26 december 2017

Sfeerkaarsen branden in huis ongezond?


Ik reik bij deze onze huis-luchtzuiveraar dr. Christophe Depamelaere het onderwerp voor een volgende bijdrage aan. Kent u de film The Boy in the Plastic Bubble van Randal Kleiser? John Travolta speelt daarin Tod Lubitsch, een jongen die is geboren zonder immuunsysteem en daarom moet leven in een ziektevrije plastic ruimte. De film is gebaseerd op de echte levens van David Vetter en Ted DeVita die door een ziekte geen immuunsysteem aan konden maken. We schreven 1976 en lachten ons kapot.

We schrijven straks 2018 en binnenkort moet wie gezond wil leven de bubbel in. We zijn al opgehouden met roken, we durven geen diesel meer rijden, we houden de ramen gesloten tegen het fijn stof van buiten, we houden onze winden op omdat we geen methaan willen lossen, we hebben de haard gedoofd, we koken inductief, we barbecueën niet meer, we steken geen kampvuurtje meer aan, we schilderen alleen nog met waterverf, we gebruiken geen cfk-spuitbussen meer en we steken geen vuurwerk meer af.

En nu gaan we ook geen kaarsen meer aansteken. Van de milieupolitie mag het niet meer. Het bericht dateert van 2009 maar duikt nu weer op in de dagbladen: Amerikaanse onderzoekers zouden hebben ontdekt dat kaarsen, waarin meestal paraffine zit, het risico op kanker, astma en allergieën verhogen. Maar ook kaarsen van bijenwas of soja zijn dodelijk. De European Candle Association (die bestaat echt) blies de kaars van de onderzoekers uit met een eigen studie uit 2007, waaruit geen enkel risico was gebleken. Maar ze kreeg ongelijk.

Precies uit het land waar zowat de hele bevolking 's avonds onder een dekentje kruipt met een kopje thee of een glas glühwein komt het rampzaligste nieuws: bij het branden van kaarsen - of wat dan ook - komen áltijd schadelijke stoffen vrij. Uit een eerste Deense studie uit 2013 in 56 huizen in Kopenhagen bleek dat in de helft van die huizen kaarsen brandden. Die kaarsen waren verantwoordelijk voor zo'n 60 procent van de ultrafijne, schadelijke stofdeeltjes in de lucht binnenshuis. Een andere Deense studie toonde in 2014 aan dat een verhoogde concentratie fijnstof in huis door kaarsen kon leiden tot verminderd functioneren van de luchtwegen.

Die tweede studie (https://www2.mst.dk/Udgiv/publications/2017/04/978-87-935...) toonde ook aan dat dit niet alleen kan leiden tot acute ademnood maar ook hoofdpijn, kortademigheid en zelfs migraine kan uitlokken. Wie thuis kaarsen brandt is dus hoogst onverantwoordelijk meer -zo'n 10 tot 20 procent extra- blootgesteld aan roet en stikstofoxiden, wat vergelijkbaar is met 'meeroken'. Als je al niet meer in de wagen mag roken als je kinderen op de achterbank zitten dan is de conclusie logisch: alleen nog led-lichtjes op de kersttafel. Overigens kan fijnstof in de binnenlucht ook van andere bronnen komen: zoals van andere klassieke eindejaartradities als fonduen of gourmetten op hoge temperatuur. Je kan dus ziek worden van Kerst.

Wat het effect op de gezondheid op lange termijn is, is niet duidelijk. Maar er is dus wel enige aanleiding tot bezorgdheid, stelt Bert Brunekreef, hoogleraar milieu-epidemiologie aan de Universiteit Utrecht.

Ik ga ervan uit dat de hele omgeving toch al naar de verdoemenis is, dus een kaarsje zal het verschil niet maken. En de tijd dat ik de hele badrand vol waxinelichtjes zette om mijn geliefde te verromantiseren is ook al voorbij. En ik ga ook geen raam openzetten. Maar nu heb ik wel een argument meer om niet ter kerke te gaan. Ik doe het niet voor mijn gezondheid. Ik weet het al: 2018 wordt het jaar van de bubbel.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

12:43 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

CVS/ME heeft een handtekening


Onderzoekers aan het Georgetown University Medical Center hebben onderscheiden moleculaire handtekeningen gevonden in twee hersenaandoeningen, waarvan lang gedacht werd dat ze psychologisch in oorsprong waren – chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS/ME) en Golfsyndroom (GWI). Daarnaast ondersteunt het werk een eerdere waarneming door onderzoekers van het GUMC van twee varianten van Golfoorlogsyndroom. De stoornissen delen overeenkomsten, zoals pijn, vermoeidheid, cognitieve stoornissen en uitputting na inspanning.

Hun studie, die in Nature Scientific Reports gepubliceerd werd, legt de grondslag vast die nodig is om deze aandoeningen te begrijpen, ze te diagnosticeren en effectief te behandelen, zegt senioronderzoeker, Dr. James N. Baraniuk, professor geneeskunde aan de Georgetown University School of Medicine. Narayan Shivapurkar, PhD, assistent-professor oncologie aan de faculteit geneeskunde, werkte samen met Baraniuk aan het onderzoek. De veranderingen in hersenchemie – waargenomen in niveaus van miRNA, die de eiwitproductie aan of uitschakelen – werden gezien 24 uur na 25 minuten fietsen op een hometrainer. "We zien duidelijk drie verschillende patronen in de productie van deze moleculen in de hersenen in de CVS/ME-groep en de twee GWI-fenotypes," zegt Baraniuk. "Dit nieuws zal goed onthaald worden door patiënten die aan deze aandoeningen lijden en die fout gediagnosticeerd werden en in de plaats misschien behandeld werden voor depressie of andere mentale stoornissen."

Men dacht dat CVS/ME psychosomatisch was totdat een review uit 2015 van 9000 artikels over 64 jaar onderzoek wees op niet-gespecificeerde biologische oorzaken. Toch is er nog geen definitieve diagnose of behandeling beschikbaar.

Golfoorlogsyndroom ontwikkelde zich in meer dan een vierde van de 697.000 veteranen die ingezet zijn in de Perzische Golfoorlog in 1990-1991, hebben Baraniuk en zijn collega's in eerder werk gerapporteerd. Golfoorlogveteranen werden blootgesteld aan combinaties van zenuwgassen, pesticiden en andere toxische chemicaliën die de chronische pijn, cognitieve, gastro-intestinale en andere problemen in gang gezet kunnen hebben, zegt Baraniuk. Hoewel de mechanismen onbekend blijven, biedt de studie belangrijke inzichten in de hersenchemie die nu onderzocht kan worden.

Deze studie focuste zich op het hersenvocht van CVS/ME, GWI en controlepersonen die instemden met een lumbale punctie. Lumbale puncties vóór inspanning toonden miRNA-niveaus die hetzelfde waren bij alle deelnemers. Na inspanning daarentegen waren de miRNA-niveaus aanzienlijk verschillend. De CVS/ME-groep, controlegroep en twee subtypes van GWI-groepen hadden verschillende patronen van verandering. Zo hadden bijvoorbeeld CVS/ME-patiënten die zich inspanden verminderde niveaus van 12 verschillende mRNA's in vergelijking met patiënten die zich niet inspanden.

De veranderingen in miRNA in de twee GWI-subtypes sluiten aan bij andere verschillen die door inspanning veroorzaakt worden. Een subgroep ontwikkelde een sprong in de hartslag van meer dan 30 hartslagen bij rechtstaan, dat twee tot drie dagen na de inspanning duurde. Beeldvorming met magnetische resonantie (MRI) toonde kleinere hersenstammen aan in gebieden die de hartslag controleren, en activeerde hun hersenen niet bij het uitvoeren van een cognitieve taak. De andere subgroep had daarentegen geen verandering in hartslag of hersenstam, maar gebruikte bijkomende hersengebieden om een geheugentest te voltooien. De twee groepen waren net zo verschillend van elkaar als ze waren van de controlegroep.

Het vinden van twee verschillende pathofysiologische miRNA-hersenpatronen in patiënten met Golfsyndroom "voegt een andere bewijslaag toe om de neuropathologie in de twee verschillende manifestaties van Golfsyndroom te ondersteunen," zegt hij.

Baraniuk voegt eraan toe dat de miRNA-niveaus in deze aandoeningen verschillend waren dan de niveaus bij depressie, fibromyalgie en de ziekte van Alzheimer, wat er verder op wijst dat CVS/ME en GWI verschillende ziekten zijn.

Marc van Impe


Bron: MediQuality

09:18 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

25 december 2017

Gentherapie succesvol bij behandeling hemofilie B


Onderzoekers van onder andere Erasmus MC hebben patiënten met hemofilie B, een erfelijke bloedingsziekte, succesvol behandeld met gentherapie. Deze patiënten hoeven zich na de gentherapie niet meer 2 tot 3 keer per week te prikken met (kostbare) stollingsmiddelen. De onderzoekers presenteerden hun bevindingen vorige week tijdens het jaarlijkse congres van de American Society of Hematology in Atlanta en in het gezaghebbende tijdschrift Blood.

In een Europese studie geleid door prof.dr Frank Leebeek van de afdeling Hematologie van het Erasmus MC is aangetoond dat gentherapie bij patiënten met ernstige hemofilie B leidt tot verhoging van stollingsfactor IX in het bloed en dat daarmee een sterke vermindering van het aantal bloedingen kan worden bereikt. In de succesvolle studie werden 6 van de in totaal 10 patiënten behandeld in de hemofiliebehandelcentra in Nederland van het Erasmus MC, UMCG, AMC en het UMCU.

Gentherapie vindt plaats door gebruik te maken van een aangepast en niet-ziekmakend virus waarin het factor IX gen is ingebouwd. In de studie zijn twee verschillende doseringen van een AAV-5 virus-FIX gen product (vector), ontwikkeld door uniQure Biopharma (Amsterdam), toegediend via een kortdurende éénmalige infusie van 30 minuten bij 10 patiënten met hemofilie B. Het virus gaat via de bloedbaan naar de lever, brengt het factor IX gen in de levercellen, waar het factor IX vervolgens wordt aangemaakt. Bij alle patiënten was na de gentherapie factor IX meetbaar in het bloed (gemiddeld 4,8% bij de lage dosis en 7,2% bij de hoge dosis). Hierdoor traden 90% minder spontane bloedingen op. Van de negen patiënten die zichzelf tevoren regelmatig stollingsfactor toedienden, konden acht hiermee stoppen na de gentherapie. De meeste patiënten hebben in de laatste 9 maanden geen bloedingen meer gehad. Door de gentherapie is een totale kostenbesparing aan stollingsfactoren bereikt van ongeveer 2.000.000 euro per jaar. Bijwerkingen waren minimaal en bestonden uit milde en tijdelijke leverfunctietest afwijkingen. Sommige patiënten zijn inmiddels ruim twee jaar na behandeling met stabiele en doorgaande expressie van factor IX.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

19:22 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)