19 september 2016

Eet nooit van de grond

Eat your heart out, hooggeleerde wijsneuzen. Academisch onderzoek van Rutgers University (New Brunswick, VS) heeft de stelling van twee televisiepresentatoren bevestigd: je kunt beter niet van de vloer eten. En daarmee is de zogenaamde vijf-secondenregel naar de papiermand verwezen. Want ook als voedsel daar minder dan vijf seconden op heeft gelegen, is het toch bacterieel besmet.

Hun publicatie in Applied and Environmental Microbiology bevestigt wat Jamie Hyneman en Adam Savage met hun baanbrekend onderzoek het Discoveryprogramma Mythbusters al bewezen had: soms duurt het inderdaad meer dan vijf seconden voordat een meetbare hoeveelheid bacteriën overspringt van de vloer naar het eten, maar soms is minder dan één seconde al genoeg.

Dat lijkt vooral aan de aanwezige hoeveelheid vocht te liggen. Ex-duiker,machinist, kok, betoninspecteur en dierentemmer Jamie Hyneman (55) en zijn collega ex-modelbouwer, tekenfilmmaker, filmoperateur en fietsenmaker Adam Savage (44) zijn niet aan hun eerste proefje toe. Ze hebben bijna 2.400 experimenten uitgevoerd maar nu hebben de echte wetenschappers Donald Schaffner en promovenda Robyn Miranda van Rutgers hun test overgedaan.

Ze probeerden vier soorten voedsel uit: watermeloen, brood, beboterd brood en fruitgums. Die legden ze op oppervlakken van roestvast staal, keramieken tegels, hout of tapijt. Die oppervlakken werden vooraf behandeld met de bacterie Enterobacter aerogenes, afkomstig uit twee verschillende voedingsmedia, en daarna zorgvuldig gedroogd. Tot slot hanteerden ze vier contacttijden: <1, 5, 30 en 300 seconden. Alle 128 mogelijke combinaties van parameters testten ze 20 keer uit waarna ze alle oppervlakken op kweek zetten om te zien waar hoeveel bacteriën zaten. Zoals je kon verwachten werd de watermeloen het meest besmet en het snoep het minst. Het brood zat er tussenin, waarbij de boter weinig uitmaakte. Maar je zag ook een enorme spreiding tussen verschillende metingen onder identieke condities.

Het komt er op neer dat die vijf seconden vaak wel kloppen, maar dat soms minder dan één seconde al voldoende is. En omdat je als consument niet kunt weten met welk scenario je op een gegeven moment te maken hebt, kun je de vijf-secondenregel beter helemaal vergeten.

Hyneman en Savage die zelfs hun middelbare school – en dat stelt in de VS echt niets voor- niet afmaakten, kregen in 2011 een eredoctoraat van de universiteit van Enschede. "Ze kregen dit doctoraat," aldus hun promotor professor Stefano Starmiglioli, hoogleraar geavanceerde robotica aan de Universiteit Twente, "omdat ze met hun programma duizenden kinderen enthousiast hebben gemaakt voor de techniek." Het duo is sinds 2003 onvermoeibaar bezig met dat wat een wetenschapper exact moet doen, namelijk niet geloven wat mensen zeggen, maar zelf onderzoeken of het wel waar is wat wordt gezegd.

Hyneman en Savage zien zichzelf niet als wetenschappers. Zei Hyneman bij de uitreiking: "Toen we met ons programma begonnen, wilden we zaken die ons boeien diepgaand onderzoeken zodat we er iets konden van leren. Dat wilden we zo efficiënt mogelijk doen, met alle beschikbare middelen. Dat is toevallig hetzelfde wat wetenschappers doen." Wat Savage en Hyneman doen is echt evidence based onderzoek.

Marc van Impe

Meer info ?

http://www.discovery.com/tv-shows/mythbusters/videos/five... en http://aem.asm.org/content/early/2016/08/15/AEM.01838-16

Bron : MediQuality

 

17:49 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

15 september 2016

De fiscus in de wachtkamer

In De Tijd stelde Unizo-topman Karel Van Eetvelt donderdag dat belastinginspecteurs kleine zelfstandigen die niets hebben misdaan, duizenden euro’s proberen lichter te maken. ‘De maat is vol,’ zegt hij. ‘In het pesten van ondernemers met allerhande controles zijn de praktijken van de inspectiediensten onder de regering-Michel even erg als die onder de regering-Di Rupo.’

Van Eetvelt: ‘De regering en de inspectiediensten lijken er vanuit te gaan dat kleine zelfstandigen haast per definitie frauderen en dat er overal enkele duizenden euro's te rapen vallen.' Uit cijfers van de FOD Financiën moet blijken dat bij 70% van de controles van zelfstandigen een fiscale naheffing wordt opgesteld. Als arts bent u een kleine zelfstandige. En de recente verhalen in pers over frauderende specialisten en meldingspunten maakt dat de artsen als beroepsgroep opnieuw in de focus van de belastingcontroleur komen, zegt mijn vriend de fiscalist. Maar er is meer. Sommige grote ziekenfondsen sporen hun leden aan om hun arts letterlijk te verklikken. En ook al heeft de fiscus geen speciaal formulier of een vaste kliklijn, toch kreeg hij vorig jaar 1.221 dergelijke meldingen, vaak anoniem, een toename met 70 procent. ‘Na zo'n verklikking probeert de fiscus soms de mensen te verrassen met een bezoek ter plaatste om te zien of de klacht wel klopt', zegt advocaat Michel Maus in De Tijd.

We bespreken de toestand van de wereld in de schaduw van het ziekenhuis waar de geleerde vrouw consultatie houdt. Onze gesprekspartner is er gerust in. Hij werkt onder de vorm van een evba en heeft de voorbije vier jaar geen enkele controle gekregen. Is de fiscus hem dan vergeten of betekent dit dat er een controle op komst is ? Voor de aanslag over inkomstenjaar 2014, had de fiscus in principe tijd tot 30 juni 2016 om deze toe te sturen. Dit staat volledig los van een fiscale controle. De fiscus heeft sowieso immers drie jaar tijd, vanaf 1 januari van het aanslagjaar, om een bepaald inkomstenjaar te controleren. Een controle over inkomsten 2014 kan dus nog tot eind 2017, zelfs al werd intussen een afrekening gestuurd. Die twee staan dus los van elkaar. Onze gesprekspartner is ten onrechte gerust.

Medische beroepen worden geregeld geconfronteerd met een belastingcontrole. De meest voorkomende controledaden van de fiscus zijn een eenvoudige vraag om inlichtingen, maar ook een bezoek ter plaatse van een belastingcontroleur hoort tot de mogelijkheden. Het beroepsgeheim van de arts is maar een schijnbescherming. De fiscus kan de erelonen van medische beroepsbeoefenaars perfect natrekken. Dat daarbij vragen worden gesteld is normaal. Maar bepaalde vragen kunnen niet. Zo mag het afsprakenboek niet opgevraagd worden.

Toch komt het geregeld voor dat de fiscus een inzage vraagt in dat afsprakenboek, zegt mijn accountant, ook al is dit geen stuk dat verplicht wordt opgelegd door de boekhoudwetgeving. Het is echter wel een belangrijk stuk om de ontvangen erelonen te controleren. In de meeste praktijken gaat het bovendien over een geïnformatiseerd afsprakenboek dat deel uitmaakt van de totale medische IT-infrastructuur die de arts gebruikt. Daar heeft de fiscus geen toegang toe. In de praktijk komt er echter vaak op neer dat de accountant toch adviseert toegang te verlenen, want anders… volgt een diepgaande controle en die kan dagen duren en gaat vaak om pietluttigheden.

De argumentatie van de fiscus is vaak stereotiep. Zo is het al verdacht dat een arts een lagere omzet draait –als we dit zo oneerbiedig mogen uitdrukken- dan een collega in een gelijkaardige situatie. Ook verdacht is dat de omzet plots daalt. En als men een beroep heeft gedaan op de vennootschapsstructuur met het oog op een fiscale optimalisatie, dan is dat uiteraard verdacht. Een arts die werkt als privépersoon is immers verplicht op het fiscale strookje onderaan het totale ontvangen ereloon te vermelden. Werkt die arts via een rechtspersoon, dan wordt enkel het officiële geconventioneerde ereloon aangegeven. Dat vindt de fiscus verdacht.

Een van de heikele punten is de verkoop van het patiëntenbestand (goodwill) aan een eigen vennootschap? Zeker oudere artsen die geruime tijd actief waren als vrije beroeper en overstappen naar een vennootschap, in het vooruitzicht van een naderend pensioen en met het plan deels nog verder te werken onder een fiscaal gunstiger regime, maken daar gebruik van. Om te beoordelen of er wel degelijk eigen patiënten zijn en of de waardering van de goodwill correct is verlopen, vraagt de fiscus soms naar een nominatieve lijst van alle patiënten. En dat is duidelijk een vraag waarop de arts niet zomaar kan antwoorden. De identificatie van patiënten mag hij niet zo maar meedelen. Dit is immers in strijd met het strafrechtelijk beschermd medisch beroepsgeheim.

Maar als u zich beroept op dat medisch beroepsgeheim en de gevraagde gegevens weigert voor te leggen, dan kan de fiscus de territoriaal bevoegde tuchtoverheid, de Orde van Artsen dus, inschakelen. Die moet in voorkomend geval het fiscaal onderzoek beoordelen en beslissen of het beroepsgeheim terecht werd ingeroepen. Oordeelt de Orde dat de vraag van de fiscus strijdig is met het beroepsgeheim, dan is die tuchtbeslissing bindend en vangt de fiscus bot (Cassatie dd. 19.12.2012). De tandartsen zijn er aan voor de moeite want zijn beschikken niet over een tuchtoverheid.

De vraag is over welke wapens de fiscus beschikt om te controleren of u al uw inkomsten correct aangeeft? De fiscus kan eenvoudigweg bij u langskomen maar een 'fiscale visitatie' zoals dat officieel heet, moet wel vooraf aangekondigd worden. Op het ogenblik van de visitatie mogen immers geen patiënten aanwezig zijn. Het bezoek moet ook gebeuren tijdens de uren van activiteit. U moet dus aan het werk zijn, maar er mogen geen patiënten aanwezig zijn.

Gelukkig zorgt de overheid voor zoveel administratief werk waar u een goed deel van de dag mee bezig bent. Gebeurt de controle in uw particuliere woning waar uw praktijk aan verbonden is, dan zijn de regels strikter. De ambtenaren hebben enkel toegang tot particuliere woningen of bewoonde lokalen tussen 5 uur 's morgens en 9 uur 's avonds en hebben bovendien een machtiging van de politierechter nodig. Maar waarom zou de fiscus toegang willen tot uw gezinswoning? Om de oppervlakte van uw praktijkruimte bijvoorbeeld op te meten. Of om na te gaan of de nieuwe kasten in uw consultatie niet naar de keuken verhuisd zijn. Vergeet niet dat de controleur over nogal wat mogelijkheden beschikt bij een controlebezoek.

Volgens de letter van de wet mag hij "de aard en belangrijkheid van de werkzaamheden vaststellen en het bestaan, de aard en de hoeveelheid van de voorraden en van de voorwerpen van alle aard nazien". Strikt gezien mag de fiscus enkel de administratieve mappen en farden inkijken die open uw bureau liggen. Hij heeft dus niet het recht documenten uit afgesloten kasten te nemen. Maar hij kan wel alle huurovereenkomsten, arbeidsovereenkomsten met een praktijkassistente en dergelijke inkijken voor zover die nuttig zijn bij het vaststellen van uw belastbare inkomsten en het bedrag ervan. Een computer die aanstaat wordt beschouwd als een openstaande kast en dus mag de fiscus de data inkijken. Als u uw boekhouding op uw computer bijhoudt dan moet u sowieso de belastingadministratie inzage geven in de informatiedragers en de gegevens die ze bevatten. Tijdens zijn bezoek mag de controleur alle bijkomende vragen stellen, maar enkel aan u. Vragen stellen aan het personeel, de poetsvrouw of de kinderen kan dus niet.

Maar een controle is gelukkig niet altijd zo dramatisch. Doorgaans wordt een 'vraag om inlichtingen' schriftelijk verstuurd. Maar ook daar zijn grenzen. De fiscus kan u niet bijvoorbeeld niet vragen om met uw wagen naar het belastingkantoor te komen om de kilometerstand te controleren.

Ik bel een oude schoolmaat, vers gepensioneerd controleur bij de belastingen. Wat is de vaakst voorkomende "correctie" die de fiscus bij artsen toepast ? Hij hoeft niet na te denken. Inrichtings- en verfraaiingskosten van praktijk- en wachtruimte die in werkelijkheid in de privéwoning blijken gebeurd te zijn. En reiskosten voor seminaries waaraan een stukje vakantie gekoppeld werd. In de regel, zegt hij, verwerpt de fiscus 30% van de gemaakte reiskosten. Want reizen, zegt de fiscus, is nog altijd een beetje plezier. Het aantal fiscale controles bij vrije beroepen en artsen zal de komende jaren overigens toenemen. Tussen haakjes, het aantal controles bij werknemers is sinds 2014 met 41% gedaald.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

08:52 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Geen prikje meer bij de tandarts

Onderzoekers in het blad Journal of the American Dental Association stellen een nieuwe vorm van anesthesie voor simpele ingrepen bij de tandarts – bijvoorbeeld een gaatje vullen – via een neusspray. “Dit is vanzelfsprekend geweldig voor mensen die bang zijn voor naalden,” stelt onderzoeker Elliot V. Hersh. In de neusspray zit tetracaïne en oxymetazoline. Experimenten zijn veelbelovend. De neusspray blijkt niet alleen prima in staat te zijn om de mond te verdoven, maar heeft ook nog eens weinig bijwerkingen.

Hersh kwam op het idee toen hij zelf een ingreep aan zijn neus onderging en een neusspray met daarin tetracaïne kreeg tegen de pijn. Hij merkte dat niet alleen zijn neus maar ook zijn mond verdoofd aanvoelde. Hersh en collega's verzamelden 150 proefpersonen bij wie een gaatje moest worden gevuld. Honderd proefpersonen kregen het verdovende middel in de neus gesprayd.

Bij vijftig proefpersonen zat er een placebo in de neusspray. Nadat de eerste dosis neusspray was toegediend, wachtten de onderzoekers vier minuten alvorens nog een keertje neusspray toe te dienen. Weer tien minuten later begonnen tandartsen met de procedure: er werd geboord. Proefpersonen die op dat moment pijn ervoeren, werden nog een keer met de neusspray behandeld. Als er daarna nog steeds sprake was van pijn, werd de mond toch middels een injectie verdoofd om de procedure af te kunnen ronden. Tijdens het experiment werd regelmatig de hartslag en bloeddruk van de proefpersonen gemeten. 88 procent van de mensen die middels een neusspray waren verdoofd, wist de procedure te doorstaan zonder dat aanvullende pijnstilling nodig was.

Daarmee is de neusspray volgens de onderzoekers net zo succesvol als veelgebruikte verdovingsmiddelen die middels een injectie worden toegediend. In de groep die een placebo ontving, wist slechts 28 procent van de proefpersonen de procedure te doorstaan zonder een injectie. Nu wil Hersh nog achterhalen of de neusspray ook voldoende verdoving biedt voor heftigere ingrepen zoals een wortelkanaalbehandeling. Ook wil hij uitzoeken of de neusspray door kinderen gebruikt kan worden (omdat zij juist vaak bang zijn voor naalden). Als het vervolgonderzoek voorspoedig verloopt, kan de neusspray in theorie vrij snel op de markt komen. Tetracaïne is een reeds door de Amerikaanse Food and Drug Administration goedgekeurd verdovingsmiddel.

Marc van Impe


Bron: MediQuality

 

07:40 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)