14 juli 2017

De verloren nieuwe generatie artsen


Ik was op weg van de ene historische vergissing, Louvain-la-Neuve, naar de andere historische twistappel, Brussel, toen ik hen bij de oprit oppikte. Het weer was laf zoals dat heet, er stond een onweer op uitbreken en op de radio draaide het zoveelste zomerprogramma met de zoveelste wereldberoemde Belgische acteur de soep in. Ik was toe aan een zinvol gesprek. Mijn intuïtie was juist: studenten, of beter afgestudeerde studenten. In de geneeskunde dan nog wel.


De wereld van de gezondheidszorg blijft aan een duizelingwekkend tempo veranderen. Tien jaar geleden zou ik gezworen hebben dat het jongelui waren op weg naar een festival. Zij waren op weg naar UZ aan het Westen van de Noordrand om voor hun eerste te baan te solliciteren. Op sneakers, in jeans en shirt. De tijd dat een individuele arts op zoek ging naar een individuele vestigingsplaats waar hij een patiëntele zou kweken is definitief voorbij.


De gezondheidszorg in zijn meest rauwe en primaire vorm van vroeger mag misschien nog ergens bestaan bij de bocht van de rivier, maar hier in het centrum van het land is ze definitief dood. Het kabinet om de hoek, waar ik en mijn hele familie op consultatie-uren zomaar kon aanlopen is voorgoed gesloten. De dokter ging uiteindelijk met pensioen, liet de IT aan de volgende generatie, kreeg een herseninfarct en moest zich niet langer meer zenuwachtig maken over fusies, bijscholing, zorgpaden en wachtdiensten. Hij is zelf wachtende geworden.


Ze praatten honderduit over hun toekomstplannen, hoe ze na een paar jaar de Oceaan zouden oversteken om bij te studeren, hoe ze Nederlands leerden om naar Leiden en Rotterdam te kunnen gaan. Het leven was boeiend en uitdagend. Geen woord over patiënten of collega's. Het meeste belang hechtten ze aan hun voortschrijdende kennis.


Patiënten — die hunkeren naar persoonlijke relaties en menselijke contacten op lokaal niveau- leken zelfs een hinderpaal op weg naar dit wetenschappelijk Walhalla.


Ik vroeg of ze geëngageerd waren in de gezondheidspolitieke wereld. Het artsensyndicaat, de wetenschappelijke vereniging, de specialistenfora. We naderden de Quatre Bras, werken in Wezembeek, vrachtwagens in de file, even opletten nu.

Ik besloot door de stad te rijden en ze een lift te geven tot Jette. Ondertussen ratelde de vrouwelijke kant van het duo door. Over die oude mannen en vrouwen die zo vervelend waren, die van hun stoel niet meer afkwamen, die nog net tot aan hun appartement aan zee reden en daar een ijsje aten. En samen met deze verandering van de zee, die nu warmer was, was ik nu ook getuige van de opkomst van een nieuw ras van de toekomstige gezondheidszorgleider.

Hun frontlinie was niet langer die van de generatie voor hen. Zelfs de gelikte nieuwe leider van goed onder de 50 op zijn Italiaanse schoenen sprak hen niet aan. Zij zagen geneeskunde als een business opportunity. Met een challenge. Altijd op zoek naar beter. Zeker niet alleen voor het geld. Ik bedacht hoe zij binnenkort bij evenementen en conferenties als "grote en visionaire gezondheidszorgleiders" op het podium zouden staan.


Hoe ze in the cloud met hun collega's in Sidney en Los Angeles zouden skypen, operaties op afstand uitvoeren, commentaar geven en vragen stellen bij moeilijke ingrepen. Bestuurszaken interesseren hen niet. Die laten ze over aan mensen waarvan de meesten van hen nooit een echte patiënt hebben gezien, nooit een echte wisselwerking met een echte patiënt hebben gehad en nooit een echte patiënt -hebben behandeld.


De meeste van die nieuwe artsen hebben weinig zicht op de frontlijn. De meeste van hen hebben geen interesse in een leidinggevende functie in een ziekenhuis of een wetenschappelijke instelling en laten die rol over aan mensen die geen enkele klinische opleiding gekregen hebben maar die wel een potentieel van honderden of duizenden hooggekwalificeerde artsen onder hun commando hebben.


De nieuwe generatie artsen dreigen dat werk over te laten aan econometristen, verder afgestudeerde verpleegkundigen en juristen, en waar dat toe kan leiden heeft 2008 bewezen.


Ik ontmoet zo veel geneeskundestudenten tegenwoordig, die staan te popelen om aan goedbetaalde banen in de gezondheidszorg te beginnen, maar dit willen doen zo ver weg als mogelijk van de frontlinies. Een onheilspellend teken van hoe de toestand kan evolueren. Thuisgekomen lees ik in The New Yorker online een ingezonden reactie van een Amerikaanse internist die schrijft: "Because if health care is to truly improve, thrive, and be well placed for the next several decades, only clinicians should be the real health care leaders."


De schrijver is dr. Suneel Dhand, auteur van Thomas Jefferson: Lessons from a Secret Buddha en blogger op DocThinx.


Ik zette mijn lifters af in de drop. Er komt nog meer regen. Een mens weet soms pas te laat hoe gelukkig hij had kunnen zijn.


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

08:42 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

10 juli 2017

Kinderpsychiatrie: Maggie De Block zet de puntjes op de i



Wil minister Maggie De Block de kinderpsychiatrie afbouwen? Je zou het moeten geloven als je de Inge Vervottes en Peter Degadts van deze wereld hoort. Altijd goed om er in een weekend krant mee uit te pakken. Zeker als het verhaal gelardeerd wordt met larmoyante “getuigenissen”.


Een vos verliest zijn haren maar niet zijn streken. Wie ooit in de hoogste liga van de politiek heeft meegespeeld kan het soms moeilijk laten om een politicus van een andere partij onverhoeds te tackelen.


Liefst op een moment dat er wat luwte in het spel komt. Kwestie van de aandacht naar zich en zijn of haar partij toe te trekken. Dat vergeleken met Nederland onze kinderpsychiatrie in meer dan één bedje ziek is, is een understatement. Dat geldt overigens voor de hele geestelijke gezondheidszorg.


"Daarom heb ik van de geestelijke gezondheidszorg voor kinderen en jongeren een prioriteit gemaakt," zegt Maggie De Block. In werkelijkheid verdwijnen er geen plaatsen maar komen er 142 extra plaatsen voor kinder- en jeugdpsychiatrie bij, maar dan wel op basis van een correctie van financiering zodat alle alle kleine k-bedden van een gelijke financiering genieten.


De Block: " Van bij het begin van de legislatuur heb ik volop geïnvesteerd in betere en meer geestelijke gezondheidszorg voor kinderen en jongeren. De cijfers spreken voor zichzelf: In 2015 is 25 miljoen extra geïnvesteerd. In 2017 is dit al opgelopen tot 28 miljoen extra en dat elk jaar opnieuw . We kunnen niet anders dan weerwerk bieden aan een steeds groter wordende nood. Eén derde van de Belgen hebben ooit tijdens hun leven psychische problemen, aldus een studie van Itinera. Komt daar bij dat volgens de WHO 50 % van psychische problemen ontstaan voor het 14de levensjaar."


"De eerste groep waarop we gefocust hebben zijn de meest kwetsbaren, kinderen en de jongeren. We moeten die problematiek zo snel mogelijk opsporen. Dat betekent echter niet dat we naar opname moeten gaan, integendeel: jongeren moeten zo lang mogelijk in een thuisomgeving, als het kan samen met hun familie, verzorgd worden.


Opname moet zo lang mogelijk vermeden worden. Een tweede kernpunt van ons beleid is de netwerking. Alle actoren in het netwerk die van ver of nauw betrokken zijn bij een situatie, moeten er gezamenlijk voor instaan zodat elk kind en jongeren op hun grondgebied de juiste zorg, op het juiste moment op de juiste plaats krijgt.


Een belangrijk middel daartoe is de informatieverstrekking of ‘liaison'. Het doel daarbij is vroeg-detectie zodat we de problemen vroeg opsporen ." De minister wil niet langer statisch werken vanuit de instelling maar mobiele teams inzetten die zowel bij een crisis als voor de langdurige zorg nauw met elkaar zullen samenwerken. Die multidisciplinaire teams moeten de problematiek met het kind of jongeren aan huis of op thuis vervangende plaats én zijn omgeving aanpakken.


" Ik maak extra steun vrij voor de aanpak crisissituaties: het netwerk beslist. De partners bekijken samen welke mogelijkheden er zijn om een kind of jongere op te vangen. En ze bekijken samen welke middelen eventueel nodig zijn. Wat waar versterkt moet worden.


Zo zal de instelling middelen krijgen om een verhoogde omkadering te regelen voor een bed zodat het kind of de jongere in crisissituatie niet moet verhuizen of kan worden opgevangen. Voor patiënten met een dubbele diagnose bestaat er sinds 1 juli 2016 extra ondersteuning: 1,56 miljoen voor kinderen en jongeren en 3,12 miljoen voor volwassenen ."


Er worden geen plaatsen afgebouwd maar er komen nieuwe plaatsen bij in de jeugdpsychiatrie. "Vroeger bestond er een verbod op nieuwe plaatsen. In 2016 heeft de regering een algemene stop afgekondigd voor alle bedden en diensten in de algemene ziekenhuizen. Er mochten geen bedden of diensten bijkomen . Ik heb dat verbod opgeheven. In Vlaanderen waar in tegenstelling tot Wallonië en Brussel plaatsen tekort zijn, komen er 142 nieuwe plaatsen in de dagverpleging in de kinderpsychiatrie bij.


Het gaat om plaatsen in dagverblijf die we "kleine k-bedden" noemen. Grote K-bedden zijn plaatsen waar jongeren 24 u op 24 opgevangen worden. Vlaanderen wil die omzetting doen door overbodige bedden in de chirurgie en inwendige geneeskunde, die dus niet gefinancierd worden, om te vormen tot kleine k-bedden die wel gefinancierd worden.


Ik, als federale minister, wil die bijkomende plaatsen in Vlaanderen creëren, dat maakt de geestelijke gezondheidszorg nog toegankelijker. Nog meer jongeren kunnen geholpen worden. Daardoor werk je ook wachtlijsten weg want er komt bijna een verdubbeling van het aanbod in Vlaanderen. Naar aanleiding van die nieuwe aanvragen voor kleine k-bedden hebben wij vastgesteld dat een groot deel van de kleine k-bedden (deze gecreëerd na 2002) gefinancierd wordt zoals de grote K-bedden.


Ze werden gefinancierd alsof er 24u op 24 personeel aanwezig was terwijl er enkel overdag en op werkdagen personeel moet aanwezig zijn. Andere kleine k-bedden die al langer bestonden, werden dan weer anders gefinancierd. En gelijkaardige bedden in de psychiatrie werden nog anders gefinancierd.


De financiering was eigenlijk één groot kluwen. Ik wil duidelijkheid, transparantie en een uniforme financiering voor alle kleine k-bedden. Wij begrijpen dat hoe ruimer die financiering is, des te comfortabeler is het werken voor de sector. Maar ik wil dat alle bedden in de algemene ziekenhuizen op dezelfde manier gefinancierd worden volgens de logica van de personeelsnorm.


Dus corrigeren we de financiering van de kleine k-bedden maar we doen dat geleidelijk aan. Dit jaar is de eerste fase. We zijn nog ver weg van de horrorscenario's die nu overal beschreven worden. Deze correctie is geen besparing voor de Algemene Ziekenhuizen als geheel, er is wel een verschuiving binnen het globale budget van de algemene ziekenhuizen.


Een verschuiving nààr de kinderpsychiatrie. Er was geen nieuw budget voorzien voor die 142 plaatsen, daarom moeten we verschuiven. Alle andere algemene ziekenhuizen of andere diensten buiten de kinderpsychiatrie, zouden en zullen een beetje budget afstaan om die plaatsen te financieren."


Hoeveel kost die operatie? "De 142 dagplaatsen kinderpsychiatrie zouden 7,3 miljoen extra kosten uit de globale pot van het budget van de algemene ziekenhuizen als we de "foute" financiering van de grote K-bedden zouden toepassen. Maar door onze correctie, kosten ze nu 6 miljoen in 2017 of 1,3 miljoen minder.


We verschuiven dus maar 6 miljoen van de andere ziekenhuizen / ziekenhuisdiensten naar die extra plaatsen in de kinderpsychiatrie, in de plaats van 7,3 miljoen. Intussen vragen we aan de Federale raad voor Ziekenhuisvoorzieningen advies over een correcte financiering van de kinderpsychiatrie zodat we, als dat nodig blijkt, kunnen bijsturen. "


De minister concludeert: "Er kunnen in Vlaanderen 142 dagplaatsen, in de kinder- en jongerenpsychiatrie bijkomen. Vlaanderen maakt op die manier een inhaalbeweging tegenover Brussel en Wallonië. Daardoor werken we wachtlijsten weg en maken we het mogelijk dat nog meer mensen geholpen worden.


De geestelijke gezondheidszorg voor kinderen en jongeren wordt toegankelijker. Ik begin met alle kleine k-bedden in de algemene ziekenhuizen op gelijke manier te financieren en daarvoor volg ik de logica van de "financiering volgens de personeelsnorm". Die 142 nieuwe plaatsen worden gefinancierd uit het algemeen budget door alle andere ziekenhuizen en diensten, waardoor de kinderpsychiatrie een groter aandeel krijgt dan voordien.


De nieuwe plaatsen zouden 7,3 miljoen gekost hebben maar door onze correctie zal dit 6 miljoen zijn. Wat de toekomst betreft, vragen we advies aan de Federale Raad over een correcte financiering van de kinderpsychiatrie."


De vraag om uitleg had gesteld kunnen worden, maar de krant die de zaak zogenaamd uitbracht koos voor een eenzijdige aanpak. Maar dat zal omwille van tijdsgebrek geweest zijn.

Marc van Impe



Bron: MediQuality

 

08:04 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

09 juli 2017

Elektronische neus stelt juiste longziekte vast


De SpiroNose, een elektronische ‘neus’ die ontwikkeld is in het Amsterdamse AMC, kan op basis van stoffen in de uitgeademde lucht bepalen welke longziekte iemand heeft.


In negen van de tien gevallen stelt het apparaat de juiste diagnose. De slimme ‘neus' kan bovendien verschillende typen van een ziektebeeld onderscheiden en bij longkankerpatiënten voorspellen of dure immunotherapie aanslaat. Dit blijkt uit onderzoeksresultaten die vandaag gepresenteerd worden in het AMC.


Bij veel mensen met longklachten is het lastig om een juiste diagnose te stellen, waardoor de goede behandeling vaak te laat begint. Dat heeft nadelige gevolgen voor longkankerpatiënten, maar ook voor mensen met astma of COPD. "Voor veel nieuwe en dure medicijnen bestaat geen test om te bepalen welk middel bij welke patiënt aanslaat. De behandeling is dan gebaseerd op trial-and-error, een tijdrovende en kostbare zoektocht", zegt technisch geneeskundige Rianne de Vries, onderzoeksleider in het AMC. "De SpiroNose kan hier verandering in brengen."


De Vries heeft de afgelopen twee jaar in samenwerking met verschillende ziekenhuizen en huisartsenpraktijken, de ademgegevens van 2.700 longpatiënten verzameld. Deze gegevens zijn opgeslagen in de online database BreathCloud, die artsen kunnen raadplegen bij het stellen van een diagnose. De Vries: "Bij een ontsteking, infectie of longtumor, bevat de uitgeademde lucht specifieke stoffen die de SpiroNose binnen een minuut detecteert."


Uit onderzoek in samenwerking met het Nederlands Kanker Instituut lijkt bovendien dat het apparaat bij longkankerpatiënten nog voor het begin van de behandeling, onderscheid kan maken tussen patiënten die wel of niet reageren op immunotherapie.


Bij de huisarts


De verwachting is dat patiënten in de nabije toekomst al bij de huisarts kunnen blazen door de SpiroNose. De arts kan de ademgegevens vergelijken met de BreathCloud database, voor een diagnose en medicatiekeus op maat. Michael Rutgers, directeur van het Longfonds: "De SpiroNose is een belangrijke stap voorwaarts in goede diagnostiek en zorg. Met deze nieuwe techniek worden belastende onderzoeken voorkomen en krijgen patiënten sneller de juiste medicatie."

https://www.breathcloud.org/

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

17:59 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)