28 augustus 2017

Beloon therapietrouw financieel



Kan financiële beloning de therapietrouw vergroten bij alle patiënten die een depotpreparaat van een antipsychoticum krijgen voorgeschreven, en houdt dit effect aan na het stoppen van de beloning? Psychiater Harm Gijsman denkt van wel.


Zou een financiële beloning de therapietrouw bij patiënten met een psychotische stoornis vergroten? Deze patiënten vinden het vaak lastig om de dagelijkse medicatie in te nemen. Een eerdere studie waarbij de patiënten meteen geld kregen na inname van de medicijnen liet goed resultaat zien.


De belangrijkste resultaten van het onderzoek: Na 12 maanden was de medication possession ratio (MPR) 94,3% in de interventiegroep en 80,3% in de controlegroep, een gecorrigeerd verschil van 15% (95%-BI: 9-21). Tijdens de follow-up nam dit verschil af naar 6,5% (95%-BI: 2-11).


De interventie- en controlegroep vertoonden na 12 maanden geen verschil wat betreft psychotische symptomen, bijwerkingen, kwaliteit van leven, heropnames, en problematisch gebruik van alcohol of drugs.


Over de consequenties voor de praktijk meldt Gijsman: deze publicatie komt in een tijd waarin de noodzaak van anti psychotische onderhoudsmedicatie minder absoluut wordt gezien en waarin de autonomie van de patiënt hoog in het vaandel is komen te staan.


Deze interventie zet echter juist druk op het nemen van medicatie en mogelijk ook op de autonomie van deze vaak armlastige patiënten. Het effect op het depotgebruik is beperkt en dit houdt ook maar matig stand. Toch kan een langer durende interventie zeker toegevoegde waarde hebben voor patiënten met een lage therapietrouw die vooral extrinsieke motivatie kennen.


Het zou wel een idee zijn om ook de hulpverleners te belonen, want voor hen is deze aanpak weinig uitdagend! Leest de minister mee?


Bron: https://www.vereniginginnovatievegeneesmiddelen.nl/nieuws...

Marc van Impe

Bron: MediQuality

13:31 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

27 augustus 2017

Pak nieuwe huisartsenarme gemeenten


Wie zich na zijn studies vestigt in een "prioritaire zone' kan een premie krijgen voor "een eerste installatie". Dat geldt ook voor wie verhuist van een prioritaire zone naar een andere prioritaire zone als de premie voordien nog niet was aangevraagd.


Zowel loontrekkende (bijvoorbeeld in een wijkgezondheidscentrum) als zelfstandige huisartsen kunnen de premie aanvragen. Volgens het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid dreigt in 43 nieuwe gemeenten een tekort aan huisartsen. Die bevinden zich dus in een prioritaire zone.


Wie zich tussen 1 juni 2017 tot en met 31 december 2018 vestigt in Affligem, Anzegem, Beerse, Begijnendijk, Bertem, Bierbeek, Boechout, Deinze, Destelbergen, Edegem, Genk, Grobbendonk, Haacht, Haaltert, Hamont-Achel, Hechtel-Eksel, Herent, Herenthout, Herne, Herselt, Houthulst, Hove, Huldenberg, Kalmthout, Kasterlee, Laakdal, Lier, Lierde, Londerzeel, Melle, Mesen, Mortsel, Peer, Poperinge, Roosdaal, Rotselaar, Rumst, Sint-Gillis-Waas, Sint-Katelijne-Waver, Tervuren, Tielt, Vleteren en Waarschoot, komt in aanmerking voor een vestigingspremie van 20.000€.


In vijftien gemeenten is het huisartsentekort opgelost. Het gaat om Berlaar, Bree, Ham, Houthalen-Helchteren, Kruishoutem, Lommel, Mol, Oudenaarde, Sint-Amands, Sint-Denijs-Westrem, Tienen, Wingene, Wommelgem, Zulte en Zwevegem. Wie zich daar vestigt NA 31 december 2017 heeft geen recht meer op die premie van 20.000 euro. Op de vorige lijst, die nog geldig is tot eind dit jaar, staan 185 gemeenten, het jaar daarvoor waren dat er 180. Vorig jaar kregen 159 artsen zo'n premie, in 2015 waren dat er 99.


Woordvoerder Joris Moonens van het Agentschap Zorg en Gezondheid zegt dat het aantal 'huisartsenarme' gemeenten in Vlaanderen inderdaad stijgt. Huisartsenarme regio's zijn gemeentes of zones met minder dan 90 huisartsen per 100.000 inwoners. In dunbevolkte gebieden van minder dan 125 inwoners per km² ligt de grens op minder dan 120 huisartsen per 100.000 inwoners. In de lijst die deze week bekend werd gemaakt staan 204 prioritaire zones. Het kan dan kan gaan om gemeenten, deelgemeenten, of bepaalde wijken in grote steden waar onvoldoende huisartsen zijn.


De stijging is volgens Moonens vooral een gevolg van de vergrijzing. 'De uitstroom van oudere huisartsen wordt moeilijk opgevangen door jongere artsen. Te weinig artsen in opleiding kiezen ervoor om huisarts te worden'. Verder is er volgens Moonens waarschijnlijk ook een effect van de opkomst van groepspraktijken.


Bron : https://www.zorg-en-gezondheid.be/een-lening-enof-een-pre...

Marc van Impe

Bron: MediQuality

07:55 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

26 augustus 2017

Orgaanhandel legaliseren?


Ik verslik me in mijn Orval als ik in De Volkskrant de vraag lees: ‘Waarom zou iemand die arm is zijn nier niet mogen verkopen?’ De vraag wordt gesteld door Frederike Ambagtsheer (34, criminoloog en internationaal jurist): “Wie een nieuwe nier wil, kan er volgende week een hebben, het verbod op de illegale orgaanhandel werkt niet, dus misschien moeten we beloningen gaan toestaan voor nierdonoren.”


Dr. Frederike Ambagtsheer is sinds 2009 als wetenschappelijk onderzoeker werkzaam op de afdeling Inwendige Geneeskunde, Sector Transplantatie en Nefrologie van het Erasmus MC. In 2012 kreeg zij een Europese subsidie om een internationaal onderzoek naar orgaanhandel te coördineren.


Met haar team onderzocht zij vijf jaar lang illegale orgaanhandel in negen landen: Nederland, Zuid-Afrika, Kosovo, Israël, Macedonië, Griekenland, het Verenigd Koninkrijk. Zweden en de VS. In juni 2017 promoveerde zij cum laude op haar proefschrift Orgaanhandel (https://repub.eur.nl/pub/99988) .


Het leidde tot een nieuw inzicht: 'Ik was tegen legaliseren. Maar naarmate ik langer onderzoek deed, realiseerde ik me: verbieden werkt niet. Er zijn amper veroordelingen', zegt ze, ‘onderzoekers konden er maar elf vinden. ' De onderzoekster stelde vast dat de criminele netwerken die dit organiseren, bovendien goed georganiseerd zijn en geraffineerd te werk gaan. Het verbod op orgaanhandel werkt dus niet. Wereldwijd worden nieren illegaal verkocht, wat leidt tot commerciële marktwerking en een gebrek aan screening en nazorg voor patiënten en donoren.


Orgaanhandel is in door de WHO sinds 1987 verboden vanuit de gedachte dat het leidt tot mensenhandel en uitbuiting. Het treft de armste en dus kwetsbaarste groepen. Maar landen waar illegale orgaantransplantaties - vaak nieren - plaatsvinden, zijn onder meer China, Pakistan, India, Iran, Israël, Rusland, Colombia, Irak en Zuid-Afrika.


Iran is het enige land waar de praktijk legaal is. De patiënten komen bijvoorbeeld uit Taiwan, Zuid-Korea, Israël, Zweden, Macedonië/Kosovo maar ook uit Nederland. Zij kopen een nier, omdat ze vrezen die in eigen land niet tijdig te kunnen krijgen. Ze wijzen op de lange wachttijd en de complicaties van nierdialyse.


Belgische cijfers zijn (uiteraard) niet bekend. Een ingreep kost in het buitenland tussen de € 6.000 en € 45.000. Hierbij zijn inbegrepen: verblijf, het orgaan, operatie, medicatie en eten en drinken. Degene die profiteren van de illegale winsten, zijn de artsen, handelaren of organisatoren.


Grootste probleem is de nazorg: hoe dramatisch slecht die is geven de cijfers uit Kosovo aan. Van de 22 geïnterviewde patiënten keerden er 10 naar hun land terug met complicaties, waaronder infecties en afstoting van de ontvangen nier.


Uit de literatuur blijkt dat de illegale transplantatiemarkt vrij open is, en meestal werkt via Engelstalige websites. Patiënten en donoren krijgen via een klassieke reisagent vliegtickets naar Kosovo en worden vanaf de luchthaven naar de Medicus­kliniek in Pristina gebracht.


'Ze kregen instructies: zeg dat je komt voor een hartziekte. Ook moesten ze een document ondertekenen - in een voor hun onleesbare taal - waarin stond dat patiënt en donor aan elkaar gerelateerd waren en dat het om een altruïstische nierdonatie ging. Daarna gingen ze onder het mes.'


In Zuid-Afrika, Kosovo en Israël hebben politie en justitie georganiseerde netwerken blootgelegd die stelselmatig en heel geraffineerd te werk gingen om de schijn van legaliteit te wekken. Elders, bijvoorbeeld in Egypte, gaat het via een soort kidneybazars.


‘Dat is niet ondergronds, mensen leven daar op straat. Ze laten hun littekens zien of wijzen andere donoren aan: zij hebben het ook gedaan. Handelaren brengen donoren en patiënten met elkaar in contact. Zij ondergaan de transplantatie in een ziekenhuis of kliniek. Iemand vertelde me over een patiënt die niet getransplanteerd kon worden omdat de arts zei: sorry, maar de patiënt hiernaast biedt meer.


Omgekeerd vernam ik over een Soedanese donor dat hij in Egypte in een wachtkamertje met een groep potentiële donoren zat te wachten wie z'n nier mocht afstaan. Toen de arts zei: de beste match is Pietje, gingen de anderen hem feliciteren.' Donoren werden geworven via krantenadvertenties in Rusland, Oekraïne, Kazachstan en Moldavië.


Patiënten kwamen vooral uit Israël - 'in het joodse geloof is een intact lichaam belangrijk, daardoor zijn er nauwelijks donoren'. Ambagtsheer vertelt hoe een uroloog uit Kosovo op een medisch congres in Istanbul een Turkse chirurg ontmoette. De uroloog zei: 'Ik heb contacten bij het ministerie en kan een licentie regelen, ik heb alleen nog een chirurg nodig.' Ze gingen samenwerken. 'Het netwerk - vier anesthesisten, de uroloog, de chirurg, de kliniekdirecteur en de orgaanmakelaars - is inmiddels veroordeeld voor mensenhandel met het oogmerk van orgaanhandel, georganiseerde misdaad en fraude. Hun hoger beroep loopt nog.'


Merkwaardig is dat (Nederlandse) transplantatieprofessionals die met de in het buitenland geholpen patiënten te maken kregen, weliswaar het kopen van een nier veroordelen, maar ook begrip hebben waarom patiënten dit doen. Op voorhand zeggen ze niet op de hoogte te zijn van de illegale ingreep. De patiënt vertelt er liever niet over. De artsen stellen hun beroepsgeheim, zorgplicht en behandelrelatie met de patiënt voorop. Deze vinden ze belangrijker dan helpen ingrijpen bij de orgaanhandel. Ambagtsheer spreekt over 'een muur van stilzwijgen'.


De onderzoekster komt met een onverwachte maar originele oplossing: ze pleit ervoor orgaandonatie populairder te maken met een financiële stimulans. Dat kan bijvoorbeeld door de donor te belonen met een levenslange vrijstelling van ziektekostenpremies. Iran is het enige land waar het legaal is. Dat heeft positieve kanten, zegt Ambagtsheer.


'Daar heeft de overheid een soort stichtingen aangewezen die zo'n 2.000 dollar mogen uitkeren aan donoren. Een heel laag bedrag,. Die donoren krijgen daarnaast een jaar lang recht op gratis ziektekostenverzekering en vrijstelling van de militaire dienstplicht. De stichting brengt hen in contact met patiënten. In principe mogen de patiënt en donor niet met elkaar onderhandelen.


Maar in Iran is de donor niet anoniem en wordt er wel degelijk onderhandeld over de prijs. Dat is een stukje zwarte markt die niet wordt gecontroleerd; het wordt gedoogd. Het voordeel van het Iraanse systeem is dat er geen wachtlijst is en dat patiënten en donoren goede nazorg krijgen. Zij hebben niks illegaals gedaan en hoeven dus niet bang te zijn dat ze worden opgepakt. Zij durven gewoon naar artsen te gaan voor nazorg, dat is een normaal onderdeel van de procedure.'


Ook pleit ze voor anoniem melden van de illegale handel door artsen. Die kunnen de kliniek of de stad waar de illegale operatie heeft plaatsgevonden noemen. Het verbod leidt tot illegaliteit en prijsopdrijving, tot ondoorzichtigheid en weinig bescherming aan patiënten en donoren wat screening en nazorg betreft. ‘Orgaanhandel is misschien immoreel, maar het is ook immoreel om mensen op een wachtlijst te laten sterven terwijl er organen voorhanden zijn. Het verbod werkt niet, je moet aan andere oplossingen gaan denken.' Ze pleit voor het toestaan van beloning, naar voorbeeld van Iran. ‘Ik zeg niet dat orgaanhandel moet worden gelegaliseerd, maar wel dat landen met een lange wachtlijst zouden moeten gaan experimenteren met een door de overheid gereguleerd systeem van financiële stimulering. Om te beginnen in Noord-Amerika.'


Marc van Impe


Bron: https://www.erasmusmc.nl/corp_home/corp_news-center/2017/...

De kostprijs van dit alles?
In Kosovo zo'n 120.000 dollar, waarvan het meeste naar de medici ging, het laagste bedrag was voor de donor. Die Turkse chirurg waarvan boven is er miljonair mee geworden. In Zuid-Afrika kostte een nier 100.000 dollar. Zo'n 8.000 ging naar de donor, dus ruim 90 procent naar het netwerk. In Israël krijgen niet Joodse immigranten 20.000 dollar. Roemenen zijn iets goedkoper. Brazilianen zijn nog goedkoper en krijgen maar acht- tot tienduizend dollar voor een nier. India is het goedkoopst, daar betaalden de patiënten die wij hebben geïnterviewd tussen de 5- en 22 duizend dollar, gevolgd door Pakistan, waar 6- tot 26 duizend dollar wordt afgerekend. China is het snelst. Daar worden nieren van geëxecuteerde gevangenen verhandeld.'

Bron: MediQuality

09:06 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)