15 mei 2017

15 jaar euthanasie: en wat als we beter voor ouderen zouden zorgen?


Gaat het om een voltooid leven of een uitzichtloos leven? Na vijftien jaar wet op euthanasie en al zijn uitbreidingen – de wet dateert van 28 mei 2002- is het debat nog altijd niet geluwd. Uit alle onderzoeken blijkt dat 70-80% de Belgische artsen achter de wet staat maar dat ze op twee verschillende manieren reageren.


Ook in deze materie loopt een communautaire scheidslijn. Uit de recente cijfers blijkt dat er het voorbije jaar 2022 aangiftes van euthanasie geregistreerd werden. In Franstalig België waren dat er 393 tegenover 1692 in Vlaanderen, bijna viermaal zoveel dus. Dit zou volgens Open VLD-senator Jean-Jacques De Gucht te maken hebben met het feit dat er meer debat rond euthanasie bestaat in Vlaanderen, terwijl het thema in de Franstalige pers pas een issue wordt als er in Frankrijk een mediastorm oplaait. In Wallonië is euthanasie minder gekend maar wordt ook anders omgegaan met de aangifte. Men noemt het daar een natuurlijke dood en de dokter neemt zelf initiatief, zijnde palliatieve sedatie.


De vraag is niet langer of euthanasie een wettelijk kader moet krijgen. In elk geval zijn alle artsen in ons het land het eens over dit principe: bij twijfel niet doen. De nieuwe vraag luidt: wat met een "voltooid leven"? Moet de burger het wettelijk recht op hulp bij zelfdoding krijgen in geval hij niet uitzichtloos ziek is maar zijn leven afgerond acht. Die vraag wordt op dit ogenblik in Nederland gesteld en de artsenfederatie KNMG raadpleegde daarover haar leden. De Nederlandse artsen wijzen het begrip 'voltooid leven' af. De huidige euthanasiewet biedt genoeg ruimte, zeggen ze, ook bij 'stapeling van ouderdomsklachten'. De Nederlandse formateur en ontslagnemend minister van Volksgezondheid Edith Schippers wil hulp bij zelfdoding wél mogelijk maken, als wordt voldaan aan bepaalde criteria, die getoetst moeten worden door een 'stervenshulpverlener'. De overheid faciliteert dus geheel legaal suïcide.


Vooral de psychiaters leiden het verzet. Zij stellen dat 'dood willen' niet altijd betekent dat de patiënt "dood hoeft te gaan". Een vast voornemen om er een eind aan te maken kan veranderen als de levensomstandigheden verbeteren. Volgens hen valt dood willen moeilijk te onderscheiden van symptomen van een zware depressie. De Vlaming Damiaan Denys, die voorzitter is van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, noemde het plan van de minister een 'uitvloeisel van onze individualistische, pragmatische, op productiviteit gerichte samenleving'. De dood als de snelste en goedkoopste oplossing is voor de vergrijzing en groeiende zorgkosten.


Ik vind dat de vraag moet gesteld worden. ik zie ze om me heen: opgewekte, helder denkende, in hun onafhankelijkheid beperkte maar nog steeds actieve hoogbejaarden en hun leeftijdsgenoten die ten onder gaan aan eenzaamheid, verveling, die nauwelijks contact hebben met hun kinderen, die beperkt zijn maar vrezen voor afhankelijkheid, die niet tot last van hun omgeving willen zijn en die vooral angst hebben voor een pijnlijk sterfbed. Zouden die mensen hun doodswens niet even uitstellen als ze beter omringd zouden worden? Als ze niet geïnfantiliseerd zouden worden in zorginstellingen waar het belang van de aandeelhouders belangrijker is dan de kwaliteit van de zorg?


Deze discussie gaat niet over mensen die zelfstandig tot de dood besluiten. Ik ben van mening dat zelfmoord, hoe tragisch ook voor familie en omgeving, kadert binnen het recht op zelfbeschikking. Maar van zelfbeschikking is geen sprake als mijn doodswens door een ambtenaar getoetst moet worden. Hoe fijngevoelig zo'n functionaris kan zijn, weten we uit de dagelijkse praktijk.


En voor het goed begrip: ik zit niet op de lijn van de Antwerpse filosoof Willem Lemmens die te pas en te onpas roept dat "de meerderheid van de psychiaters" en "zovele familieleden" hem gezegd hebben dat ze geen voorstander zijn van euthanasie. Geen kwaad woord over mijn familieleden, maar als er iemand niet over mijn levenseinde moet beslissen dan zijn zij dat wel. Ik vrees dat dan pas heel wat ouderen zich onveilig en overbodig gaan voelen of druk zullen ervaren om er een eind aan te maken.


Marc van Impe


Bron: MediQuality

20:00 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (1)

14 mei 2017

Tijd voor een richtlijn voor de opname van het consultatiegesprek


Patiënten mogen stiekem opnames maken van een gesprek met hun dokter én ze mogen die ook gebruiken als bewijsmateriaal in een rechtszaak, zegt meester Evelien Delbeke, gastprofessor leerstoel Gezondheidsrecht en Gezondheidsethiek aan het Ahlec.


AHLEC staat voor Antwerp Health Law and Ethics Chair. Dit komt dat niet in conflict met het privéleven, aldus Delbeke, die zich baseert op een arrest van het Hof van Cassatie van 17 november 2015, in een zaak tussen cliënt en advocaat. Volgens mij gaat de juriste kort door de bocht. De cliënt maakte heimelijke geluidsopnamen zijn gesprekken met zijn advocaat, omdat hij hem ervan verdacht dat die hem wou oplichten. Er was dus fundamenteel wantrouwen vanwege de cliënt. Maar ik me moeilijk voorstellen dat dit de basis is voor een relatie tussen de arts en zijn patiënt.  Zoals dokter Marc Moens al zei: "Waarom gaat die patiënt dan langs bij die arts, vraag ik me af?" De zaak ligt anders als men als patiënt uitgenodigd wordt op gesprek bij een verzekeringsarts. Daar kan wantrouwen gepast zijn.


Toch ben ik niet a priori gekant tegen de opname van een consultatiegesprek mits toestemming van de arts. Uit Nederlands onderzoek –maar daar is de burger een stuk mondiger – blijkt dat één op de drie artsen daar wel eens heeft meegemaakt dat het gesprek met de smartphone werd opgenomen. De Nederlandse overheid wil het recht op opname zelfs inschrijven in de wet.


De verwachting is dat patiënten dit immers steeds vaker zullen willen doen. Patiënten onthouden door spanning, emoties en medisch taalgebruik niet alle informatie die een arts tijdens een gesprek geeft. De behandeling kan daar onder lijden. Net zo goed kan de patiënt iemand meenemen die noteert wat de arts zegt.


Een geluidsopname kan patiënten dus helpen om grip te krijgen op hun ziekteproces, zich verder daarin te verdiepen en zich voor te bereiden op wat nog komt. Maar voor heel wat artsen voelt zo'n opname ongemakkelijk aan.


Onvermijdelijk zal dit van invloed zijn op de wijze waarop arts en patiënt met elkaar communiceren. Opname laat de non-verbale communicatie niet horen, wat tot verschillende interpretaties van het gesprek kan leiden. Door het opnemen van het gesprek zouden patiënten zich ook op een andere manier kunnen gaan gedragen. Ook zou dit leiden tot over-diagnostiek en overbehandeling.


En dan is er het risico dat het gesprek via de social media zijn eigen leven gaat lijden. Nu al circuleren er op chatsites de meest fantastische, ingebeelde verhalen over wat sommige artsen hun patiënten zouden toevertrouwd hebben. Komt daarbij dat, volgens Belgisch onderzoek, 1 op de 4 artsen al eens geconfronteerd werd met romantische gevoelens bij een patiënt(e). Men kan zich voorstellen wat gemonteerde geluidsopnames teweeg kunnen brengen.


In elk geval moet de juridisering van de arts-patiëntrelatie vermeden worden.


Daarom zou het nuttig zijn dat de overheid een richtlijn opstelt die bepaalt dat opname voor privégebruik én na de arts hierover te hebben ingelicht, mag. De arts zou bepaalde patiënten, die bijvoorbeeld (beginnende) geheugenproblemen manifesteren, actief kunnen uitnodigen om het gesprek op te nemen. Basisvereiste is dat de geluidsopname alleen voor eigen gebruik bedoeld is.


Openbaar maken op internet moet uitdrukkelijk verboden worden. De arts zou daartoe ook een aankondiging in de wachtkamer kunnen plaatsen. Overigens verdient het aanbeveling in voorkomend geval zelf een kopie van de opname te maken, zodat bij meningsverschillen weerwoord mogelijk is. Elektronische patiëntendossiers bieden overigens de mogelijkheid om er geluidsopnames aan toe te voegen.


Tenslotte nog dit: niet elke patiënt (op leeftijd) is even digitaal geschoold als een tienjarige. Daarom - en omdat voorkomen beter is dan herstellen - waarom zou u als arts zelf niet aanbieden het gesprek op te nemen, om dat na afloop digitaal op te slaan in het elektronisch patiëntendossier, wat de patiënt dan ook thuis kan terugluisteren.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

09:45 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

13 mei 2017

Minder groen in de stad is gezonder



Nu het christendom op zichzelf terugplooit tot een verzameling nobele principes waarop onze zogenaamde joods-christelijke beschaving gebaseerd zou zijn –waar ik ernstige bedenkingen bij heb- steekt een nieuwe godsdienst de kop op. Ik heb het niet over de islam – dat maakt de krampen van zijn verlichting mee- maar over het Vitalisme.


De leer die gelanceerd werd door de groene kinderen van de babyboomers die, eigen aan de jeugd, ervan uitgaan dat zij het grote gelijk aan hun kant hebben. Ook in de oceaan van de geneeskunde trekt die stroming zijn vervuild estuarium.


Het zijn die mensen die ervan uit gaan dat als iets het label biologisch geeft het een absolute meerwaarde heeft. Natuurlijke suiker is beter dan suiker uit het rek van de supermarkt. Vuil zout uit de Guérande is smakelijker dan uit een pak van 0.80 euro. En zelfgemaakte yoghurt van bloemetjes is beter dan de Griekse variant van Danone. Het is het geloof dat als iets niet gefabriceerd, geraffineerd of geconfectioneerd is, het niet bezield is van een vonk.


Een levenskracht die doodgaat vanaf het moment dat er een computergestuurd proces aan te pas komt. Ooit geloofde de wetenschap dat dieren, planten en dus ook de mens, kortom alles wat uit organische stof bestond, bezield waren door die vonk. Tot in 1828 Friedrich Wöhler ureum in een buisje maakte, een organische stof die tot dan toe alleen in lever en nieren gefabriceerd werd. Het was de ontdekking van de chemie en dat heeft ons veel voordeel opgeleverd. Maar daarmee was het vitalisme niet dood verklaard. De homeopathie is daarvan een bewijs. Homeopathie is veilig, het geloof erin gevaarlijk, zegt de Gentse filosoof Maarten Boudry in Illusies voor gevorderden.


De heimwee naar "natuurlijk" is veel ouder dan het New Age tijdsgewricht. De nazi's bijvoorbeeld geloofden niet in synthetische vitamine C en plantten daarom rozebottels bij de kilometer. Het heeft ons rozebottelsiroop opgeleverd. Ik ga al lang niet meer in tegen kennissen die in elke magnetron, elk label met een E-nummer, elk gentech aardappelveld een samenzwering zien van het groot industrieel complex dat ons samen met Semieten, immigranten en HLGBT (lesbian, gay, bisexual, transgender) naar de verdommenis wil helpen.


Ik vrees dat de huidige dieetgoeroes die tegen de vetzucht ten strijde trekken in hetzelfde bedje ziek zijn. Vetzuchtwetenschap is geen natuurwetenschap maar een gedragswetenschap en heeft als dusdanig aan alle manco's van die tak van sociologie te lijden: een sterk overtuigd zijn van het eigen gelijk en weinig of geen bewijs van het grote gelijk, wegens het niet herhaalbaar zijn van zogenaamde proefondervindelijke waarnemingen.


Ik zat onlangs aan bij een dispuut over de invloed van een vervuild stadsmilieu op obesitas. De spreker wist met grote zekerheid het verband tussen het ene en het andere aan te duiden. Er moest meer groen in de stad. Snelwegen moesten overkapt worden. Pas dan zouden er minder stikstofdioxiden en roet in onze atmosfeer terecht komen. De bomen en struiken en ander door groendiensten te onderhouden gewas zouden daarvoor zorgen. Iedereen was overtuigd. Behalve ondergetekende.


Ik herinner me een studie uit 2011 over Het effect van de vegetatie op de luchtkwaliteit, waar letterlijk staat dat bomen en planten de luchtkwaliteit in een stad kunnen verslechteren. Al naar gelang de lengte en breedte van de straten, de hoogte van de gebouwen ernaast en de richting van waaruit ze door de wind worden aangeblazen ontstaan karakteristieke luchtstromingen met wervels en tegenwervels. Hoge bomen remmen de stromingen af en de brede kronen belemmeren de ventilatie van de straten. Dan blijven meer uitlaatgassen op voetgangersniveau hangen dan zonder groen het geval was geweest. Dus liever geen bomen dan maar.


Inmiddels zijn er een aantal studies naar de invloed van vegetatie op stedelijke luchtvervuiling verschenen die deze stelling bevestigen. Maar het geloof in meer groen in de stad werkt als een placebo effect.


Nog één anekdote: De kracht van dat placebo-effect is soms verbluffend. De Britse arts Henry Beecher, die werkte in een veldhospitaal tijdens de Eerste Wereldoorlog, behandelde zijn gewonde soldaten soms met een gewone zoutoplossing als hij door zijn voorraad morfine heen was. Tot zijn verbazing was er nauwelijks verschil: zodra hij de naald in hun arm zette, slaakten de zieltogende soldaten een zucht van verlichting. Hun rotsvaste geloof in de wonderen van die nieuwe pijnstiller had hen gered.


Ook ik geloof in het placebo-effect. Maar het vitalisme gaat mij een maat te ver.


https://www.bol.com/nl/p/illusies-voor-gevorderden/920000...


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

10:34 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)