27 maart 2018

Naar een kadaster voor hoogleraren


Als ik lees dat een hoogleraar nevenfuncties bekleedt, gaat bij de journalist een belletje rinkelen. Uiteraard zijn de meeste hoogleraren van onbesproken reputatie. Maar de ene hoogleraar is de andere niet: nevenfuncties kunnen hun visie kleuren, maar die bijbaantjes zijn niet gekend.

Toen ik de Orde ooit confronteerde met het idee om een mandatenkadaster voor hoogleraren op te zetten, viel men daar van zijn stoel. Dat was even wakker schrikken. Ze schrokken zich een rolberoerte. Voor een journalist is dit nochtans dagelijkse kost. Er bestaat zoiets als het perspectief van de geïnterviewde. Wie en wat is hij of zij? Vooral bij de academie is het belangrijk om iemands complete horizont te scannen. Komt daarbij dat nogal wat (bijzonder) hoogleraren deeltijds werken. Vaak bekleden ze nevenfuncties daartoe aangemoedigd door de universiteiten en andere Imecs, die altijd dol zijn op spin-offs. Onderzoek wordt vaak (mede-)gefinancierd door het bedrijfsleven. Dat hoeft niet erg te zijn. Maar bij de journalist die vragen stelt gaat code oranje aan. Hij weet: het commentaar van de onafhankelijke deskundige wordt al snel bijgekleurd door behartiging van (verborgen) economische, syndicale of politieke belangen.

Neem nu een maatregel in de gezondheidszorg. Die wordt helemaal anders geapprecieerd door een academicus die banden heeft met een ziekenfonds, een politieke partij of een verzekeraar. De ervaring heeft me de voorbije decennia geleerd dat de erkenning van een aandoening of ziekte en de terugbetaling van een bepaalde therapie, iets wat officieel beslist wordt in de verschillende comités van het Riziv, sterk beïnvloed wordt door de zogenaamd onafhankelijke academische experten met een oranje of rode achtergrondkleur. Deze achtergrondkennis verklaart veel maar ze komt pas met de jaren. Het is zoals die professor sociale wetenschappen die één specifiek pensioenstelsel hardnekkig verdedigt. Van hem weten we welke mandaten hij in het verleden waargenomen heeft. Of die hoogleraar ecologie die bijklust bij Greenpeace of bij Natuurpunt. Jasper van Kuijk is een Nederlandse cabaretier, columnist en wetenschapper en noemt dit zijn 'Ja, hallo-moment': achtergehouden kennis die bij het ontdekken ervan leiden tot de verzuchting 'Dat had ik óók wel effe willen weten'. Onafhankelijke deskundigen zijn schaars, dat weten we. Overigens doen nevenfuncties niet noodzakelijk afbreuk aan deskundigheid. Soms verhogen ze die juist. De kunst is te bepalen waar belangen verstrengeld kunnen raken. Veel nevenfuncties van hoogleraren zijn te vinden op de profielpagina's van de faculteit. Probleem: die zijn niet alle even actueel.

Ik vraag me dus af wat het bezwaar zou kunnen zijn tegen een openbaar register of mandatenkadaster. Bij wetenschappelijke tijdschriften vragen ze die informatie ook. En wie een lezing wil geven moet ook aangeven of er van enige funding sprake is en of er een conflict of interest kan bestaan. Ik weet het, de oplossing is niet eenduidig. Vermelding van nevenfuncties suggereert een gekleurd perspectief. Dat kan de bedoeling niet zijn. Ik wijk bij de redactie van een wetenschappelijk artikel voor een onafhankelijk geluid het liefst uit naar deskundigen in het buitenland. De ervaring heeft me geleerd dat als ik Belgische wetenschappers confronteer met een vondst van een collega in het buitenland, ik meestal te horen krijg : "Ja maar, het is veel te vroeg om conclusies te trekken." Bij zo'n antwoord bedenk ik dan: nader (journalistiek) onderzoek is inderdaad gewenst.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

08:09 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar