21 juni 2017

De patiënt wordt bedankt


Uit een onderzoek van de Jama zou blijken dat 9 artsen op 10 al eens een patiënt geweigerd heeft. Meestal gaat het om een bestaande arts-patiëntrelatie die opgezegd wordt. Maar de meeste patiënten leggen zich daar niet zo maar bij neer. In de kwaadste gevallen volgt een klacht bij de Orde of zelfs bij de burgerlijke rechtbank wegens het weigeren van zorg.


Neem de volgende casus. 's Avonds laat gaat de telefoon. Beller is een borderlinepatiënte die zowat dagelijks contact zoekt. Ze mailt, ze belt, ze komt zonder afspraak naar de consultatie en ze wordt agressief en boos als ze haar zin niet krijgt. Op een of andere manier heeft ze alle telefoonnummers en e-mailadressen waar de arts bereikbaar is in haar bezit gekregen. De patiënte is een terreur geworden. Bijna onvermijdelijk heeft de arts een aversie tegen haar ontwikkeld. De vraag is hoe hij die relatie of de afbouw ervan moet aanpakken?


Een andere casus: de arts kan er echt geen patiënt meer bijnemen. De arts besluit daarom een patiëntenstop in te voeren. Maar een aantal patiënten nemen dit niet. Zij voeren aan dat dit in strijd is met de Wet op de Patiëntenrechten. Daarom schakelen ze een advocaat in. Die dreigt met een tuchtprocedure voor de Orde want de wet zegt dat de patiënt het recht heeft zijn arts vrij te kunnen kiezen.


In beide gevallen geldt het principe dat weigeren mag. Volgens art. 28 van de Code staat het de arts vrij om de behandeling van een zieke te weigeren "om persoonlijke redenen of om beroepsredenen". De Code is niet duidelijk over wat de Orde precies verstaat onder deze redenen, maar juristen nemen aan dat het in het verleden niet betalen van een ereloon of het niet komen opdagen op een gemaakte afspraak geldige motieven zijn. Hetzelfde geldt als de patiënt u om de haverklap en op een onmogelijk uur de arts lastig valt of als een patiënt zijn arts meer als sociaal assistent dan wel als dokter beschouwt.


Er kunnen dus verschillende gewichtige redenen bestaan om de relatie op te zeggen. De patiënt gedraagt zich onbeschoft of agressief jegens de arts of anderen. De patiënt weigert aan de behandeling mee te werken. De patiënt weigert herhaaldelijk het honorarium te betalen. Maar ook als de arts de voortzetting van de behandelovereenkomst redelijkerwijs niet kan verder zetten omdat hij met pensioen gaat of zijn praktijk om (gezondheids)redenen wil afbouwen. Besluit de arts op grond van een of meer van deze voorwaarden tot beëindiging van de behandelingsovereenkomst, dan gelden daarbij bepaalde zorgvuldigheidseisen: hij moet de patiënt herhaaldelijk aandringen en waarschuwen. Er moet een redelijke termijn voor beëindiging gehanteerd worden. De follow up van de patiënt moet zijn geregeld. En tenslotte moet de arts zorgen voor een zorgvuldig dossierbeheer en een zorgvuldige overdracht.


De Wet op de Patiëntenrechten (22 augustus 2002) voorziet in een recht op vrije keuze van de arts maar evenzeer over het recht om een patiënt te weigeren. Dit werd expliciet bevestigd in de parlementaire discussie en voorbereiding van die Wet. Een behandelrelatie tussen een arts en een patiënt is een ‘behandelingsovereenkomst, wat in feite een contract betekent.


Volgens de algemene regels van het contractenrecht kan die overeenkomst opgezegd worden als de patiënt zich niet (meer) correct gedraagt . Redenen hiervoor kunnen bv. zijn dat hij de afspraken niet nakomt, niet betaalt, of de voorgeschreven behandeling niet volgt, enz. Discriminatie omwille van godsdienstige, sociale of raciale redenen is echter verboden. Ook mag de arts de patiënt niet letterlijk zonder behandeling in de kou laten staan. De continuïteit van de zorgen moet altijd gewaarborgd worden. Daarom moet de arts zijn patiënt adviseren waar hij wel nog behandeld kan worden. Een en ander wordt best schriftelijk aan de patiënt medegedeeld en uiteraard moet daarbij bevestigd worden dat het medisch dossier zal worden overgedragen.


De discussie begint echter als de patiënt het gevoel heeft dat hij zich in een noodsituatie bevindt. En dat is bij een borderline patiënt zoals hierboven geschreven al snel het geval. In principe mag een arts niet weigeren om te behandelen als het om een dringende, levensbedreigende situatie gaat. Ook tijdens de wachtdienst kunt hij niet weigeren om een patiënt te behandelen. In deze gevallen stelt hij zich zelfs bloot aan strafrechtelijke vervolging. De arts kan ook een behandeling stopzetten bij een terminale patiënt waarvan hij meent dat die meer gebaat is met palliatieve verzorging. Uiteraard gebeurt dit na overleg met collega's en het verpleegkundig team. Als de patiënt niet akkoord gaat, mag hij steeds naar een andere arts overschakelen.


Als het contract met het ziekenhuis bepaalt dat de arts elke patiënt die zich aandient moet behandelen, dan moet hij zich daar uiteraard aan houden. Zo niet begaat hij een contractuele inbreuk die tot ontslag om dringende reden, kan leiden.


[met jamanetwork.com]

Marc van Impe

 

Bron : MediQuality

19:51 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

20 juni 2017

Brusselse ziekenhuizen zijn zelfbedieningszaak



Niet alle Brusselse OCMW-raadsleden graaien. Uit onderzoek van de Brusselse gewestregering blijkt dat de meeste onder hen gratis of voor een symbolische vergoeding in de raden van bestuur zetelen. Maar sommige houden er wel een eurocent of meer aan over. Voor niets gaat de zon op, zeggen de graaiers.


En dat principe geldt dubbel en dik voor de Franstalige socialisten. Zo blijkt dat Pascale Peraïta, de in opspraak gekomen Brusselse OCMW-voorzitster, in 2016 204.665€ verdiende met haar verschillende mandaten. Als OCMW-voorzitster verdiende ze 121.37€. bij Samusocial haalde ze 17.080€ op voor 100 zogezegde vergaderingen per jaar. Daar bovenop kreeg ze nog eens 32.689€ als voorzitster van de raad van bestuur ven het Brusselse Sint-Pietersziekenhuis, waar ze als OCMW-mandataris sowieso al in zetelde en dat tot haar feitelijke takenpakket hoorde, en als ondervoorzitster van het Universitair Ziekenhuis Cenbtrum Brussel kwam daar nog eens 20.227€ bij. Als die gebouwen worden ook nog eens beheerd door de Brusselse vastgoedmaatschappij SABH waar ze als voorzitter tenslotte 12.541€ toucheerde.


Peraïta, die ook haar twee dochters bij Samusocial tewerkstelde tegen een kaderloon, kreeg ook haar internetkosten vergoed en beschikte over een luxe dienstauto met chauffeur. En niet alleen PS'ers graaien. Zo krijgt Christophe Pourtois (MR), voorzitter van het UC Brugmann, 32.365,56 euro bruto per jaar. Zijn collega Alain Nimegeers (MR) verdient er 24.274,32 euro.


De voorzitster van de ziekenhuiskoepel Iris is waarnemend burgemeester Faouzia Hariche (PS), van die 19.500 euro krijgt om te zetelen in vzw De Brusselse Keukens. Oud-burgemeester Yvan Mayeur (PS) richtte in 2015 nog een andere koepel op, het UZC van Brussel waaronder de universitaire ziekenhuizen van Brussel Stad vallen. Ook hier strijkt Pourtois (MR) UZC 32.365,56 euro op. Ook Peraïta kreeg hier het afgelopen jaar 20.227,32 euro. Ze verdienen dus tweemaal hoge vergoedingen door te zetelen in de raad van bestuur van een ziekenhuis én van de koepel die erboven staat. Hoeveel voorzitter Mayeur kreeg in 2016 is nog niet gekend.


Ook de voorzitters van Iris Zuid en Kinderziekenhuis Koningin Fabiola zijn PS-politici, respectievelijk Isi Halbethal en Mounia Mejbar, hun vergoeding is nog niet gekend. En dan is er PS'er Robert Tollet die voorzitter is van het Bordet-ziekenhuis en wiens vergoeding evenmin gekend is maar in dezelfde ordegrootte ligt.


Maar ook Laurette Onkelinx werd beter van Samusocial. Haar man, advocaat Marc Uyttendaele, was via het kantoor Uyttendaele, Gérard & Associés de raadsman van de vzw. De gewezen minister Onkelinx stelde daarnaast haar dochter, die niet eens een middelbare schooldiploma haalde, tegen een riant loon tewerk bij Samusocial.


Toen ze hierop aangesproken werd reageerde ze: "Zijn er dan geen grenzen aan het zwartmaken van kinderen omdat hun ouders een publieke functie hebben?"

Marc van Impe

Bron: MediQuality

08:44 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

19 juni 2017

Overtrokken wetenschap wordt makkelijk gepubliceerd

Leest u ook af en toe in de krant dat hét middel tegen kanker gevonden is? Dat u met een dieet van zonnebloempitten de eeuwige jeugd verwerft? Of dat vleeseters agressiever zijn? Twijfelachtig onderzoek, dat weet u, maar hoe komt het dat nogal wat totaal overtrokken wetenschappelijke studies toch de weg naar de publicatie vinden? Onderzoekers van de Stanford University vonden de bron van die vertekening in wetenschappelijk onderzoek.


Dat psychologen al eens hun eigen resultaten overdrijven zal u niet meer verbazen. Een bekend voorbeeld hiervan is de Tilburgse sociaal psycholoog Diederik Stapel. Ook voedingswetenschappers zijn wel eens in dat bedje ziek, zoals de Groningse voedingspsycholoog Brian Wansink die zich bezondigde aan zelfplagiaat en statistische uitglijders. De verleiding is groot.


Er is de roem, de faam en de welwillende medewerking van de uitgevers, ook van wetenschappelijke toptijdschriften. Want spectaculaire artikels worden eerder geciteerd door collega's en vinden makkelijker hun weg naar de populaire media. De wetenschappers van de Stanford University School of Medicine onderzocht de belangrijkste bronnen van dit iets te rooskleurig weergeven van de resultaten in 22 wetenschappelijke gebieden.


Hiervoor gebruikten ze meer dan 3.000 metastudies en 50.000 wetenschappelijke artikelen. Ze publiceren hun bevindingen recent in het vakblad PNAS. Het resultaat is onthullend. Om te beginnen dit: hoe kleiner de studie, des te meer overdreven de effecten. Maar hoedt u ook voor voorpublicaties, publicaties van wetenschappers die aan het begin van hun carrière staan en voor het werk van teams die op grote afstand van elkaar werken.


Frappant is dat juist kleine studies die gepubliceerd worden in peer-reviewed tijdschriften vaker effect aandikken. Deze wetenschappelijke vakbladen selecteren op onderzoek met statistisch significante resultaten. Om met een kleine studie toch significante resultaten te boeken, moet het gevonden effect groter zijn. En dus, zo redeneren de auteurs, is het makkelijker om kleine studies met grote effecten gepubliceerd te krijgen. Effecten die vervolgens vaak moeilijk te reproduceren zijn.


"Onderzoeken worden geëvalueerd door peer-reviewers," legde Rik Crutzen eerder uit in Nieuws en Co. "Daarbij is het heel verleidelijk om sexy resultaten, mooie en innovatieve resultaten de aandacht te geven. Dat is schadelijk, omdat het soms net zo belangrijk kan zijn als je iets niet vindt. Dit kan zelfs de sexy resultaten tegenspreken." Crutzen lanceerde recent een tijdschrift dat mislukt, weinig aansprekend of minder sexy onderzoek uit de gezondheidspsychologie gaat publiceren. En dat is nodig, blijkt nu ook weer uit de studie van de Stanford onderzoekers. Vooral in de sociale wetenschappen troffen ze veel overtrokken resultaten aan.


Danielle Fanelli, Rodrigo Costas en John Ioannidis. Meta-assessment of bias in science. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America (PNAS). 20 maart 2017.

http://www.pnas.org/content/early/2017/03/15/1618569114

Marc van Impe

Bron: MediQuality

19:21 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)