30 december 2017

Seksueel overschrijdend gedrag: een boterham met choco


Maar liefst 33 procent van de lezers (N=176) die deelnamen aan onze recente enquête hebben ooit vroeger vast gesteld dat er in hun omgeving collega’s waren die zich bezondigden aan seksueel grensoverschrijdend gedrag. En 3 procent zit vandaag in zo’n situatie of wordt daar mee geconfronteerd. Zo blijkt uit onze online bevraging. Ik vind de vraagstelling overigens nogal zacht.

Ik wil opmerken dat ik de voorbije dagen nogal wat "daders" van seksueel overschrijdend gedrag heb horen "pochen" over hun exploten. - Erotiserend en seksueel getint gedrag kan onder de vorm van uiting van ongepaste intieme gevoelens in woord en/of gedrag; onnodig aanraken: aanraking of betasting zonder dat dit binnen de professionele standaard van de betreffende beroepsgroep past; aanranding tot en met verkrachting. Deze feiten kunnen eenmalig zijn, maar ze kunnen zich ook gedurende een lange periode ‘opbouwend' voordoen, van verleiding tot verregaand seksueel misbruik. Daartegenover staat dat er veel subtieler en kwalijker praktijken gebeuren: stalking, pressing, chantage.. Een belangrijke vraag is of er geen actie moet komen vanuit diensten als IDEWE of vanuit de Orde. Het is niet nieuw. Het is wel onthutsend. Ziekenhuis en academie blijken gevaarlijke plaatsen waar het er wel eens liederlijk aan toe gaat. Het ergste is dat sommige artsen de ernst van de situatie niet inzien. Op Europe 1 zei een arts letterlijk dat een klets op de billen een vorm van stoom afblazen: "Ça pour moi c'est pas du harcèlement, ça fait rire tout le monde, ça détend tout le monde, c'est un peu notre dérision et notre échappatoire." Merkwaardige gedachtengang toch.

Mevrouw Soens SP-A stelde al op 29 september 2016 in het Vlaams Parlement een vraag naar aanleiding van een verontrustend geval van seksuele intimidatie aan een van onze instellingen van het hoger onderwijs. Volgens het slachtoffer, daarin bijgetreden door anderen, ginghet helaas niet om een alleenstaand geval. Aan onze faculteiten zou er een ware machocultuur heersen, en interne mechanismen om dat aan te kaarten, zouden ontbreken of niet goed functioneren. De ombudsman heeft vaak een zwakke positie en kan moeilijk formele klachten behandelen. De drempel om als slachtoffer van seksuele intimidatie naar de ombudsman te stappen, is vaak ook nog te hoog. Daarnaast komen er nog eens de problematische machtsverhoudingen tussen de betrokken personen. Studenten of doctorandi zijn vaak heel afhankelijk van de goodwill van hun promotor of begeleider. Die hebben namelijk een grote invloed op een eventuele verdere carrière van de student in de academische wereld. In het geval waarvan sprake is, zei het slachtoffer dat de ombudsman van de betrokken instelling haar had gezegd dat de voortzetting van haar procedure sowieso het einde voor haar academische carrière zou betekenen.

Behalve van dergelijke gevallen van seksisme en seksuele intimidatie maakte het studentenblad Veto enkele maanden geleden ook al melding van verregaande seksuele pesterijen aan onze instellingen. De universiteiten zijn zich daarvan bewust en stelden de voorbije jaren rapporten op over het psychosociaal welzijn van hun personeel. Het seksisme, de machocultuur en de problematische machtsverhoudingen moeten eruit.

De academische wereld is natuurlijk een risico-omgeving. Er is een mix van jong en oud, er is een klimaat van grote vrijheid en de prestatiedruk ligt hoog. Als we het lijstje maken van risicofactoren die een bepaalde omgeving kwetsbaar maken, dan kom je automatisch op die factoren uit.

Uit een bevraging bij de universiteiten blijkt dat er (in Vlaanderen) de voorbije drie jaar in het totaal slechts 16 gevallen van seksisme of seksuele intimidatie zijn gemeld. Franstalige cijfers zijn er niet. Maar alleen al het meldpunt Gender en diversiteit aan de KU Leuven, maakte de voorbije 3 jaar 23 keer melding van vormen van discriminatie met betrekking tot gender. Ook de VUB heeft een zeer sterk uitgewerkt systeem om met dergelijke meldingen om te gaan. Het onderzoek van het Expertisecentrum O&O Monitoring (ECOOM) gaf ook al aan dat meer vrouwen mentale problemen rapporteren dan mannen, namelijk 28 procent meer mannen.

Maar er is meer. Studies die zorgverstrekkers bevragen over hun eigen functioneren kunnen soms heel interessante resultaten opleveren. Zo blijkt uit een overzicht van Canadese studies bij gezondheidswerkers dat tot 17% van hen aangeeft een seksuele relatie te hebben gehad met minstens één patiënt. En dat gaat dus veel verder dan onnodig laten uitkleden een onnodig uitwendig en inwendig onderzoek, tot en met een seksuele relatie en weer: aanranding en verkrachting.

En dan is er de actie in omgekeerde richting: Maar liefst de helft van alle vrouwelijke artsen krijgt te maken met ongewenst seksueel gedrag van patiënten. Slechts één op de tien dient een klacht in. Het zijn niet alleen vrouwen die seksueel belaagd worden. Ook 30% van de mannelijke dokters heeft dit de voorbije tien jaar meegemaakt, zo blijkt uit een eerdere bevraging van de Artsenkrant bij 1.800 respondenten. Het gaat dan van seksueel getinte opmerkingen, over patiënten die een kledingstuk te veel uittrekken, tot zelfs aanranding. Geconfronteerd met zo'n ongewenst gedrag, spreekt 67% van de artsen de patiënt hierop aan. Amper één op de tien dient ook een officiële klacht in. Dubbel zoveel dokters ondernemen niets. Meer dan de helft denkt dan ook dat zo'n klacht toch niet serieus genomen wordt.

Tenslotte nog dit: Na de berichten over losse handjes binnen de Gentse faculteit Letteren en Wijsbegeerte, bleek er ook op de faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen een gastprofessor die op dat moment ook het hoofd van de ICT-afdeling van het UZ Gent was en die beschuldigd werd van verbale seksuele intimidatie. Later zei de vrouw dat ze ook aangerand werd. Ze diende een klacht in bij de politie én stapte naar de interne dienst van het ziekenhuis, dat verbonden is aan de UGent. De aanrakingen waarnaar de vrouw in haar klacht verwees, waren volgens de dader "totáál uit de context gerukt". "Het gaat over high fives en schouderklopjes", zei de prof. "Zij is over al die zaken blijven doordrammen. Samen met de directie van het UZ zouden we met haar rond de tafel gaan zitten, maar daar wilde ze niet op ingaan." De UGent reageerde niet verbaasd. "We hebben specifiek opgeroepen om dergelijke zaken te melden, we hadden ons eraan verwacht dat er meer zaken zouden bovendrijven", zei woordvoerster Stephanie Lenoir. Het bleek overigens dat de toenmalige vrouwelijke rector al geruime tijd op de hoogte was. In een reactie bevestigde de rector dit: "Het klopt dat daar een aantal maanden zijn over gegaan, omdat men eerst die mensen heeft moeten overtuigen om te komen praten. Naar mijn aanvoelen is de situatie binnen die vakgroep ook al veel langer gaande dan het ogenblik waarop ik daarover ingelicht werd."

Daarom willen we er nog eens aan herinneren dat wanneer een student geneeskunde, een arts in opleiding of een arts tout court te maken krijgt met ongewenst gedrag een melding van dit incident aan een vertrouwenspersoon best schriftelijk wordt ingediend. Bij zo'n melding worden inhoud, tijdstip, naam van de melder en de naam van de aangemelde genoemd. Anonieme meldingen worden niet in behandeling genomen. Wanneer interventie door de vertrouwenspersoon onvoldoende resultaten voortbrengt kan de betrokkene een formele en schriftelijke klacht indienen bij de externe klachtencommissie. Het is belangrijk om dit bijtijds te doen, in ieder geval binnen één jaar na het voorval, en daarbij op te nemen de naam van de klager en aangeklaagde(n), een omschrijving van de ervaren ongewenste omgangsvorm en de stappen die zijn ondernomen, met eventuele schriftelijke stukken.

Overigens gaat het niet alleen om dames die belaagd worden. De medaille kan namelijk even goed omgedraaid worden. Heren kunnen in de situatie terechtkomen waar ze nog niet verder willen gaan, maar hun rol als initiatiefnemer zorgt ervoor dat het veel moeilijker is om ‘nee' te zeggen. ‘Ik denk dat het voor vrouwen moeilijker is om toe te geven dat ze ook daders kunnen zijn', vertelt professor Barbara Krahé, psychologieprofessor in Potsdam, die daarover ook in België een studie maakte . ‘Dat is volledig in tegenstelling tot de klassieke vrouwelijke rol. Agressie, en dus ook seksuele agressie, passen niet in dat plaatje.'

Of zoals een oudere dame het zo aardig formuleerde: ‘Seks in onze jonge tijd? Dat was als een boterham met choco.' Zouden de tijden zo veranderd zijn?

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

08:15 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar