15 december 2017

Ik werd geflitst, ik leef!


Ik ben terug in het stadje waar ik mijn kindertijd gesleten heb. Iets te vroeg loop ik binnen in de basiliek om de begrafenis van een oude schoolmaat bij te wonen. Het voordeel van als een van de eersten bij een kerkdienst aan te schuiven is dat je vooraan in de kerk een plaatsje vindt. Dan zie je bij de offergang de generaties voorbij trekken.

Ik hoor nu bij die generatie die voorrang krijgt in tram, trein en bus. Maar nog altijd heb ik niet de reflex om bij zo'n hoogopgeschoren punker met earphones in mijn rechtmatige zitplaats op te eisen. Eerder sta ik op zwarte moeders met kinderen. Ik zie veel oud zeer en verdriet voorbij strompelen. Merkwaardig toch hoe mensen er bij een begrafenis er nog ouder uitzien dan ze al zijn. Ik herken de jongens uit mijn klas. Ik fantaseer als ik de meisjes voorbij zie schuifelen met wie we zo graag grensoverschrijdend hadden gespeeld, maar wat ons in de meeste gevallen niet gegund was.

Na het "In paradisum deducant te angeli" trekken we naar de civitatem sanctam Jerusalem van onze jeugd en begeven ons aan een katholieke versnapering. Om me heen zitten een gepensioneerde griffier , een stel veel te vroeg rustende leerkrachten, een uitgetreden priester die in zonde leeft, een gewezen belastingcontroleur die op de kleintjes let, een huisarts in afbouw, een kaashandelaar met emeritaat, een concertgitarist. In het midden zit ik: een kwieke veertiger in gedachten. Ik vraag me af hoe hun inwendige blik eruit zou zien. Voor mijn eigen geestesoog ben ik nog lang niet aan rust toe. Het gesprek gaat over hoe een mens lijden kan als zijn laatste dagen eraan zijn gekomen. En over wie wanneer de volgende gaat zijn. En na het tweede rondje gaat het over het pensioen: dat onvermijdelijke onderwerp voor al wie weet denkt te weten waar Abraham de mosterd haalt.

Ja, ook bij mij viel de ongevraagde brief uit de Zuidertoren al tijdje terug in de bus, maar de deur van mijn werkkamer heb ik nog altijd niet achter mij dichtgetrokken. Ik heb mijn derde levensfase maar even uitgesteld. Voor een pensioen is mij nog veel te vroeg. Om te beginnen heb ik het niet zo met al die wettelijke bepalingen en regeltjes die mijn dagelijks leven in een mal willen gieten. Ik maak liever zelf uit wanneer ik er een punt achter zet. Ik was de jongste van mijn klas. Je bent nu ook op een gezegende leeftijd gekomen, zegt de ex-pastoor die er niet zo gezegend uitziet.

Dat geloof ik niet. Ik lees laat op de avond nog wel eens de Bijbel en ik herinner me een vers van ene Prediker, die 2500 jaar geleden al relativerend opmerkte (psalm 90, vers 10): "Een mensenleven duurt 70 jaar, of als we sterk zijn 80. Het meeste daarvan is moeite en verdriet, en ineens is het uit, en vliegen wij heen." De psalm zegt overigens ook: "Laat ons dat zo onze dagen besteden, dat we er betere mensen van worden." Ik ben dus nog lang niet klaar. Want een goed mens ben ik nog niet. Het kan nog altijd beter. Er zijn nog heel wat plannen die allemaal op stapel staan, dus heb ik geen tijd om afscheid te nemen.

Ik denk aan de woorden van de geleerde vrouw die me zei dat ik nu haar vader en haar moeder heb overleefd. Ik zie hun foto op hun graf. Verenigd in maatpak en zwarte jurk. En dan zie ik de foto's rond mij zitten: ze zijn ernaar gekleed. In hun vormloze vrijetijdskledij uit de baanwinkel met labels die een groot trekkersavontuur suggereren, maar die straks zullen eindigen aan de kapstok bij de deur. Hun tocht gaat niet verder dan hier.

Dan is het tijd om de parkeermeter bij te vullen en wordt er opgestapt. In het naar huis rijden ik probeer ik te bedenken in welke levensfase ik me nu eigenlijk bevind? Ergens tussen volwassenheid en ouderdom: in 'de bloei van het leven' maar lang niet pril. Wel ijdel. Niet van dat druk drukke, maar ook niet van dat ingedutte rond drie uur 's middags. Een rijpere volwassene. Een fase waar de bijbel geen woorden voor heeft.

Maar als Jorge Mario Bergoglio op zijn 72ste nog eens Paus Franciscus mag worden, wie is dan de ambtenaar die me gaat verhinderen om in afwachting van een uitgestelde verlossing het voorgeborchte van de echte ouderdom te betreden? Ik neurie: Chorus angelorum te suscipiat et cum Lazaro, quondam paupere, aeternam habeas requiem. En dan zie ik in mijn achteruitkijkspiegel dat ik geflitst wordt: ik ben het slachtoffer van mijn leven vol activiteit, dadendrang en monterheid. Automatisch maar zonder succes heb ik me weer eens verzet tegen de harde werkelijkheid.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

09:03 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar