11 december 2017

Bijscholing: waar is de logica?

 

Deze week schreven we dat de doorsnee arts 17 jaar achter staat met zijn kennis van de geneeskunde. Dat bleek uit Nederlands onderzoek, en er is geen reden om aan te nemen dat dit in ons land en andere landen anders zou zijn. Alle actoren in de geneeskunde realiseren zich dat dit een wezenlijk probleem is.


Een van de manieren waarop men hieraan poogt te remediëren is het geven van bijscholing. Als arts krijgt u hiervoor accreditatiepunten. Maar dat is niet de enige reden waarom een arts naar de bijscholing gaat. De belangrijkste redenen voor (huis)artsen om te kiezen voor een bijscholing zijn het sociaal contact met collega's, het onderwerp, de afstand en het tijdstip. Artsen kiezen noodgedwongen nog altijd voor bijscholingen via traditionele lezingen maar ze scholen zich ook frequent bij via LOK of opzoekingen op internet. Uit een onderzoek van Stefanie Moermans van de KU Leuven bestemd voor de masterproef Huisartsgeneeskunde blijkt echter dat ondanks hun voorkeur voor lezingen artsen wel vragende partij zijn voor andere manieren van bijscholing zoals e-learning en ze ook vragende partij zijn voor de accreditering ervan.


De vraag is echter wie deze bijscholingen kan aanbieden? Alleen al daarom moet het initiatief van de 12 professoren die de ImmunoScience Academy opstarten toegejuicht worden. Immunologie mag dan immers wel aan bod komen tijdens de opleiding geneeskunde, artsen blijven door de snelle opkomst van nieuwe innoverende geneesmiddelen en behandelingsmethodes toch genoodzaakt om een grondige kennis op te bouwen over de basisprincipes van immunologie, en dan met name de werkingsmechanismen en gerelateerde effecten. "De nood aan kennis is groot, én de vraag ernaar is dat ook," zegt Prof. Dr. Pierre Coulie, voorzitter van de ImmunoScience Academy en hoogleraar immunologie aan het de Duve Instituut (UCL): "Dagelijks ontmoet ik collega's die meer informatie willen over de werking, de voordelen en bijwerkingen van deze nieuwe geneesmiddelen, zodat ze een optimale behandeling en opvolging voor hun patiënten kunnen garanderen."


Het initiatief krijgt de financiële en wetenschappelijke steun van Bristol-Myers Squibb België. En daar ligt het kalf gebonden. Want dit betekent dat wie deze opleiding online volgt geen accreditatiepunten kan krijgen. Onder het regime van de ministers van Volksgezondheid die het wetenschappelijk socialisme waren toegedaan werd immers de banvloek over het geheel van de farmaceutische industrie uitgesproken. Dat betekent dat een gewaardeerd emeritus die op de schnabbeltournee is wel een "praatje" mag geven aan de hand van een ouwe PowerPoint of een paar velletjes papier, maar dat actieve hoogleraren die een internationale reputatie hebben en die gesponsord worden, uitgesloten worden van het bijscholingscircuit. E-learning is meer dan een stukje voorlezen voor een pocketcamera. Het vraagt een grote investering aan professionele communicatietechnieken en IT, en die heeft een universiteit niet op overschot.


De overheid heeft al evenmin de kennis, het personeel noch de financiële middelen om een deftig systeem van e-learning met accreditatie op poten te zetten. De artsen staan positief tegenover het nieuwe systeem van bijscholing en maar verwachten dan ook accreditering. Om het systeem in de praktijk bruikbaar te maken zullen er dus heel wat aanpassingen moeten gebeuren om het beter te doen aansluiten bij de realiteit. Het absurde is dat een financiële dienstenverlener die zich focust op artsen en tussen neus en lippen fiscaal advies geeft, wel als sponsor kan optreden, maar een farmaceut dus niet. Binnenkort verplicht een nieuwe minister de artsen voor bijscholing en LOKs vergaderen in de refter van het lokale cultuurcentrum in plaats van in een normaal restaurant. Waar is de logica? Voor deze minister een werf die ligt te wachten.


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

14:40 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

10 december 2017

In sommige gevallen zet je beter een punt achter je relatie


Niets zo goed als een goed huwelijk. Maar altijd slecht is ook niet mis. Nieuw onderzoek wijst op een verband tussen burgerlijke staat en gezondheid. De onderzoekers van de Avon Longitudinal Study of Parents and Children (ALSPAC) focusten zich op veranderingen in cardiovasculaire risicofactoren bij 620 gehuwde vaders.


De studie begon in 1991 en duurde 19 jaar. De vaders vulden een gevalideerde vragenlijst in om de kwaliteit van hun huwelijksrelatie te beoordelen toen hun kind bijna 3 jaar oud was en later opnieuw toen hun kind 9 jaar oud was.


De kwaliteit van de relatie werd gedefinieerd als consistent goed; consistent slecht; verbeterd of verslechterd. De onderzoekers evalueerden vervolgens de bloeddruk, hartslag in rust, gewicht (BMI), bloedvetprofiel en glucosespiegels van de vaders tussen 2011 en 2013, toen hun kind bijna 19 jaar oud was, er vanuit gaande dat het na eventuele veranderingen in de relatiekwaliteit enige tijd zou duren voordat overeenkomstige veranderingen in cardiovasculaire risicofactoren zouden optreden.


De resultaten lieten weinig verandering zien in cardiovasculaire risicofactoren voor mannen van wie de relaties met hun echtgenoten constant goed of slecht waren. Maar er ontstond een duidelijker patroon bij diegenen van wie de relaties tijdens de bestudeerde periode waren verbeterd of verslechterd, hoewel de effecten in absolute termen klein waren.


Na rekening te hebben gehouden met mogelijk invloedrijke factoren, zoals leeftijd, opleidingsniveau, korte gestalte en gezinsinkomen, werden verbeterende relaties geassocieerd met lagere (0,25 mmol/l) niveaus van lipoproteïne met lage dichtheid (LLD) en een relatief lager gewicht (ongeveer 1 BMI-eenheid lager) in vergelijking met consistent goede relaties. En ze werden minder geassocieerd met verbeterde totale cholesterol (0,24 mmol/l lager) en verbeterde diastolische bloeddruk (2,24 mm Hg lager).


Verslechterende relaties daarentegen werden geassocieerd met een verslechtering van de diastolische bloeddruk (2,74 mm Hg hoger).


Als verklaring voor de afwezigheid van gewijzigde risicofactoren bij mannen van wie de relaties constant goed of slecht waren, veronderstellen de onderzoekers dat dit tot op zekere hoogte te wijten is aan ‘gewenning' aan de situatie of een hoogst individuele perceptie van de relatiekwaliteit.


Dit is een observationele studie, dus kunnen er geen harde conclusies getrokken worden over oorzaak en gevolg, bovendien zijn de bevindingen alleen van toepassing zijn op mannen, waarschuwen de onderzoekers.


Terzijde: "Vrouwen lijken minder te lijden onder de invloed van een slechte relatie, omdat vrouwen grotere sociale netwerken hebben en minder afhankelijk zijn van hun partner dan mannen," voegen de onderzoekers eraan toe. Hun conclusie: "Uitgaande van een causaal verband, kan huwelijksbegeleiding voor koppels met verslechterende relaties een extra fysiek voordeel bieden, maar in sommige gevallen kan je beter een punt achter je relatie zetten."


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

11:15 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Novilumab kan hiv ‘uitroken’


Franse artsen die een kankerpatiënt die ook besmet was met hiv, behandelden zien dat het middel nivolumab waarmee zij hem behandelden voor longkanker ook slapende cellen met het aidsvirus opruimen. Dit meldt het Journal of Thoracic Disease.


Het gaat om een voorlopig resultaat: bij een andere hiv-positieve kankerpatiënt bleek de behandeling weinig effect te hebben op het reservoir met besmette cellen. Toch zijn de artsen enthousiast. Voor het eerst is aangetoond dat een middel waarmee de slapende afweercellen worden geactiveerd, het reservoir van virusdeeltjes kan verminderen. Als dat reservoir helemaal is opgeruimd, zou dat genezing van de hiv-besmetting betekenen. De artsen gaan nu verder uitzoeken hoe het antikankermiddel precies inwerkt op de met hiv besmette afweercellen. Ze hopen zo te ontdekken welke patiënten zullen reageren op de behandeling en hoe ze die behandeling effectiever kunnen maken. Om dat uit te zoeken krijgen nu vijftig hiv-positieve mensen novilumab toegediend, ook om de veiligheid te onderzoeken in deze groep.
https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC5506156/

Marc van Impe


Bron: MediQuality

08:12 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)