "Het ligt voor de hand dat je dan ook niet meer moet frituren."

Houdt u zich aan die gouden regel, dan is er niets aan de hand. Ik heb in elk geval een uitkomst voor gasten die toch aan de slag willen met heet vet en beslag en niet zonder oliebollen kunnen: aan de overkant van het kanaal bij de volgende brug ligt het nationale Brandwondencentrum. 24/24 en 7/7 bereikbaar. De brandweer woont bij mij om de hoek. En aan de andere kant van de straat staat een frituur. Dat is ook meegenomen.

Marc van Impe 


Bron: MediQuality

18:02 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

30 december 2015

De patiënt is geen algoritme

"We leven in interessante tijden. Als iemand mijn LinkedIn-account bekijkt, krijg ik gelijk een waarschuwing in mijn mailbox. Maar als iemand inzage wil krijgen in mijn medisch dossier, dan heb ik volgens de huidige regelgeving geen enkel toezicht, laat staan controle op wie er met mijn data aan de haal gaat. Er daar heb ik moeite mee." Daarover schreef Marc van Impe deze serie van drie artikelen: de patiënt is geen algoritme. Dit is alvast deel één.

Onze overheid is een goodwillcampagne begonnen om het delen van het GMD te promoten. Nu duidelijk is dat de patiënt en in het verlengde de door hem gevolmachtigde huisarts de eigenaar en respectievelijk de bewaker zijn van de persoonlijke gegevens, wil men kost wat kost vermijden  dat iemand officieel verzet gaat aantekenen tegen wat eufemistisch het delen van het medische en wetenschappelijke data heet.

Het weze duidelijk: aan een EMD hangen heel wat voordelen vast, maar het aantal risico's is minstens even groot. Dat het gedeeld EMD er komt, betwijfelt niemand. Maar dan liever niet op de manier die de overheid nu voor ogen heeft. De aanleiding tot dit stukje zijn twee berichten  die de voorbije weken gemaild kreeg van huisartsen. Berichten die me danig verontrustten.

In het eerste geval betrof het een patiënte die  na  de plaatsing van een poortkatheter een bacteriële infectie had opgelopen en zich voor de verwijdering ervan tot een perifeer ziekenhuis wendde. Het medisch team ter plaatse permitteerde zich om het hele medisch dossier van de patiënte op te vragen – zonder dat zij noch haar huisarts daarvan in kennis werd gesteld - en waarop zij vervolgens een lading kritiek op de haar behandelende geneesheren te horen kreeg. De hematoloog had gewoon even gebeld met het ziekenhuis waar de poortkatheter oorspronkelijk geplaatst was en had het hele medische dossier doorgezonden gekregen.

In het tweede geval betrof het een patiënte die in een universitair ziekenhuis weigerde toestemming te geven om haar medische gegevens te delen. De behandelende arts dreigde daarop de behandeling te staken. Achteraf bleek dat haar dossier toch doorgeschoven was naar andere specialisten buiten het ziekenhuis.

Een bijkomende reden was de uitzending van Panorama op de Vlaamse openbare omroep over de rol van medisch experts. Ook zij kunnen desgewenst en meestal op eenvoudig verzoek toegang krijgen tot het medisch dossier. Dat heb ik aan den lijve mogen meemaken toen ik nog niet zolang geleden door mijn behandelende arts in een ander UZ gewaarschuwd werd dat ene dr. X inlichtingen over mij gevraagd had. Die arts werkt deeltijds als psychiater en klust dus bij voor een grote verzekeringsmaatschappij. In de uitzending werd gepleit voor een muur tussen verzekeringsgeneeskunde en de zorg. Die is er niet.

Op dit ogenblik gaan die ongeoorloofde consultaties nog manueel. Binnenkort wordt elektronisch gluren mogelijk. Daarom zou het goed zijn dat de patiënt en indien gewenst zijn huisarts, een waarschuwing krijgen telkens iemand een dossier raadpleegt en dat de identiteit van de gluurder bekend is. Dan kan die minstens ter verantwoording geroepen worden.

Ik overdrijf? Bij de balie van het ziekenhuis lagen twee stapeltjes flyers, één in het Nederlands en één in het Frans. De patiënt vroeg of dat iets was wat haar eventueel kon interesseren. Vriendelijk kreeg ze een ‘ Toestemming tot inzage van uw gezondheids-gegevens door behandelende zorgverleners' toegestopt. Wat was de bedoeling? Zij wou de tijd nemen om de informatie tot zich te nemen. Maar de baliebediende zei dat haar dossier reeds op "aan" stond. Ze  zei dat ze daarover nog nooit een vraag had gekregen en vroeg of dat terug "af" kon gezet worden, waarop de bediende het zonder er een punt van te maken, uitzette. Toen ze  vroeg hoe het kon dat haar dossier zonder haar akkoord geregistreerd werd, vertelde men haar dat men dat ook niet wist. Onmiddellijk kreeg ze een opsomming van voordelen voor de patiënt om wel akkoord te gaan. Men kon haar niet zeggen wie me "aan" gezet had, noch wie reeds in haar dossier gaan kijken was.

Wel leerde ze dat de ziekenhuisdirectie verplicht om elke patiënt die zich aanmeldt in het centraal register te zetten, met of zonder akkoord. Sterker nog, het akkoord diende niet gevraagd. Ik leerde ondertussen uit de folder dat een extern bedrijf gegevens uit het dossier kan checken en aanpassingen kan maken. Op geen enkel moment kan de patiënt zelf zijn dossier inkijken of zien wie daarin aanpassingen aanbrengt, zoals welke arts wel en niet toegang heeft tot zijn dossier, welke arts zijn dossier heeft geraadpleegd, of gewoonweg zijn dossier zelf verwijderen.

Dit gebeurt met het dossier van ieder van ons die in een ziekenhuis incheckt. Het is ook onduidelijk of het dossier verwijderd wordt wanneer één van de ziekenhuizen uw dossier op "af" zet. Noch of de andere ziekenhuizen onderling dan eveneens geen gebruik meer kunnen maken van de gegevensuitwisseling. Tevens is het onduidelijk of uw groot dossier ooit nog kan verwijderd worden éénmaal u zogezegd uw toestemming gaf.  Wel is het zo dat uw dossier door het ziekenhuis telkens opnieuw op "aan" kan gezet worden, waardoor zij iedere eerdere weigering van toestemming weer ongedaan maken, zonder dat zij u dat moeten vragen of meedelen.

Kunnen we dit accepteren? Alle ethici zijn het nochtans erover eens: de patiënt en alleen de patiënt is eigenaar van zijn persoonlijke gezondheidsdata, dus van zijn medisch dossier. De arts, en in het verlengde de instelling tot de welke de patiënt zich wendt voor zijn zorg, is slechts de bewaarder van het medisch dossier. Onder welke vorm dan ook. Ook artsen en ziekenhuizen zijn in de fout door hieraan te willen meewerken!

Dat betekent ook dat de overheid in zijn onverzadigbare jacht op big data niet het recht heeft om die persoonlijke gegevens van de patiënt op te eisen, op te slaan of daarmee aan de slag te gaan. Dit doet vragen rijzen bij het e-Healthproject zoals dat nu wordt uitgewerkt.

Dat de overheid zich interesseert voor het privéleven van zijn burgers is één zaak. Het is de taak van het parlement om die overheid te controleren en waar moet bij te sturen. Maar als privébedrijven, zoals ziekteverzekeraars, zoals een ziekenfonds, een verzekeringsmaatschappij uw privacy binnen harken, dan is de waakzaamheid geboden.

De consequenties zijn enorm zoals recent blijkt nu Belfius een patiënte die zich ooit liet behandelen voor anorexia radicaal een verzekering weigerde. Belfius dat nota bene de actie Rode Neuzen steunt als hoofdsponsor. Ach, zegt Wauthier Robyns directeur communicatie van Assuralia de beroepsvereniging van , een verzekeraar zal altijd de verzekeringstechniek volgen.

Wordt vervolgd.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

18:20 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)