25 november 2016

J’accuse: "Dit land heeft een geneeskunde op twee snelheden"

Eerst dit waargebeurde verhaal. Mijn vriend was altijd wat trager dan de anderen. Bij het einde van zijn dagen ging dat niet anders. Meer dan een half jaar was hij aan het sterven. Pas daarna ging hij dood. Zijn vrouw kreeg er horens van.

Journalisten gaan op zoek naar de waarheid, maar ze houden van een goed verhaal. We houden graag uw aandacht vast. Maar we hebben daarbij wel oog voor kille cijfers en saaie feiten. Leest u verder.

Toen hij zijn praktijk sloot, geen overname, dus ook geen opvolger, besloot hij zich aan zijn hobby te wijden: de culinaire journalistiek. Een gastronoom was hij nochtans nooit geweest. Hij hield van de klassieke Belgische keuken, stoverij, gebraden kip, witte en zwarte pensen met appelmoes, ballekens in tomatensaus, een stuk widl op zijn tijd. Zijn kookkunst was evenmin legendarisch. Hij beheerste de kunst van het barbecueën zolang het om steaks en hamburgers ging, zijn grootste exploot in de keuken was entrecôte sauce poîvre vert à la crème flambée waarbij de fles cognac zowel op als naast het fornuis gebruikt werd.

Toen kreeg hij darmkanker, wat later werden uitzaaiingen vastgesteld. Hij begon opnieuw te roken. Innemen had hij altijd flink gedaan. We werden uitgenodigd op zijn galgenmaal. Zes maanden te vroeg, zo bleek. Ik bezocht hem om de week of zo. Dan kraakten we een van zijn uitstekende bordeaux of bourgognes.

Ik moet daaraan denken als ik het rapport van het kankerregister lees dat de overlevingskansen beschrijft na vijf jaar uitgezaaide kanker. Niet de cijfers schokken mij. Die zijn wat ze zijn. Maar het feit dat het Kankerregister droogweg schrijft dat hoe vroeger de tumor ontdekt en behandeld wordt, des te hoger de overlevingskans voor de patiënt is. De volgende zin is de belangrijkste in het rapport: Betere overlevingsresultaten in 10 jaar tijd voor Vlaanderen. Met een ééntje dat zegt: Deze gegevens zijn enkel beschikbaar voor Vlaanderen omwille van de langere registratiehistoriek.

Dat betekent dus dat we in ons land de facto een geneeskunde hebben die aan twee snelheden werkt. Ik vind dit niet gepermitteerd. En omdat ik me in deze tot de Franstalige gemeenschap moet richten die me nauw aan het hart ligt – de lezer weet dat- kan ik alleen maar besluiten: ik lanceer hierbij een aanklacht, j'accuse.

In de afgelopen 10 jaar zijn de overlevingskansen van kanker gestegen voor Vlaanderen. De jaarsoverleving voor alle kankers is tijdens het laatste decennium (vergelijking 1999 -2003 met 2004-2008) bij mannen gestegen van 55 naar 61% en bij vrouwen van 65 naar 68%.

Redenen hiervoor zijn de toename van vroegtijdige diagnoses die een betere overleving met zich meebrengt, screeningsprogramma's (borst-, baarmoederhals- en dikkedarmkanker), de verbetering van de diagnostische technieken, de meer effectieve behandelingen en de behandelingsstrategieën. Hoewel deze evolutie langzaam verloopt, zijn de resultaten hoopgevend. Dit zijn zeer confronterende cijfers zowel voor wie de diagnose kanker krijgen als voor de twee overheden: de Brusselse en de Waalse Regering.

De overheid kan op basis van deze cijfers haar beleid beoordelen en bijsturen. Ook een onderlinge vergelijking tussen landen en ziekenhuizen wordt mogelijk. Ik wil de vergelijking voor onze regio's nog niet maken. Die komt nog wel.

Mijn vriend had het geluk dat hij in Vlaanderen kanker kreeg. Zijn vouw heeft er achteraf mee leren leven.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

08:41 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

24 november 2016

‘Giet je wijn in de machine, dan produceert hij vrolijke gevoelens’

Ik herlees 'Het geluk' van de Franse arts de La Mettrie, een verfrissend en provocatief, literair en filosofisch meesterwerk, geschreven in een gespierde, beeldende en geestige stijl, dat deze zomer eindelijk in het Nederlands vertaald werd.

Het boekje dateert uit 1748, de Verlichting, en sloeg in als een bom, want het ging lijnrecht in tegen de heersende opvatting dat matiging en beheersing van lichamelijke behoeften zou leiden tot geestelijke verlichting en evenwicht. Onzin, vond La Mettrie, de kern van ons geluk ligt nu juist in ons lichamelijk welbevinden. Een filosofie die zich keert tegen de natuur en het lichaam ontkent, dus de ware bronnen van geluk. Gevoelens moeten niet worden onderdrukt, ze zijn juist onmisbaar voor ons welbevinden.

Julien Offray de La Mettrie (1709-1751) was een Franse (leger)arts en 'philosophe'. In 1744 kreeg hij bij het beleg van Freiburg een koortsaanval met verstrekkende filosofische gevolgen. Julien besefte in een lucide ogenblik dat het psychische fenomeen van zijn ijldromen veroorzaakt werd door het fysieke verschijnsel van zijn koortsaanval. Hij werd materialist. De geest was een uitvloeisel van het lichaam. Spinoza had gelijk, niet Descartes. En de immateriële, onsterfelijke ziel – daar kon een streep doorheen.

Hij schreef l'Histoire naturelle de l'âme, en vluchtte zoals zovelen naar Leiden. Daar publiceerde hij in 1747 L'homme machine, waarin hij onomwonden stelde dat ons geestelijk leven een functie is van de zenuwen. Giet je wijn in de machine, dan produceert hij vrolijke gevoelens.

Met vrije wil heeft dat niets te maken. Wij zijn volledig gedetermineerd door de mechanica van onze individuele machine, die we niet zelf gebouwd hebben. Dat ging te ver voor de gereformeerde Hollanders en hij verhuisde naar Pruisen waar hij in le Discours sur le bonheur (1748), Het geluk, schreef dat onze biologische machine zo is ingesteld dat hij zoekt naar genot en wegvlucht voor pijn, en het is dus zaak het genot te maximaliseren en de pijn te minimaliseren.

Dit is het klassieke standpunt van Epicurus en zijn volgelingen, waar stoïcijnen als Seneca tegenin brachten dat het beter is je hartstochten te beheersen opdat je niet heen en weer wordt geslingerd tussen pijn en genot. De door Seneca gepropageerde afwezigheid van angst en verlangens is een ‘negatief geluk' en een ontkenning van de menselijke natuur. De stoïcijnen menen dat ‘ze pas werkelijk mens zijn als ze ophouden mens te zijn'.

La Mettrie wil zijn gevoelens niet beteugelen – hij wil gewoon aangename gevoelens. We moeten woorden als ‘lust' en ‘genot' hier overigens in brede zin opvatten. ‘Plezier', ‘vreugde', ‘welbehagen', tevredenheid' komen ook in aanmerking. Het is altijd dezelfde gewaarwording, een aangename prikkeling van onze zenuwen – zegt de 
arts La Mettrie –, die uitsluitend verschilt 
in duur en intensiteit.

Gaat het om een duurzaam gevoel, dan noemen we het ‘geluk'. En de beste garantie voor geluk is aanleg voor geluk. Wie toevallig geboren is met een ‘goede organische structuur' is vrolijk bij voorspoed en niet van zijn stuk te brengen bij tegenspoed. Verstand is daarbij niet nodig, zoals bewezen wordt door gelukkige onnozelen en ongelukkige intellectuelen. Nadenken versterkt het gevoel, zowel ten goede als ten kwade. En als ons geluk al op illusies berust, dan is dat dwaalspoor welkom. ‘Wie het geluk heeft gevonden, heeft alles gevonden.'

Wat de zinnelijke genoegens betreft, adviseert de La Mettrie de natuur te geven wat haar toekomt. We moeten niet streven naar overprikkeling maar ons laten leiden door 
de natuurlijke behoeften van ons individuele temperament, en leren genieten zonder schuldgevoel. De moraal, die in wezen politiek van aard is, wordt ons door onze opvoeding diep ingeprent... om het vervolgens toch af te leggen tegen onze hartstochten.

Het gevolg is dat ‘beminnelijke mensen' geplaagd worden door schuldgevoel nadat ze zich hebben overgegeven aan ‘de meest brave vormen van lust' – terwijl er geen misdaad minder om gepleegd wordt. Wat schuld betreft: schuldgevoelens weerhouden ons niet van de misdaad, wel de vrees voor straf. Wetten en straffen zijn daarom noodzakelijk, schuldgevoelens nutteloos.

Filosofisch gezien is een misdadiger niet schuldig want hij handelt onvrij (zoals ‘de wijzer van een horloge slaaf is van het uurwerk dat hem beweegt'), maar in het publiek belang moet hij worden terechtgesteld. La Mettrie citeert Hobbes: het is eerder verstandig dan rechtvaardig misdadigers te doden. Dit ging zelfs Holbach en Diderot, die als materialisten toch veel gemeen hadden met La Mettrie te ver.

Toen de arts in 1751 na een copieuze maaltijd overleed, slechts 41 jaar oud, spotten zijn talrijke vijanden dat zijn hedonisme hem fataal was geworden. Een van deze tijd, deze Jules. Een man naar mijn hart.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

08:38 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

23 november 2016

De dood als levenskunst

De dood maak je maar een keer mee, zei Wim T. Schippers, dan ga je toch niet liggen slapen? Daaraan moest ik denken toen ik hoorde dat mijn collega doodgevallen was op zijn fiets.

Een sportjournalist, altijd in de weer, nooit gedaan. Als hij niet in jak aan de rand van het parcours een veldrit stond te volgen, leerde hij achter het stuur lijstjes uit het hoofd. We hebben het een paar keer over de dood gehad, euthanasie toen een van onze ouders zo ver was, suïcide toen een gemeenschappelijke vriendin uit het leven stapte.

Overreden worden, dat leek hem wel iets, pats boem in stukken en gedaan. De Dood -vonden we- moest je niet uit de weg gaan, die moest je in de ogen kijken. Iets intelligents zeggen dat je nabestaanden in verwarring achterliet. De beroemde laatste woorden. Maar vooral niet ongemerkt.

Het heeft anders moet zijn. De Dood nam hem langs achteren in de vorm van wat foutief een hartaderbreuk genoemd wordt. Bleek dat hij al jaren met een gigantisch aneurysma had rondgelopen. Nooit had iemand dat gezien.

Ik vond het wel stijl hebben. Ik wil in elk geval geen stervensbegeleiding aan mijn bed. Mijn geliefden mogen wel langskomen, liefst zelfs, dan kan ik ze nog eens zeggen dat ik ze -ondanks al mijn tekortkomingen- toch graag gezien heb. En mijn vrienden, om hen nog maar eens te verbazen met een laatste fantastische vertelling.

Maar geen lekenhelper, geen priester, rabbijn of imam. En laat niemand me zeggen dat alleen God bepaalt wanneer de mens mag gaan. Ik wil eigenlijk gaan als mijn grootvader. Met een laatste onbeantwoorde vraag. De zijne luidde als volgt: hoe komt het toch dat als je witte en rode wijn met elkaar mengt, je geen rosé krijgt?

De man had maagkanker. Hij had twee wereldoorlogen overleefd, een zaak opgebouwd en ging, wetende dat hem anders –in die wederopbouwjaren vijftig- een ijzeren dieet wachtte. Als vorm van zelfdoding is dit minstens origineel te noemen. De dood was voor hem een vorm van levenskunst.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

09:35 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)