23 maart 2017

Waarom ik van mijn huisturk hou

 

Het gebeurt dat we ’s ochtends in bed liggen en een Turk de slaapkamer binnenvalt. Deze sympathieke man in OK-outfit is als het ware een huisvriend geworden, die niet zelden in onze conversaties opduikt. Mmm, lekker, zegt de geleerde vrouw. Curcuma, zeg ik dan. Dr. Oz zegt dat dit goed tegen inflammatie is, weet zij. Mehmet Oz is onze huisturk geworden.

Geen gezeur bij hem over Gülen of Erdogan, maar weetjes over kontjeuk, vet haar, zere tanden, vitaminetekorten, gênante fistels, ingegroeide teennagels, fenomenen, een ruikend geslacht en aandoeningen die stuk voor stuk geïllustreerd worden door het type van dames met een licht verhoogd BMI en een onveranderlijk goed zittend kapsel. Mehmet Cengiz Oz (56) is geen onbesproken figuur. Dr Oz is een Turks-Amerikaanse cardio-thoracaal chirurg en professor aan de University of Columbia, auteur van een aantal succesboeken en een zogenaamde Bekende Amerikaan (BA).


Hij is een voorstander van alternatieve geneeswijzen en wordt gehaat door het artsencorps, FDA- en CDC-functionarissen die hij vaak terecht op de korrel neemt, en door mijn lijfblad The New Yorker, omwille van zijn onorthodoxe adviesverlening. Uit een onderzoek van de British Medical Journal bleek dat 46% van zijn beweringen misleidend of onjuist waren. Wat weinig zegt, want de voorbije jaren hebben de BMJ én The Lancet én The New Journal zoveel artikels moeten terugtrekken, zich moeten excuseren of deden ze gewoon of hun neus bloedde omwille van pseudowetenschappelijke publicaties en daaraan verbonden omkoperij.


Oz is dol op vrouwen met afwijkingen, vrouwen met een neurose, vrouwen met een snor, mensen die een stuk van hun gezicht missen of elders op een minder zichtbare plaats, mensen met seksproblemen, schaamte en verder, zoals ik al zei, mensen met jeuk, gevoelloosheid, voosheid, stekende pijn op momenten dat het niet past en onweerstaanbare plasdrang. Kortom, allemaal schrijnende gevallen waar een beetje serieuze arts een bloedhekel aan heeft. Maar wij niet. Tussen een croissantje en een verse krant door mogen we dit graag aanzien. En dat brengt me bij een andere Amerikaan: Daniel Dennett, een cognitief wetenschapper en filosoof aan Tufts University in Medford, US, die zopas From Bacteria to Bach: the evolution of minds publiceerde.


Dennett is de antithese van Oz, maar net zo fascinerend. Hij maakt in zijn boek, dat ik hier niet ga bespreken –daar leest u het zelf wel voor-, de vergelijking tussen Antoni Gaudi en een termietennest. Allebei bouwen deze diersoorten schitterende kathedralen, maar Gaudi kan een termietennest nabouwen, terwijl geen enkele termiet over de 86 miljard neuronen beschikt die het Gaudi mogelijk maakten om La Sagrada Familia te verzinnen. Alleen al om die reden heeft Dennett geen schrik voor AI zegt hij: " Je laptop kan wel beter rekenen dan jij ooit zal kunnen, maar hij begrijpt niet waarom en wat hij berekent." Zijn enige angst is dat artsen op een bepaald ogenblik de adviezen van de AI machines zo letterlijk gaan opvolgen dat ze hopeloos in de fout gaan.


Worden dokters de deurwachters van de medische wetenschap die perfect weten hoe ze een deur moeten openen en hoe ze de wachtenden koffie bedienen, of gaan ze in het verzet en blijven ze echt artsen? Het doet men denken aan de tijd die nog niet achter ons ligt, toen de aanhangers van het wetenschappelijk socialisme de zogenaamde Golden Rules and Pathways vastlegden die de NHS en ons Riziv laten verworden hebben tot de zandbak die ze vandaag zijn. Ijzeren rails langswaar gedacht kan worden. wie daarbuiten gaat wordt gestraft en in de Gobi woestijn achtergelaten. Dankzij de evidence based idiots, zoals de geleerde vrouw zegt.


Daarom hou ik van Oz en van Dennett. En van de geleerde vrouw, koffie, een krant en croissants in bed.

Marc van Impe

Bron MediQuality  

08:18 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

22 maart 2017

Eén jaar het vertrouwen kwijt


Ik lees in de krant hoe een dame, die zelf niet gewond noch aanwezig was bij één van de aanslagen van 22 maart, zich toch een slachtoffer beschouwt. Ze durft de metro niet meer in. Ze panikeert als ze iemand in de straat ziet met een rugzak.


Ze durft niet meer naar festivals want ze heeft een hekel aan massa's gekregen. Ze heeft geen vertrouwen meer in medeburgers met een getaande huid of een migratieachtergrond. Kortom ze lijdt aan het syndroom dat zowel psychologen en bookmakers zo goed kennen "saliency bias." Bijzondere, dramatische gebeurtenissen, zoals de aanslagen van Zaventem en Maalbeek maken zo'n indruk dat het vermogen om objectief te denken over bepaalde zaken zodat deze uit hun oorzakelijk verband gerukt worden. Daarbij wordt een fundamentele attributiefout gemaakt: gedragingen van alle moslims worden toegeschreven aan de persoonlijkheid of het karakter van enkele anderen, in deze: de terroristen.


Het is dus een traumatische vorm van vooringenomenheid. Wie in zijn directe omgeving geconfronteerd wordt met het nieuws over geweld wordt angstiger, hoewel de kans om gekwetst te worden ongewijzigd en zeer klein blijft. Sinds 22 maart werden er meer mensen zwaar gewond of om het leven gekomen door verkeersongevallen dan door terrorisme. Een zwaar verkeersongeval vergeet je, maar het karakteristieke van de terroristische aanslag zorgt er voor dat die niet uit het geheugen gewist wordt en wordt gelinkt aan de kans dat deze gebeurtenis zich herhaalt. 22 maart is zo uniek en zo makkelijk te herinneren dat mensen dit bijgevolg een enorm belang toeschrijven. Zowel politiekers als populistische charlatans profiteren daarvan. "Er moeten maatregelen genomen worden." En die zullen zij uiteraard nemen. De discussie over de verlenging van de voorhechtenis -van 24 naar 72, nee 48 uur- is daar een voorbeeld van. De minister van Justitie zegt dat hij "met 48 uur kan leven". Zover staan we één jaar na 22 maart.


Ik vroeg mijn werkster, die elke dinsdag keurig met een hoofddoek om en in het Frans, onze woning schoonhoudt of zij nog aan die fatale datum denkt. Ze doet alsof ze mijn vraag niet verstaat. Zoals ze doet of de fles single malt limonade bevat. En ontkent dat ze familie is van mijn collega Hind Fraihi, want geen goede moslima. Zij lijdt aan Verneinung. Ik probeer me voor te stellen hoe de terroristen hun laatste nacht hebben doorgebracht. Niet wat ze deden maar wat ze toen dachten. Dachten ze, "Straks ga ik in het midden van het rijtuig staan, bij de deur, daar maak ik het grootste aantal slachtoffers. Of : "Ik rij mijn bagage naar de incheckbalie en dood zoveel mogelijk reizigers."? En dachten de twee die afhaakten: "Laat mijn kompanen maar doen, ik geloof toch niet helemaal in het paradijs. Op het laatste moment loop ik lekker weg."? Hun daden pijnigen niet mijn geheugen maar mijn morele verbeelding. Hoe moet ik mij dit voorstellen?


Vanuit mijn raam zie ik de uitloper van wat sinds 22 maart de Kanaalzone heet. We lopen er elke dag langs. Multicultureel Vilvoorde komt hier spelen. Het zijn banale jongens en meisjes. Ze laten hun lege chipszakjes slingeren. Ze drinken blikjes cola uit de Lidl. Af en toe wordt er een fiets gepikt. Soms staat er één ongevraagd in onze garage. Tegen de avond wordt er wel eens gedeald. Verliefde koppeltjes zitten aan de steiger bij het kanaal. Een paar jaar geleden dacht ik er niets bij. Nu denk ik: "Loopt hier een toekomstige Mohamed Abrini, een Osama Krayem?" En dan: "Dit is ook het Vilvoorde van de zestienjarige Othman El Hammouchi die vorig jaar de Belgische Filosofie Olympiade won." Van hem, die begon met de lectuur van de Hayy Ibn Yaqzan van de 12de eeuwse Marokkaan Ibn Tufayl en die nu dweept met Kant en Socrates, lees ik de uitspraak: "Mensen hebben de gave van de rede, maar ze gebruiken ze niet." Hij lijdt niet aan saliency bias. Hij wil naar Cambridge. Uit zijn middelbare school, het Koninklijk Atheneum, vertrokken twee Syriëstrijders.


Het miezert buiten maar er is hoop.


Marc van Impe

Bron: MediQuality

09:02 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

21 maart 2017

Psychiaters over Trump beledigen hun patiënten



Het begon met Trump. De 45ste president heeft een ernstige psychische stoornis en daarom is hij ongeschikt voor het ambt van president. De petities zijn inmiddels door honderden psychiaters en psychologen ondertekend. Wat dat over hen zegt? Niet veel goeds, zegt Harald Merckelbach, die hoogleraar rechtspsychologie is aan de universiteit van Maastricht en blogt. Hij schrijft een maandelijkse column voor de wetenschapsbijlage van NRC Handelsblad.


Het is verleidelijk. Ben je psychiater, heb je zo'n mooie publieke casus, dan kan je moeilijk zwijgen. Binnenkort krijgen we hetzelfde fenomeen in ons continent. Boris Johnson, Marine Le Pen, Geert Wilders, om geen usual suspects uit eigen land te noemen. Maar wat allereerst opvalt, is dat de shrinks het maar niet eens kunnen worden over het ziektebeeld. Trump lijdt aan een kwaadaardige vorm van narcisme.  Nee, hij heeft last van paranoia. Maar nee toch, betoogt het derde smaldeel, hij is een pathologische leugenaar. Hij vertoont een demente aftakeling, meent weer een vierde groep. De meest excentrieke diagnose kwam van ene dr. Steven Beutler, een infectioloog ditmaal, en „al meer dan dertig jaar in het vak" . Trump is besmet met Treponema pallidum en zou dus neurosyfilis hebben. De verklaring: Trump hield er in de jaren 80 een promiscue levenswandel op na, liep toen de besmetting op en nu is het zover.


Wij hebben hier de eerste publieke diagnose gepubliceerd. Daar houden we het bij. Op het internet kun je tientallen uren diagnoses en de discussie daarover lezen. Om ze vervolgens bij gelegenheid van een of andere LOK zelf te citeren en het verlichte brein uit te hangen. Het doet de psychiatrie eens te meer geen goed. Het lijkt wel of de zielenknijpers net zo wetenschappelijk verantwoord bezig zijn als de zeventiende-eeuwse piskijkers.


"Tenzij natuurlijk die hele psychiatrische diagnostiek geen ene moer voorstelt. Als ik leek was, zou ik dat denken," dixit Merckelbach. "De hulpverleners die Trump een enge ziekte proberen aan te wrijven, mogen best een toontje lager zingen. De geschiedenis van hun vak is bezaaid met collega's die zich ernstig vergaloppeerden. Freud is een pijnlijk voorbeeld. Het was de Weense wonderdokter in hoogsteigen persoon die samen met een Amerikaans diplomaat een boek schreef over Woodrow Wilson, Amerikaans president van 1913 tot 1921. De diplomaat was door Wilson aan de kant gezet en had dus nog een appeltje met hem te schillen.


En zo regende het mentale afwijkingen in de analyse die Freud en deze diplomaat van president Wilson ten beste gaven. Het was diepe neurose hier en infantiel conflict daar. Want zie toch hoe gek Wilson zich gedroeg: hij instrueerde mensen die hij ontmoette om in zijn rechter blikveld te gaan staan. Wat Freud niet besefte, was dat Wilson een hersenbloeding had gehad, daardoor blind raakte voor zijn linker visuele veld en zodoende die merkwaardige gewoonte had ontwikkeld.


Nog belangrijker: in de eerste jaren van zijn presidentschap deed Wilson het volgens vriend en vijand heel behoorlijk. Freuds analyse van Wilson was niet alleen overhaast, maar ook totaal overbodig." Ik ben het met Merckelbach eens: van Trump een patiënt maken, is verdwalen in politieke retoriek. Het is ook beledigend voor mensen met psychische problemen. De meesten van hen zijn bescheiden, stil en ongevaarlijk; velen leveren een waardevolle bijdrage aan de samenleving.

Daarom laat politici over aan de cabaretiers die hen belachelijk maken, aan de journalisten die hun alternatieve feiten checken en aan de juristen die hen "met het hoofd tegen het beton van de rechtstaat laten lopen". Shrinks doen er wijs aan hun mond te houden. Trump is te groot voor de divan, aldus Merckelbach.


Marc van Impe


https://newrepublic.com/article/140702/medical-theory-don...

 

Bron: MediQuality

 

08:40 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)