26 november 2015

Zoenen ? Dat kan, maar enkel op verzoek

Het vreselijke kusseizoen komt er weer aan. Eerst mijn verjaardag: mmm, mmm en mmf. Dan Kerst: muh, muh, muh. Oudejaar en Nieuwjaar: smak, slebber, smak. En daarna de onvermijdelijke nieuwjaarsborrels die gepaard gaan met de enthousiaste overdracht van poeder, fond de teint, lipstick en spuug op wangen, hemdkraag en schouders. Ik ben daar niet voor. En ik ben niet alleen.
Het is me opgevallen dat kleine kinderen en kleuters eigenlijk een hekel hebben aan de zoenrituelen van ooms en tantes, opa's en oma's. een zoen van je mams, dat hoort zo, dan blijft je microbiotoop binnen de familie, maar die van een half aangeschoten nonkel die je één keer op een jaar ziet en die uit het verre Antwerpen komt en al zijn microben en virussen van ginds meebrengt? Vreselijk. De kleuters hebben gelijk.
Komt daarbij dat er precies in het seizoen van griep, verkoudheden en keelpijn nogal wat afgezoend wordt. Doe je het in een, twee of drie keer, het maakt niet uit. Hele infectueuze kolonies verhuizen van lichaam naar lichaam. Ik vermijd in de winter teveel naakte handen schudden, waar even voordien nog een zakdoek in gedrukt zat. Ik hou het bij schouderklopjes, het aanklinken van een glas, een hoofse knik.
Een kus resulteert onvermijdelijk in een uitwisseling van bacteriën. Maar zolang het binnen de intieme kring blijft betekent dit nog geen aanval op onze gezondheid. Integendeel, zoenen helpt zelfs bij de opbouw van ons immuunsysteem, zeker wanneer de speekselstroom van de man naar de vrouw gaat. Daaruit volgt dat hoe langer een vrouw dezelfde persoon kust, hoe groter de kans dat ze immuun is voor bijvoorbeeld het cytomegalovirus als ze zwanger raakt. Maar opgepast als je partner "vreemd" gaat. Keelontstekingen en herpes worden bijvoorbeeld gemakkelijk oraal uitgewisseld.
Ik ben dus niet het kussende type. En wat dat betreft ben ik helemaal geen uitzondering op de regel. Volgens een studie van de British Heart Foundation wisselt bijna één op vijf getrouwde koppels slechts één keer per week een kus uit. En als de lippen elkaar dan toch raken, gaat het vaak maar om een vluchtige kus. De onderzoekers waren verrast dat 18 procent van de getrouwde koppels soms een week samenleeft zonder elkaar te kussen. Bovendien duurt een kus bij 40 procent vaak maar zo'n vijf seconden. Jonge koppels tussen 18 en 24 kussen elkaar wel bijna elke dag, met een gemiddelde van 11 keer per week. Maar er zijn ook oudere koppels die elkaar nog vaak kussen. Zo'n 5 procent van de ondervraagden die ouder waren dan 45, wisselden gemiddeld 31 kussen per week uit met hun geliefde.
Een goede kus is als dansen, las ik ooit, je moet je partner goed kunnen volgen en elegant reageren op subtiele aanwijzingen. Gezien ik het bij één partner houdt ben ik dus blind voor alle andere al dan niet subtiele aanwijzingen. Ik ga zover dat ik mijn kinderen, kleinkinderen en schoondochters nog zoen. Die ene zwager die altijd als  een uithongerde hond op mijn gezicht afkomt, krijgt dit jaar een hondenkoekje.


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

10:49 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

25 november 2015

Aan welke ziekten gaat u in 2030 dood ?

Ik krijg een man van de uitvaartverzekering op bezoek. Zo gaat dat als je aan je laatste derde begint. Staat er zo een makelaar voor de deur. Het is een beminnelijk type, Limburger van nature, makelaar van roeping. Strak in het pak, de iPad in de aanslag. Enthousiast vertelt hij me wat er zowat allemaal gaat gebeuren op de dag dat ik kom te overlijden. Als een mens denkt dat hij bij leven geteisterd zijn nabestaanden te wachten staat. Ze zullen er meer dan een volle dagtaak aan hebben. Maar kijk daar heeft Héla een oplossing voor. Voor een paar tientjes per maand, zeg maar een goede maaltijd zonder al te veel aperitief en wijn in de brasserie hier aan het kanaal, ben ik van al die zorg en vooral het schuldgevoel af. Mits ik tot mijn tachtigste keurig doorbetaal. Maar wat, zeg ik, als ik een of ander sluimerend ouderdomskwaaltje onder de leden heb. De man verstijft bij de gedachte en zegt dat Héla er wel vanuit gaat dat ik goede gezondheid ben en dat ik de komende jaren stug en stoer als een oude maar gezonde eik in de storm van het leven blijf staan.
Met andere woorden ik mag me wel verzekeren maar ik moet er niet aan denken daar spoedig van te gaan profiteren. Nee, eerst 15 jaar betalen en dan krijg je ongeveer het kapitaal terug dat je aan de heer Knijp, kassier van Héla, keurig hebt overgemaakt. Héla verzekert dus het liefst wonderen van de natuur, de anderen moeten een meer-premie betalen. Wat me bij een recent artikel brengt, dat ik de jonge makelaar niet mag onthouden. Door medicatie, vaccinatie en onze toenemende kennis van gezond leven roeien we steeds meer ziekten uit. In de 22ste eeuw zijn veel ziekten verleden tijd, maar er zijn helaas ook ziekten die onze medische wetenschap ‘overleven' en ziekten die door veranderingen juist verergeren, schrijft collega Nathalie Perez in het blad Scientias.
De meeste toekomstprojecties zijn gericht op 2030 of 2040, maar soms kan men nog verder vooruit kijken. 2030 zie ik me nog halen, dus lees ik verder.  De trends van over 15 jaar kan men naar 2100 doortrekken. Wat komt daar dan uit ? Waar zullen we eind deze eeuw/begin volgende eeuw aan sterven ? Met andere woorden: wat zijn de ergste ziekten van de toekomst ? Eerst het goede nieuws: De sterfte aan hart- en vaatziekten neemt in de toekomst af, maar dit betekent niet dat mensen er niet onder lijden. De zorg voor deze ziekte en de preventie ervan verbetert, waardoor meer mensen ermee in leven blijven. Maar ze hebben dus evengoed veel last van hun ziekte, ook al gaan ze er niet aan dood. Kijk dat is een mooi vooruitzicht, extra jaren maar wel stevig afzien! Zo kom ik aan het lijstje van ‘de ergste ziekten in de toekomst', oftewel: de ziektes met de grootste ziektelast. Deze toekomstprojecties reiken tot aan 2030.
1. Qua ziektelast blijven hart- en vaatziekten een erge ziekte, ook in de toekomst.
2. Diabetes Mellitus neemt de komende twee decennia neemt met ruim 30 procent toe. Daarbij is diabetes steeds beter behandelbaar, waardoor je er minder snel aan doodgaat.  Diabetes is tegenwoordig in een stadium vóór de daadwerkelijke ziekte te signaleren, en hierdoor is de groep die aan diabetes lijdt veel groter en leven mensen met diabetes er langer mee, waardoor je dus een grote toename van de groep diabetespatiënten krijgt.
3. Ondanks dat het aantal rokers waarschijnlijk gaat dalen, kan de ziektelast van COPD de komende twintig jaar met bijna 50 procent toenemen. Hiermee neemt COPD in 2030 de derde plek in na coronaire hartziekten en diabetes mellitus.
4. Longkanker blijft ook een belangrijke ziekte in de toekomst. Maar ook andere kankers zitten in de lift. Vooral borstkanker (50 procent toename in 2030 in vergelijking met 2011), prostaatkanker (120 procent toename) en dikke-darmkanker (50 procent toename). Als je niet doodgaat doordat andere ziekten steeds beter behandeld kunnen worden, heb je gewoon meer kans om een kanker te ontwikkelen, waaraan je vervolgens doodgaat.
5. Maar als je niet aan een andere ziekte doodgaat, krijg je uiteindelijk ook dementie. Het komt erop neer dat je uiteindelijk ergens aan zult doodgaan, zelfs als je leven dusdanig wordt opgerekt tot je bijvoorbeeld 120 jaar oud bent.
6. Infectieziekten zijn veel minder gevaarlijk geworden, doordat we daar de afgelopen 100 jaar zoveel vooruitgang op geboekt hebben. Maar hier speelt bijvoorbeeld de antibioticaresistentie wel een rol. Maar welke infectieziekte en in welke mate deze problemen kan geven, is (nog) niet te voorspellen. En een goeie pandemie valt ook niet uit te sluiten.
Hoe je het ook wendt of keert: uiteindelijk moet je ergens aan doodgaan. Is het geen infectieziekte, dan is het waarschijnlijk een hartziekte, kanker of de ziekte die je zelfs bij een vitaal leven op je 120ste nog kan nekken: dementie.
Maar u bent nog jong, zeg ik tegen de makelaar, u mag veel meer onheil verwachten dan wat mij overkomen kan. Bij mij ligt het allemaal al vast. Al valt niet uit te sluiten dat ik morgen bij het oversteken van de straat hier in Vilvoorde geschept wordt door een jonge Turk in een te zware BMW. Maar daar hebben we dan weer een ongevallenverzekering voor.
Ietwat bedrukt stapt hij in de lift. Ik besluit een poosje uit het raam te kijken. Het vrachtschip De Optimist vaart voorbij, richting Charleroi. En ik bedenk: optimism is a moral duty.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

14:47 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

17 november 2015

Parijs: het drama van de romantiek

De serie aanslagen in Parijs slaan ons met verbijstering, ongeloof, verontwaardiging, woede en verdriet. Het gevaar bestaat dat we ons door onze emoties laten meeslepen. Onderstaande column geeft geen verslag van de feiten. Die zijn u bekend. Dit is een poging, een essay in de eerste betekenis van het woord, om in het reine te komen met dit trauma. Hiervoor spraken we met en luisterden we naar deskundigen binnen en buiten de moslimwereld. De conclusie is dat de frustratie die aan de basis ligt van dit drama veroorzaakt wordt door een gebrek aan intellectuele bagage, aan cultureel inzicht, aan maturiteit en een vlucht in een romantisch maar afschuwelijk wereldbeeld. Het is niet toevallig dat de daders toesloegen in de meest romantische stad van het Westen.
"Jullie hebben de opdracht gekregen om de ongelovigen te bestrijden, waar wachten jullie nog op? Er zijn wapens en auto's beschikbaar en doelwitten klaar om te worden geraakt", zegt de bebaarde IS-strijder van het Al-Hayat Media Centrum in het Arabisch. En tot ons: "Jullie zullen zelfs in angst naar de markt gaan". Vrijdagavond kwam het horrorscenario uit: een gecoördineerde aanslagengolf tijdens een groot evenement.
De moorden tonen aan dat de terroristen hun werkveld aan het verleggen zijn, namelijk vanuit specifiek gekozen "intellectuele" doelwitten – de redactie van een satirisch blad, een joodse supermarkt, een kazerne, en vanuit vervolgens iconische 'harde' doelwitten als transportmiddelen – vliegtuigen, treinen, metro's- ,  naar softe publieke doelwitten – concertzaal, restaurant, café, stadion- waar mensen willekeurig kunnen vermoord worden. De terreur kiest nu de weg van de minste weerstand in combinatie met een maximale 'opbrengst' volgens hun doelstellingen. Dit is een romantische benadering van de terreur. En dat zou wel eens een vergissing kunnen zijn. De moslim terrorist dreigt de weinige sympathie die hij bij een bepaalde groep had, te verliezen.
We kunnen alleen maar speculeren over wat de toekomst zal brengen. Vanaf nu leven we onder, wat de Fransen gemeenzaam, de "code rouge" zijn gaan noemen. 
In dat nieuwe klimaat moet er een maatschappelijk debat komen over onze bereidheid om terreur te voorkomen. En dat moet over meer gaan dan het opvoeren van politie- en legeraanwezigheid. We moeten niet alleen nadenken over welke 'intelligente' maatregelen we proactief kunnen bedenken, zonder dat privacy en transparantie een probleem vormen voor elkaar. Maar daarnaast we moeten met de moslimgemeenschap zelf de vraag stellen hoe deze de moslim identiteit zich daadwerkelijk kan integreren in het Europese wereldbeeld.
Het is en blijft een groot taboe om vast te stellen dat aan die terreur een etnische component vast zit. Onze overheid schiet hierin tekort.  Maar ook de moslimgemeenschap blijft in gebreke, zegt de Gentse imam Khalid Benhaddou, coördinator van een team islamexperts, die wil beginnen bij het onderwijs in de moskee zelf. In Vlaanderen is officieel bekend dat slechts 10 van de 50 erkende imams Nederlands spreken. In Franstalig België zijn gelijkaardige cijfers over de kennis van het Frans zelfs niet bekend.
Ook de Moslim Executieve moet erkennen dat ze geen enkele controle heeft op de inhoud en de kwaliteit van het religieus onderricht. Wat iedereen wél erkent is dat de rationaliteit in de moslimgemeenschap zoek is. De moslims die ten koste van hun eigen geluk blijven volharden in de mythe van hun eigen gelijk, verliezen het zicht op een normaal leven. De moslim moet leren ruzie maken, moet leren ervaren dat een verschil van mening niet tot geweld en doodslag moet leiden, maar dat zoiets verfrissend kan zijn. In die voortdurende frustratie zit de oorzaak van alles.  
Nee, ik wil niet de "gewone" moslims op één hoop gooien met blinde terroristen. Uiteraard zal de goegemeente opnieuw van die gewone moslims eisen dat zij zich distantiëren van hun ontspoorde geloofsgenoten. En in de nieuwsshows op TV mogen moslims nog maar eens verklaren dat dit niets met de Islam te maken heeft. Maar ze vergeten dan wel dat het sinds decennia niet gaat over Hindoes, Boeddhisten, Confucianisten, Taoïsten, Evangelisten, Wederdopers of andere Christelijke derivaten. Het debat gaat over de vraag wat er aan de hand is met een godsdienst die voortdurend dit soort geweld produceert. Dat debat moet zowel binnen die godsdienst als daarbuiten op gang komen. Anders dan in Frankrijk hebben we in ons land altijd geïnvesteerd in de relatie met de moslimgemeenschap. We mogen van die investering iets terug verwachten. Vooral omdat  in die gemeenschappen essentiële informatie beschikbaar is over wat er dreigt te ontsporen en dus wat er op terroristisch vlak te gebeuren staat.
Ik las recent een boek over het Duitsland na de Nazi's. Het was niet zo dat geweld, racisme en onderdrukking bij de ziel van de Duitsers hoorde. Alleen hadden al die "goede" Duitsers zich niet tijdig verzet tegen de steeds toenemende terreur en dwingelandij. Na de oorlog startten de bezetters een denazificatieprogramma op . Elke Duitser vanaf de middelbare school moest dit programma volgen, dat door  "goede" Duitsers werd geleid en uitgevoerd.  Zonder bewijs dat men hieraan had deelgenomen kon men geen baan krijgen bij de overheid, niet bij het onderwijs, de volksgezondheid, de spoorwegen of de post. Dat heeft, zoals de Israëlische schrijver Amos Oz zegt, geleid tot een nieuw Duits fatsoen dat in de Bondsrepubliek de norm geworden is. Uiteraard zijn er Duitsers die ook nu nog niet aan die norm beantwoorden, maar die zijn –zo blijkt uit de politieke realiteit- flink in de minderheid.
Ik wil absoluut niet dat moslims pas als loyale burgers gezien worden als ieder onderdeel van hun islamitische leefwijze tegen het licht is gehouden en geschikt is bevonden. Ik vraag alleen maar fatsoen. Zoals de Duitse attitude: uiterst correct én met een sterk gevoel van eigenwaarde.
Dit is de uitdaging waar de moslimgemeenschap voor staat. Ik wil tot slot nogmaals de Gentse imam Benhaddou citeren die zegt dat "maatschappelijke uitsluiting en discriminatie weliswaar component zijn van radicalisering, maar dat ze niet determinerend zijn … we moeten jongeren die hier geboren zijn met een rationele blik naar hun godsdienst (leren) kijken. Ze krijgen te vaak alleen de geromantiseerde geschiedenis over hun profeet, en missen de geopolitieke context van toen én van vandaag."
En verder: "Veel Syriëstrijders, die geen slachtoffer van racisme waren, zijn vertrokken uit overtuiging." Een aanslag zoals die in Parijs is in die zin romantisch. Volslagen los van de realiteit. Benhaddou duidt de oorzaak: " Een Europeaan leest gemiddeld 36 uur per jaar, een doorsneemoslim zes minuten. Een doorsnee-Amerikaan leest gemiddeld elf boeken per jaar, met twintig moslims samen komen we aan één boek per jaar." Dat is een ramp, concludeert Benhaddou. Wie niet leest weet niet wat een verlichte maatschappij is. Links moet net als rechts durven zeggen dat we in een verlichte maatschappij willen blijven wonen. We moeten het vermogen terugwinnen om te durven zeggen wie we zijn en waarom we dat zijn.
Terwijl de nauwelijks te bevatten beelden van de chaos en angst langzaam tot mij doordringen, zie ik vanuit mijn raam het speelplein onder de brug. Aan de ene kant een keurig grasveld, met mini-voetbal, fonteintjes en kunstzinnige verlichting. Aan de andere kant artistiek  willekeurig uitgestrooide brokken rood puin. Sommige kleine kinderen van Vilvoorde spelen daar Jihad. Volgende zaterdag komt hier voor mijn deur Sinterklaas aanvaren. Zullen die kindjes en hun ouders daar naast mij en mijn kleinkinderen staan?
 Ik lees in The Guardian dat vice secretaris-generaal Miqdaad Versi van de Muslim Council zich erover beklaagt dat enkele Britse politiechefs al zouden hebben aangegeven dat ze het al uiterst verdacht vinden als iemand geen kerst viert. De Vilvoordse politie gaat zeker niet controleren wie er wél dan niet aan de kade staat te wachten. Maar hebben de moslims ook een lieve oude meneer die uit Spanje komt die ze gratis cadeautjes en knick-knackjes brengt? Het is maar een vraag. En geldt voor de Sint ook een code rouge?


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

 

 

18:17 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)