09 december 2017

Veroudering niet dramatisch, ambtenarenpensioenen wel


België scoort niet slecht als het om veroudering gaat: uit een gloednieuw OESO-rapport blijkt dat we in ons land, in 2050, voor elke honderd inwoners in de leeftijdscategorie tussen 20 en 65 jaar, eenenvijftig 65-plussers zullen tellen.


Dat is onder het OESO-gemiddelde van 53,2 en onder het EU28-gemiddelde van 55,9. Ook in 2075 blijft de Belgische afhankelijkheidsratio (aantal gepensioneerden tegenover aantal werkenden) met 54 redelijk stabiel. Vandaag tellen we 37 65-plussers per 100 inwoners. Het meest verouderde land in Europa wordt Spanje dat voor een gelijkaardige demografische tijdbom staat als Japan. Beide landen hebben een hoge levensverwachting en een laag geboortecijfer. Spanje zal in 2050 voor elke honderd inwoners in de leeftijdscategorie tussen 20 en 65 jaar 77,5 mensen tellen die de 65 voorbij zijn. Enkel in Japan is het aantal 65-plussers met 77,8 per 100 in 2050 nog superieur.


Uit de studie Pension at a glance http://www.keepeek.com/Digital-Asset-Management/oecd/social-issues-migration-health/pensions-at-a-glance-2017_pension_glance-2017-en#.Wie6xvnibIU#page1 blijkt vooral de situatie in Zuid-Europa bedenkelijk.


De OESO herhaalt wel een aantal eerdere waarschuwingen: zo heeft België het op één na kleinste budget in de EU voor onderzoek naar de vergrijzing. De Belgische overheden investeerden in 2016 slechts 5,87 procent van het totale publieke R&D-budget aan onderzoek naar gezondheids-, energie- en milieuvraagstukken. Enkel Zwitserland doet nog slechter, met amper 1,15 procent.


Ter vergelijking: de 28 EU-lidstaten spendeerden gemiddeld 15,72 procent van het overheidsbudget aan dergelijk onderzoek. Het Verenigd Koninkrijk en Luxemburg zijn de beste leerlingen in de Europese klas, met respectievelijk 26,78 en 22,54 procent. De OESO waarschuwt er voor dat de overheden ‘dringend op zoek moeten naar oplossingen voor de nieuwe uitdagingen', en spoort regeringen aan op zoek te gaan naar andere bronnen van financiering voor onderzoek, van bijvoorbeeld particuliere stichtingen of filantropen.


België is van alle OESO-landen proportioneel de grootste betaler van ambtenarenpensioenen (http://www.keepeek.com/Digital-Asset-Management/oecd/fina...). In ons land gaat 2,6 procent van het bbp naar de uitbetaling van de ambtenarenpensioenen, goed voor een jaarlijks bedrag van meer dan 10,6 miljard euro.


En het is niet zozeer het aantal ambtenarenpensioenen, maar wel het hoge maandelijkse bedrag waar gepensioneerde ambtenaren in ons land recht op hebben, dat België de koppositie bezorgt. Het ambtenarenpensioen loopt in sommige gevallen op tot 75 procent van het laatste loon, een stuk meer dan in de meeste andere OESO-landen het geval is. Landen als Denemarken, Noorwegen, Zweden en Letland bijvoorbeeld, geven niet meer dan 1,4 procent van het bbp uit aan ambtenarenpensioenen. Nochtans heeft in die landen gemiddeld 30 procent van het totaal aantal werkenden een ambtenarenstatuut, tegenover 20 procent in België.


Na België betalen Groot-Brittanië en Frankrijk het meeste ambtenarenpensioenen, met respectievelijk 2,3 en 2,2 procent van het bbp. De OESO noemt het Belgisch pensioensysteem "inefficiënt" omdat het de arbeidsmobiliteit afremt.


De OESO pleit voor een eengemaakt pensioenstelsel, dat zowel de pensioenen voor de publieke als voor de private sector regelt. Dat systeem is de norm in 31 van de 35 - grotendeels welvarende - lidstaten van de organisatie. (http://www.oecd.org/els/public-pensions/PAG2017-country-p...)

Marc van Impe


Bron: MediQuality

20:03 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar