13 oktober 2016

Zo kunt u nakijken of uw inloggegevens op de markt liggen

Ook als uw wachtwoord niet makkelijk te kraken is, bent u niet altijd veilig. Door hacks en datalekken bij grote bedrijven kan het zijn dat uw inloggegevens namelijk toch op straat liggen. Hoe komt u hier achter? Daarvoor kunt u de website 'Have I Been Pwned?' raadplegen. De site houdt alle gegevens van grote hacks en datalekken bij. Dat is een tip van collega Wim Kopinga, redacteur bij DataNews.be

De site is gemaakt door Troy Hunt, een man die bij Microsoft werkt, over internetveiligheid blogt en dit hoog in het vaandel heeft staan. De site runt hij volledig vrijwillig, omdat hij 'het doodsimpel en gratis wil houden met maximale voordelen voor de community' om te kijken of je gegevens op straat liggen.

Op https://haveibeenpwned.com/ kunt door simpelweg een e-mailadres of gebruikersnaam in te vullen achterhalen of u daar ook bij zit. De site voegt regelmatig de gegevens van nieuwe lekken toe. Daarom is het verstandig om hem zo nu en dan te bezoeken om te weten of u nog veilig bent.

Naast het checken van deze site is het aan te raden om uw wachtwoord regelmatig te veranderen en als het mogelijk is tweefactorauthenticatie in te schakelen.

 

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

10:43 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Een egoïst aan antidepressiva is het gelukkigst

komt het dat een van de somberste landen ter wereld, voor de tweede maal gerangschikt staat als dé plek waar de mensen het gelukkigst zijn. Ik heb het over Denemarken dat volgens het World Happiness Report voor de tweede maal (vorige jaar dus even niet) tot de gelukkigste natie ter wereld bekroond wordt. Ik heb er gewerkt, gewoond en heb het overleefd: op het eerste gezicht is Denemarken is niet leuk. Het is plat, het regent de helft van de tijd, de inwoners hebben allemaal een spraakgebrek en het leven is er peperduur. Maar, dat moet ik toegeven, ze beheersen de kunst van de hygge: het creëren van gezelligheid. Daarmee overleven ze niet alleen zichzelf, maar met deze „overlevingsstrategie” veroveren ze nu de wereld.

Ik woonde in Jutland, aan de rand van de zee. Het stadje Fredericia was, eerlijk is eerlijk, hyggelig. Een miniatuur Brugge, zonder toeristen, kleine huizen met houten vloeren die kraakten als je van de ene kamer naar de andere liep. Bij valavond verwacht je Hans Christian Andersen en het meisje met de zwavelstokjes tegen te komen. Er viel niets te doen behalve bij elkaar te zitten, te smikkelen en te drinken. En dat is wat Denen doen. Liefst bij schemerlicht. Het voelt alsof je verstand in een dikke gebreide wollen sok zit. Hygge is staat voor ‘intiem samenzijn met mensen met wie je je kunt ontspannen'. Stel u daar maar van alles bij voor. Vaste onderdelen ervan zijn haardvuur, kaarsen, warme dranken, en veel koek en snoep. Meik Wiking schreef er een boek over: Hygge: De Deense kunst van het leven, dat half oktober in het Nederlands verschijnt. Hygge heeft ook zijn eigen vocabulaire: de hyggespreder, je lief die het gezellig maakt draagt op fredagshygge, op vrijdag na een lange week dus, een hyggebukser, een soort comfortabele flanellen broek die je nooit buitenshuis zou dragen, met daaronder gebreide hyggesokker. Maar ook op andere dagen kan je hyggehjørnet zijn, in de stemming voor hygge, dus en dan ga je de Søndag doorbrengen in je hyggekrog, een knus hoekje, met thee en kaneelkoekjes, boeken, muziek, dekens, misschien een wandeling, waarbij je je overgeeft aan hyggesnak, gebabbel over niet-controversiële onderwerpen. Gezelligheid is in Denemarken een werkwoord. Een sociale opgave. „Kom je vanavond met ons hygge?" is een standaarduitdrukking.

Hygge is het tegengif voor de koude winter, de regenachtige dagen en de uitgestrekte duisternis. Je kunt hygge het hele jaar door hebben, maar in de winter wordt het een overlevingsstrategie. En je wordt er knetter van: op vrijdag lullen ze hoe hygge ze het zaterdag gaan maken, op zaterdag zeggen ze steeds hoe hygge het is, en na afloop herinneren ze elkaar eraan hoe hygge het was. In Denemarken spreekt dan ook 78 procent van de bevolking met elkaar af. Volgens geluksonderzoeker Meik Wiking en volgens het European Social Survey, een ander geluksonderzoek, zijn Denen niet alleen de gelukkigste mensen van Europa, maar zijn zij ook degenen die het vaakst met vrienden en familie afspreken. België staat op die index op de 44ste plaats.

In de deze tijden van stress en depressie, prijkte Denemarken dit jaar dus nog maar eens op de eerste plaats in het World Happiness Report van de Verenigde Naties. Gevolgd door Zwitserland, IJsland en Noorwegen. België staat op 18de plaats. De Verenigde Naties hanteren daarbij objectieve en subjectieve welzijnservaringen, wat tegenwoordig ook als indicatie wordt gezien voor vooruitgang, dus niet alleen het welvaartsniveau of de levensverwachting in een land maar ook de geestelijke gezondheid van de bevolking. Wij Belgen spreken nauwelijks nog met elkaar af. Zelfs het cafébezoek neemt af.

Betekent dit nu dat de Denen ook het gezondst leven? Nee, helemaal niet. Naast dat ontspannen samenkomen, haalt de Deen levenslust uit simpele pleziertjes. Dat gehyggel gaat gepaard met veel gesnoep, de Denen eten twee keer zoveel snoepen als de rest van Europa, namelijk ruim acht kilo per jaar? Daarnaast zijn het kampioenen in vlees- en visconsumptie, drinken ze sloten koffie en thee en zijn ze niet vies van halve litertjes pils en neutjes aquavit en gammeldansk. Wiking: „Hygge gaat om aardig zijn voor jezelf, jezelf trakteren en jezelf en anderen even een pauze gunnen van gezond doen. Snoep is hyggelig. Taart is hyggelig. Koffie en warme chocolademelk zijn ook hyggelig. Rauwe worteltjes… niet bepaald."

En het volgende bericht zal de gezondheidspolitie de kast opjagen: de paradox wil dat Denemarken een van de landen is met de hoogste consumptie antidepressiva. Volgens Wiking is dat het resultaat van een goed werkende geestelijke gezondheidszorg. „Lage consumptie in andere landen betekent niet dat die medicijnen daar niet nodig zijn, maar dat psychische stoornissen niet worden behandeld. Landen waar heel weinig antidepressiva worden geslikt, zoals Hongarije en Zuid-Korea hebben de hoogste zelfmoordpercentages ter wereld. Het aantal mensen met depressies in Denemarken is vergeleken met de rest van de wereld kleiner dan gemiddeld." Dat zegt iets over het hoge zelfmoordcijfer in ons land. Helen Russell I schrijft in The Year of Living Danishly: Uncovering the Secrets of the World's Happiest Country (Vicon Books): „Ze hebben een haast obsceen goede kwaliteit van leven. De rest van de wereld lijkt eindelijk te beseffen wat Denen al generaties weten: dat een ontspannen, gezellige tijd met vrienden en familie, vaak met koffie, cake en bier erbij, ongelofelijk heilzaam kan zijn voor de ziel." Het was in Denemarken dat ik leerde aan de hand van mijn lief leerde dat het anagram van stressed het woordje dessert is. En ik had dan nog geluk. Want er is slecht nieuws voor de politiek correcte denkers onder u: de Denen zijn ook het meest gesloten en afstandelijke volk. Iemand erbij vragen die ze niet zo goed kennen, is niet hygge. Ik heb het aan den lijve ondervonden, het is heel lastig is om bevriend te raken met Denen. Volgens InterNations Survey Expat Insider 2016 is Denemarken een van de allerlastigste plekken ter wereld om vrienden te maken. Het land staat van 67 landen op de 65ste plaats. Een geluksgevoel houden de Denen liever voor zichzelf. Egoïsten aan de antidepressiva zijn dus de gelukkigste mensen. En nu spreek ik af met mijn Deense vriend de fotograaf Erik Luntang, het zonnestraaltje van Aerø.

Ondertussen staat de Engelstalige versie van Meik Wiking, The Little Book of Hygge (Penquin Books), op de vijfde plaats van de Britse Amazon bestsellerlijst. Een stuk leuker dan Søren Kierkegaard's Quidam's Dagboek.

Marc van Impe

http://worldhappiness.report/wp-content/uploads/sites/2/2...

https://inassets1-internationsgmbh.netdna-ssl.com/static/...

09:39 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (1)

07 oktober 2016

Bang van een gekookt ei

Ik heb een haat-liefdeverhouding met dieetdeskundigen. Ik hou er niet van dat gezond eten ongezond wordt. Een voorbeeld: een diëtist is iemand die dingen verbiedt, terwijl voedselgoeroes laten zien wat je wél mag eten. Ik weet dat die indruk fout is, maar beide partijen doen er alles aan om dat beeld te bevestigen. Daarom word ik entomofaag. Daar hebben beide clubs niets mee te maken.

Ik ben dol op zowat alles en kan geen voedsel bedenken dat ik niet zou willen eten. Sterker zelfs naast mijn liefde voor boter, melk, vlees, vis, groenten en zelfs aardappelen heb ik een onweerstaanbare drang om nieuwe dingen te proeven. In New York at ik in Canal Street rood gebakken penis van een stier. Ik dacht dat ik een variatie op de bekende inktvisringetjes degusteerde. In Den Haag at ik mens, in de vorm van een kruidige pastei van placenta. En in Mali Ston, Kroatië, at ik een paar weken geleden een bordje morsko jaje, of zeevijgen die zoveel jodium bevatten dat ik de volgende eeuw naast een kerncentrale wel overleef. Ik verzamel bijzondere en oude kookboeken en ben voortdurend op zoek naar vreemde gerechten.

Ik heb dan ook niets met kookboeken van de Vlaamse eetgoeroe Pascale Naessens of met de onlinevoedingsadviezen van The Green Happiness. Van Pascale mag ik geen suiker meer eten. En wie green en happy wil worden, moet vooral geen vlees en zuivel eten. Eieren is "de menstruatie van de kip". Ik hou niet van het soort mensen die na hun ochtendlijke yogasessie een alleraardigst avocadoslaatje met rode biet en chiazaad concocteren, of een ontbijtpudding van mango en amandelmelk die 's morgens eerst nog een uurtje moet stollen. Hoe vroeg moet je daarvoor opstaan?

Wat is er fout met een doodgewoon potje Danone, een roereitje of een croissant met aardbeienconfituur? Steeds meer kinderartsen en huisartsen krijgen massa's vragen van ouders die willen weten of ze hun peuter echt beter een bakje vers gekiemd chiazaad mee naar school geven.

Kinderpsychiater Annik Simons waarschuwde vorige week in De Standaard dat de voedingshype gevaarlijk wordt. Ze is specialiste in het behandelen van eetstoornissen in het UZA, en ervaart dat "de enorme focus op gezonde voeding" stoornissen bij jongeren in de hand werkt. "Sommige jongeren willen nooit meer een stuk taart of een koffiekoek eten. Ze schrappen alle koolhydraten uit hun menu, en eten dus ook geen aardappelen meer."

Ondertussen doet zich een nieuw fenomeen voor: ondervoede kinderen die het slachtoffer zijn van een te eenzijdig, hypergezond voedingspatroon. De sukkeltjes krijgen een 'orthorectisch dieet' opgelegd, waarin maar weinig plaats is voor koolhydraten en calcium. Ze krijgen vooral superfoods zoals spelt, gojibessen, quinoa en hennepzaad op het bord. Resultaat: sterke vermagering, verstopping, vermoeidheid, duizeligheid en kouwelijkheid. Diezelfde ouders combineren een fulltime job met een triatlon per week, een cursus mindfulness en een abonnement op een politiek correct weekblad, ze drinken geen alcohol en gaan nooit naar de frituur. Net zoals ze zeker nooit per ongeluk porno kijken.

Ik heb daar in Londen op de New Scientist Live wetenschapsbeurs een oplossing voor gevonden. Ervan uitgaand dat een gezonde voeding bestaat uit 55 procent koolhydraten, 15 procent eiwitten en 30 procent vetten en dat wel eens wat anders wil dan olijfolie, vis, noten en avocado's, schakel ik in de toekomst regelmatig over op entomofagie.

Ik ben dan misschien een rariteit in België maar het consumeren van insecten is dagelijks gebruik in 80 procent van de wereld. In Londen lunchte ik op gebraden krekels, gefrituurde sprinkhanen, cicaden in chilisaus, zwarte mieren die verrukkelijk naar mierenzuur smaakten, diverse soorten keverlarven, zoals die van de meeltor en de neushoornkever, diverse soorten rupsen, zoals de bamboeworm en gebakken wasmotten.

Helaas waren er geen gefrituurde vogelspinnen waarvan de poten naar kreeft smaken en het zalfachtige binnenste zilt-bitter schijnt te zijn. De geleerde vrouw deed enthousiast mee en we genoten van een lichte maar voedzame maaltijd. Als aperitief nam ik een negroni, een cocktail op basis van Campari die zijn kleur ontleent aan een bladluis, uit wiens lichaam en eieren het rode pigment gewonnen wordt. Tenslotte, als we kunnen genieten van andere geleedpotigen, zoals kreeftachtige garnalen en krabben, waarom dan niet van schorpioenen en duizendpoten.

Ik heb trouwens zowel de bijbel als de koran aan mijn kant. Leviticus, het derde boek van de Thora, zegt welke dieren de Israëlieten mochten eten en welke 'onrein' waren. Insecten met springpoten zoals sprinkhanen en krekels mochten gegeten worden. En de eerste christen Johannes de Doper, schrijft het Nieuwe Testament, leefde van sprinkhanen en wilde honing. In Yucatan, Mexico, at ik overigens ooit honingraat met larven en poppen bestrooid met chili en limoensap.

Voor sommige moslims zijn schorpioenen onrein, maar de consumptie van sprinkhanen aanvaarden ze wel. En op Sardinië is de casu marzu, een kaas die gemaakt wordt met behulp van levende insectenlarven, een dure delicatesse.

Tenslotte nog dit: wie een allergie voor huisstofmijt of zeevruchten heeft, zou ook allergisch kunnen reageren op de consumptie van insecten. Die heeft dus pech. Maar ook die wil ik het kookboek Eat Grub van Shami Radia, Neil Whippey en Sebastian Holmes aanraden. Overigens vieren we op 23 oktober in 17 landen voor de tweede maal WEID. De World Edible Insect Day is het idee van de Belgische chef Chris Derudder die iets wil doen aan de promotie van de entomofagie of het eten van insecten.

België was overigens het eerste Europese land dat het consumeren van insecten officieel goedkeurde. Al in december 2013 stelde het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV) een lijst op van tien insectensoorten voor humane consumptie zoals bepaalde sprinkhaansoorten die legaal gegeten kunnen worden.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

 

09:46 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)