08 december 2017

12de ziekenhuisbarometer CM: Ereloonsupplementen opnieuw gestegen


Voor het twaalfde jaar op rij nam CM de ziekenhuisfacturen van haar leden onder de loep. Zo'n 1,4 miljoen facturen uit 2015 werden geanalyseerd. Lees hierna de meest opvallende vaststellingen.


Door de verkorte ligduur en de verschuiving van bepaalde ingrepen naar het dagziekenhuis of de ambulante zorg, werd de gemiddelde factuur voor een klassieke opname 1% goedkoper en bedroeg ze gemiddeld 555 euro:


-een eenpersoonskamer werd 1% goedkoper: de gemiddelde factuur daalde van 1.476 euro in 2014 naar 1.463 euro in 2015;


-een tweepersoonskamer werd 2% goedkoper: de gemiddelde factuur daalde van 284 euro in 2014 naar 278 euro in 2015.


De gemiddelde factuur voor een dagopname werd duurder: +4% voor chirurgische ingrepen, +13% voor niet-chirurgische ingrepen. Deze stijging is uitsluitend te wijten aan de stijging van de gemiddelde factuur in eenpersoonskamers.


De gemiddelde patiëntenfactuur voor het chirurgisch dagziekenhuis bedroeg 170 euro, voor het niet-chirurgisch dagziekenhuis 41 euro.


Voor een klassieke hospitalisatie vertegenwoordigden de ereloonsupplementen in een eenpersoonskamer 900 euro op een factuur van 1.463 euro. In het chirurgisch dagziekenhuis vertegenwoordigden ze 577 euro op een factuur van 735 euro.


In totaal stegen de aangerekende ereloonsupplementen in eenpersoonskamers met 4%. Deze toename is vooral een gevolg van de verhoging van de plafonds voor ereloonsupplementen, de toenemende vraag naar eenpersoonskamers en de systematischer aanrekening van supplementen voor technische prestaties. Dit zijn prestaties waarbij de patiënt de arts niet ziet.


De ligduur bij klassieke hospitalisaties zet zijn dalende trend verder: van gemiddeld 6,5 dagen in 2006 naar 5,5 dagen in 2015.


Er waren 174.500 opnames in eenpersoonskamers, wat een toename van 4.339 opnames betekent ten opzichte van 2014. Het aantal opnames in eenpersoonskamers bedraagt gemiddeld 23 procent bij een klassieke opname, 4,7% in het dagziekenhuis.


Kamersupplementen variëren van gemiddeld 18 euro per dag tot 164 euro.


'Dat je in een eenpersoonskamer meer betaalt voor dezelfde zorg is verre van logisch', aldus CM-voorzitter Luc Van Gorp. 'Wij pleiten al langer voor een beperking van de ereloonsupplementen, net zoals we voorstander zijn van een verbod op ereloonsupplementen voor technische prestaties.'


Maar Van Gorp beseft dat er meer nodig is: 'Studies tonen aan dat het water veel ziekenhuizen aan de lippen staat. Samen met de ziekenhuizen zijn wij daarom vragende partij om hun financiering grondig te herbekijken. Alleen op die manier kunnen we voorkomen dat we evolueren naar een gezondheidszorg met twee snelheden.


Alle CM-voorstellen zijn gebundeld in een achtpuntenplan dat u hier https://www.cm.be/actueel/onderzoeken/ziekenhuisbarometer... leest.

Marc van Impe


Bron: MediQuality

20:00 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Steunkous uit bespaart miljoenen


Ze zijn lelijk, ze irriteren, ze zijn duur: steunkousen. Maar het zijn nuttige en nodige hulpmiddelen. Trombosepatiënten hebben er baat bij, wie een iets langere vliegreis maakt en risicopatiënt is, doet ze beter aan. Om PTS te vermijden wordt in de regel twee jaar steunkousen dragen voorgeschreven. Evidence based maar niet bewezen blijkt nu uit een onderzoek dat vandaag verschijnt. Toch schrijft The Lancet Haematology vandaag dat de steunkous in de meeste gevallen veel te lang en onnodig gedragen wordt door het merendeel van de patiënten. Behalve het gemak levert het ook nog eens een miljoenenbesparing per jaar op. Dat blijkt uit een nieuwe studie van het Maastricht UMC+.


Patiënten met een trombosebeen krijgen nu nog standaard het advies om twee jaar lang steunkousen te dragen ná hun behandeling. Bij 60 procent kunnen de knellende kousen al na één jaar uit. En bij de helft van alle patiënten die een steunkous dragen om complicaties na een trombosebeen te voorkomen, kan de draagduur zonder gevolgen met anderhalf jaar worden verkort tot zes maanden. Dat is een verlichting voor patiënten en zou alleen al in Nederland een zorgkostenbesparing opleveren van meer dan tien miljoen euro op jaarbasis. Dat blijkt uit onderzoek bij ruim 800 patiënten in veertien ziekenhuizen.


Post-trombotisch syndroom (PTS) is een bijwerking die kan optreden na een trombose in het been en kan onder meer leiden tot chronische pijn en zwelling. Zonder preventieve maatregelen komt dit bij ongeveer de helft van de patiënten voor. Om de kans op PTS te verlagen, schrijven de huidige richtlijnen voor om twee jaar lang een elastische steunkous te dragen. Dat reduceert de kans op PTS tot ongeveer 20-30 procent. Het dragen van een steunkous kan echter ook tot fysiek ongemakken leiden (met name tijdens warme dagen) en tot verlies van zelfstandigheid in gevallen dat de kous moet worden aan- en uitgetrokken door thuiszorg of mantelzorgers. De Maastrichtse wetenschappers onderzochten of die draagduur niet korter zou kunnen.


Het onderzoek werd uitgevoerd in veertien ziekenhuizen, waarvan twaalf in Nederland en twee in Italië. Daarbij werden 865 patiënten na een trombose willekeurig ingedeeld in twee groepen: de controlegroep (standaard twee jaar lang een steunkous) of de groep waarbij een personaliseerde aanpak werd gekozen. In beide groepen bleek in ongeveer een kwart van de gevallen PTS op te treden. Echter bleek bij meer dan de helft van de patiënten die de gepersonaliseerde aanpak kregen, dat de steunkous na zes maanden overbodig was. Bij nog eens 11 procent kon de steunkous-therapie na een jaar worden stopgezet.


Het eerder stopzetten van de therapie bespaart patiënten de ongemakken die het dragen van een steunkous met zich mee kan brengen. Door een gepersonaliseerde aanpak te kiezen kunnen daarnaast miljoenen euro's per jaar worden bespaard. Jaarlijks krijgen in Nederland 25.000 mensen een steunkous na trombose, met een totale kostenpost van 23,5 miljoen euro. Door de draagduur van de steunkous bij de helft van alle patiënten met anderhalf jaar te verkorten kan naar schatting meer dan tien miljoen euro per jaar worden bespaard.


"Hoe de standaardrichtlijn van twee jaar tot stand is gekomen, is eigenlijk niet geheel duidelijk en ook nooit goed onderzocht", zegt hoofdonderzoeker dr. Arina ten Cate. "Daarom hebben wij de handschoen opgepakt. De maatschappij vraagt namelijk om zinnige zorg. Als we de patiënt fysiek ongemak kunnen besparen en de zorgkosten ook nog eens kunnen drukken, dan zijn dat twee vliegen in één klap." In het Maastricht UMC+ wordt de standaard richtlijn van twee jaar draagtijd dan ook niet meer aangehouden, maar wordt de therapie aangepast op de individuele patiënt.

Marc van Impe


Bron: MediQuality

08:50 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)