30 maart 2018

#HimToo - Jezus als slachtoffer van seksueel geweld


Het verhaal van de marteling en kruisiging van Jezus van Nazareth zoals beschreven in het Nieuwe Testament is misschien een van de meest bekende en vaak vertelde verhalen in de menselijke geschiedenis. Maar ondanks het feit dat dit bijzonder nauwkeurige verslag zo vaak gelezen en verhaald wordt, is er een deel van het verhaal dat typisch weinig aandacht en minimale discussie krijgt - het strippen van Jezus.

Twee Angelsaksische wetenschappers, Katie Edwards, bijbelhistorica van de Universiteit van Sheffield, en David Tombs, theoloog aan de Universiteit van Otago, Nieuw Zeeland publiceerden deze week een bijzonder interessante lezing op Eventbrite, een journalistenforum.

Het strippen van Jezus was een van de oudste voorbeelden van krachtig vernederings- en gender gerelateerd geweld, dus seksueel misbruik. Het idee dat Jezus zelf seksueel misbruik ervoer, klinkt op het eerste gezicht misschien vreemd of schokkend, maar kruisiging was een "hoogste straf" en het strippen en blootstellen van slachtoffers was geen toevallig of incidenteel element. Het was een bewuste daad die de Romeinen gebruikten om hen die ze wilden straffen extreem te vernederen. Dat betekent dat de kruisiging meer was dan alleen een fysieke straf maar ook een verwoestende emotionele en psychologische impact had.

De conventie in de christelijke kunst om de naaktheid van Christus aan het kruis te bedekken met een lendendoek is dan ook een begrijpelijk antwoord op de beoogde vernedering van de Romeinse kruisiging. Maar dat mag ons er niet van weerhouden te erkennen dat de historische realiteit heel anders zou zijn geweest. Als Jezus als slachtoffer van seksueel misbruik gezien wordt, zou dat immers een enorm verschil kunnen maken voor de manier waarop kerken nu omgaan met bewegingen als #MeToo, en hoe ze in het algemeen omgaan met de veranderingen in de samenleving.

Sommige sceptici zullen misschien antwoorden dat het strippen van een gevangene dan wel een vorm van geweld of misbruik kan zijn, maar dat het misleidend is om dit "seksueel geweld" of "seksueel misbruik" te noemen. Het doel was om de gevangene te vernederen en bloot te stellen aan spot van anderen, wat duidelijk een vorm van seksueel geweld of seksueel misbruik is. Op dezelfde manier werd Vercingetorix, koning van de Arverni, uitgekleed voor de ogen van de Romeinse soldaten. Het tafereel belicht de kwetsbaarheid van de naakte gevangene, in contrast met de macht en controle van de Romeinse soldaten. Het tafereel wijst ook op de mogelijkheid van nog meer seksueel geweld.

En nu komt de conclusie van de wetenschappers: was Jezus een vrouw geweest dan was de kruisiging al lang als een vorm van seksueel geweld gelabeld. Het gender van Jezus speelt een belangrijke rol in het evangelie. De evangelisten waren kinderen van hun tijd en zagen naaktheid bij mannen anders dan bij vrouwen. In de Bijbelse kunst van het Christelijke Westen wordt het naakte mannelijke lichaam een glorieus atletisme dat zowel geestelijk als lichamelijk lijden vertegenwoordigt. Seksueel misbruik kan geen deel uitmaken van het verhaal van de mannelijke Jezus. Een naakte vrouw wordt onmiddellijk geïdentificeerd als seksueel object. Dat zij dwang ondergaat, is herkenbaar, normaal zelfs. Dat een figuur als Jezus gestript wordt, zoals in de Evangeliën van Mattheüs en Marcus beschreven staat, is de ultieme vernedering en die kan de zoon van god niet ondergaan. Bovendien is elke homo-erotische allusie absoluut uitgesloten. Het is een andere kijk op het Paasverhaal.

Christenen zijn vandaag de dag nog steeds terughoudend om te accepteren dat Jezus het slachtoffer was van seksueel geweld en lijken seksueel misbruik te beschouwen als een uitsluitend vrouwelijke ervaring.

https://www.eventbrite.co.uk/e/professor-david-tombs-dr-j...

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

16:23 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

29 maart 2018

“Dokters die vrouwenbesnijdenissen uitvoeren moeten worden geschorst”


Dat zegt Vlaams Belang-Kamerlid Barbara Pas in een reactie op onze onthullingen dat Belgische artsen in de uitvoering van hun ambt vrouwenbesnijdenissen uitvoeren.

Al meer dan 10 jaar stelt het Vlaams Belang het oprukkend probleem van de religieuze vrouwenverminking aan de kaak. "Het traditioneel wegsnijden van vitale stukken van het vrouwelijke geslachtsorgaan is geen besnijdenis om medische redenen maar een gewelddadige genitale verminking", aldus Vlaams Belang-Kamerlid Barbara Pas die onthutsende cijfers bemachtigde bij Sociale zaken.

Daaruit blijkt dat de terugbetaling van besnijdenissen in ons land de laatste jaren gevoelig steeg. In 2016 liep de terugbetaling zelfs op tot 2,7 miljoen euro. Hoewel de classificatie ‘besnijdenis' hier enkel doelt op chirurgische ingrepen om medische redenen worden, blijkt uit het onderzoek van Mediquality dat dokters in onder meer Mechelen, Brussel, Luik en Charleroi rituele besnijdenissen uitvoerden onder het mom van een chirurgische ingreep om medische redenen. "Op die manier kleurt men zogenaamd binnen de lijntjes van de RIZIV-nomenclatuur, terwijl men eigenlijk fraude pleegt", reageert Pas.

Dat dokters overgaan tot dergelijke gruweldaden gaat volgens het Vlaams Belang-Kamerlid regelrecht in tegen de eed van Hippocrates, waarbij iedere arts zweert zich steeds te zullen inzetten in het belang van de gezondheid van zijn patiënten. "Nog cynischer is het feit dat men het bovendien frauduleus probeert te klasseren en afwimpelt op de belastingbetaler. Dokters die zich hieraan bezondigen dienen te worden geschorst door de bevoegde Provinciale Geneeskundige Commissie. Een grondig onderzoek dat de rotte appels eruit haalt dringt zich dan ook meer dan ooit op."

Marc van Impe 

Lees ook mijn vorige artikels ivm dit onderwerp: 

- MediQuality column leidt tot vragen en wetsvoorstellen

- Vrouwenbesnijdenis en beroepsgeheim: mag een arts spreken?

 

Bron: MediQuality

09:30 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

28 maart 2018

Vrouwenbesnijdenis en beroepsgeheim: mag een arts spreken?


Mag een arts zijn beroepsgeheim schenden om erger te voorkomen? De wetsvoorstellen die Kamerlid Els Van Hoof indiende naar aanleiding van ons bericht dat ook in België vrouwenbesnijdenis en -mutilatie wordt toegepast, lokt de afgelopen dagen discussie uit. Mevrouw van Hoof wil dat artsen verplicht zouden moeten worden om vaststelling mutilatie bij hun patiënten te melden bij de politie. In ons land houden dokters angstvallig vast aan een meldingsplicht, al heeft de Orde van Artsen daarin een genuanceerder standpunt dan vermoed wordt.

Michel Deneyer, woordvoerder van de Orde der Artsen, zegt dat het beroepsgeheim niet absoluut is. De arts heeft nooit een aangifteplicht, maar wel een meldingsrecht. De arts moet "als een goede huisvader" een afweging maken tussen de vertrouwensrelatie met de patiënt en een ernstig en dreigend gevaar voor de maatschappij. Voor de patiënt in kwestie zal de melding weinig soelaas brengen, de ingreep is in het slechtste geval onomkeerbaar, maar melding kan herhaling voorkomen. In geval van twijfel raadt hij de arts aan om te overleggen met iemand van de Orde. De huidige regeling maakt het dus al mogelijk dat een arts melding maakt als er een acuut gevaar is voor een mensenleven.

Maar artsen vrezen dat een meldingsplicht contraproductief zou zijn. Zij zijn bang dat met de traditionele arts-patiëntrelatie ook het colloque singulier, de vertrouwensband tussen patiënt en zorgverleners verdwijnt.

Een en ander is gebaseerd op artikel 458bis van het Strafwetboek dat dateert van 8 juni 1867 en dat zijn beurt gebaseerd is op de Code Napoléon. Dat artikel stelt dat "geneesheren, heelkundigen, officieren van gezondheid, apothekers, vroedvrouwen en alle andere personen die uit hoofde van hun staat of beroep kennis dragen van geheimen die hun zijn toevertrouwd en deze bekendmaken
buiten het geval dat ze worden opgeroepen om in rechte of voor een parlementaire onderzoekscommissie getuigenis af te leggen en buiten het geval dat de wet hen verplicht die geheimen kenbaar te maken, worden gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en een geldboete van honderd tot vijfhonderd euro". Dit spoort met het veel modernere Artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens ter bescherming van het privéleven. Het lijkt duidelijk maar dat is het niet echt. Het artikel 458bis conflicteert immers met Art. 422bis van datzelfde Strafwetboek dat "Met gevangenisstraf van acht dagen tot [ een jaar ] en met geldboete van vijftig frank tot vijfhonderd frank of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die verzuimt hulp te verlenen of te verschaffen aan iemand die in groot gevaar verkeert, hetzij hij zelf diens toestand heeft vastgesteld, hetzij die toestand hem is beschreven door degenen die zijn hulp inroepen. Voor het misdrijf is vereist dat de verzuimer kon helpen zonder ernstig gevaar voor zichzelf of voor anderen. Heeft de verzuimer niet persoonlijk het gevaar vastgesteld waarin de hulpbehoevende verkeerde, dan kan hij niet worden gestraft, indien hij op grond van de omstandigheden waarin hij werd verzocht te helpen, kon geloven dat het verzoek niet ernstig was of dat er gevaar aan verbonden was." De hulpverlening betekent in dat geval schending van het beroepsgeheim. Maar gezien het hier om een noodtoestand gaat , zoals overigens voorzien in 458bis, moet de arts zelf de afweging maken hoe hij in het belang van de patiënt en de openbare orde kan handelen. De arts heeft dus de "mogelijkheid" te spreken. Maar dat betekent dus spreekrecht, geen spreekplicht.

In die zin moet ook artikel 61 van de gewijzigde Code (14.09.2013) begrepen worden: Als een arts vermoedt dat een kwetsbaar persoon mishandeld, misbruikt, uitgebuit, belaagd of verwaarloosd wordt, dient hij onmiddellijk het nodige te doen om deze persoon te beschermen. … Indien de situatie het rechtvaardigt en voor zover de kwetsbare oordeelsbekwame persoon hierin toestemt, contacteert de arts een ter zake bevoegde collega of schakelt hij een specifiek voor die problematiek opgerichte multidisciplinaire voorziening in. Indien een kwetsbaar persoon in een ernstig en dreigend gevaar verkeert of indien er ernstige aanwijzingen zijn van een gewichtig en reëel gevaar dat andere kwetsbare personen het slachtoffer worden van mishandeling of verwaarlozing en indien de arts op geen andere manier bescherming kan bieden, kan hij de procureur des Konings in kennis stellen van zijn bevindingen."

De rechtspraak legt de verantwoordelijkheid voor deze keuze bij de beroepsgeheimhouder. Die moet zelf appreciëren of hij of zij al dan niet het geheim prijsgeeft. Met andere woorden: de arts moet hier zijn verantwoordelijkheid als individu opnemen. Hij moet overigens opletten dat hij zich niet bezondigt aan schuldig verzuim. Want artikel 458bis stelt ook dat soms het verwittigen van gerechtelijke autoriteiten de enige manier is voor de arts om daadwerkelijk hulp te verlenen. Prof. Michel Deneyer: "Uiteraard mag de beroepsgeheimhouder zich in crisissituaties niet achter het beroepsgeheim verschuilen om ongestraft passief toe te kijken. Beroepsgeheimhouders moeten zich bewust zijn van hun verantwoordelijkheid." En hij besluit: "De hele discussie komt uiteindelijk neer op de vraag in welke samenleving we willen leven: een samenleving waarin het beroepsgeheim een lege doos is en artsen tot verlengstukken van justitie verworden of een samenleving waarin patiënten met een gerust hart mogen vertrouwen op het beroepsgeheim van de arts, maar waar die in uitzonderlijke omstandigheden (noodtoestand), gerechtvaardigd is te spreken."

Ik geloof dat dat in deze duidelijk is. Het wetsvoorstel van mevrouw Van Hoof getuigt van een groot moreel bewustzijn en verantwoordelijkheidszin. Het is echter de vraag of de uitzondering die ze wil introduceren, wel zinvol is. Uitzonderingen leiden tot een uitholling van het beroepsgeheim en dat is verontrustend.

Marc van Impe

Lees ook mijn artikel : MediQuality column leidt tot vragen en wetsvoorstellen


Bron: MediQuality

 

10:25 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende