22 november 2017

Mijn grensoverschrijdend gedrag

Ik beken. Voor u het van een ander hoort. Ook ik heb me aan grensoverschrijdend gedrag bezondigd. Het was in de tijden dat het zedelijk er nog heel wat losser aan toe ging, maar toch. Ik had dat weekend kennis gemaakt met de geleerde vrouw. U kunt kent dat wel: een heel weekend praten, knuffelen, koken, eten, drinken, administratie doen (ik zweer het), voor de haard zitten, alles nog eens opnieuw en meer en dan een finale afspraak maken. We zouden een LAT-relatie beginnen.


Het was januari 1986 en ik was een van de eerste gebruikers van een MOB2, een in de auto ingebouwde valies waarmee je dus kon bellen. Het grensoverschrijdend gedrag begint nu: ik reed de parking van persclub uit en belde mijn geliefde. Handsfree bellen bestond toen nog niet, je had echt een schelp aan je oor. Anderhalf uur spraken we elkaar. Onderbroken door tunnels en gaten in het Belgacom-netwerk. Bizarre gesprekken over het afgelopen weekend. Over wat we die dag gedaan hadden. Over wat we zouden doen. En kunnen doen. Zij dacht dat ik onderweg naar huis reed. Ik reed naar het Westen des lands.


Bij Deinze stak ik de eerste grens over. Ik kon het ruiken. Van het land der mensen kwam ik het land der zwijnen. Anderhalf uur later stond ik voor haar deur. Onaangekondigd. Met een hart vol complimenten en heel veel goesting. Duidelijk nog een grens overschreden. Ze heeft me binnen gelaten. Sindsdien hebben we een NAT-relatie.


Ik heb daar de afgelopen weken vaak moeten aan denken. Sinds #metoo uitbrak is de wereld veranderd. Ik ga voor mijn discussies liefst life op de harde versie van de sociale media: aan de toog van mijn geliefde wateringhole waar ik mijn buitenlandse kranten lees. De Letse dienster die mijn vaste plek voor mij bewaart vraagt me wat er aan de hand is.


Hoezo? Kan er geen complimentje meer af? Mag ik nog een compliment geven of is dat ook al niet meer gepermitteerd? Of heeft de nieuwe preutsheid hier ook al toegeslagen? Die opgeschoven tsjevenmoraal, dat gezeur om nieuwe duidelijke regels vast te leggen: waar heeft iedereen het over? Hoe moet dat dan met dat Vlaamse spreekwoord dat de aanhouder wint? Moet je vanaf de eerste "nee" opgeven? Hoe weet je of iemand echt nog interesse heeft of veinst? Mag je blijven flirten als de andere kant al aangaf dat er geen enkele interesse is?


Ik vrees dat we ook hier de digitale weg zullen inslaan. Ik zie een grote toekomst voor Tinder en zijn lookalikes. Het algoritme in de cloud zal bepalen wie met wie een affaire begint, niks meer "mag ik je neuken", maar een korte duidelijke boodschap met een duidelijke omschrijving van seksuele voorkeuren, getolereerde benaderingen en koppelingen en een automatisch dank-emoji achteraf. Ik heb er gekend die daar in hun jonge jaren hun voordeel mee zouden gedaan hebben.


Ik loop in de brasserie mijn notaris tegen het lijf. "Mag ik je zeggen dat ik je vrouw nog altijd een knappe verschijning vind, en dat voor haar leeftijd." Ik zeg hem haar zelf de boodschap over te brengen. Hij schrikt. Dat kan toch niet meer, in mijn positie?


Ik loop een vriendin, nee een kennis tegen het lijf. "Je ziet er belabberd uit," zeg ik. Ook niet goed! Gelukkig heb ik me de voorbije dertig nooit meer bewust aan grensoverschrijdend gedrag bezondigd.


Marc van Impe

 

Bron : MediQuality

09:10 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

21 november 2017

Brandt Brussel? Maar nee!


Ik ben voor een absolute nultolerantie. Niet alleen voor geweld maar ook voor incompetente en inconsequente politici. Ik hou van Brussel. Maar het is een waakzame liefde. Ik heb geleerd dat deze stad niet altijd te vertrouwen is.


Ik ben aangevallen aan de Botaniek. Gemolesteerd op het perron van Schuman. Bedreigd op de Kaasmarkt. Ik ben uitgescholden voor sale juif, sale flamand en vieux con. Er is één constante: waar is de politie? Waarschijnlijk druk in de weer met het uitschrijven van parkeerbonnen en dus geen tijd voor het echte ordehandhaven. Er is een tweede constante: bij elke persoonlijke agressie ging het om jonge medeburgers van het andere type met amper dons op de bovenlip en een gebrekkige grammatica en vocabulaire.


In mijn hart ben ik een tikkeltje anarchist. Noem het mijn boho-trekje. Maar zoals een groot Brussels denker het ooit kernachtig uitdrukte: trop is teveel. In Brussel heeft het centrale gezag het afgelegd tegen de anarchie. De staat heeft het verloren van de straat. En de straat is niet de Brusselse ket maar het ongeleide projectiel dat zijn dagen doorbrengt met spijbelen, hangen en blowen.


Wat begon in Molenbeek, heeft zich als een olievlek uitgebreid naar Anderlecht, het historische centrum van Brussel Stad en rukt langs de Hallepoort en de Botaniek op naar de bovenstad. Afgelopen weekeinde werd van de Beurs tot Midi alles kort en klein geslagen door zo'n 2.000 feestvierende Marokkaanse ‘supporters'. De pas opgebouwde kerstmarkt werd verwoest, winkels werden geplunderd en straatmeubilair, auto's en een stadsbus gesloopt. Meer dan twintig agenten raakten gewond. Het was sinds de boerenbetoging van 1971 geleden dat zo'n onbeheersbaar blind geweld door de stad trok.


Woensdagavond komt mijn dochter ontdaan aanbellen. Ze werkt op de eerste etage in het Muntcentrum. In de loop van de middag zag ze op haar Whatsapp hoe een nieuwe rel in opbouw was. Ze was vroeger vertrokken. De politie had niets in de gaten. Houdt iemand van die 2200 agenten van de zone Brussel Hoofdstad in de gaten wat er op het Internet gebeurt?


Wat me opvalt in het journaal is dat een verkoopster van de Standaard-boekhandel op het Muntplein zegt dat het wel meeviel. Op hetzelfde moment zie ik beelden van honderden derdegeneratiezonen die stenen gooien naar een politiecombi die zich terugtrekt en ondertussen een kookwinkel slopen.


Ik citeer de schrijver Tommy Wieringa die die dag te gast was in het nabij gelegen Passa Porta: "Ik vraag me af waarom sommige mensen rellen geen rellen willen noemen en de gebeurtenissen van zaterdagavond en woensdagmiddag ondanks hun eigen waarneming bagatelliseren. Ik probeer dat denkproces te volgen, dat zich volgens mij stapsgewijs voltrekt: als het geen rellen zijn, hoef je de aanstichters ervan geen daders te noemen, en hoef je over de volgende stap ook niet na te denken: benoemen dat die daders migrantenzonen waren." Hollandse nuchterheid, maar werkelijkheid.


De dag daarop werd in de Kamer het ceremoniële protest geacteerd: "On-aan-vaard-baar! In-ac-cep-ta-ble!" Alle partijen, de ene al wat luider dan de andere articuleerden hun verontwaardiging. Opmerkelijk hoe zuinig het mondje stond van de leden van CdH en PS. En hoe Défi en N-VA het roerend met elkaar eens waren. Ook de Kamerleden zijn nu voor nultolerantie. Hoezo? Stond die tolerantie dan tot woensdagavond wél in het veiligheidspakket ingeschreven?


Ik heb een hekel aan de manke retoriek van onze politici. En ik heb geen boodschap aan hun eis voor strenge straffen. Dat is niet hun bevoegdheid maar die van de (jeugd-) rechters. En ook daar schort een en ander. Terwijl de burgemeester naar Parijs trekt om de bloemetjes buiten te zetten en naar een rugbymatch te kijken, lunchen de magistraten in Les Larmes du Tigre, terwijl de magistraten in Lasne en Rixensart een blokje op het houtvuur gooien en van hun malt sippen. Ik lees dat er vier minderjarigen gerechtelijk zijn aangehouden, en dat er eentje die louter weerspannigheid wordt verweten. Die zal eens aan zijn oren getrokken worden, of nee, dat mag niet, dat is fysiek geweld.


In de Kamer hoor ik Minister van Justitie Koen Geens. Hij herkent in de rellen geen kanker, hooguit een griepje. "De regering moet hier niet meer van maken dan het is", zegt hij. "Een bende jongeren die amok maken." Er is niets aan de hand. De minister heeft het gezegd.


In mijn brievenbus ligt toevallig een folder van diezelfde Geens waarin hij zijn liefde voor Vlaams Brabant bezingt. De minister zit voor een tractor. Ik zie dat hij zijn Wellingtons van een beter merk verkeerd aangetrokken heeft.


Op nog geen 30 kilometer van Brussel woont de beste burgemeester ter wereld. Die titel kreeg hij officieel. Bart Somers heet hij. Mechelen is een plezier om in te wonen, zegt men. Iemand ooit gedacht om die man om advies te vragen?

Marc van Impe

Bron: MediQuality

07:47 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

20 november 2017

Overheid verzwikt haar enkel en verspilt zeker €100 miljoen aan te dure braces


In 2007 schreef het KCE en ophefmakend rapport over de prijsmarges van medische hulpmiddelen. De conclusie? "Gemiddeld genomen zijn braces hier 30 tot 40% duurder dan in het buitenland." Dat is maar één voorbeeld. Tien jaar later betaalt het RIZIV nog altijd dubbel zoveel terug dan de werkelijke kost.


Uiteraard kwam er toen reactie. De genoemde producten kregen een prijsaanpassing of werden geschrapt. Maar voor alle andere medische hulpmiddelen - die niet in het rapport vermeld stonden - bleven de prijzen vrijwel intact. Ziekenfondsen, apothekers en bandagisten vonden dat het zo goed was. Het Riziv gaf zijn zegen. Het kostte onze gezondheidszorg al minstens 100 miljoen euro.


Een van de auteurs van het KCE rapport was toenmalig KCE-hoofd dr. Dirk Ramaekers, thans professor Gezondheidszorgbeleid aan de KU Leuven. "Het is nochtans zeer duidelijk dat sommige braces te duur zijn", zegt hij. Ramaekers ziet een lucratief businessmodel achter de handel. "Als je bepaalde braces goed bekijkt, merk je dat die niet bijster veel voorstellen. Online kan je ze dan ook vaak terugvinden voor een fractie van de prijs die wij in België betalen. Je kan je dus vragen stellen over de hoge terugbetalingstarieven."


Een praktisch voorbeeld is Active Ankle. De fabrikant geeft duidelijke richtprijzen voor zijn producten: in de VS zou je niet meer dan $50 mogen betalen voor de duurste brace in het assortiment. Dat komt neer op €42. In Europese webwinkels blijken de prijzen online echter te variëren tussen 59 en 79 euro. In ons land wordt dat €183, waarvan de patiënt €9 zelf betaalt. Dat is drie keer zoveel als wat Bol.com voor hetzelfde product vraagt. Of wat te denken van een rolstoel die bij de Christelijke Mutualiteit €724 kost - integraal terugbetaald - en in Spanje bij een erkende orthopedist slechts €335.


Iedereen profiteert: de bandagisten, de (ziekenhuis)apothekers en de ziekenfondsen die een zogenaamde thuiszorgwinkel uitbaten. Zij baseren hun verkoopprijzen op geïndexeerde productlijsten uit 1992. De prijzen die men toen hanteerde, zijn vandaag soms amper aangepast. Terwijl de productiekosten drastisch zijn gedaald.


Toch oordeelt het RIZIV dat de verkopers een verouderde meerprijs mogen aanrekenen.


Het Laatste Nieuws dat de affaire vrijdag op zijn voorpagina bracht wijst ook naar bepaalde artsen. "Als zij een brace voorschrijven mét de merknaam op het briefje, dan heeft een bandagist geen keuze en moet hij het betreffende merk verkopen." Eén van de grootste spelers op de markt van braces en protheses betaalde vorig jaar €250.000 aan hotel- en conferentiekosten voor 140 Belgische artsen.


Sommigen ontvingen kregen bijna €6.000 voor 'consultancyopdrachten' of voor een lezing. Andere artsen ‘verhuren' een kantoortje naast hun praktijk en sturen al hun patiënten naar die ene bandagist. "Vervolgens betaalt de bandagist een percentage aan de dokter als tegemoetkoming voor de stroom patiënten. Ze noemen dat huur voor het kantoortje, in werkelijkheid gaat het om een deel van de winst. Zo draait de carrousel vlot rond. En iedereen profiteert mee."


Xavier Berteele, voorzitter van de beroepsvereniging van bandagisten, protesteert: "Er is geen sprake van belangenvermenging. Een tiental jaar geleden hebben wij al een eerste keer gesproken over het aanpassen van alle prijzen. Maar zoiets vergt tijd. We zijn in werkgroepen alle producten in kaart aan het brengen. Vervolgens zullen we moeten bepalen hoeveel elk product mag kosten." Iedereen weet dat het aanleggen van een verband veeeel tijd kost.


Het kabinet van minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open Vld) startte van bij zijn aantreden in 2014 een Operatie Prijstransparantie. Het plan zal wellicht pas in 2019 of 2020 in de praktijk gebracht worden. Het zal dan dertien jaar geleden zijn dat het KCE-rapport verscheen.


De markt van 'prefab'-hulpmiddelen bedraagt zo'n 30 tot 37 miljoen euro per jaar. Sinds 2007 had men dus €400 miljoen kunnen besparen. Een globale prijsverlaging van 25% was al goed geweest voor €100 miljoen.

Marc van Impe


Bron: MediQuality

08:36 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)