17 december 2015

Euthanasie of de onmacht van de psychiatrie

In een open brief riepen vorige week dinsdag 65 Belgische professoren, psychiaters en psychologen op om euthanasie op basis van psychisch lijden in ons land niet langer toe te staan. Het idee dat een psychiatrische patiënt uitbehandeld kan zijn, aanvaarden zij niet. Ook nabestaanden van mensen die kozen voor een vrijwillig einde, vaak zonder hen enig signaal vooraf gegeven te hebben, aanvaarden dit niet. Uiteraard verwijten ze hun man, moeder, broer of zus niet. De vloek wordt uitgesproken over de arts, de zorgverstrekker die in hun ogen te kort is geschoten.


En het moet gezegd, heel wat psychische zorgverstrekkers wekken door hun dubbelzinnige houding de indruk dat ze "meer" hadden kunnen doen. Maar nog meer psy's weten dat ze de eindstreep van hun kunnen bereikt hebben. Er zijn veel goede specialisten die hun patiënten uit het diepe dal kunnen trekken. Maar evengoed zijn er veel patiënten voor wie niets meer zin heeft.


Komt daar bij dat de mantelzorgers vaak vruchteloos psychiaters en ziekenhuizen moeten afbellen en het klassieke antwoord krijgen: de instelling is volzet, dit soort patiënt neemt men niet meer op. Wachtlijsten van maanden, weigering van enige hulp, het ontzeggen van bescherming tegen zichzelf.


Euthanasie mag niet de eerste oplossing zijn voor zulke patiënten, maar dat wordt het finaal wél. Ondanks het feit dat euthanasie in de eerste plaats niet voor deze patiënten toegankelijk gemaakt werd. Daarom zou men op het eerste gezicht de 65 ondertekenaars van de open brief gelijk geven: euthanasie mag geen vanzelfsprekende optie zijn voor psychiatrische patiënten.


Ik heb daar bedenkingen bij. Om te beginnen weten we dankzij de stand van de wetenschap dat elke psychische aandoening een biologische achtergrond heeft. Wie dat ontkent, ontkent het licht van de zon. Vervolgens gaan de 65 ervan uit dat alle psychiatrische patiënten wilsonbekwaam zijn. Dat is immers het uitsluitingscriterium dat in de wet voorzien is.


Wie die stelling aanhangt is al even onwetenschappelijk en achterlijk bezig. Dat de euthanasiewet geen onderscheid maakt tussen fysiek en psychisch lijden is net waardevol, om psychiater Joris Vandenberghe (UZ Leuven) en Broeder van Liefde Raf De Rycke te citeren.


Psychische stoornissen worden hier nadrukkelijk niet gediscrimineerd, iets wat op de arbeidsmarkt, in verzekeringsmiddens of bij de publieke opinie vaak anders is. Zowel Vandenberghe als De Rycke vindt dat ondraaglijk psychisch lijden in de euthanasiewet hoort. Ze vragen wel extra zorgvuldigheidscriteria.


De meest ingewikkelde verzoeken zijn immers die van psychiatrische patiënten en dementerende ouderen die niet meer willen leven. In Nederland pleit men in dergelijke gevallen voor het inschakelen van een derde onafhankelijke psychiater die een finale beoordeling van de situatie moet maken. De vraag is welke psychiater in ons land én de ervaring, de onafhankelijkheid én de wil heeft om die verantwoordelijkheid te dragen.


Nu is het moment gekomen dat de politiek zich met de vraag gaat bemoeien. Dat gaat voor nieuwe misverstanden zorgen, want er wordt met labels gezwaaid: zowel voor de christelijke en conservatieve fractie als voor de vrijzinnig denkende fractie is de doorgeschoten liberalisering van euthanasie ‘modern en progressief' , wat totaal naast de kwestie is.


Ik hoor voortdurend dat terughoudendheid hier op zijn plaats is.  Terughoudendheid van wie? Het is duidelijk dat men hier de artsen bedoelt. Dat impliceert de veronderstelling dat er een clubje van beslissers zou bestaan die elke vraag beoordeelt en beslist wie wél en wie niet in aanmerking komt. Die veronderstelling is fout. In 99,9 procent van de gevallen wordt euthanasie in door de patiënt zelf aan zijn familie gemeld en gebeurt de laatste ingreep na familiaal overleg.


Als dat niet mogelijk is, dan komt dat omdat een of ander familielid niet ingaat op het bericht dat hij van de arts krijgt. Net zoals er ook mensen zijn die weigeren aan het sterfbed van hun ouders te komen. Dat is hun goed recht maar dat geeft hen niet het recht om over het lot van hun ouders te beslissen. Euthanasie is een elementair mensen- en patiëntenrecht, geen familierecht. Hoeveel patiënten in België euthanasie hebben gekregen voor zuiver ondraaglijk psychisch lijden, staat niet als dusdanig in de statistieken. Professor Wim Distelmans schat dat het om 50 gevallen per jaar gaat.


De 65 krijgen nu de hulp of beter de bemoeienis van een Utrechtse hoogleraar Theo Boer, die ethiek van de zorg doceert aan de Theologische Universiteit Kampen in Groningen waar dominees worden opgeleid. Voor de Nederlandse ministeries van Volksgezondheid en Justitie toetste hij euthanasiemeldingen in Nederland, maar stapte na negen jaar, uit de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie in Arnhem. Boer zegt dat hij steeds vaker moeite had met een euthanasiedossier dat collega's goedkeurden.


Mensen zijn euthanasie als een recht gaan beschouwen, zei Boer in een interview met NRC Handelsblad: "Dat komt doordat de moderne mens de aftakeling niet wil accepteren. Ze willen hun aftakeling beheersen en hun dood plannen. Alsof dat mogelijk is. Ouderdom komt nu eenmaal met gebreken." Boer vergist zich. Dus nogmaals: euthanasie is een elementair mensen- en patiëntenrecht. Volgens Boer staat professor Wim Distelmans elke objectieve beoordeling in de weg.


"De toetsing van euthanasie in België lijkt op de slager die zijn eigen vlees keurt, " aldus zijn on-Bijbelse  vergelijking. Hij bedoelt dat de voorzitter van de Federale Evaluatie- en Controlecommissie in België zich moet beperken tot de beoordeling van dossiers binnen de wet en niet tot het voeren van discussies over de wet. "Met zijn pleidooi voor een 'recht op euthanasie' en zijn afwijzing van de genoemde brief van de 65 gaat Distelmans zijn mandaat te buiten. Nog opmerkelijker is het dat de commissie waarvan Distelmans voorzitter is de dossiers waar hij de uitvoerend arts is in behandeling neemt.


Het is dezelfde Distelmans die onlangs in opspraak was vanwege een door hem verrichte euthanasie bij een psychiatrische patiënte." Boer alludeert vals op een artikel in The New Yorker waar we het hier begin van dit jaar over hadden, waarin twee kinderen van twee Belgische patiënten die euthanasie –na de diagnose ondraaglijk psychisch lijden- kregen, uitgebreid hun beklag deden over de Belgische gang van zaken. Uit onafhankelijk onderzoek achteraf bleek dat alles volgens de regels verlopen was. Distelmans kwam dus niét in opspraak. Het vingertje van de dominee kunnen we missen. Hoe de psychiatrie voor meer mensen toegankelijker kan worden: dáár zou het over moeten gaan. En Wim Distelmans mag gerust eens iemand anders aan het woord laten.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

14:50 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

16 december 2015

Een niet ongelukkige verjaardag

Nooit gedacht dat ik vijfenzestig zou worden. En zeker nooit gedacht dat ik die voor een groot stuk zou vieren in een vertrekhal van een luchthaventje op een tropisch eiland. De vlucht heeft ruim twee uur vertraging. Ik heb de voorbije week deelgenomen aan een seminar op een varend hotel. Toegegeven, er zijn ellendiger plaatsen om een lezing te geven. Ik heb er mogen kennis maken met een aantal lezers van deze rubriek: beschaafde, intelligente, sympathieke mensen met wie het goed praten, eten en drinken was.


Maar nooit gedacht kennis te mogen maken met twee sympathieke katholieke universitaire koppels, per officio, en me geen moment te moeten ergeren aan enige hoogdoenerij of valse bescheidenheid. Ik sta samen met een eminente emeritus van La Pretensioza voor een balie die beheerst wordt door een zwarte versie van wat je een ambtetantenaar zou noemen. Berusting is het enige wat ons rest. Ik word er niet ongelukkiger van.


Aan boord lees ik in The Lancet van vorige woensdag dat je helemaal niet gelukkig moet zijn om lang te leven. Richard Peto van Oxford University volgde de voorbije 10 jaar maar liefst één miljoen vrouwen op middelbare leeftijd en peilde naar hun geluksgevoelen en mat hun gezondheid op. Peto, een medisch statisticus en epidemioloog, vertrok vanuit de vastgeroeste idee dat stress en ongeluk ziekte met zich mee brengen. Ook in ons land zijn er doemdenkers die deze idee zijn toegedaan.
In het verlengde ervan lees je dan dat je positief moet leren denken, want door al je geknies en gepieker roep je alleen maar zelf de ziekte over je af. Met andere woorden: het is je eigen fout dat je ziek bent. De profeten van de maakbare maatschappij, niet zelden zelf geplaagd met meer dan middelmatige welstand, een geregeld inkomen en een lief op tijd en stond, heffen graag het vingertje: wat meer mindfulness, dat heeft de patiënt nodig, en alles wordt weer roze.


Bullshit, zegt professor Peto, dit is een vorm van dwars redeneren, ze verwarren oorzaak en gevolg. Als je ziek bent ga je je ongelukkiger voelen, en niet omgekeerd. Vrouwen die zich ongelukkiger voelden werden even oud, en waren even (on)gezond als gelukkige vrouwen. De zogeheten Million Women Study liep van 1996 tot 2001, met een follow van 5 jaar. Ze is gebaseerd op diepte-interviews, officiële statistieken, sterftecijfers en persoonlijke medische dossiers. De vrouwen werd gevraagd een dagboek bij te houden waarin ze noteerden wanneer ze zich gelukkig, gestresseerd, relax voelden en of ze de toestand onder controle hadden, daarnaast werd continu gepeild naar bloeddruk, glycemie, astma, artritis, depressie en angst. De kritiek op dergelijke studies die (deels) gebaseerd zijn op de waarnemingen van de patiënt zelf, luidt dat ze niet objectief zijn. Maar het enorme aantal deelneemsters aan dit onderzoek corrigeert die bias.


Ik stel me de vraag of de uitslag bij mannen dezelfde zou zijn. Mannen, zo heeft de ervaring me geleerd, kunnen minder goed om met pijntjes, tegenslag en ongeluk. Mannen kunnen ook moeilijker om met ongelijk. Dat blijkt uit de zure commentaar van ene professor Baruch Fischer, een psycholoog van Carnegie Mellon University, die in de NYT zegt dat geluk een kneedbaar begrip is. "Hoe kan je zoiets meten?" vraagt hij zich af. Professor Peto lacht dit weg: "Ik ben ervan overtuigd dat mijn onderzoek maar weinigen zal overtuigen, het geloof dat stress hartaanvallen veroorzaakt zal maar moeilijk uitgeroeid worden." Maar wie ongelukkig is kan wel tot de drank, risicovol gedrag en zelfs tot zelfmoord gedreven worden, waarschuwt hij. Happiness is a warm gun, schreef de filosoof John Lennon.


In Orly miezert het. In mijn hoofd zingt Brel. La vie ne fait pas de cadeau et nom de Dieu c'est triste, Orly. En dan moet het nog zondag worden. Is de trek in een Orval het teken dat ik ongelukkig wordt? Of omgekeerd? 
 
Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

09:26 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

15 december 2015

Nog slechts 1 € remgeld bij de kapper

Aan het tafeltje naast bij in de brasserie zitten twee dames op leeftijd, zoals dat deftig heet. Goud aan de vingers, een pareltje om de hals, aan de ene pols een bescheiden dure horloge, aan de andere een gevlochten armbandje. “Ik betaal nu nog één euro bij mijn docteur,” zegt de ene vrouw, “dat scheelt, wat dacht je. En bij de apotheker haal ik alleen nog generiekskes.” “Ja,” zegt de andere terwijl ze een zaadje kardemom uit haar gin vist, “een mens moet wat over hebben voor zijn gezondheid.”


Ze dragen allebei slechts één trouwring zie ik. Ze spelen dus nog niet op weduwschap. "Bij de coiffeur wordt het er ook niet goedkoper op," repliceert de eerste dame, "voor een complet vraagt die nu 150 €." "Maar daar krijg je dan wel een gratis latte," zegt de ander minzaam. "En Aisha masseert je schedel zo zalig. Een schat van een kind." De beide dames zijn het volmondig eens. Ik hoor ook nog dat de kapper een nieuwe Cayenne heeft gekocht en zijn vakantie in Turkije heeft afgezegd. Zijn vriend is er het hart van in. En Chantal haar man is op het einde. Ze heeft er de laatste jaren veel mee afgezien.


De zon breekt door en dus besluiten ze maar eens op te stappen. "Hebben jullie al een witte kassa," vraag ik de ober. Hij lacht schalks en zegt iets van na 1 januari. "Maar daar zullen ze wel weer iets op vinden." En dan zonder overgang: "Ze zouden eens een witte kassa bij de coiffeurs moeten zetten. Die mannen scheppen geld, en nooit krijg je een reçuutje." Aan hem zullen ze weinig verdienen bedenk ik als ik zijn kale bolle hoofd bekijk. "En uw madame, die verdient toch ook niets meer in 't zwart? De eerlijke mens die hard werkt en zijn brood probeert te verdienen, die stropen ze." Die boodschap moet ik de geleerde vrouw overbrengen.


Om halfzes heb ik een afspraak met mijn  oude collega l'incorruptible die nu zijn dagen doorbrengt op het ministeriële pluche en een gat van 3 miljard moet dichtrijden. Ik weet gelijk waarmee ik van wal kan steken. Eén euro remgeld bij de kapper! Opbrengst gegarandeerd. En een mooie opdracht voor de ziekenfondsen bovendien. Een kleine aanpassing in het computerprogramma en het is gepiept. Is een beurt bij Figaro niet evengoed wellness als een middag in de sportclub, de sauna of bij de mindfulness?


Ik heb er ineens weer zin in. Daarop neem ik mijn hoed en stap de wereld in.


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

14:25 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)