22 september 2016

Verboden te kijken

In de zomer zitten we bij de bocht in de rivier en mogen we graag kijken naar de meisjes in het water. Het is een doodgewoon gezicht, een stel oudere mannen op een terras die de hele middag naar spelende adolescenten in badpak zit te kijken, onder het genot van een glas streekbier. Alsof ze niets anders te doen hebben. Een onschuldig tijdverdrijf. Of niet soms. Meisjes in bikini, een paar meisjes in iets wat een poging tot boerkini moet zijn.

In het fotoalbum van mijn ouders staat een meisje van achttien in een gebreid badpak aan de over van een dode arm van een andere rivier. Ze kijkt in de lens. Een sensuele glimlach. De man achter de camera is mijn vader. Ik ben nog vloeibaar. Maar net zoals hij zal ik een oog hebben voor mooie vrouwen. Het kind achter de camera vertelt me acht kinderen later, dat het oorlog was en voor jonge mensen bleef niets anders over dan te zwemmen en foto's te trekken van elkaar. Alsof er niet veel anders te doen was in 1944.

We gaan zwemmen, mijn vrienden en ik, omdat je daar de andere helft van de natuur op zijn mooist ziet. Bij het openluchtzwembad moet je je omkleden in hokjes die gesloten met een houten klapdeur gesloten worden. Elke kleedruimte wordt gescheiden door een muurtje van zo'n meter of twee. Als je op de betonnen bank staat, kan je over dat muurtje kijken, hebben we ontdekt. Ik waag mijn kans en gluur gloeiend over de rand. Naast mij staat een man met grijs haar op rug te worstelen met een grote blauwe zwembroek. Het meisje kleedt zich om in het hokje aan de andere kant. Ik heb me vergist. De hele dag zitten we aan de kant. Af en toe duikt er een in het water. De gloeiende lust afkoelen. 's Avonds fietsen we met een verbrande kop naar huis. Het wordt nooit wat. Het is 1964. De meisjes hebben wel wat beters te doen.

Op het terras liggen mooie dames in de zon. Achter het raam van het congrescentrum, dat uitkijkt op het zwembad staan tientallen mannen achter het bronskleurig glas naar buiten te staren. Binnen is een groot medisch congres aan de gang. Maar daar buiten gebeuren belangrijker zaken. De dames hebben hun topje afgedaan en drinken Campari soda. De commentaren halen het niveau van café De manke vos. Zoiets zie je niet in Tielt. We zijn in Sorrento 1986. Alsof ze niets beters hebben te doen.

Bij het begin van dit jaar las ik in de krant dat "die jongens helemaal niet komen om te zwemmen" maar om naar de meisjes in badpak te kijken. Een paar lijnen verder las ik het hijgend geschrijf van onze reporter ter plaatse. Ik voelde zijn opwinding in zijn verslag. De voorbije zomer raakte hij dan weer opgewonden bij de gedachte aan een boerkini. Het is altijd wat.

Binnenkort staan er bordjes aan de rand van de rivier: niet met de boodschap 'Verboden te Zwemmen', maar 'Verboden te kijken'. Niet naar meisjes in bikini noch in boerkini. Ik besluit met de Nederlandse minister van Volksgezondheid die in haar H. J. Schoonlezing de voorbije week de opmerking maakte: "Ik weet niet hoe het komt , maar overal waar culturen botsen, moeten vrouwen ofwel iets uittrekken ofwel iets ààntrekken. In beide gevallen leidt het tot pijnlijke, vernederende situaties. En worden vrouwen de dupe." Het is 2016. Ik bedenk, er verandert niets in de wereld. Dat er nog geen burgemeester is die journalisten een zwemverbod wil opleggen. Maar die hebben wel wat beters te doen. Zoals kijken naar Le déjeuner sur l'herbe. Met de ogen dicht.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

17:59 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

21 september 2016

De Orde kiest

De Orde der Artsen staat voor cruciale verkiezingen. Deze maal zal moeten blijken of de Orde die op zijn zachtst gezegd gemengde gevoelens oproept bij het artsenkorps erin zal slagen opnieuw aansluiting te vinden bij de basis. In Vlaanderen onderging de Orde een naamsverandering, de vraag is of het enkel bij die cosmetische ingreep blijft ?

Daarom deze overpeinzing die uiteraard de nodige reacties zal oproepen. Zoals bleek uit de druk gelezen bijdrage van dr. Arne Van Renterghem werd zijn kandidaatstelling door zijn vriendenkring op zijn zachtst gezegd op gemengde gevoelens onthaald. En dat heeft zo zijn redenen.

De Orde zelf vermoedt de oorzaak te kennen. In mei schreef de Orde in een persbericht dat de grootste uitdaging de hervorming van de Orde der artsen is, die de Orde zelf wil realiseren. Ik citeer "Deze hervorming is een constructief antwoord op vaak opgeworpen grieven: oubolligheid, gebrek aan transparantie en rechtsonzekerheid. Het voorstel gaat veel verder dan "het waken over de eer en de waardigheid' zoals vermeld in het KB 79 betreffende de Orde der artsen. Het voorziet onder meer in de waarborg van het respect voor de patiënt, de kwaliteit van de zorg, de loyale samenwerking tussen de gezondheidszorgbeoefenaars en het belang van de gemeenschap. Het zet in op nieuwe concepten: minnelijke conflictbeheersing, deelname van jonge artsen aan de activiteiten van de Orde, bijstand aan artsen in moeilijkheden."

Het klinkt mooi en edel maar wie zoals ondergetekende een paar zittingen van de Raad van de Orde mocht meemaken weet dat tijdreizen op het Jamblinne de Meuxplein dagelijkse werkelijkheid is. Niet alleen is dit college overwegend samengesteld uit een club bejaarden waarvan men zich terecht mag afvragen in hoever deze nog enige voeling hebben met de actuele samenleving. Alleen al de manier waarop een rechtszaak gevoerd wordt, zonder tegenspraak, met alle vooringenomenheid, autistische doofheid voor argumenten is een scherts van hoe een modern rechtscollege zou moeten werken. En de aanwezige magistraten die ongetwijfeld een eerbiedwaardige en gevulde carrière achter zich hebben passen perfect in dit plaatje, niet gehinderd als ze zijn door enige kennis van medische zaken. Het lijkt de tijd van de gilde wel.

Er zijn in ons land honderden jonge, actieve en geëngageerde artsen die nadenken over de manier waarop de geneeskunde in de eenentwintigste eeuw kan functioneren. Zij kijken verder dan de bibliotheek van hun eigenste alma mater en ze durven voor hun mening uitkomen, eerder dan zich te conformeren aan wat geriatrische vakgenoten pretenderen als deontologische regel te mogen stellen.

Een andere vraag: waarom zijn vrouwelijke artsen zo schromelijk ondervertegenwoordigd in de huidige Orde. Zouden zij beter weten? Of bedanken ze voor de eer?

Deze verkiezingen zijn het ideale moment om een nieuwe start te nemen, schrijft de Orde die zegt op zoek te zijn naar nieuwe mensen die bereid zijn het hervormingsproces vorm te geven in de praktijk.

De Orde schrijft wel wat de kandidaat van de werking van een hertekende Orde mag verwachten maar blijft vaag over het profiel dat zij van de kandidaat verwacht. "De ideale kandidaat is een vrouw/man met onberispelijke staat van dienst, actief op het werkveld en met interesse in het globale gezondheidsgebeuren."

Wie van een kandidaat een programma verwacht, een actieplan, een omschrijving van zijn doelstellingen is eraan voor de moeite. Nergens, op een uitzondering na, zeggen de kandidaten waar ze voor staan. Nergens antwoorden ze op vragen van kiezers.

Ik had tenminste een forum verwacht waar de kandidaat met de kiezer in debat zou kunnen gaan. Maar dat is er helaas niet. Communicatie is nog altijd niet het sterkste punt van deze "onafhankelijke, dynamische structuur die invulling geeft aan een "positieve deontologie" gericht op de preventieve en proactieve begeleiding van artsen en streeft naar transparantie, toegankelijkheid en dienstbetoon."

Een gewezen lid van een provinciale afdeling van de Orde formuleerde het tegenover ons als volgt: "De Orde zou een referentiekader moeten bieden, een open instelling moeten zijn waar de arts met zijn vragen en zijn noden terecht kan. Maar dat is ze niet. Ze is van oorsprong en nog altijd een repressief apparaat geleid door vaak gerontocraten in echte Sovjetstijl.

De Orde verhoogt de druk op de artsen en gevolg is dat artsen niet meer arts kunnen of durven zijn, als ze voor de Orde dienden te verschijnen. Ik heb artsen gezien die nooit meer de oude werden en die letterlijk geknakt werden onder de druk van een (potentiële) veroordeling.

Bovendien laat de Orde zich in haar strafbeleid sturen door de Commissie van de DGEC en het RIZIV. Sterker nog, in Vlaams Brabant werd de Orde geleid door een arts, een ambtenaar dus vàn het RIZIV. Een professor bevestigt: "Deze mensen zie ik dus frequent hier in de praktijk verschijnen, of ze bellen mij met de vraag ‘collega, help a.u.b., ik weet echt niet meer wat ik moet doen'. De geneeskunde is overgereglementeerd, en er is te weinig keuzevrijheid nog voor artsen. Natuurlijk hebben sommige rotte appels in de mand, er toe geleid dat er meer controles kwamen, wat ik zeker toejuich, maar men moet hierin niet doorslaan."

De vernieuwde Orde verliest zich nog maar eens in een hoogdravende woordenbrij, geplukt uit een zelfhulpboek voor gemankeerde managers. Ik vraag me af welke "leergierige artsen die uit zijn op een nieuwe uitdaging in hun carrière," zich hiervoor kandidaat stellen. " Een organisatie is zo sterk ais de sterkte van iedere afzonderlijke schakel. Op u komt het aan! " schrijft de Orde. Een waarheid als een koe. Daaraan mag ik graag toevoegen: En de kruik gaat zolang te water tot ze breekt.

"Neem de Orde weg, en de wettelijke bescherming van de patiënt tegen het utilitarisme verdwijnt ook, en wat overblijft is het resultaat van het machtsspel tussen overheid, ziekenfonds, ziekenhuis, werkgever en werknemer-organisaties, rechtbanken en syndicaten," schreef kandidaat Arne van Renterghem. Sta me toe dat ik aan die wettelijke bescherming twijfel. En ik ben duidelijk niet de enige. Ook de EU DG Gezondheid is het daar mee eens: de enige mogelijke verdediger van de patiënt is een sterke, onafhankelijke patiëntenorganisatie. En daar ontbreekt het in ons land voorlopig aan. Tenslotte nog dit: van de kandidaat wordt verwacht dat hij zich enkele uren per maand vrij kan maken en dit tegen een billijke vergoeding. Het lijkt de verkiezing van het bestuur van de lokale schutterij wel.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

08:55 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

20 september 2016

Waarom controleartsen geen dokter kunnen zijn

Maggie De Block wil langdurig zieken dwingen om aangepast werk te zoeken met mogelijkheid tot sancties als ze daar niet op ingaan. Een deel van de aanpak zijn 7.500 steekproeven die een speciale equipe van Riziv-artsen moeten uitvoeren. De minister heeft gelijk. De explosie van het aantal chronisch zieken loopt parallel met het aantal bruggepensioneerden en andere gecamoufleerde werklozen. Toch enige bedenkingen daarbij. Wie gaat die controles uitvoeren?

Ons land telde vorig jaar 370.400 langdurig zieken. Het aantal langdurig zieken - mensen die langer dan een jaar ziek zijn - is in tien jaar tijd met 64 procent toegenomen. Alleen al vorig jaar is er volgens Securex een toename van 14 procent. Dat kost de overheid bijna 5 miljard euro aan uitkeringen. Volgens Securex gaat het vooral om oudere werknemers. Rugklachten, chronische stress en burn-out zijn de belangrijkste oorzaken.

Minister van Gezondheid Maggie De Block wil langdurig zieken dwingen om aangepast werk te zoeken met mogelijkheid tot sancties als ze daar niet op ingaan. Een deel van de aanpak zijn 7.500 steekproeven die een speciale equipe van Riziv-artsen moeten uitvoeren. De minister heeft gelijk. De explosie van het aantal chronisch zieken loopt parallel met het aantal bruggepensioneerden en andere gecamoufleerde werklozen die de voorbije jaren weggesaneerd worden in privé en overheidsbedrijven. Toch enige bedenkingen daarbij. Wie gaat die controles uitvoeren?

Een voormalige voorzitter van het Riziv zei me ooit, al monkelend, dat zijn inspecteurs-geneesheren de beste van het land waren want door de band genomen hadden ze het langst gestudeerd. Ik klasseer die opmerking onder de rubriek academische humor. Maar het zet me wel aan het denken. Een artsenpraktijk voeren of patiënten controleren zijn twee totaal verschillende zaken. Een vergelijking: voor mijn belastingaangifte doe ik een beroep op een accountant. De aangifte zelf wordt desgevallend gecontroleerd door een belastingcontroleur. De eerste is een vrij beroeper, de andere een ambtenaar. Beiden hebben waarschijnlijk dezelfde financiële opleiding gevolgd. Beiden worden door mij betaald. De eerste via een nota, de tweede via de belastingen. Mijn accountant kan ik bij wanprestatie sanctioneren, mijn controleur niet.

Of neem mijn advocaat en de magistraat. Beiden zijn jurist van opleiding, maar de rechter is geen lid van de balie en mijn advocaat legde geen magistratenexamen af. Kijk ik nu naar de artsen en controleartsen. Beiden zijn medicus van opleiding. Maar de huisarts heeft een eed van Hippocrates afgelegd: nole nocere. De controlearts legt als ambtenaar een eed af tegenover de staat. De inhoud daarvan is totaal anders. Waarom zou de controlearts dan nog een dokter zijn? Of lid van de Orde? Waarom zou hij een Riziv-nummer moeten hebben? Hij is een medicus qua opleiding maar niet in de praktijk. En dat maakt een belangrijk verschil.

Een arts functioneert in een wereld van intellectuele twijfel, wat spanning en onzekerheid oplevert. Bij geneeskunde spelen speculatie, emotie en soms spirituele en psychologische vormen van kenniservaring en waarneming een belangrijke rol. Geneeskunde is altijd voorlopig, onzuiver, onzeker en onaf. Tussen geneeskunde en geneeskunst liggen slechts twee letters verschil. De controleur daarentegen handelt vanuit een absolute administratieve zekerheid. Hij streeft naar het halen van wettelijk vastgelegde eindtermen en niet naar op empirie gebaseerde diagnose.

De controleur functioneert binnen een algebraïsch universum en komt zo tot soms verbijsterende maar ogenschijnlijk logische besluiten. Hij wordt niet gehinderd door kennis van vele zaken, daar heeft hij de specialistische opleiding niet voor, maar hij velt streng en hopelijk rechtvaardig zijn vonnis. De patiënt kan daartegen in beroep gaan. Niet bij een andere arts maar bij de arbeidsrechtbank. Dat zegt genoeg. Noem de controleur dus medicus, maar geen dokter. Een dokter heelt. De arts is een metafysicus, de controleur de dogmaticus. Voor hem geldt Roma locuta causa finita. Een echte arts is nooit zo vast in de leer.

Tenslotte nog dit: De minister wil 25 miljoen besparen? Ze zal behaald worden, daar twijfel ik niet aan. De vraag is hoe en bij wie. Bij de ambtenaar die de laatste drie jaar van zijn carrière zijn gespaarde ziektedagen opmaakt? Bij de vloerder die met een zere rug een paar vierkante meter tegels in je keuken komt leggen? Of bij de juf die met een burn-out thuis zit en toch liever voor de klas had gestaan?

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

08:55 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (1)