17 juni 2016

Gejost worden

Hoe lang het zou duren, vroeg ik de vriendelijke man op werkpost 26, voor ik mijn attest zou ontvangen? Dat kon hij niet precies zeggen, maar hij schatte dat de zaak op zijn vroegst over een week of zes rond zou zijn. “We sturen eerst een bericht van ontvangst. U moet dat tegentekenen en ons terugzenden. Daarop krijgt u een aanvraagformulier en dat moet u volledig invullen – u gaat daarvoor best bij uw huisarts langs- en laten afstempelen bij de gemeente. En dan afhankelijk van, ja, van wat eigenlijk, begin ik met verwerking van uw aanvraag. U kunt misschien nu al een pasfotootje laten maken ?

In het juiste formaat natuurlijk en met een witte achtergrond in tweevoud." Ik onderbrak de vriendelijke jongeman. "Maar ik heb u die aanvraag mét foto toch tweeënhalf jaar geleden al gestuurd. U hebt me die hele procedure al laten doorlopen en u hebt me in eerst instantie afgekeurd. Daarna werd ik toch goedgekeurd."


Hij sneed me de tong af. "Natuurlijk, dat weet ik wel. Maar niets zegt dat wij niet in beroep gaan. U begrijpt, de procedure moet zijn gang gaan. En bovendien: ik ben nog niet aan 18." Ik zag het verband niet. Uiteraard is een ambtenaar 18. "Hoe oud bent u dan?" "32, maar dat bedoel ik niet. Ik ben nog niet aan datum 18 maart." "Maar we zijn nu begin juni." "En dan komt juli en dan is het vakantie. U zult zien voor het vakantie is weet u waar u aan toe bent. Dat beloof ik u."


"En als ik het attest persoonlijk kom afhalen, helpt dat de zaak vooruit?" Dat was verkeerd gegokt, de vriendelijke man werd nu de onvriendelijke man. "Als u hierheen wil komen dan mag u dat, ik garandeer u dat dit geen lolletje is. De wachtzaal zit hier vol met medeburgers die iets gedaan willen krijgen en die niet begrijpen willen dat ze geduld moeten leren hebben. En u moet een nummertje trekken."


Ik wist dat hij de waarheid sprak. Ik was er al eens geweest. In een bevoorrechte positie. Als journalist. "U kunt beter gewoon volgens het boekje werken." "Waar kan ik dat boekje kopen?" "U begrijpt best wat ik bedoel, de hele procedure staat op de website. En nog iets. Ik werk hier niet." "Dat dacht ik al."


"Ik bedoel, ik ben hier niet. Ik ben elders maar ik mag u niet zeggen waar." Armworstelen met een ambtenaar. "Ik ben ook niet wie u denkt dat ik ben." Stilte. Ik had hem van zijn gietijzeren stoel geschopt. "U bent niet echt," zei ik. "U bent virtueel. U leeft in een callcenter. Er groeit een microfoon uit uw oor."


Ik hoorde hem zwaar ademen. "Maar dat is normaal. Tenslotte werkt u op de FOD Gehandicapten. U bent er dus niet maar wel op de juiste plaats." In de reclames schudden ze nu hun vers geföhnd haar en grijpen ze naar een bekertje yoghurt met Super K. "Ik wens u nog een fijne dag, werkpost 26. En weet u, in feite heet u gewoon Jos."


In het heelal galmt een stem: De kandidaat gaat naar de volgende tafel!


Ik schrik wakker. Om het jaar heb ik zo'n droom. Dromen betekent een gezonde slaap, zegt de geleerde vrouw en draait zich om. In de krant lees ik dat Patrick de l Bruyère, de functieclassificatie-expert van het ACOD, een baan als ambtenaar bij Sociale Zaken als een zwaar beroep betitelt. Naast dat van cipier, spoorwegbeambte, luchtverkeersleider, luchthavenbagagist en postman.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

 

09:34 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

16 juni 2016

Is de CM opgericht om rijke mensen met hun kleinkinderen te leren skiën? 

Mieke Vogels, oud-minister van Welzijn en Vlaams groen boegbeeld neemt geen blad voor de mond. In de geschiedenis van de deelstaat Vlaanderen is Mieke Vogels (62) nog altijd de enige minister van Welzijn die niet van bij CVP/CD&V kwam en die haar termijn uitdeed. "Ik mocht Welzijn hebben van de socialisten. Tot bleek dat ik ook een echt beleid wilde gaan voeren. Dat was niet voorzien."

In een gesprek met Bart Eeckhout en Jonas Muylaert van De Morgen veegt ze de vloer aan met de twee grote ziekenfondsen en hun bestuurders. Toen ze in de zomer van 1999 een week ingezworen was als Vlaams minister van Welzijn, kreeg ze de top van het ACW over de kabinetsvloer. Of de afspraken uit de vorige periode bleven gelden?


Het ACW had de gewoonte om wekelijks tijdens een lunch op het kabinet de dossiers te bespreken die hen aanbelangden. Een goede gewoonte die de huidige minister Jo Vandeurzen opnieuw ingevoerd heeft. Mieke Vogels: "Ik heb hen beleefd gezegd dat ik een voorstander ben van overleg, maar dan gelijkwaardig met alle betrokkenen. Vonden ze niet leuk. Meteen daarna trokken ze naar onze partijvoorzitter, Jos Geysels. Dat hij niet op samenwerking met het ACW moest rekenen, als Vogels zich zo zou gaan gedragen."


De afloop van het verhaal kennen we: In 2003 verloor Agalev de verkiezingen, nam de dappere Geysels –nota bene de zoon van een ACW-prominente- ontslag en dwong Mieke Vogels mee ontslag te nemen. Geysels werd Minister van Staat. Vogels verdween in de Senaat. Zo leerde Mieke Vogels als minister de echte macht kennen. "Ik had die tegenmacht verwacht, maar niet dat ze zo sterk zou zijn."
"CD&V heeft een abonnement op het departement Welzijn. Alsof het hun privé-eigendom is. Ik verwachtte steun van de socialisten en de liberalen om daar eindelijk eens wat aan te doen. Tot ik tegen de macht van de ziekenfondsen botste." Die macht vertaalde zich in getelefoneerde stukken in de dag- en weekbladpers en gaat nu nog door.


"Bij de eerste verjaardag van paars-groen kwam Humo plots met een rapport van de regering waarin ik de allerslechtste score kreeg. Zelfs Norbert De Batselier viel totaal uit zijn rol als parlementsvoorzitter en noemde mij de slechtste minister van allemaal. Een gecoördineerde aanval, en ik had hem niet zien komen… Toen heb ik voor de eerste keer duidelijk gevoeld waar de echte macht zit. Als je me toen had gevraagd wie de machtigste man in Vlaanderen is, dan zou ik Guy Peeters (toenmalig algemeen secretaris van de Socialistische Mutualiteit, voorzitter van de VRT en van sp.a-Antwerpen, red.) gezegd hebben."

De analyse die Vogels maakt is bitter: "Kwetsbare mensen staan nu meer dan ooit alleen. Wat bieden de zuilen aan? Voorzieningen, met strenge, digitale inschrijvingsformulieren bewaakte toegangspoorten. Mensen staan op wachtlijsten en weten niet meer waar ze terechtkunnen… In de praktijk draait alles rond het behoud van de macht.


Minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) bouwt voortdurend structuurtjes op om altijd te eindigen op hetzelfde punt: het geld gaat naar de zuil, want die zorgt voor de structuren. Elke poging om niet de voorzieningen maar de zorgbehoevende centraal te stellen, stuit op het verzet van de zuilen. Vandeurzen is veel blabla maar weinig boem boem."


De N-VA heeft gewoon gelijk, zegt Vogels. "Elke progressief moet geschandaliseerd zijn over hoeveel geld de zuilen wegslepen uit de overheid. Voor de duidelijkheid: er moet meer geld naar Welzijn, maar ik ben ervan overtuigd dat je met het voorziene geld veel meer mensen kunt helpen. Het geld blijft plakken aan de zuilen. Mensen die zorgbehoevend zijn, worden verwezen naar het loket van hun ziekenfonds. Die mensen hebben in de eerste plaats behoefte aan een luisterend oor, niet aan administratieve afstandelijkheid. Schrap die geldverslindende verzuilde kantoren van de mutualiteiten en gebruik dit geld om in elke buurt een lokaal dienstencentrum te openen."


Rancuneus is Vogels naar eigen zeggen niet: "(De ziekenfondsen) zijn mijn vijand niet. Ze hebben historisch grote verdiensten. Alleen moeten ze zich ook eens durven afvragen of ze hun missie nog waarmaken. De ziekenfondsen moeten hun rol goed definiëren: ofwel beheren ze mee de gezondheidszorg via het RIZIV, ofwel bieden ze zorgproducten aan. Beide samen leidt tot belangenconflicten.


Neem het eenvoudige voorbeeld van de looprekjes. Die zijn voor heel wat mensen belangrijk om nog buiten te kunnen. Er is in het RIZIV beslist om die looprekjes terug te betalen op voorwaarde dat ze door een dokter worden voorgeschreven. Die rekjes liggen in de thuiszorgwinkel voor 163 euro. Een fabrikant vertelde me hoeveel die eigenlijk kosten: 28 euro per stuk! Dat is gewoonweg het RIZIV melken.

Dokters en ziekenfondsen dekken elkaars rug af: beide denken aan hun omzet, niemand aan het algemeen belang." Dat zijn forse beschuldigingen, schrijft De Morgen. Vogels: "Wacht, het wordt nog erger. Om wat te besparen, werd besloten die looprekjes maar om de vijf jaar terug te betalen, en andere hulpmiddelen om de zes of zeven jaar. Wat doen sommige mutualiteiten?


Via hun sociale dienst sturen ze brieven naar de mensen om hen eraan te herinneren dat hun looprekjes al vijf jaar oud zijn en dat ze recht hebben op een nieuw. Besparing wordt zo een extra kostenpost. In woon-zorgcentra wordt veel te veel medicatie geslikt. Hoe komt dat? Omdat in hun raden van bestuur geen vertegenwoordiger van de patiënten zit, maar vaak wel mensen die banden hebben met socialistische en christelijke mutualiteiten. Die kunnen er dan voor zorgen dat hun zuilapotheken om beurten alle medicatie mogen leveren. De vermenging van die macht is onverantwoord. Als je daar op zou saneren, kun je met hetzelfde geld zoveel meer doen…
En wat krijgen we in ruil? Gratis saunabeurten. Goedkope skireizen. Is de CM opgericht om rijke mensen met hun kleinkinderen te leren skiën? Intussen raak je in een ziekenhuis niet deftig meer behandeld zonder hospitalisatieverzekering. De ziekenfondsen bieden die zelf aan. Dat is toch het intellectuele failliet van het ziekenfonds? Zij moeten er juist voor zorgen dat de gezondheidszorg betaalbaar blijft en dat ook mensen zonder hospitalisatieverzekering de beste zorgen krijgen."
Vogels citeert de Leuvense socioloog en emeritus hoogleraar Luc Huyse die over de grote ziekenfondsen ooit zei: 'Ze bezitten het land niet, maar ze bezetten het wel.' "De patiënten komen daar niet aan te pas. We zijn bezig met een geruisloze revolutie van een verzorgingsstaat naar een vermaatschappelijking van de zorg. Mensen moeten meer hun plan trekken. In Nederland is er een scherp debat over de zogeheten 'participatiesamenleving'.


Bij ons gebeurt dat stommelings. Ik ben bang dat we over tien jaar gaan zeggen dat we deze hele revolutie onbewust hebben laten passeren."


Soms zegt een gewezen minister echt nog iets interessants.


Marc van Impe

Bron: MediQuality

09:24 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

15 juni 2016

Slacht de struisvogels

Structurele werkloosheid, ongezond wonen, chronische ziekten, geweld en ongevallen, op al deze vijf punten scoren Brussel en Wallonië slecht. Eén op vijf Waalse kinderen leeft in een gezin waar niemand werkt. Het staat in de krant. Dus zal het waar zijn. Bijna één op vijf Waalse kinderen (18,5%) en één op vier Brusselse (25,7%) groeien op in een gezin waar niemand werkt. In geen enkel Europees land ligt dat aandeel hoger. Het contrast met Vlaanderen kan moeilijk groter zijn.

In het Vlaams Gewest leeft slechts één op de 15 (6,6%) minderjarigen in een gezin waar niemand aan de slag is. Dat schreef De Tijd gisteren op basis van cijfers van Vlaamse Dienst Arbeidsbemiddeling VDAB.
De slechte Waalse prestatie is volgens professor Luc Sels van Steunpunt Werk (WSE) vooral een gevolg van de de-industrialisering, maar de schuld ligt ook bij de politiek. "Wallonië is veel later begonnen met het intensief begeleiden van werkzoekenden naar een baan. Bovendien is de kwaliteit van het onderwijs er ondermaats." Het Steunpunt Werk en Sociale Economie (WSE) is door de Vlaamse Regering erkend als Steunpunt Beleidsrelevant Onderzoek. Het is een interuniversitair adviesorgaan dat voorbereidende studies maakt. Dat betekent dus dat een en ander in de maak is.
Vanuit Waals perspectief bekeken voorspelt dit weinig goeds. De teneur is gezet. "De cijfers wijzen op een marginalisering van een deel van de bevolking, die volledig van de arbeidsmarkt is afgesloten", zegt Willem Vansina van de VDAB. "Voor kinderen uit zulke gezinnen is het zeer moeilijk om uit hun benarde situatie te geraken. De armoede wordt van generatie op generatie doorgegeven."
Dezelfde tendensen vertalen zich in de gezondheidsstatistieken. Terwijl 21% van de inwoners van het Vlaamse Gewest niet tevreden is over hun gezondheid, gaat het in het Brusselse en het Waalse Gewest om 26% van de bevolking. Inwoners van het Brussels Gewest melden vaker problemen in hun woonomgeving (46% tegenover 26% in het Waals Gewest en 21% in Vlaams Gewest), en melden vaker thuis gehinderd te zijn door omgevingsfactoren (49% tegenover 27% in het Waals Gewest en 23% in Vlaams Gewest).
Inwoners van het Brussels Gewest (21%) hebben het vaakst comfortproblemen in hun woning, gevolgd door de inwoners van het Waals Gewest (13%) en van het Vlaams Gewest (8%). Terzijde: roken in de woning komt minder frequent voor bij huishoudens die wonen in het Vlaams Gewest (20%) dan bij huishoudens die wonen in het Brussels (26%) en in het Waals Gewest (27%).
En het percentage dat niet dagelijks hun woning verlucht, is hoger bij inwoners van het Waals Gewest (21%) dan bij inwoners van het Vlaams (12%) en van het Brussels Gewest (15%). Voor heel wat chronische aandoeningen is de prevalentie hoger in Wallonië dan in Vlaanderen. Toch zijn er aanwijzingen dat de verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië kleiner worden. Zo kwamen diabetes, ernstige hoofdpijn zoals migraine, chronische vermoeidheid en osteoporose in 1997 nog significant vaker voor in Wallonië dan in Vlaanderen, terwijl dit in 2008 niet langer het geval is.
In België heeft 7% van de bevolking medische zorg nodig ten gevolge van een ongeval, en in 56% van de gevallen maakte dit een opname in een ziekenhuis of een andere gezondheidsvoorziening nodig. Terwijl in 44% van de gevallen een dokter of verpleegster werd geraadpleegd. Het percentage gewonden dat moest worden opgenomen in een ziekenhuis of een andere gezondheidsvoorziening is echter significant hoger bij de laagst opgeleiden (78%) dan bij de hoogst opgeleiden (48%). Daarnaast is de prevalentie van ongevallen hoger in het Vlaams Gewest (8%) dan in het Brussels en Waals Gewest (beide 6%) en dit vooral voor ongevallen in de vrije tijd (3% in het Vlaams Gewest tegen over 2% in het Waals Gewest).
Wel is het percentage van de ongevallen waarvoor een opname in een ziekenhuis of een andere gezondheidsvoorziening noodzakelijk was, lager in het Vlaams Gewest (45%) dan in het Brussels (74%) en het Waals Gewest (77%). Daarnaast is het percentage slachtoffers van geweld lager in het Vlaams Gewest (9%) dan in het Waals (12%) en het Brussels Gewest (15%).
Het percentage slachtoffers van diefstal, inbraak of een (gewapende) overval is sinds 2004 gestegen. (3% tegenover 4% in 2013) Deze stijging is gerelateerd met de stijging van dit type geweld in het Waals Gewest (van 3% in 2004 tot 5% in 2013).
Geweld thuis wordt ook vaker gerapporteerd in het Brussels en het Waals Gewest (beide 6%) dan in het Vlaams Gewest (4%). Geweld is een gezondheidsprobleem dat niet genegeerd mag worden. De cijfers hierboven zijn gebaseerd op face-to-face interviews, door het WIV. Gezondheidswerkers hebben een rol bij het identificeren en documenteren van geweld dat in de gemeenschap bestaat, vooral de verborgen of "privé" vormen van geweld, inclusief kindermishandeling, partnerintimidatie en ouderenmisbruik. Volksgezondheid moet zoeken naar interventies met nieuwe en creatieve oplossingen zodat beleidsmakers van Welzijn –een regionale bevoegdheid- de nodige maatregelen kunnen nemen.
Het valt ook op dat wat dit betreft er een totale verschillende aanpak is van het preventiebeleid in Vlaanderen, Brussel en Wallonië. Het wordt hoog tijd dat de gemeenschappen en gewesten van elkaar gaan leren. Anders dreigen bevolkingsgroepen buitenstaanders te worden in een nationale gemeenschap waar ze bij horen! Het gevaar is reëel dat men hen etnisch gaat profileren. Dit is zeer verleidelijk.
Als ervaringskennis de perceptie gaat bepalen drijft men steeds verder af van objectiviteit en rechtvaardigheid. Maar dat mag dan weer geen excuus zijn voor de beleidsmakers en politici die met minder positieve cijfers geconfronteerd worden, om de kop in het zand te steken. Het gaat duidelijk minder goed in het Zuiden en het Centrum van het land. Doe daar dan wat aan!


Marc van Impe

Bron: MediQuality

 

10:28 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (1)