27 september 2017

Wetenschapsraad EU wil homeopathie weg uit de gezondheidszorg



Er gaat in Europa jaarlijks voor ruim één miljard euro aan homeopathische middelen over de toonbank. En de markt groeit jaarlijks met 6 procent. Maar daar zou snel een eind aan kunnen komen nu de EASAC, dat is de koepel van de Europese wetenschapsacademies, in een advies aan de Europese Commissie schrijft dat het maar eens afgelopen moet zijn met de homeopathie in de gezondheidszorg.


De EASAC zegt ook dat homeopathische middelen en diensten niet meer vergoed zouden moeten worden, 'tenzij uit uitgebreid onderzoek is gebleken dat zij werkzaam en veilig zijn'. Reclameclaims over eventuele werkzaamheid moeten nog meer dan nu al het geval is worden uitgebannen, en bij homeopathische producten moet altijd een bijsluiter zitten met een volledige ingrediëntenlijst. De adviezen van de EASAC zijn vrijblijvend, maar wel invloedrijk bij Europese beleidskwesties.


Opvallend is ook dat de EASAC ook met nadruk het gebruik van homeopathische middelen in de veeteelt afwijst, terwijl de Europese Commissie een richtlijn schreef die het gebruik van homeopathische middelen expliciet aanmoedigt, om zo het gebruik van antibiotica tegen te gaan. Maar hoewel de EASAC ‘het strategische belang van pogingen om antibiotica tegen te gaan' erkent, vindt het orgaan dat de landbouw niet een achterdeurtje mag worden waardoor de homeopathie alsnog legitimiteit krijgt.


De Europese artsenorganisatie CPME riep twee jaar geleden ook al op alternatieve geneeswijzen meer aan banden te leggen. Voor het moment zijn er 300 artsen-, tandartsen - en dierenartsen homeopaten effectief lid van de Unio Homeopathica Belgica. Volgens de Belgische beroepsvereniging zouden 3000 artsen al of niet op regelmatige basis homeopathische geneesmiddelen voorschrijven in België.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

18:21 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Bemoeien darmbacteriën zich met ADHD?


Onderzoekers van het Radboudumc te Nijmegen hebben een mogelijk verband gevonden tussen de (verhoogde) activiteit van bepaalde darmbacteriën en activiteit in de hersenen. Bij mensen met ADHD vonden ze een grotere hoeveelheid bacteriën die via dopamine de beloningscentra in de hersenen minder gevoelig zouden kunnen maken, een essentieel kenmerk van ADHD.


Het is de eerste keer dat deze relatie is gevonden. Meer onderzoek is nodig om de relatie te bevestigen en het oorzakelijk verband op te helderen. Variaties in het microbioom zijn bijvoorbeeld al in verband gebracht met darmziekten, reumatoïde artritis en eczeem.


Onderzoekers van het Radboudumc, Donders Instituut en NIZO hebben gekeken naar verschillen in de darmbacteriën van jongvolwassenen met en zonder ADHD. Bovendien onderzochten ze of eventuele verschillen iets te maken hebben met de manier waarop de hersenen van beide groepen functioneren. Het onderzoeksidee klinkt misschien wat vreemd, maar is zeker niet uit de lucht gegrepen. ADHD is een stoornis in de hersenontwikkeling. De stoornis hangt samen met afwijkingen in de dopamineverwerking, de beloningsmechanismen en de onderliggende neurologische ‘bedrading'. De vraag is: wat voor invloed de darmbacteriën daarop zouden kunnen hebben?


"Tegenwoordig is er veel interesse voor de zogenaamde hersen-darm-as, omdat die twee organen elkaar kunnen beïnvloeden", zegt Tom Ederveen, onderzoeker in het Radboudumc. "Via die as zou het microbioom invloed kunnen uitoefenen op de hersenen, en vice versa. Vandaar ons onderzoek, waarbij we voor het eerst heel breed naar het microbioom in de ontlasting van vele ADHD-patiënten en gezonde controles hebben gekeken."


Daarnaast kregen deelnemers een specifieke taak voorgeschoteld, die verschillen aan het licht brengt over hoe hersenen met beloning omgaan. Verschillen die met een hersenscan in beeld zijn te brengen. Esther Aarts, onderzoeker in het Donders Instituut en met Ederveen de eerste auteur van het onderzoek dat gepubliceerd is in het wetenschappelijke tijdschrift PLOS ONE: "We weten uit eerder onderzoek dat deze beloningstaak sterk afhankelijk is van de hersenstof dopamine, en dat beloningseffect kunnen we met een hersenscan zichtbaar maken.


Bovendien weten we ook, dat de beloningsgebieden bij ADHD-patiënten over het algemeen minder worden geactiveerd bij deze taak dan bij vrijwilligers zonder die diagnose." Het onderzoek, geleid door Sacha van Hijum en Alejandro Arias Vasques, laat zien dat in de darmen van vrijwilligers met ADHD méér bacteriën zitten die een stof produceren die kan worden omgezet in dopamine, dan bij gezonde vrijwilligers. Bij de mensen bij wie ook een hersenscan was gemaakt, is vervolgens gekeken of dat bacteriële verschil bij hen ook verschil in de hersenenactiviteit liet zien.
Ederveen: "Deelnemers met en zonder ADHD die meer van die bacteriën in hun darmen hebben, vertonen inderdaad minder activiteit in de beloningsgebieden van hun hersenen, een essentieel kenmerk van mensen met ADHD. We lanceren daarom het idee dat die ‘bacteriële stof' via het bloed in de hersenen terecht kan komen om daar – na omzetting in dopamine – de hersenenfunctie te beïnvloeden. Of zo'n oorzakelijk verband werkelijk bestaat, moet in nieuwe en grotere studies verder worden uitgezocht."


Publicatie in PLOS ONE - Gut microbiome in ADHD and its relation to neural reward anticipation. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/28863139

Marc van Impe

Bron: MediQuality

08:13 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

26 september 2017

CVS/ME: NICE trekt behandelingsrichtlijn in


Het Britse National Institute for Health and Care Excellence (NICE) heeft de biopsychosociale ideologie inzake CVS/ME verlaten. Afgelopen woensdag kondigde het agentschap een "volledige update" van de richtlijn voor de behandeling van deze ziekte aan.


In 2007 schreef NICE dat enkel een combinatie van cognitieve gedragstherapie (CGT) en kinesitherapie of graded exercise therapy (GET) de aangewezen behandelingsmethode was voor CVS/ME-patiënten. Die richtlijn, die ook in ons land geldt, is nu definitief verlaten.


NICE, wiens advies ook door het Riziv gevolgd wordt, zegt nu in een verklaring dat het nota nam van de vele bezwaren die belanghebbenden naar voren brachten over de bestaande begeleiding. Tegelijkertijd heeft het NICE de aanbeveling van het interne team, waaraan het de taak had gedelegeerd om de literatuur te bestuderen en een document op te stellen dat de basis moest worden van een nieuwe richtlijn, verworpen.


Na de publicatie van dit consultatiedocument in juli nodigde het NICE de belanghebbenden uit om input te leveren. Het agentschap had eerder aangegeven dat het zijn definitieve besluit in oktober bekend zou maken. De aankondiging van vorige woensdag bevestigt dat de biospsychosociale school, onder leiding van professor Simon Wessely, en de PACE-auteurs, ondanks hun enorme invloed, de controle over het verhaal zijn verloren. Ze zijn door de manipulaties van de PACE-studie en de wetenschappelijke verontwaardiging daarrond de steun van de beleidsmakers verloren.


In de NICE-verklaring werd onder meer gewezen op de bezorgdheid van belanghebbenden over de Oxford-criteria en de zogenaamde evidence based CGT/GET. "Belangrijke studies, met name PACE [Pacing, graded Activity, and Cognitive behaviour therapy; a randomised Evaluation], maar ook de Cochrane reviews over CGT en GET liggen nu onder vuur omwille van de manipulatie en het opblazen van de effectiviteit van deze interventies, " aldus de verklaring. De Association of British Neurologists and en het Royal College of Psychiatrists reageren teleurgesteld op de beslissing van het NICE.


Het ontwikkelen van een nieuwe leidraad kan nog wel even duren. Er moet immers een nieuw comité van deskundigen worden samengesteld.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

17:10 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)