30 januari 2018

Ik haat zelfhulpboeken


Over twee maanden is het lente, dus kankeren mag nog even. Daarom dit stukje. Waar we het voorbije jaar in onze extended family gespaard van zijn gebleven zijn zelfhulpboeken. De geleerde vrouw is er professioneel en emotioneel categoriek tegen. Ikzelf mag er graag mee lachen, ik krijg er wel eens ter recensie toegezonden en als het de auteur een troost mag wezen: ik lees ze het liefst op het toilet. Mijn psychologische zus heeft er zowat een carrière op gebouwd, vrees ik. De rest van de familie, een verdwaalde broer niet uitgezonderd die in zijn bijna pensioenleeftijd toch nog jurist geworden is en dus van het gesproken woord moet leven, laat dit soort lectuur links liggen. We zijn te pragmatisch in onze familie. Zelfhulp leer je doet uit een boek. Dat doe je gewoon.

Mij brengt het tot dit schrijven het overlijden, eind vorig jaar van een zelfbenoemde psychotherapeut die dacht de waarheid en het heil gevonden te hebben op een Grieks eiland. Alwaar hij kanker kreeg, geen oncoloog in de buurt was, de huisartsen alles met retsina en ouzo genezen, en natuurlijk veel te laat "en na een lange strijd" het tijdelijke voor het eeuwige verwisselde. Hij was ook zo'n intellectuele proleet en handelsreiziger in goede ideeën die af en toe een column kreeg in een volksdagblad, een praatje op een lokale radio en de goede boodschap verkondigde dat alle leed dat ons overkwam woekerde vanuit een onverteerd verdriet, een knagende wrok, een grenzeloze haat, jaloezie, onvrede of een genderprobleem waarmee we niet uit de kast willen komen.

Ik heb hem ooit op een avond toen we allebei ergens in de Kempen uitgenodigd waren voor een dispuut, en na inname van enig lokaal stooksel, de oer-Nederlandse verwensing aangezegd dat hij kanker achter het hart mocht krijgen en dat de dokters lang mochten zoeken. Ik schaam me daar nu voor, echt, uit de grond van mijn hart maar ik had toen nog geen levenslessen gekregen van de geleerde vrouw en wist niet beter. Maar de verwensing is toch fijn uitgekomen, bedenk ik nu.

Hij is nu vetrokken naar de Eeuwige Jachtvelden? Naar het saaie achterland waar het altijd zondag is, waar het zo'n 24°C is, met een licht briesje, iets wat je je in zijn laatste mindfulness periode moest voorstellen. De leuke mensen zoals wij, de rokers en drinkers, de aardige twijfelaars die ‘zich hompelend en fouten makend door het leven slaan maar ook lol hebben' zoals mijn collega Almeid Truijens dat zo mooi beschrijft, die wonen daar natuurlijk niet.

Dat weet ik overigens sinds ik in het derde leerjaar van God los kwam. Die regent godsdienstwetenschappen waarover ik het heb, was een regelrechte handelaar in het Goede. Hij studeerde godsdienstwetenschappen aan de Katholieke Universiteit Leuven en ging zich later specialiseren in de thematiek van depressie vanuit de humanistische holistische visie in de psychologie. Tussen 1973 en 1975 volgde hij ook nog de opleiding Journalistiek waar ik thans voorzitter van ben. Duizenden lezertjes en luisteraars heeft hij verleid vanachter zijn grijze baard. Ondertussen telde hij elk weekend zijn centen, zalfde zijn vrouwelijke volgelingen met zijn heilig oliesel en verleidde de rest met zijn superieure glimlach. Met de regelmaat van een staande klok scheidde hij een of andere bestseller af. Stop depressie en zelfmoord in zeven dagen, Wacht niet tot het donker wordt, Alleen met jezelf en tenslotte de bestseller Als je met pensioen gaat. Op Google is zijn website nu gesloten.

Hij was de gruwel voor menige arts want niet gehinderd door enige medische kennis was zijn mantra dat dodelijke ziekten het gevolg zijn van 'verkeerde' gedachten. Depressie, zijn hobbel- en stokpaardje was een gevolg van fout denken. Artsen, psychologen, echte psychotherapeuten mochten hem tegenspreken zo vaak ze wilden, altijd kreeg hij de kans om met zijn wezenloze glimlach, die je krijgt als je iedereen vergeeft, het grootste gezever eerst te publiceren. Je moest vooral veel van jezelf houden, dan kwam de liefde voor de medemens vanzelf, alsof gebrek aan eigenliefde hét probleem in onze samenleving is. Ik zag hem murmelen in de dagbladen en kreeg er het zuur van.

Met al zijn gezemel heeft hij enorm veel schade aangericht. Bovendien zadelde hij mensen, die toch al de pech van een akelige ziekte hadden, op met een schuldgevoel. Zij waren het die hun ziekte zelf hadden geproduceerd, met verkeerde gedachten. Hij vertelde mensen die boos en verdrietig waren en bang voor de dood, dat die angst en wrok hun ziekte juist voedden. En wie niet wou geholpen worden was een loser.

Ik noem dat liefdeloosheid. Liefdelozer kan het niet. Om maar te zwijgen van de zieken die door zijn kletspraat niet, of te laat, naar een echte dokter gingen.

De dood is een leerschool, geloof ik, dus als er ergens nog een beetje rechtvaardigheid is dan bestaat er daar in het hiernamaals een plek waar al die zelfhulpboekenschrijvers en nep-psychotherapeuten hun ex-gelovigen tegenkomen die hen met de platte kant van een broodplankje hard op hun smoel slaan.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

09:39 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar