23 augustus 2017

BeterDichtbij-app voor ziekenhuis, arts en patiënt groeit viraal


Vaak gebeurt het dat patiënten na een consultatie, nog vragen bedenken die ze niet gesteld hebben of dat ze bijkomende vragen hebben over de medicatie die ze verondersteld worden te nemen. In het beste geval belt de patiënt zijn arts terug, maar vaak worden die korte medische vragen voor of na een consult, of tussendoor niet gesteld.


Een Nederlandse Vereniging Samenwerkende Algemene Ziekenhuizen (SAZ) heeft daarvoor een app ontwikkeld die nu al in zeven regionale ziekenhuizen en omringende huisartsenpraktijken gebruikt loopt en nog dit jaar door negen tot tien ziekenhuizen in gebruik genomen zal zijn. Door mond- aan-mondreclame groeit de app viraal. Het doel van de app is om mensen een veilige en laagdrempelige contactmogelijkheid te bieden met het ziekenhuis in hun regio. Komend halfjaar wordt het gebruik van de in oktober 2016 gelanceerde app ook kwantitatief in kaart gebracht, om aan te tonen op welke manier de app bijdraagt aan vereenvoudiging van communicatie tussen zorgverleners en patiënten, zo vertelt Sander Bijl van BeterDichtbij. Uiteindelijk is het doel dat alle ruim dertig bij SAZ aangesloten regionale ziekenhuizen de app gaan aanbieden, ook ziekenhuizen buiten de SAZ.


Ook niet-patiënten in de regio kunnen BeterDichtbij gebruiken, voor praktische vragen aan het ziekenhuis, bijvoorbeeld over parkeren, bezoektijden en een afspraak. In één regio zijn de huisartsen ook al aangesloten. Er zijn nu al ruim 100 artsen en andere zorgverleners die patiënten via de app op de hoogte stellen van zaken zoals onderzoeksuitslagen en vragen zoals over medicatiegebruik beantwoorden. Verder zijn er bijna 1.500 patiënten die van de app gebruik maken. Belangrijker is echter dat het gebruik stijgt. De afgelopen maanden was er elke maand sprake van een groei in het aantal uitgewisselde berichten met ongeveer 10 procent. "Daarbij moet je ook meenemen dat een patiënt soms bij twee of meer zorgverleners in behandeling is. Verder zal het zo zijn dat wanneer een behandeling stopt, de app niet meer actief gebruikt wordt. Er zullen dus patiënten afvallen en weer bij komen," zegt Bijl.


Bij de recente aankondiging over nieuwe gebruiksmogelijkheden en functies van BeterDichtbij werd onder meer een bewaarfunctie genoemd, evenals de mogelijkheid om foto's te versturen. Het merendeel van de berichten is nu nog vooral tekstgebaseerd, maar het aantal berichten met foto's of andere bijlagen groeit snel. Artsen versturen echter ook zaken zoals medicatie-overzichten, links naar bijsluiters. Patiënten versturen vaker foto's. Bijvoorbeeld van eczeem, zodat een dermatoloog eenvoudig kan zien of een fysiek consult nodig is of niet. Of wanneer een patiënt niet meer zeker weet hoe het zit met het gebruik van medicatie en dan een foto stuurt van het desbetreffende doosje.


Omdat alles in een beveiligde omgeving gebeurt, kan dit ook allemaal zonder gevaar voor privacy schending. Als een behandeling stopt, maar ook gedurende de behandeling, kan alle informatie die is uitgewisseld bekeken worden. Deze bewaarfunctie heeft het voordeel dat bij een nieuwe behandeling eenvoudig teruggekeken kan worden wat eerdere vragen en antwoorden waren, of dat een foto ter vergelijking opgeroepen kan worden. Maar een patiënt kan een bericht ook nog eens rustig nalezen, zodat hij of zij niet weer naar de dokter hoeft te bellen om iets na te vragen. "Het kan vaak heel lang duren voordat iemand dan weer uitsluitsel heeft gekregen." Die besparing in tijd is ook een van de belangrijke voordelen, zo hebben gebruikers gemerkt. Er zijn minder onnodige fysieke consulten, terwijl heen-en-weer gebel evenmin nodig is. Een patiënt kan een vraag stellen en de zorgverlener kan wanneer hij of zij even tijd heeft, een antwoord versturen. Volgens Bijl hebben de zorgverleners van de vier pilootziekenhuizen dit teruggekoppeld als een groot winstpunt.


https://www.beterdichtbij.nl/

Marc van Impe



Bron: MediQuality

07:06 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

22 augustus 2017

De angst voor fipronil? Pure chemofobie


Het lijkt wel of je betaald wordt door de chemische industrie, schrijft een lezer me via mijn privé mailadres naar aanleiding van een column over de fipronileieren. Ik mag u gerust stellen, van de industrie krijg ik geen eurocent. Maar heb wel iets tegen de hysterie die deze zomer de media teistert. Niet gehinderd door enige kennis van zaken overdonderen mijn gerespecteerde collega’s hun nieuwsconsumenten met de grootste nonsens. Ik ben niet alleen.


Om te beginnen dit: ik heb decennia na elkaar dagelijks fipronil ingenomen. En ik ben er geen dag ziek van geweest. Net zoals meer dan anderhalf miljoen Belgen heb ik geruime tijd katten en af en toe een hond in huis gehad. (In 2014 hadden 1.092.000 huishoudens minstens één hond, en 1.339.000 families hielden minstens één kat).


Mijn huisdieren droegen altijd een vlooienband, en regelmatig spoot ik zo'n klein tubetje fipronil in de vacht in hun nek. Ik masseerde het spul er stevig in en waste daarna mijn handen. Maar uiteraard streelde ik mijn kater of kwam hij langs mijn benen flemen. Geen firponilalarm dat af ging. Nochtans kreeg ik toen telkens meer dan de wettelijk toegelaten dosis aangesmeerd. Nooit kreeg ik de minste klacht.


"We zijn overdreven bang, onwetend en hypocriet als het om ons eten gaat," zegt ook de Nederlandse hoogleraar en dierenarts Frans van Knapen, "Dit is pure chemofobie. Zodra we te maken krijgen met chemische stoffen komen er draconische maatregelen. Elke stof is potentieel schadelijk, het gaat om de dosis. Neem keukenzout. Als je daar een kopje mee vult en de inhoud opeet ga je dood. Toch staat keukenzout niet achter slot en grendel. Fipronil is een stof die niet in levensmiddelen voor mag komen, dus moeten de eieren worden vernietigd en verantwoordelijken gestraft. Maar word je er ziek van? Nee, niet in deze doseringen.''


Van Knapen heeft gelijk. In 1999 is er geen Belg doodgegaan aan een hap dioxinekip. Maar menig kippenkweker ging kopje onder. In 2011 was de E. colibacterie die op komkommers zat een potentiële massamoordenaar. In Duitsland gingen dertig mensen dood. De komkommerverkoop stortte in, vijf jaar later was die nog altijd niet op het oude niveau. De industriële landbouw had de bonen gevreten. Dat de bacterie uiteindelijk afkomstig bleek van biologisch (!) gekweekte taugé, verscheen ergens in een rechterbenedenhoekje op pagina 8.


En geen krant die schreef dat de E. colibacterie aanzienlijke hoeveelheden vitaminen produceert en meestal gunstig is voor het lichaam vanwege het remmende effect dat deze bacterie heeft op de groei van schadelijke bacteriesoorten. Slechts een klein deel van de E. coli stammen zijn in staat om de enterohemorragische E.coli (EHEC) te veroorzaken.


Ik citeer in deze nogmaals professor Van Knapen: "Eten is emotie geworden. Dat terwijl het binnen houden van dieren juist heeft gezorgd dat we veel ziektes – toxoplasmose bij varkens bijvoorbeeld - uit konden bannen. Het gaat er in megastallen hygiënischer aan toe dan in een academisch ziekenhuis. Je moet intekenen, douchen, beschermende kleding aan. Als ik mijn buitenlandse studenten dat laat vergelijken met een academisch ziekenhuis, schrikken ze zich rot.


En dat er bijvoorbeeld veel antibiotica gebruikt zou worden, is inmiddels een fabel. De reductie die plaatsvond is gigantisch, er zijn hele scherpe regels. Denk je dat een kip naar buiten wil? Welnee! Als je het hok open zet, gaan alleen een paar dommeriken naar buiten. Die kippen willen iets boven hun hoofd, anders kunnen ze zo gepakt worden door een havik.


Zonder beschutting ontstaat er stress, de paniek is gigantisch als er daadwerkelijk één gegrepen wordt. Kippen zo in de buitenlucht, dat heeft niks met dierenliefde te maken. Het romantische beeld uit de jaren vijftig van een boerderij met varkens in de modder zou verboden moeten worden. Wel eens een varken vol brandblaren gezien? Dát gebeurt er als ze buiten in de zon staan. Ze rollen in de modder om zich te beschermen.


Als varkens al buiten zijn, dan horen ze in het bos om te wroeten. Op de boerderij kregen ze ook nog eens alleen maar afval te eten: oude schillen, beschimmeld brood. Middeleeuwse toestanden, dáárvan werden ze ziek. Het publiek ziet niet wat er nu in de stallen gebeurt, kan zich daar door de grote aantallen en de complexiteit geen voorstelling van maken.''


"Ik kan niet anders zeggen, onze relatie met eten is volkomen hypocriet. Dat een ei nu hetzelfde kost als in de jaren zestig, daar hoor je niemand over.'' Van Knapen wil maar zeggen: en wij maken ons druk over een beetje fipronil. Zoals hij besluit: ,,Het is van god los.''


Tenslotte nog dit: Van Knapen heeft geen ambitie om rector te worden. Hij blijft als professor met zijn voeten op de grond. Aan de KU Leuven daarentegen voelen professoren zich blijkbaar steeds vaker geroepen om veel medialawijt te maken, of ze nou viroloog, psychiater of toxicoloog zijn.

Marc van Impe


Bron: MediQuality

07:57 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

21 augustus 2017

Euthanasie en de zelfgekozen dood: waarom zwijgt de Orde?


Ik stel me zo voor dat er over een jaar of tien –want zolang zal het wel duren nu de bestaande wet eerst moet geëvalueerd worden- er elke eerste dinsdag van de maand een gediplomeerde stervenshulpverlener van overheidswege in de seniorie de doodswens komt toetsen. Hoe alwetend moet zo'n functionaris zijn om zo'n verstrekkend oordeel te kunnen vellen? Het is maar een van de zovele vragen waarmee ik zit.


Ik ga me niet mengen in het debat of 'dood willen' al dan niet een vast voornemen is, en of iemand van idee kan veranderen als zijn levensomstandigheden verbeteren. En ik weet ook, -al is dat een bijzonder cynische gedachte- dat de dood niet alleen voor de betrokkene maar ook voor andere partijen een interessante uitkomst betekenen kan: de dood is immers veruit de snelste en goedkoopste oplossing is voor de vergrijzing en groeiende zorgkosten.


Voor private zorgverzekeraars die nu al niet uit hun premies komen en een beroep moeten doen op de tussenkomst van de Nationale Bank, misschien een interessante denkpiste. Zelfmoord wordt niet vergoed, het zelfgekozen levenseinde zit in het verzekeringspakket. In plaats van een gratis lidmaatschap van een sportclub of een tandvulling, biedt uw ziekenfonds u een elegante exit. Ik vind hier een gelijkgestemde ziel bij dr. Damiaan Denys, filosoof en psychiater en als hoogleraar werkzaam aan de Universiteit van Amsterdam én voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. Hij noemde het plan voor een zelfgekozen levenseinde een 'uitvloeisel van onze individualistische, pragmatische, op productiviteit gerichte samenleving'.


Wat ik mis in het debat over het zelfgekozen levenseinde is een standpunt van de Orde van Artsen. Maar misschien moet ik geduld hebben en wachten tot het najaar als de politiek weer aan het werk gaat. In Nederland is er wel een duidelijk standpunt van de artsenfederatie KNMG. Deze vereniging van professionals verzet zich tegen het wettelijk recht op hulp bij zelfdoding voor mensen die niet uitzichtloos ziek zijn en hun leven voltooid achten.


De KNMG ging daarbij zorgvuldig tewerk en ze raadpleegde haar leden, niet zoals onze Orde die ex-cathedra, na een conclaaf, uitspraken doet. Niet doen, zeggen de Nederlandse artsen. De huidige euthanasiewet biedt genoeg ruimte, ook bij 'stapeling van ouderdomsklachten'. De artsen gaan niet over één nacht ijs. De organisaties van psychiaters, verpleeghuisartsen, psychologen en verpleegkundigen keerden zich eerder al tegen verruiming van de wet. Toevallig wel mensen die, anders dan de meeste politici en columnisten, dagelijks met oude, demente of depressieve mensen te maken hebben en die dus weten waarover ze praten en hoe precair dit onderwerp is.


Daarom zou het nuttig zijn als de Orde nu eens eindelijk denkwerk maakte van deze vraagstelling. Het is eens wat anders dan het fijn slijpen van de statuten van een artsenvennootschap. Anders gaat het er toch maar op lijken dat dit eerbiedwaardige instituut meer begaan is met de Mammon dan met ethiek.


Ik ben absoluut voor het recht op zelfbeschikking. En op is op. Maar ik stel me ook de vraag hoeveel mensen met een doodswens er zouden overblijven als we beter voor hen zouden zorgen, als we hun leven veraangenamen en hen een minimum aan bestaanszekerheid en comfort zouden garanderen? Als we ook hier eens komaf zouden maken met dat betuttelende twintigste-eeuwse denken? En waarom moet ik nu denken aan dat prachtige gedicht Pieter Nicolaas van Eyck (1887-1954), uit 1926 over de tuinman en de dood?


Marc van Impe

Bron: MediQuality

18:54 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)