12 maart 2018

Van leven ga je dood

 
Ik lees in de zaterdagkrant dat mijn studievriend en ex-collega in Brugge is overleden. Maandag ging een andere collega heen. Woensdag viel de SMS binnen van de dochter van mijn oud-hoofdredacteur: Pa is vannacht gegaan. Dat zijn er drie op mijn pitjesbak een rij.

Toevallig mailde ik vorige dinsdag een column waarvan ik dacht dat die enig maatschappelijk belang zou hebben, rond een adressenbestand van collega's, vrienden en bekenden. De boodschap was amper vertrokken of de postmeester bracht de eerste onbestelbaarheden terug. Deze ochtend komen er nog retourtjes. Zoveel mensen die niet meer op het vertrouwde elektronische adres wonen: verhuisd, vermist, verouderd, overleden.

Ik denk aan een stukje dat ik deze week in een buitenlandse krant las. Het ging over generaties. Hoe je aan de hand van je naam ontdekt tot welke generatie je hoort. De mijne is de generatie van de Marken, de Lukken, de Jannen en de Hermannen. De babyboomsters heten Hilde, Annemie, Bea en Lutgard. De generatie die mijn generatie voortbracht draagt namen als vergeten groenten zoals schorseneren of bitterpeeën, dat zijn de Camiels, de Gastons, de Marcellen en de Euphrasies, Hortenses en Alices. Die namen hebben nu zoals sommige erfelijke ziekten de generatiesprong gemaakt en zijn sinds het begin van deze eeuw terug in zwang.

De spoeling wordt dun in mijn generatie. Op die manier zal de vergrijzing nog wel meevallen, bedenk ik. Ik lees in dezelfde krant dat er een tweede griepgolf op komst is die alleen al in het rijke en van goede gezondheidszorg voorziene Westen wel eens 33 miljoen doden zou kunnen maken. Ik google naar de bron en lees dat het aantal gevallen van griep de voorbije dagen en weken enorm is toegenomen in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. Dat is zorgwekkend, waarschuwen tal van griepexperts, en het begin van een pandemie die zijn gelijke niet zal kennen.

"Het zal bijzonder moeilijk worden om de verspreiding van de griep te stoppen zodra die begonnen is", zegt Robert Dingwall, professor aan de universiteit van Nottingham in The Sun. "Want pas vier dagen na de besmetting zal het eerste symptoom zichtbaar zijn." Tijdens die vier dagen kan de drager dus nietsvermoedend anderen aansteken, en zo kan het erg snel gaan. Tel daar de fatale hart- en herseninfarcten, en de terminale kankers bij en je gaat enigszins anders tegen de toekomst aankijken.

Dan denk ik aan mijn Luikse dokter die dertig jaar geleden de Moiren tegen elkaar uitspeelde. Klotho, de spinster, gaf hij toen nieuwe wol, waarop Lachesis het juiste lotje trok. Sindsdien wacht Atropos. "Zo lang je schrijft, is er niets aan de hand," zegt hij bij de laatste controle. De attributen van die laatste twee vormen van Moira zijn een stift en een schriftrol. "Hoe meer er om je heen sterven, des te gunstiger het perspectief, " zegt de geleerde vrouw. "Statistisch gezien ga je nog lang mee," zegt de professor.

Ik lees dat mijn overleden vriend na de journalistiek een wijnhandel begonnen was. Er valt dus altijd nog wat te ondernemen. We moeten dringend een lijstje maken voor een feest dat we deze zomer willen geven. Alsof wie uitgenodigd is minstens tot die fatidieke datum op dit ondermaanse moet blijven. Op die manier bezweren wij de toekomst.

Buiten huilt de wind rond het zesde. Van leven ga je dood. Het wordt weldra lente.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

09:01 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

09 maart 2018

Tinder in de sneeuw


Terwijl de strooidiensten honderden tonnen zout over de natuur uitstrooiden, the beast from the East bij miljarden vlokken uit de lucht viel en ik dus veilig achter het raam van mijn café van een glas Orval genoot, werd ik in mijn overpeinzingen gestoord door een man die ik me vaag herinnerde van een feestje waar hij veel te luid het centrum van de belangstelling was. “Mag ik u even storen,” begon hij, “ik wil uw advies.” Ik heb een hekel aan zo’n situaties. Uiteraard stoorde hij, maar daar zeg je nooit zomaar “ja” op want wie weet volgt er een interessant verhaal. Zoals nu.

Hij bleek een trouwe lezer te zijn en tot het slag van mensen te horen die "in het belang van de kinderen voor een co-ouderschap" gekozen had. Zonder grote conflicten en toch met een groot probleem. U kent ze wel: autochtoon, hoogopgeleid, specialist in een discipline waarbij je maar hoogst zelden met een patiënt de visu ontmoet, met voldoende eigen financiële middelen. Tot nu toe zeeeeer gelukkig geweest, de beste verstandhouding: "we werken nog altijd in dezelfde kliniek." Maar sinds zijn ex, eveneens autochtoon, hoogopgeleid, want eveneens specialist in een andere discipline waarbij je maar hoogst zelden met een patiënt een conversatie voert, met dito voldoende eigen financiële middelen, en ook gescheiden dus, een nieuwe relatie was begonnen begreep hij plots dat hij helemaal alleen was. Hij was niet eenzaam, had vrienden en vriendinnen zat, hij had –als de kinderen die week van pa naar ma waren verhuisd- regelmatig een bedgenote te logeren, dus geen gebrek aan affectie noch aandacht, maar er was een leegte in zijn bestaan die aan hem vrat.

Ik begon me af te vragen wat mijn rol in dit verhaal mocht worden. Werd ik als ervaringsdeskundige erbij gehaald? Zo bleek inderdaad. "Ik heb je ooit horen zeggen dat je het huwelijk ten zeerste kan aanraden," zei hij. Dat klopt,- dat moet ik wel-, na het scheepsrecht te hebben uitgeoefend en nu al meer dan dertig jaar wettelijk lief en leed te delen met de geleerde vrouw. "Welnu," concludeerde hij, "ik heb je gespecialiseerde hulp nodig. Ik wil een huwelijksadvertentie plaatsen."

Je ziet ze nauwelijks meer, die hokjes in de zoekertjesrubriek in de weekendkrant, onderaan rechts: symp.mn, 53, gsch. gn.sch.zkt.lve.dme,-50.hrkl.gn.blng. brieven mt. Fto. onder nummer 1965. Tegenwoordig, in deze tijden van Tinder en Parship met handmatig gecontroleerde profielen, wetenschappelijke persoonlijkheidstest en gegarandeerde anonimiteit en privacy, is een contactadvertentie en stukje literatuur geworden dat ik graag mag savoureren. De stijl doet me denken aan de columns van collega Hugo Camps: staccato, zonder enige logica maar met een duidelijk verband. Een grote nood en nog groter tekort onthullend.

Zoiets van: "Jonge rijpere man. Vooraan vijftig, nog niet midlife. Academisch opgeleid. Hard werken, hard genieten. Ars medica, amor vitae. Niet alleen mij, maar ook jou. Intelligent, houdt van een goed gesprek, humor, kunstweekend, opera maar ook biken in de Ardennen. Beetje wild graag. Warm bij de eigen haard. Onesie voor jou, onesie voor mij. Zeilen, skiën, fietsen maar met zijn twee. Mozart, Dylan, Eels en Mantovani. Coquille met bloedworst. Single malt. Leert saxofoon. Zoekt gelijkgestemde dame, jongere leeftijd geen bezwaar. Liefst eigen zelfstandigheid. Petite maar wel pittig. Eigen karakter geen bezwaar. Maar bereid tot dialoog. Schrijven naar Elite Duette code 163"

De persoonlijkheidstest is afgelopen. Het profiel hebben we handmatig gecontroleerd. Het bierkaartje is vol gepend. Hij vindt het schitterend, alleen leert hij geen saxofoon. Maar wat niet is kan nog komen. Bij het agentschap betaal je voor zo'n dienstverlening al snel een paar duizend euro . "Wat is mijn schuld," vraagt hij. "Doe mij maar eens een totale check up," zeg ik. "Maar zonder complimenten noch supplementen." Buiten houdt het op met sneeuwen. Er staat in het hele land meer dan 440 km file. Ik besluit nog maar een katholiek rondje. Hij tokkelt op zijn iPhone. Heeft net Tinder ontdekt.

"Ik heb een huwelijksadvertentie geschreven," zeg ik als de geleerde vrouw vraagt waarom ik zo laat ben. Ze kijkt op. "Voor een van je collega's." "Een idee voor als je eindelijk met pensioen gaat," zegt ze

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

08:44 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

08 maart 2018

Een impulscontrolestoornis


"Ze zitten altijd op ons kap", is een Vlaamse cafétoog uitdrukking die je wel eens hoort als je de geleerde vrouw mag chauffeuren na een etentje bij een van die onmisbare LOK’s . Het is waar, er zijn van die tijden dat iedereen, van de hoofdverpleger van de Christelijke Ziekenfondsen tot de Waalse voorzitter van de Porchisten ‘op de kap van de dokters zit’. Ik wens het niemand toe. Maar er zijn ook van die weken dat je je afvraagt of ze het niet zelf gezocht hebben.

Neem nu de voorbije week. Om niet beschuldigd te worden van politico-communautaire vooringenomenheden, beperk ik mij tot het Vlaamse landsdeel. Op de Vlaamse kabel loopt de nieuwe reeks Topdokters, een topprogramma dat tot de taalgrens te bekijken valt. Dit was zonder meer de week van de topdokters.

We beginnen in het prachtige West-Vlaanderen waar duivenmelker en tophuisarts dr. André Gyselbrecht uit Ruiselede terechtstaat voor moord op zijn schoonzoon. De verdediging van die dokter, meester naast God, zorgde voor een ongeziene stunt door op een assisenzitting een promofilmpje over de dokter te tonen dat werd gemaakt door Lien Willaert, televisiemaakster en echtgenote van filmregisseur Jan Verheyen. Ze deed dit uit sympathie voor de dochter van de huisarts, dr. E. die haar vriendin is, ‘een van de mooiste en eerlijkste mensen die ik ken'. De voorzitter liet begaan. Wie huisarts is, is in het Westen des lands nog altijd een notabele die met respect behandeld moet worden en dus een streepje voor heeft op de gewone huis-tuin-en-keukencrimineel die een moord beraamd, laat uitvoeren en dat allemaal uit liefde voor de kleinkinderen en om de schande van een echtscheiding te vermijden. Ik kort het pleidooi van de verdediging in. Dr. Gyselbrecht leed aan artikel 71, een onweerstaanbare drang. Hij moest wel een moord bestellen, zei hij.

Zo'n huis-tuin-en-keukencrimineel is seriemoordenaar Renaud Hardy. Deze simpele ziel staat terecht voor twee moorden, twee verkrachtingen en twee moordpogingen moordde, hij randde aan, brak in, filmde een en ander met semiprofessionele apparatuur en kreeg het gedaan dat op zijn assisenproces het openbaar ministerie zijn inzending voor het BDSM-filmfestival mocht vertonen in volle rechtszaal. In vaktermen heet dit een snuff movie, in Tongeren is dit een bewijsstuk. Geen eulogie dus deze maal. En daar komt weer een topdokter: "De medicatie die Hardy kreeg voor zijn parkinson, heeft van hem een seriedoder gemaakt" zei de Nederlandse topneuroloog dr. Chris van der Linden, die in het Gentse Sint-Lucas praktijk voert, televisie-ervaring opdeed in het hierboven genoemde Topdokters en de quiz De Slimste Mens.

De getuige voor de verdediging verklaarde in de rechtszaal en in alle kranten, en 's avonds in het televisiejournaal dat de moordenaar die ook nog aan Parkinson lijdt, van de ene dag op de andere in een monster veranderde, door zijn medicatie. Met bijwerkingen, die we hier niet gaan opsommen maar daarvoor verwijzen we u naar de bijsluiter. Hardy lijdt aan een impulscontrolestoornis. Een onweerstaanbare drang dus. "Deze impulsstoornis wordt bij Hardy veroorzaakt door zijn persoonlijkheid, zijn ziekte van Parkinson en de medicatie die hij daarvoor neemt", sloot topneuroloog Van der Linden af. De neuroloog bevestigt op vraag van de advocaat van Renaud dat Hardy een zeer uitzonderlijk geval is. De impulscontrolestoornis kan zich op verschillende manieren manifesteren. De ene schildert, de andere gokt, nog en ander speelt met de duiven, Hardy doodt.

Dr. Van der Linden werd de dag daarop door zijn collega neuroloog Patrick Santens, van het Gentse UZ deze maal aan de andere kant van de Fiere Stede, tegengesproken: die parkinson-medicatie maakt volgens hem geen moordenaar van mensen. "Wel zien we bijvoorbeeld dat de seksdrift groter wordt, maar het is meestal de partner die daarover begint tijdens de consultatie."

Ik was mijn stukje over porno aan het schrijven en dacht alles gehad te hebben toen ik attent gemaakt werd op een uitspraak van een andere topdokter van het UZ Gent. Androloog professor Guy T'Sjoen joeg de helft van de volwassen mannelijke bevolking met een lintmeter naar de badkamer met de verklaring dat de gemiddelde penis 14 centimeter meet en eentje van 11 centimeter normaal is. Deze topdokter, is momenteel wel te zien is in het gelijknamige topprogramma, zei in zijn nieuwste boek Onder de Gordel ook nog dat "de penis de kanarie in de koolmijn is."

Ik dacht alles gehad te hebben en bereidde me al voor op een drukke weekendconversatie tot ik tenslotte de Gentse chirurg Koen De Smet las. Die specialist is bottensmid in Jan Palfijn en de privé kliniek Anca MC in het boerendorpje Sint-Martens-Latem, en heeft zijn tienduizendste heupoperatie achter de rug. "Ik heb een mooi huis en ik sleutel aan oldtimers. Ben ik daarom rijk?" zei dr. Koen De Smet in ‘Het Nieuwsblad'. De bescheiden topchirurg houdt van oude auto's en een mooi huis.

Ik ben niet onder de indruk. Maar waarom laten sommige dokters, zeker als ze uit het Gentse komen, zo vaak de gelegenheid om te zwijgen voorbij gaan? Neem nu een loodgieter. Leest u elke week zo'n vijf quotes uit de mond van zo'n bescheiden vakman?

Marc van Impe 

Bron: MediQuality

14:31 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)