05 juni 2017

Doorgeslagen regelzucht

 
Het begon allemaal so NICE, nu wordt het horror. Dit is niet de titel van een langlopende musical in Queens Theatre langs Shaftsbury Avenue maar het acroniem van het National Institute for Health and Care Excellence van de Engelse gezondheidsdienst, een instelling die niet toevallig door Tony Blair in 1999 werd opgericht en uitgegroeid tot een log monster met duizenden ambtenaren die dagelijks regel en regeltjes verzonnen die eens ze op papier gezet zijn als in steen gebeiteld staan.


Het is niet toevallig dat het toenmalige paars-groene kabinet NICE gelijk omarmd heeft en zonder meer van toepassing maakte op de Belgische gezondheidszorg. NICE pretendeert gouden gedragsregels uit te schrijven, in werkelijkheid zien die er meer uit dan verroeste prikkeldraad rond een paardenweide. En niet tot beter welzijn van de mensheid heeft deze soms wereldvreemde instelling in mei 2008 de ambitie genomen om als internationaal referentiecentrum op te treden. Toch kan het anders. Dat bewijst Santeon.


Waarom hecht de ene chirurg met nylon draad en de ander met catgut? Waarom krijgt u als u pijn hebt eerst aspirine en pas daarna een zwaardere pijnstiller? Waarom doet u zus en niet zo? Omdat dit nu eenmaal past volgens het zorgtraject dat NICE uitgelegd heeft. Ik schreef ooit: treinen rijden langs trajecten, mensen gaan hun weg. Niet volgens NICE.


En ik ben niet de enige die dat zo ziet. Artsen moeten meer van elkaar leren. En dat geldt ook voor ziekenhuizen. En al die lessen en inzichten moeten niet enkele binnen het eigen netwerk maar met de hele buitenwereld gedeeld worden. Dat klinkt misschien voor de hand liggend, maar dat is het niet.


Douwe Biesma (1962, Groningen) is internist en geeft sinds 2010 leiding aan het St. Antonius Ziekenhuis en is sinds 2007 als hoogleraar verbonden aan de Universiteit Utrecht. „De medische sector is heel lang gesloten geweest", zegt Biesma een tijdje geleden in de NRC. "En dat moet veranderen." In zijn ogen is er te weinig aandacht voor de kwaliteit van zorg, en voor het meten van de uitkomsten ervan. Dat betekent niet méér meten. Biesma stoort zich juist aan de ‘doorgeslagen regelzucht'.


„We hebben een oerwoud aan medische indicatoren. Die moeten we allemaal vastleggen. Iedereen registreert zich wild, maar we doen er geen jota mee. De inspectie, het ministerie, de zorgverzekeraars en wij, de medici zelf, houden elkaar gevangen in regelfetisjisme. Het is idioot wat we allemaal, ook van de eigen beroepsvereniging, moeten registreren." Die dataverzameling kan veel beter en effectiever, meent Biesma. Daartoe hebben zeven ziekenhuizen in Nederland een ambitieus project opgezet. Onder de vlag van Santeon werken zij steeds intensiever samen met als doel de kwaliteit van de zorg te verbeteren. En om dat te realiseren moet je bij de patiënt de uitkomsten meten, zo vinden ze bij Santeon, waarvan Biesma sinds 1 januari de voorzitter is. De Santeon-ziekenhuizen ontwikkelen samen met patiënten drie tot zes indicatoren per aandoening.


„Welke parameters doen er echt toe", vraagt Biesma retorisch. Waarom zou je bij verloskunde cijfers over doorliggen verzamelen? Die zijn weinig relevant voor patiënten die snel komen en snel gaan. Als voorbeeld noemt hij een operatie bij borstkanker. Om het succes van zo'n chirurgische ingreep te meten, is van belang of er tumorweefsel is achtergebleven. Daartoe kijken de artsen naar de zogeheten tumorpositieve snijvlakken. „Je hoeft het aantal heroperaties niet te registreren als je ook al tumorpositieve snijvlakken registreert", legt Biesma uit. Want de aanwezigheid van tumorweefsel bij de snijvlakken betekent heel vaak een heroperatie. Kortom, om het succes van zo'n ingreep te meten hoef je niet én het aantal hersteloperaties te tellen én het aantal tumorpositieve snijvlakken. Het laatste alleen is doeltreffend genoeg."


Biesma stampt tegen nog zo'n heilig huisje: hij is het niet eens met de stelling die ook minister De Block aanhangt die zo maar zegt dat ziekenhuizen jaarlijks minimaal een bepaald aantal operaties moeten doen om voldoende ervaring te houden. „Het uitgangspunt is goed. De expertise van een operateur is direct gecorreleerd met het aantal ingrepen dat hij doet. Patiënten zijn geen hobby-horses van de medicus. Maar dan moet je wel op het niveau van de operateur meten en niet op het niveau van het ziekenhuis. Die discussie is heel bedreigend voor veel medici." Daar hebben de praktische Hollanders een oplossing voor gevonden: een bruggetje, zeg maar. In Nederland gaan academische en kleine perifere ziekenhuizen steeds intensiever samenwerken om zo de aantallen voor bepaalde operaties te halen. Dat vindt Biesma absurd.


Een paar jaar geleden zijn ze bij Santeon begonnen van een aantal soorten kanker de belangrijkste parameters te kiezen en met elkaar te delen. Juist dat onderlinge vergelijken is cruciaal voor de vooruitgang, zegt Biesma.


Biesma's eigen St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein is een zogeheten topklinisch ziekenhuis dat een bovenregionale functie heeft voor hart- en longaandoeningen en is ook belangrijk als opleidingsplaats voor medisch specialisten. In plaats van zoveel mogelijk periferie naar zich toe te trekken en zo een ring rond Saturnus te bouwen, werkt het ziekenhuis nu nauw samen zes andere topklinische ziekenhuizen, waaronder het OLVG en het Groningse Martini. Douwe Biesma is sinds begin dit jaar voorzitter van dit samenwerkingsverband dat onder de naam Santeon opereert.


De professionals komen bijeen en bevragen elkaar. Hoe kom jij tot andere scores? Ze kijken met elkaar mee. „Wij creëren peer pressure. We zitten met elkaar en met patiënten aan tafel en dan zie je dat bij de ene afdeling net wat beter dan bij de ander wordt geopereerd. Maar wacht even, dat wil die arts zelf ook wel weten, want niemand wil het slechtste jongetje van de klas zijn! En dat doen we nu met zeven ziekenhuizen. Dat is bijzonder. Er komt weer elan terug. We kijken naar een beperkte set uitkomsten die er echt toe doen voor de patiënt en gaan actief op zoek naar verbeteringen in de uitkomsten en de zorg voor de patiënt."


Door die belangrijkste uitkomsten met elkaar te vergelijken brengen de Santeon-ziekenhuizen de onderlinge verschillen in aanpak en uitkomsten terug. En dat is goed, volgens Biesma. „Veel variatie in behandelmethoden is niet per definitie slecht. Er leiden meer wegen naar Rome, maar soms spelen persoonlijke voorkeuren een rol bij de gekozen behandelmethode. Waarom geeft de ene longarts wel en de andere niet meer chemotherapie aan een longpatiënt in de laatste fase van zijn of haar leven? Of waarom hecht de één met nylon draad en de ander met staaldraad? Die inhoudelijke discussie kwam niet zelf op gang omdat medisch specialisten geen informatie met elkaar vergeleken. Wij zijn daar uniek in. Ik ken in Nederland geen andere ziekenhuizen die op deze manier informatie met elkaar delen."


Ik ken er in België ook geen. Niet binnen of buiten de taalgrenzen. Hier gunnen de topklinieken elkaar het licht in de ogen niet. Staar is een nationale ziekte geworden bij directeuren in de gezondheidsinstellingen. NICE heeft ook daarvoor een behandelingstraject.


Marc van Impe


Bron: https://www.santeon.nl/

Bron: MediQuality

10:46 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

04 juni 2017

Gedachte in de wachtzaal rond Sinksen



Wat een mens al niet bedenkt in de wachtzaal. Voor mij zit een jonge vouw in een hidjab. Haar ogen fonkelen en doen een aantrekkelijk mens vermoeden. De secretaresse neemt de afspraken met ons door. Maandag is er geen consultatie. “Dan is het lentefeest,” zegt ze. De hidjabi scrolt op haar smartphone. Tweede Sinksen weet ik, maar ik weet niet waarom.


In de meeste West-Europese landen is dat geen vrije dag. Christenen vieren met Pinksteren het feest van de goddelijke inspiratie die in dwaallichtjes op hun hoofden neerdaalde. In het Bijbelverhaal is Pinksteren ook het feest van de meertaligheid. De geest ging waaien, en grenzen vervaagden. Vandaar de veeltaligheid : Pinksteren zou eigenlijk onze nationale feestdag moeten zijn.


De Tweede Pinksterdag is een eigenaardigheidje. Op de kalender van de christelijke kerken bestaat Tweede Pinksterdag zelfs niet. Het lijkt nu een dag voor de plechtige communie zoals dat in katholieke jeugd nog heette en wat nu een profaan lentefeest geworden is. En wie geen opgroeiende pubers heeft trekt naar het shoppingcenter, de Kust of de Ardennen, gaat asperges eten of maakt er gewoon een dag van om uit te rusten van een feestdag.


Daarop bedacht ik het volgende: waarom zouden we van die dag niet zoiets als de officiële Suikerfeestdag kunnen maken. Het is een gebaar dat ons niks kost maar, naar ik vermoed heel wat sympathie kan opleveren bij een niet onaardig deel van onze bevolking. En het levert een nieuwe betekenisvolle officiële vrije dag op.


Bovendien sluit de symboliek mooi aan want Pinksteren en het Suikerfeest zijn beide feesten van verbondenheid. Het Suikerfeest is een feest van verbroedering en verzustering, binnen en buiten islamitische kring. Mensen nodigen buren en vrienden uit, ook niet-moslims. Er wordt een feestelijke iftar gehouden, met vooral veel eten en met een eindeloze reeks zoete gerechten waaraan het feest zijn naam dankt.


Ik zou best zo'n iftar willen meemaken, het idee prikkelt mijn nieuwsgierigheid. Een mierzoete muntthee is een iets anders dan een koele Rioja of een Orval uit de kelder. Ik wil die dag best even stilstaan bij wat mijn islamitische buurman beweegt. Ik spreek er later op de dag mijn Macedonische moslimvriend op aan. Hij vindt het een leuk idee. Waarom de islamitische gemeenschap het idee zelf nog niet gelanceerd heeft, weet hij niet.


Maar dit jaar is het moeilijk want de ramadan is nog maar net begonnen en het Suikerfeest valt dit jaar op 25 juni. Maar er zijn nog meer feesten in de aanbieding, zoals het Offerfeest. Net zoals wij.


Overigens kunnen we Tweede Kerstdag cadeau doen aan de Joodse gemeenschap. Die zouden dan vrij hebben op Chanoeka ook 'het feest van de lichtjes' of inwijdingsfeest. En dat feest duurt maar liefst acht dagen. Ik heb ooit in de VS door Chanoeka bijna een vlucht naar huis gemist. Er werden ons glazen wijn aangeboden. En beleefd als we zijn konden we die niet afslaan. De eerste dag van dit feest begint eigenlijk na zonsondergang van de 24e dag van de joodse maand kislew.


De geest is over mij nedergedaald. Waarop wacht de minister om een werkgroep samen te stellen?

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

10:40 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

01 juni 2017

Wat de dokter nooit vraagt

 
Waarom praten dokters en patiënten zo zelden over seks? Die vraag komt zo: tegenover mij, in de brasserie, zit een zakelijk type de krant te lezen. Het is vier uur in de middag, zo ongeveer de tijd dat ik mijn buitenlandse kranten onder het genot van een licht glas Orval, ga lezen.


Let's talk more about sex


Ik doe dit buitengaats omdat dit me een buitenland gevoel geeft. Even niet vanuit de hoogte maar vanop een barkruk de mening van een ander tot mij nemen en mensjes kijken. Ik zie de achterpagina van zijn krant, The Wall Street Journal, en lees dan: "Let's talk about sex".


Men zegt wel eens dat mannen onder elkaar het over weinig anders hebben dan seks. Ik moet dat ontkennen. Ik heb het daar met mijn vrienden nooit over. Niet dat we het onderwerp uit de weg gaan, het komt gewoon niet ter sprake. We hebben het wel eens over kwaaltjes, een pijntje, een oog dat minder scherp ziet, een hardnekkige hoest, maar over onze bedprestaties praten we nooit. Nooit over gehad overigens.


Nochtans is seks als psycho-fysiologisch fenomeen heel belangrijk. De rol van biologische factoren bij seksuele opwinding worden door de doorsnee arts sterk onderschat. Dat heeft er bijvoorbeeld voor gezorgd dat het feit dat 10 tot 15 procent van de vrouwen die aan de pil waren minder zin hebben in seks, nauwelijks aandacht kreeg. Terwijl elke arts toch weet dat de pil de hoeveelheid biologisch beschikbare testosteron vermindert. Ik ben fel tegen de medicalisering van seksualiteit. Je hebt echter niet alleen seks met je hoofd, maar ook met je lijf. En daarmee kan van alles aan de hand zijn. Dus toch nuttig daar naar te informeren.

Wat me in het bijzonder frappeert is dat als ik op consultatie ben bij mijn uroloog, cardioloog of diabetoloog die nooit vragen hoe het tussen de lakens gaat. Ze informeren naar mijn eetlust, mijn gewicht, hoeveel ik drink, of ik goed slaap en voldoende beweeg, maar over mijn oerdriften, prikkels, en problemen in bed vragen ze niets. Alsof dit deel van mijn bestaan niets te maken heeft met mijn welzijn. Is het schroom? Misschien is het omdat ze weten dat je eerst iets seksueels moet doen om in een seksuele stemming te komen, en willen ze niet weten wat ik daarvoor doe.


Misschien hebben ze zelf wel problemen op het seksuele vlak en vinden ze dat je je privé leven niet met je werk moet mengen, als ware het een soort zelftherapie. Ik denk dat de doorsnee arts, tenzij hij psychiater is –maar die is daarvoor geconditioneerd- het nog steeds best ingewikkeld vindt om aan een patiënt uit te leggen hoe belangrijk een gezond seksueel leven is.


Op die manier laten ze dit belangrijke onderwerp over aan de auteurs van die rubrieken waarin alleen problemen worden besproken. Als dat dan al op een professionele manier gebeurt, dan heeft de lezer geluk. Uit wat ik ervan opsteek is dat je op seksueel gebied je eigen koers moet varen. En dat heb ik altijd gedaan. Ik heb dus altijd wel positieve gevoelens over seks gehad. Maar ik heb seks zelden bewust van tevoren gepland. Het overkwam me, kan je wel stellen. Dat had zo zijn consequenties, maar daarover op een andere keer.


In mijn rijke carrière heb ik ooit een tijd voor een wereldblad geschreven dat van seks zijn hoofdthema gemaakt heeft, de Playboy. Ik was dus de auteur van die interviews waarvoor sommigen onder u dat blad kochten. Uiteraard niet voor de centerfold. Die tijden liggen al lang achter mij. Ik ben in het stadium gekomen dat de hardware wel eens wil haperen terwijl de software nog altijd up to date is. De anatomie geeft niet langer automatisch de nodige feedback aan de geest. Als je als tiener een leuk meisje ontdekte, was een erectie wel eens het bewijs dat je écht geïnteresseerd was. Vrouwen zijn gelukkig niet zo gebouwd. Dat maakt dat ze in staat zijn kieskeuriger te zijn op seksueel vlak. Maar dit terzijde.


Ook geloof ik niet dat seks een oerdrift is. Als je een tijd niet eet of drinkt, overleef je dat niet. Heb je een poos geen seks of masturbeer je niet, dan ga je daar niet dood van. Het kan zelfs zo zijn dat je steeds minder zin hebt in seks. Seks is dus niet te vergelijken met honger en dorst, al is het natuurlijk wel van belang voor de overleving van de soort. En voor het plezier dat het verschaft. Het hoeft écht geen twee keer per week, zoals onderzoek vaak suggereert. Het vervelende is dat iedereen zich daaraan spiegelt, terwijl ik die resultaten voor geen cent vertrouw.

Seks is misschien wel het meest overschatte onderwerp dat er is. Maar daar gaan de meeste artsen blijkbaar van uit. Vandaar waarschijnlijk, dat ze er zelden naar vragen.


Ik heb de Wall Street Journal toch maar mee gegrist. Het artikel was zeer verhelderend.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

10:23 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7