27 september 2016

Nederlandse patiënten leggen klacht neer tegen academici

Medische wetenschappers kunnen nu (in Nederland) vervolgd worden voor dwalingen die verregaande sociale, economische en politieke gevolgen hebben. Lou Corsius, vader van een Nederlandse ME-patiënte, diende eind april een formele klacht in bij de commissie “Wetenschappelijke integriteit” in Nijmegen tegen de dokters H. Knoop en G. Bleijenberg.

Dat deed hij n.a.v. hun artikel uit 2011 "Chronic fatigue syndrome: where to pace from here?", waarin zij commentaar gaven op de publicatie over de PACE-trial in The Lancet en stelden dat CGT en GET veilig zijn en bij 30% van de patiënten tot herstel van CVS leiden. De klacht werd ontvankelijk verklaard op 8 juli ll.

Het Britse PACE-onderzoek was een met publieke middelen gefinancierde Britse studie van vijf miljoen pond waarvan de auteurs claimden dat het aantoonde dat graded excercise (GET) en cognitieve gedragstherapie (CBT) een gunstige uitwerking hadden op patiënten met ME/CVS. De uitkomst van het onderzoek werd omwille van de gevolgde methodologie en de manipulatie van data van meet af aan achtervolgd door controverse en de auteurs ervan hebben herhaaldelijk geweigerd onbewerkte data van de studie te verstrekken die een onafhankelijk onderzoek naar de bevindingen ervan mogelijk zouden maken. Het rapport werd gepubliceerd in The Lancet, Psychological Medicine, en Lancet Psychiatry. Nu blijken zowel de NHS als de Amerikaanse toezichthouder op therapeutisch beleid Agency for Healthcare Research and Quality (AHRQ) cognitieve gedragstherapie en graded excercise afgewaardeerd als behandeling voor ME/CVS patiënten. Bovendien blijkt uit academisch onderzoek dat de data van de Pace Trial positief gemanipuleerd werden.

Op 23 september vond de hoorzitting plaats in de Radboud Universiteit van Nijmegen waarbij de eis geformuleerd werd voornoemd artikel in te trekken en afstand te nemen van de conclusies. De hoogleraren Bleijenberg en Knoop kregen van de commissie drie weken de tijd om schriftelijk te reageren op 21 argumenten/observaties m.b.t. omstreden effectiviteitclaim van gedragstherapie en oefentherapie voor CVS.

De professor emeritus en de universitair hoofddocent zijn twee boegbeelden van het Nederlands Kenniscentrum Chronische Vermoeidheid (NKCV) en bepalen sinds jaar en dag het officiële standpunt. Het Nederlands Kenniscentrum Chronische Vermoeidheid (NKCV), dat door vele artsen en journalisten als de autoriteit op dit gebied beschouwd wordt, stelt al jaren dat gedragstherapie (CGT) en progressieve oefentherapie (GET) bewezen effectief zijn voor CVS, een standpunt dat gretig overgenomen werd door de Belgische ziekenfondsen en het Riziv. Dat terwijl ME- en CVS-patiënten stellen dat cognitieve gedragstherapie (CGT) en progressieve oefentherapie/revalidatietherapie (GET) ineffectief en mogelijk schadelijk zijn, een standpunt dat nu gevolgd wordt door onderzoekers van o.a. Stanford, Miami State en Harvard. Een gedegen inhoudelijke analyse van de methoden en uitkomsten van de PACE-trial toont aan dat de PACE-trial geen betrekking heeft op CVS, laat staan ME, maar op een heterogene groep mensen met ‘chronische vermoeidheid', dat CGT en GET niet effectief zijn, zeker niet op lange termijn, en dat getuige de gepubliceerde uitkomsten vraagtekens gezet mogen worden bij de ‘bijwerkingen' van CGT en GET.

De onderzoekers van het NKCV en hun ‘geloofsgenoten', die een zeer zwaar stempel hebben gedrukt op de adviezen van de Gezondheidsraad (2005, 2007 en 2013), zijn wederom sterk vertegenwoordigd in de omstreden Gezondheidsraadscommissie die momenteel onderzoek doet naar ‘ME' naar aanleiding van een burgerinitiatief. Die Gezondheidsraad-adviezen domineren het medisch beleid m.b.t. ME en CVS. De aangeklaagde auteurs tonen met het betreffende artikel en andere publicaties aan een vooringenomen ‘wetenschappelijke' visie te hebben op ME (Myalgische  Encefalomyelitis) en CVS (chronisch vermoeidheidssyndroom) en de ‘succesvolle behandeling' ervan. Herhaaldelijk is gebleken dat ME en CVS gepaard gaan met zeer ernstige medische afwijkingen en dat het (bio)psychosociale ‘verklaringsmodel' onhoudbaar is , zeggen de twee klagers die zelf academisch geschoold zijn: Drs. Lou Corsius, vader van een dochter die al 15 jaar ME-patiënt is, heeft de klacht ingediend. Frank Twisk MBA MBI BEd BEc, sinds 1997 patiënt, is pleitbezorger voor patiënten en auteur van meer dan 25 wetenschappelijke artikelen over ME, CVS, CGT en GET.

De klacht aan de Radboud Universiteit van de vader van een ME-patiënt werd op 8 juli jl. ontvankelijk verklaard door de Commissie Wetenschappelijke Integriteit. Na het wetenschappelijk proces kan een burgerlijk proces volgen waarbij schadevergoeding geëist wordt.

Marc van Impe

Bron: MediQuality


Meer info ?

Ziehier de klacht van Lou Corsius: https://corsius.wordpress.com/2016/04/30/brief-aan-colleg...

En een verslag van Lou van 24.09.16: https://corsius.wordpress.com/2016/09/24/burgers-binden-s...

En het verslag van Frank Twisk: http://www.hetalternatief.org/CGT%20GET%20PACE%20Editoria...

Meer referenties ?

Het artikel van Bleijenberg G, Knoop H. Chronic fatigue syndrome: where to PACE from here?Lancet. 2011 Mar 5; 377(9768):786-788. doi: 10.1016/S0140-6736(11)60172-4.
De Pace Trial: White PD, Goldsmith KA, Johnson AL, Potts L, Walwyn R, DeCesare JC, et al. Comparison of adaptive pacing therapy, cognitive behaviour therapy, graded exercise therapy, and specialist medical care for chronic fatigue syndrome (PACE): a randomised trial. Lancet. 2011 Mar 5; 377(9768):823-836. PMID:21334061. doi: 10.1016/S0140-6736(11)60096-2.

 

08:38 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

26 september 2016

Harvard pleegde fraude in opdracht van suikerindustrie

Dacht u dat vet de hoofdschuldige is voor vaat-en hartziekten, vergeet dan maar wat u geleerd hebt. En wuif die argumenten van uw dieetdeskundige maar weg. U bent bedrogen.

Want uit documenten van Harvard, de University of Illinois en andere universiteiten die ontdekt werden door Cristin E. Kearns, een postdoctoraal student aan de University of California, San Francisco, en die gepubliceerd recent gepubliceerd werden in de JAMA Internal Medicine blijkt dat de suikerindustrie in de loop van de jaren zestig wetenschappers van Harvard University cash betaald heeft voor rapporten waaruit moest afgeleid worden dat er geen link bestaat tussen suikerconsumptie en hartziekten en die verzadigde vetzuren de schuld gaven voor wat toen een epidemie van hart- en vaatziekten werd.

De affaire werd in 1964 opgestart door John Hickson, een topman van de suikerindustrie, die kennis had gekregen van een onderzoek van Ancel Keys, een prominente fysioloog van Minnesota die stelde dat vetten en cholesterol de belangrijkste oorzaak voor hartziekten waren. Hickson engageerde de Harvard wetenschappers en controleerde elke paper die ze wilden publiceren. Harvard's Dr. Hegsted schreef letterlijk: "We are well aware of your particular interest and will cover this as well as we can."

Uit de geheim gehouden documenten blijkt dat de consument en de wetenschap gedurende meer dan vijf decennia om de tuin werden geleid in verband met de rol van voeding bij hart-en vaatziekten, Volgens professor Stanton Glantz van de U.C.S.F. werden de hedendaagse voedingsaanbevelingen grotendeels gevormd door de suikerindustrie. Uit de documenten blijkt dat de toenmalige Sugar Research Foundation, vandaag de Sugar Association, in 1967 drie Harvard wetenschappers het equivalent van $50.000 betaalde voor een overzichtsartikel http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/5339699 waarin op zijn zachtst zeer zorgvuldig onderzoek over suiker, vetten en hartziekten gemanipuleerd werden.

De studies verschenen in het prestigieuze New England Journal of Medicine, en minimaliseerden de link tussen suiker en hart- en vaatziekten en overdreven de rol van verzadigde vetzuren. Hoewel van bij publicatie contestatie ontstond slaagde een bedrijf als Coca-Cola er in om gedurende meer dan 50 jaar de waarheid naar haar hand te zetten. Vorig jaar reeds schreef de The New York Times dat Coca-Cola miljoenen dollars geïnvesteerd had in research die het verband tussen gesuikerde dranken en obesitas moest weerleggen. En recent nog, in juni, onthulde The Associated Press dat snoepfabrikanten studies sponsorden waaruit moest blijken dat snoepende kinderen minder wogen dan kinderen die fruit en groentensnacks gebruikten.

De Harvard wetenschappers worden met naam en toenaam genoemd, zoals dr. D. Mark Hegsted, die hoofd werd van het voedingsdepartement van het United States Department of Agriculture, en die in 1977 de auteur was van de basisguidelines voor een gezond dieet die ook door het Belgisch ministerie gevolgd werden en waarop de voedingsgpiramide gebaseerd is. Een andere was Dr. Fredrick J. Stare, voorzitter van het Harvard Nutrition Department.

Continue reading the main story

In een antwoord aan de JAMA zegt de Sugar Association dat ze in 1967 geen enkele wet heeft overtreden en dat medische vakbladen niet verplicht waren om sponsors te vermelden. The New England Journal of Medicine doet dit overigens pas sinds 1984. Maar "grotere transparantie zou wenselijk geweest zijn" Aldus een cynisch commentaar van The Sugar Association. "Suiker is overigens niet de enige schuldige wat betreft hart- en vaatziekten."

Maar Dr. Glantz hamert erop dat miljoenen Amerikanen en wereldwijd miljarden mensen een total fout voedingsadvies volgden, sterker nog, dat ze geculpabiliseerd werden en soms gesanctioneerd. Zo werden patiënten door hun ziekteverzekering in de kou gezet omdat ze " te vet aten". De American Heart Association en de World Health Organization moeten nu hun standpunt herzien en hebben daar moeite mee. Volgens Marion Nestle, professor aan de New York University, in een editoriaal bij het artikel in de Jama maak je zelden zo'n gigantisch bedrog mee. Dr. Walter Willett, voorzitter van de Harvard T. H. Chan School of Public Health, erkent de academische conflict-of-interest en zegt dat de regels aan zijn universiteit sinds eind van de Jaren zestig drastisch veranderd zijn. Volgens hem bewijst dit voorval dat research beter gefinancierd kan worden door de overheid dan door de industrie.

Deze publiceerde de FDA de criteria waaraan nieuw onderzoek moet voldoen. http://www.nejm.org/doi/pdf/10.1056/NEJMsr1611785

Marc van Impe

Bron: MediQuality

 

08:41 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

25 september 2016

Goedgelovig leeft het langst

Voor het raam van mijn werkkamer, zes hoog, hangt een vette kruisspin in een web van twee keer niets. Het is nazomer en ik ruim de overgebleven rapporten en tijdschriften op waar ik deze zomer niet aan toe gekomen ben. Dan valt mijn oog op een oud nummer van The Spectator van 27 juli met het dramatische bericht: "Kerkgangers leven langer".

The Spectator is geen parochieblad, geen roddelgazet maar vormt met The New Yorker en The Economist de triade zonder dewelke geen enkele senior writer kan. Zoals dat gaat, worden de opruimwerkzaamheden stilgelegd en sla ik aan het lezen. Research van de voorbije 20 jaren, suggereert dat regelmatig een kerkdienst bijwonen gerelateerd kan worden aan een betere lichamelijke en geestelijke gezondheid.

Wie een reguliere kerkdienst bijwoont, en dat is volgens de onderzoekers een katholieke of protestantse dienst, maakt 30 procent minder kans voortijdig te sterven, heeft een derde minder kans om depressief te worden en heeft vijfmaal minder kans zelfmoord te plegen. Dat blijkt uit een onderzoek dat zestien jaar geduurd heeft en door Harvard gevoerd werd bij … verpleegsters. Joodse en moslimverpleegsters hebben pech want over het nuttig effect van het bijwonen van een eredienst in de synagoge of een gebed in de moskee geen woord.

In vergelijking met vrouwen die nooit religieuze diensten bijwoonden, liepen vrouwen die éénmaal per week ter kerke gingen 26 procent minder kans op voortijdig sterven, bij hen die één keer per maand naar de mis gingen liep die kans terug op 13 procent. God is dus streng maar rechtvaardig.

Betekent dit dat ik als niet-kerkganger die sinds zijn vijftiende van god los is en zo zijn eigen morele evenwicht gevonden heeft, gewoon op tijd dood zal gaan? Het zal wel. Een en ander verscheen eerder ook in de JAMA Internal Medicine en daar las ik dat kerkgangers vijf maand langer leven. Ook die cijfers gelden voor vrouwen, voor mannen zou de situatie anders kunnen zijn.

Een intrigerende aspect is dat het de kerkdienst lijkt te zijn die het verschil maakt, in plaats van zelf beleefde religiositeit, spiritualiteit of particuliere praktijken. De communie zou dus toch heilzaam zijn. Religieuze identiteit, spiritualiteit en particuliere praktijken in de context van het religieuze leven kunnen natuurlijk nog steeds belangrijk en zinvol zijn, maar ze lijken de gezondheid niet zo sterk te beïnvloeden.

Ik geloof er niets van. Om te beginnen werd de studie in Amerika gevoerd. Daar gaat sowieso 4 op de 10 van de volwassenen wekelijks naar één of andere kerk. Het is zowat het belangrijkste sociale evenement van de week. Hier hebben we een totaal andere sociale structuur, hebben we een sociaal vangnet en ben je als niet-religieuze burger geen outcast. Want zowel in de JAMA als in The Spectator wordt het heilzaam effect verklaard door het sociale contact dat een kerkdienst met zich meebrengt. Alhoewel de onderzoekers niet uitsluiten dat de boodschap van hoop en het geloof zelf voor een gezondheidsboost zorgen. En wat te zeggen over de zelfdiscipline die je nodig hebt om elke zondag stipt tegen elven bij het altaar aan te schuiven?

Ik stel me de vraag in welke mate er vergelijkbare resultaten behaald zouden worden met betrekking op andere vormen van sociale participatie? Want het onderzoek toont aan dat sociale ondersteuning slechts ongeveer een kwart van het effect op de levensverwachting verklaart; het is dus belangrijk, maar niet alles.

Sommige literatuur suggereert dat deelname aan andere sociale groepsactiviteiten waarschijnlijk ook enig effect op de mortaliteit heeft, hoewel de grootte van het effect meestal iets kleiner dan die van de aanwezigheid bij een kerkdienst. Ik durf te speculeren dat, hoewel we daar nog geen gegevens over hebben, kerkgroepen niet alleen een sociale belang hebben, maar dat Amerikaanse kerkgangers er ook een gemeenschappelijk besef van gezondere gedragsnormen op na houden dan bijvoorbeeld een kaartersclub.

Een kerkdienst bijwonen heeft waarschijnlijk niet alleen vanwege de sociale ondersteuning invloed op de gezondheid, maar beïnvloedt ook iemands vooruitzichten, gedrag, overtuigingen en iemands gevoel van de betekenis en het levensdoel.

Ik blader verder en lees dat de Erasmusuniversiteit een kritische blik geworpen heeft op de geciteerde artikels. En in landen als Nederland en Denemarken, waar vergelijkend onderzoek werd gedaan is die relatie tussen kerkbezoek en gezondheid er niet, aldus de nuchtere Rotterdammers. Wel belangrijk is dat je op tijd stopt met roken. Wat dat betreft heb ik dus geluk. Want zo rond de periode van mijn ontkerkelijking begon mijn rookverslaving. Als je stopt met roken op je 60ste , win je 3 levensjaren. Stop je met 50, dan win je 6 jaren. Ben je gestopt op je 30ste , dan win je gemiddeld 10 jaren.

Of je nou moslim, jood, vrijzinnig, katholiek of protestants bent. Het maakt niet uit, de cijfers in de BMJ gelden voor iedereen. En dat onderzoek werd de voorbije halve eeuw gevoerd. Je kan dus bidden wat je wil, beter is niet te beginnen met roken of nog beter stoppen nu het nog kan.

De christelijke spin voor het raam van mijn werkkamer heeft ondertussen haar web stevig verankerd. Deze week begon de herfst. Ik ga haar nog een weekje laten hangen.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

09:34 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)