08 mei 2017

BVI vervangt BMI


Adolphe Quetelet is van zijn troon gestoten. De Body Mass Index (kortweg BMI) die hij definieerde als gewicht (in kilogram) gedeeld door de lengte in het kwadraat, is na anderhalve eeuw rijp voor de sloop.


Wetenschappers van de Mayo Clinic en de University of Westminster hebben namelijk een nieuwe methode gelanceerd om vast te stellen of mensen een gezond gewicht hebben: de Body Volume Indicator and Measurement Technology in het kort BVI.


De tekortkomingen van BMI waren legio. Omdat de Body Mass Index alleen rekening houdt met gewicht en lengte, zowat de enige parameters die in de negentiende eeuw objectief konden gemeten worden, betekende dit dat heel wat mensen met een te lage of te hoge BMI opgezadeld werden en daarvoor "afgestraft" werden. Vooral verzekeringsmaatschappijen maakten graag misbruik van het BMI-quotiënt om hogere premies op te leggen voor schuldsaldo- en levensverzekeringen. Een slank mens met veel spiermassa kreeg vanzelf een hoge Body Mass Index en werd voor de verzekering iemand met obesitas. Maar het grootste probleem is dat de Body Mass Index geen enkele rekening houdt met hoe lichaamsvet over het lichaam verspreid is. Het lichaamsmodel van man én vrouw is sinds de 19de eeuw immers danig veranderd. Zo is een embonpoint niet langer een teken van welstand maar een gevaar voor diabetes type 2, een te hoge bloeddruk en hart- en vaatziekten.


De BVI kijkt niet alleen naar lengte en gewicht, maar ook naar de distributie van het gewicht en dan met name de hoeveelheid vet rond de buik, houdt rekening met de leeftijd, het geslacht en de mate waarin mensen fysiek actief zijn. daardoor is veel nauwkeuriger vast te stellen of mensen een verhoogd risico lopen op bijvoorbeeld hart- en vaatziekten of diabetes. De onderzoekers stopten de BVI in een app die aan de hand van wat foto's van het lichaam en binnen een minuut laat weten wat de uitkomst is. De app is ontwikkeld voor professioneel gebruik, dus bijvoorbeeld voor artsen en fitnesstrainers. De onderzoekers hopen dat de BVI – waar zo'n tien jaar aan gewerkt is – tegen 2020 de BMI definitief heeft vervangen.


https://itunes.apple.com/app/id1215572920


https://www.multivu.com/players/English/8093051-bvi-ameri...


Marc van Impe

Bron: MediQuality

17:37 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

07 mei 2017

1 op 3 afgestane organen is niet geschikt voor transplantatie




Iets meer dan een derde van de gedoneerde harten en longen in België wordt niet gebruikt. Het gaat over organen die artsen niet geschikt vinden voor transplantatie. Daarnaast weigeren 1 op de 10 families organen van hun geliefde af te staan na overlijden, ondanks een vooruitstrevende wetgeving, schrijft Katrien Verbeke op Apache.


Momenteel wachten 1.217 mensen op een geschikt orgaan. De grootste groep wacht op een nieuwe nier. Maar omwille van medische en/of technische redenen worden organen in België geregeld afgekeurd. "In 33% van de gevallen krijgt een hart uiteindelijk geen ontvanger. En ook 34% van de longen, 21% van de levers en 13% van de nieren, wordt niet gebruikt. Uitschieter is de pancreas, een erg gevoelig orgaan. Daarvan kunnen artsen slechts 17% gebruiken en gaat 83% verloren", zegt Luc Colenbie, transplantatiecoördinator van het universitair ziekenhuis in Gent en expert bij de FOD Volksgezondheid.


De reden daarvoor is vooral medisch van aard. Het orgaan voldoet dan niet aan de kwaliteitsvoorwaarden. Ook de urgentie is een belangrijke factor. Er is ook een maatschappelijke verklaring. De inspanningen van de overheid om het aantal verkeersslachtoffers te doen dalen, werkt. Daardoor zijn er minder jonge donoren, waardoor de gemiddelde leeftijd van een orgaandonor stijgt naar 56 jaar, veelal na een hartstilstand of hersenbloeding. Ook de organen die in de database terechtkomen, zijn dus ouder. Artsen kunnen dan wel het hart weigeren, de nieren van diezelfde persoon zijn vaak wel nog bruikbaar.


"Tegenwoordig kunnen we organen die vroeger afgekeurd zouden worden op basis van leeftijd, toch nog transplanteren", zegt Colenbie. "Dat zorgt voor een belangrijke shift. We selecteren nu op basis van de kwaliteit van het orgaan, ook al was de persoon al wat ouder. De oudste donor in 2015 was 90 jaar." De technische vooruitgang zal de verliespercentages doen zakken, maar alle organen recupereren lukt nooit.


"Momenteel gebruiken we de perfusietechniek enkel voor nieren. In de toekomst moet dat ook mogelijk zijn voor de andere organen", zegt Colenbie. Dat zal de verliespercentages volgens de expert doen zakken, maar alle organen recupereren zal volgens de expert nooit lukken.


België behoort op vlak van orgaandonatie bij de top van Europa. We bevinden ons op de tweede plaats, na een verrassende winnaar: Kroatië. Het succes van België is grotendeels te verklaren omdat we een zeer hoog aantal donoren hebben per miljoen inwoners. Dat komt door onze vooruitstrevende wetgeving, die voorschrijft dat iedereen in principe donor is, tenzij iemand expliciet laat registreren geen donor te willen zijn. Toch kan het nog beter. "We kunnen het tekort aan donors nog meer terugdringen door te sensibiliseren", weet Lauwereys. "Veel geschikte donoren komen niet in de database terecht omdat familieleden weigeren om de organen van hun geliefde af te staan." Dat gebeurt in 12% van de gevallen.Vaak omwille van religieuze overtuigingen. Ze gaan er volgens Lauwereys van uit dat het wel niet zal mogen, terwijl dat vaak niet klopt.

Marc van Impe



Bron: MediQuality

09:41 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

06 mei 2017

Een warm boek



Bent u ook zo niet van de knuffel? Lees dan het boek The chemistry of human nature van de Britse auteur Tom Husband en u weet wat u mist. Uiteraard kent u het liefdeshormoon. Oxytocine is één van de vele hormonen die ons leven sturen. Husband gebruikt dit voorbeeld om uit te leggen waarom knuffelen ons een goed gevoel geeft en waarom dat nuttig is. En vooral, waarom maken wij hormonen zoals oxytocine aan? Niet alle organismen produceren dit ‘knuffelhormoon’. Wat is het evolutionaire voordeel dat oxytocine biedt? Maar er is meer.


De Britse scheikundeleraar en blogger beschrijft in zijn boek de chemische achtergrond van verschillende menselijke drijfveren en eigenschappen zoals lust, verliefdheid en liefde, creatieve intelligentie, geweld, verslaving, statusgevoeligheid, genot en de vrije wil. Husband legt in de opeenvolgende hoofdstukken gedetailleerd, maar helder uit welke biochemische processen in ons lijf plaatsvinden. Van de mechanische receptoren in onze huid tot het beloningssysteem in onze hersenen: het komt allemaal aan bod. Met een mooie samenvatting aan het eind van elk hoofdstuk.


Maar op bepaalde momenten wordt Husband obsessioneel en wil hij koste wat kost een verband te leggen tussen de bepaalde fenomenen en de evolutionaire onontkoombaarheid daarvan. Waarom willen we naar Mars? Omdat onze zelfreplicerende basisbouwstenen ons daartoe aanzetten? Is de menselijke romantische liefde echt de beste manier om je genen te verspreiden? Volgens Husband zijn we het resultaat van een lang, toevallig, evolutionair proces dat helemaal bedóeld was om juist ons op te leveren. Hij doet me op zo'n momenten aan Richard Dawkins en zijn selfish genes denken. Fascinerend, maar daarom niet direct een wet van Meden en Perzen.


Terug naar het knuffelhormoon. Oxytocine is een versatiele actor, die een rol speelt in seks, reproductiviteit, sociaal gedrag en emotie. Het kan je geloof in de mensheid verstevigen en je tot coöperatief gedrag brengen. Het kan ook de sociale vaardigheden van autisten stimuleren. En het komt massaal vrij bij een orgasme. Het beïnvloedt de lactatie, baarmoedercontracties en de relatie van moeders met hun pasgeboren kinderen. De lijst gaat verder: drugverslaving, depressie, vrijgevigheid en empathie, leren, geheugen hebben allemaal met oxytocine te maken. Lees het boek, maar toch dit: oxytocine krijgt ook vaak een misleidend etiket.


En dat mis ik in het boek. Jennifer Bartz van de Mount Sinai School of Medicine vond dat oxytocine ook het geheugen kleurt. Wie in zijn volwassen leven moeilijk relaties aanging bleek een negatieve moederbinding te hebben, en omgekeerd. Bartz zegt dat oxytocine geen " wondermiddel" is. En Heejung Kim van de University of California, toonde aan dat oxytocine anders werkt bij Koreanen en Amerikanen. Aziaten werden er introvert van, de Amerikanen, indien mogelijk, meer extravert.

Misschien is een neusspray met oxytocine toch niet zo'n goed idee.


Marc van Impe


Meer op: PNAS http://dx.doi.org/10.1073/pnas.1012669107 The Chemistry of Human Nature, door Tom Husband. Uitgeverij: Royal Society of Chemistry, 417 pagina's, € 27,99 ISBN: 978-1-78262-134-8

Bron : MediQuality

09:49 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)