15 maart 2018

Uw praktijk? Het teken aan de wand


Het Ancien Régime in de geneeskunde heeft zijn laatste jaren ingezet. Er is een ontwikkeling aan de gang die voor een echte paradigmashift zal zorgen. De tijd van individuele artsenpraktijk, zeker als het gaat om de technische specialisaties, zal over een paar decennia alleen nog maar een verre herinnering zijn. En het zullen niet de overheid, noch de verzekeraars zijn, die de privé praktijk op slot draaien maar een actor die zich nu al rücksichlos in de wereld van de gezondheidszorg binnendringt.

Ik las het voorbije weekend in de financiële pers het bericht dat de zelfstandige tandartspraktijk lijkt uit te sterven. Jonge tandartsen verkiezen een groepspraktijk, waar de werkuren flexibeler zijn en de infrastructuur gedeeld kan worden. De huisartsen kennen deze evolutie. Een praktijk wordt een onderneming. Dezelfde trend ontwikkelt zich in de specialistische geneeskunde. Jonge artsen denken anders. De millennials geloven niet meer in dagen van 12 uren werken, avond- en weekendconsultatie. Die willen een leefbaar leven, met tijd voor zichzelf en hun gezin. En met een goed, gegarandeerd inkomen.

Komt daarbij dat een artsenpraktijk, zeker als het om een technische specialiteit gaat, door de toenemende techniciteit een zware financiële investering wordt. Zoals een radioloog ons onlangs nog antwoordde op de vraag wanneer hij met pensioen plande te gaan: "De dag dat mijn nieuwe apparatuur afbetaald is." Nogal wat artsen beginnen zich te realiseren dat ze niet voor zichzelf werken maar voor de bank.

En dat geldt ook voor de groepspraktijken. Het zijn dus geen groepspraktijken die de vrijgekomen plaatsen zullen innemen maar investeerders die hier een nieuwe opportuniteit zien. Terug naar de tandartsen. Groepspraktijken van tandartsen worden in ons land in snel tempo opgeslokt door internationale ketens. En eens te meer komt die trend uit het Noorden. In Finland werkt al een op de drie tandartsen voor een keten. In België is dat voorlopig slechts vijf procent, ‘maar dat aantal dikt aan', benadrukt de woordvoerder van het Verbond van Vlaamse Tandartsen.

De Nederlandse keten DentConnect, die minder dan een jaar geleden naar ons land kwam, telt hier intussen al twaalf praktijken. Tegen het einde van het jaar moeten dat er 20 zijn, maken de Nederlanders zich sterk. De Zwitserse keten Colosseum Dental, de grootste in Europa met meer dan 200 vestigingen in Scandinavië, het Balticum, Nederland, Duitsland, Zwitserland en Italië, opent zijn website met een simpele boodschap: "We want to provide modern, quality dentistry services for the benefit of patients, dentists, employees and shareholders, striving for continuous growth and excellence." Colosseum Dental komt binnenkort naar België. Achter de keten zit de Jacobs Holding, ook bekend van chocoladeproducent Barry Callebaut, met aan het hoofd de Belg Patrick De Maeseneire, de CEO van Jacobs Holding, is voorzitter van Colosseum Dental. ‘De consolidatie in Europa is nog maar net begonnen', zegt de CEO van de chocolademultinational. CD stelt nu al meer dan 4000 tandartsen tewerk. Ons land telt circa 6.000 tandartsen, waarvan 4.400 in Vlaanderen.

Komt daarbij de leeftijdsfactor. Weer neem ik de tandarts als typevoorbeeld. Meer dan de helft van de tandartsen in Europa is ouder dan 50. Investeringsfondsen kunnen die eenmanspraktijken van tandartsen die met pensioen gaan relatief goedkoop opkopen, vervolgens groeperen, en vijf jaar later met een flinke meerwaarde opnieuw verkopen. ‘Voor een tandartspraktijk betaal je 3 à 4 miljoen euro. Als je die goed kan consolideren, maak je daar snel een veelvoud van', zegt een sectorkenner in De Tijd. Een voorbeeld: toen het Nederlandse investeringsfonds Bencis in 2011 investeerde in DentConnect, dat in 2010 door tandartsen werd opgericht, had het een omzet van 16 miljoen euro. Vijf jaar later was dat 200 miljoen euro.

De ketens van tandartsen centraliseren de administratie, het personeelsbeheer en de aankopen van apparatuur, waardoor ze de kosten drukken en de rendabiliteit opkrikken. Zoals DentConnect dat omscrhijft: "Juist het uitgebalanceerde evenwicht tussen klinische knowhow en commercieel inzicht maakt van DentConnect een succesformule, die zorgt dat tandartsen zich weer volledig kunnen concentreren op het werk aan de stoel."

Dit groeimodel trekt ook Belgische investeringsfondsen aan, zoals Gimv. Niets belet dat dit ook zou gebeuren met praktijken van medische specialisten waar de technologie een steeds belangrijker rol gaat spelen.

Een volgende stap wordt het beheer van ziekenhuisafdelingen zoals operatiekwartieren en beeldvorming. Investeerders doen nu al ervaring op met het beheer van rusthuizen en woonzorgcentra.

Voor de betrokken artsen kan dit een nieuwe opportuniteit zijn. Zij kunnen zich concentreren op hun kernopdracht: het verstrekken van de best mogelijke medische zorg. Met meer tijd voor de patiënt, de bijscholing, en voor zichzelf.

Het wordt de hoogste tijd dat alle betrokken actoren zich daarover bezinnen. Het mene mene tekel, het teken aan de wand, is al geschreven. Dit was een poging tot vertaling.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

18:45 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Fitness voorkomt dementie


Vrouwen van middelbare leeftijd die aan fitness doen hebben tientallen jaren later 90% minder kans op dementie. Dat blijkt uit een Zweedse studie die gisteren in Neurology verscheen.

De onderzoekers volgden de vrouwen 44 jaar lang. Beide groepen leefden even zo lang, maar degenen wie in de eerste test 6 minuten lang op een hometrainer kon rijden, had een veel lager risico op dementie dan degenen die de training niet konden voltooien. De studie, die woensdag in het tijdschrift Neurology werd gepubliceerd, bewijst niet dat oefening dementie kan voorkomen, en het is al lang bekend dat er een correlatie bestaat tussen beweging en verminderde dementierisico , maar de resultaten waren nu wel bijzonder dramatisch.

Ongeveer 5% van de vrouwen met de hoogste piekbelasting - zij die het moeilijkst konden fietsen gedurende 6 minuten - ontwikkelde dementie, vergeleken met 25% van degenen met een middelmatige conditie en 45% die niet geschikt genoeg waren om de test af te ronden. Over het algemeen verminderen vrouwen die zeer fit zijn hun risico op dementie met 88% in vergelijking met vrouwen die matig fit zijn. De weinige zeer fitte vrouwen die wel dementie ontwikkelden, werden gemiddeld op 90-jarige leeftijd symptomatisch, 11 jaar later dan hun matig fitte seksegenoten.

"Ik ben zeer verbaasd dat de uitkomst zo sterk was," zegt Ingmar Skoog, professor in de psychiatrie aan de Universiteit van Göteborg in Zweden. "Het toont echt het belang van lichaamsbeweging aan."

Op te merken valt dat de studie vrij klein was, - slechts 191 vrouwen namen aan de studie deel-, en alle vrouwen in de studie waren Zweeds, wat het moeilijk maakt om de conclusies te veralgemenen naar de hele bevolking. Maar wie rond de vijftig is en niet dement wil worden op zijn tachtigste doet er goed aan om nu op de hometrainer te klimmen.

Marc van Impe

http://n.neurology.org/content/early/2018/03/14/WNL.00000...


Bron: MediQuality

12:26 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Meta-Analyses zijn vaak Medical Fake News


Ik krijg een bericht binnen : uit wetenschappelijk onderzoek zou blijken dat twee glazen wijn beter zijn dan een rondje lopen. Een niet onbelangrijke boodschap voor een jonge man als uw schrijver. Een en ander zou gebaseerd zijn op omvangrijk wetenschappelijk onderzoek. Het bericht is afkomstig van een e-mail adres ergens in Estland. Ik weet genoeg. Het doet me denken aan twee filosofen uit de 17de eeuw.

Aan de Amsterdamse Westermarkt 6 hangt een plaquette: ‘Quel autre pays où l'on puisse jouir d'une liberté si entière'. (In welk ander land kan men genieten van een zo totale vrijheid). De uitspraak is van René Descartes en hij hangt aan de gevel van het huis waar de Franse filosoof de zomer van 1634 doorbracht. De Portugese Joodse Amsterdammer Spinoza was toen 2. De oude en de jonge filosoof waren het over meerdere dingen oneens, zoals over de dualiteit van lichaam en geest, maar ook over fake nieuws. Zo debatteerden de twee filosofen over de vraag of mensen in staat zijn om vals nieuws gemakkelijk te identificeren.

Descartes geloofde optimistisch dat we over voldoende vermogen beschikten om valse informatie te herkennen. Spinoza zei dat we informatie in bulk opslaan en onze hersenen pas achteraf merken of iets vals of waar is. Dat systeem werkt prima, maar het zet de deur open voor verstrooidheid, voor vermoeidheid, voor andere dingen die ons misschien in de weg zitten.

Net zoals in het eerste geval, de dualiteit, verloor ook hier Spinoza het dispuut. Maar de afgelopen decennia hebben de Spinoza-adepten empirische ondersteuning gegeven.

Dagelijks wordt ik overstelpt met die vreselijke werkstukken die luisteren naar de naam meta-analyse. Ze testeren de redacties van alle media, de dagbladen en de tijdschriften. De doorsnee journalist weet het niet, maar veel gepubliceerde meta-analyses maken geen gebruik van wetenschappelijke methoden en leveren geen zinvolle bijdrage aan het medisch denken of de gezondheidszorg. Sommige wetenschappelijke tijdschriften weigeren alle meta-analyses, terwijl anderen er trots op zijn dat ze alleen het beste publiceren, terwijl nog andere blij zijn dat ze überhaupt wat te drukken hebben in een tijdperk waarin het aantal mogelijkheden om te publiceren het aantal valide wetenschappelijke observaties ver overtreft.

Wie de methodiek van de meta-analyse kritisch onderzoekt en de juiste normen en standaarden hanteert komt al snel tot de vaststelling dat er veel kaf onder het koren zit. Ondanks dergelijke kritische houding blijven de meta-analyses groeien, en moeten we ons afvragen wat hun werkelijke waarde is. Leveren ze echt een bijdrage? Officiële organisaties beschouwen de conclusies van een goed uitgevoerde meta-analyse van een beter bewijsniveau dan een goed uitgevoerde klinische proef. Dit kan onmogelijk waar zijn.

Veel artsen geloven onterecht dat er iets magisch is aan een meta-analyse. Een meta-analyse is niet meer dan een waarnemingsstudie, met dat belangrijk verschil dat de auteur geen origineel werk verricht. Iemand merkt gewoon op dat verschillende artikelen data bevatten die betrekking hebben op een gemeenschappelijk onderwerp en dat ze vergelijkbare patronen kunnen vertonen. Hoe kunnen die patronen worden beschreven? In het verleden werd de voorkeur gegeven aan een redactioneel verhaal, maar deze taak vergde inzicht in de details van elk proces en bereidheid. En inzicht kost tijd. Nu springt men naar conclusies. Dat leidt tot fake news. Ook in de wetenschap en geneeskunde.

Het kwalijke is, dat beleidsmakers eerder en liever fake news geloven dan de moeite doen om achter de ware feiten te komen.

Een glas wijn of twee 's avonds zal prima zijn, met een Tractatus van Benedictus de Spinoza erbij beloof ik u een goede nachtrust. Honderdmaal beter dan de zoveelste meta-analyse van een kwiet die het heeft over me, myself and I.

Marc van Impe


Bron: MediQuality

08:47 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)