16 november 2017

Pil én zender in één


De FDA heeft vandaag de verkoop goedgekeurd van Abilify MyCite, een pil die zowel werkzame stoffen bevat als een zendertje, waardoor de arts kan controleren of de patiënt zijn medicijnen heeft geslikt.


De pil bevat aripiprazol, een dopamine-agonist die in 2002 al was goedgekeurd, en die vooral dient om psychoses te onderdrukken bij schizofrenie. Het is een derivaat van quinolinon. Aripiprazol heeft een uniek werkingsmechanisme: partieel agonisme van de dopamine D2-receptoren en eveneens partieel agonist van serotonine 5-HT1a-receptoren en antagonist van 5HT2a-receptoren. Onder de naam Abilify is het al jaren op de markt. Het geneesmiddel wordt geproduceerd door Otsuka Pharmaceutical i.s.m. Bristol-Myers Squibb en sinds 2011 ook samen met Lundbeck. Sinds 2015 zijn de patenten verlopen en inmiddels zijn er generieke middelen te koop van meerdere fabrikanten. Met de nieuwe pil probeert het Japanse Otsuka Pharmaceutical zijn marktpositie te redden.


Het zendertje is sinds 2012 op de markt, maar tot nu toe zat het in een suikerpil die je supplementair met de medicatie moest innemen. Het werkt in combinatie met een ontvanger in een pleister op de huid, ter hoogte van de maag, die het signaal doorgeeft aan het mobieltje van de patiënt. Indien die het goed vindt, kan de behandelend arts meekijken via de cloud.


Volgens de producent, Proteus Digital Health in Redwood City, Californië, bewijst onderzoek dat het vooral bij psychiatrische patiënten de therapietrouw bevordert. Gedacht wordt aan bloeddrukverlagers en middelen tegen hepatitis C.

Marc van Impe


Bron: MediQuality

18:36 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Antidepressiva: stop de hysterie


Het is weer de tijd van het jaar. 's Ochtends de mist die optrekt boven het kanaal, s' avonds de somberte die met donkere wolken uit het Oosten op ons afkomt. En de verhalen in de krant, op de omroep, aan de toog van het café: we pakken met z'n allen teveel slaappillen, we slikken ons een beroerte aan kalmeerpillen, we houden het - hoog-sensitief als we zijn - alleen maar vol, dankzij de antidepressiva.


Het is de talk of the town onder huisartsen, psychiaters en thuisverplegers en onder journalisten die niet gehinderd door enige kennis van zaken op een licht hysterische wijze de nieuwsconsument op weg naar de paniek helpen. Komen daarbij de advocaten van moordenaars en geweldplegers die maar al te graag roepen dat hun cliënt door de antidepressiva de hand aan zijn medeburger sloeg. En als klap op de vuurpijl roepen de geneesheren voor het volk gesteund vanuit het Riziv, de Hoge Raad, het CEBAM en andere sanhedrin: 'Huisartsen schrijven te makkelijk antidepressiva voor'.


Het resultaat is rampzalig, zegt mijn vriend de huisarts. Opeens willen patiënten van hun pillen af. Stoppen met de medicatie. Het licht gezien op het yogamatje van de mindfulness therapeut, bij de gelukscoach of een andere goeroe. Omdat de patiënten bang zijn voor de bijwerkingen, omdat ze zich schamen dat ze niet op eigen kracht uit hun depressie kunnen klimmen of omdat ze hebben gelezen dat die pillen toch niets doen.


Voor al diegenen ligt binnenkort een boekje onder de kerstboom waarvan ik hen de lectuur van harte kan aanraden. De Nederlandse psychiater Christiaan Vinkers en apotheker Roeland Vis proberen zin en onzin te scheiden en pleiten ervoor, bij alle terechte kritiek, het kind niet met badwater weg te gooien. Ze gingen op zoek naar de 'nuchtere feiten' om hun patiënten beter te kunnen adviseren. Die speurtocht resulteerde in een boek waarin de 'zin van de onzin over antidepressiva' wordt gescheiden.


Om te beginnen ontzenuwen de auteurs een grote leugen: "Het aantal patiënten met een depressie blijkt al dertig jaar constant. We moeten af van het heersende beeld dat het aantal depressies schrikbarend is gegroeid sinds de introductie van antidepressiva." aldus dr. Vinckers. "De helft van de gebruikers heeft geen depressie. De term antidepressiva is eigenlijk wat misleidend. Ze worden in de helft van de gevallen voorgeschreven voor andere klachten, zoals angststoornissen, dwangklachten, slaapproblemen, bedplassen en neuropathische pijnen. Van de gebruikers die wel een depressie hebben, slikt een derde van de patiënten ze langer dan een jaar. Dan houd je 150 duizend langdurige gebruikers over met depressie."


Neem nu Cymbalta. Duloxetine verbetert de stemming en vermindert pijn. Het wordt gebruikt bij depressie, zenuwpijn en fibromyalgie. Het werkt ook bij urine-incontinentie. Ik kan sommigen het aanraden. Het Riziv telt de gebruikers van dit product gewoon in zijn depressiecijfers mee.


Opgelet, dat betekent helemaal niet dat het "goed gaat" met de depressieven onder ons. Het lijden blijft en de zelfmoordcijfers spreken voor zich. Maar het beeld dat er zogezegd meer dan een miljoen depressieve patiënten zijn en dat hun aantal groeit, dat beeld is onjuist.


Tenslotte nog dit: een en ander heeft ook te maken met het lage zelfbeeld dat psychiaters van zichzelf hadden en vaak nog hebben. Door hun collega's worden ze vaak niet als volwaardige artsen beschouwd. Ze wauwelen maar wat, veranderen om de haverklap van mening en zijn vooral goed in het verkopen van pseudodiepzinnige praatjes op de talkradio en in praatprogramma's op de laatavond verrekijk. Het haar een beetje warrig, de handen gevouwen. Een zwart hemd aan. Wat waren ze blij toen er eindelijk medicatie was tegen depressie, "zo blij dat ze te enthousiast zijn gaan voorschrijven," zegt Vinkers.


"Daar moeten we eerlijk over zijn. En dat psychiaters opeens pillen konden voorschrijven, net als somatische artsen, droeg bij aan hun emancipatie, aan de waardering voor de beroepsgroep." Apotheker Vis: "Tot dan speelde de psychiatrie zich af in instellingen, ver weg in de bossen. Nu kon je patiënten met een pil gewoon thuis behandelen. Een nieuwe wereld opende zich voor de psychiatrie. Tenslotte heeft de farmaceutische industrie voorschrijvend artsen gepusht om ook antidepressiva in te zetten voor niet-depressieve patiënten. Heel kwalijk."


Het is zondagochtend en ik rij voorbij Beernem en denk aan een recent artikel waarin nog maar eens het placebo-effect besproken werd. Een placebo helpt gemiddeld 30 procent van de depressieve patiënten. Een antidepressivum werkt beter, gemiddeld bij 45 à 50 procent van de mensen. Dat is een bescheiden effect. Apotheker Vis: "Maar aan zo'n gemiddeld effect heb je weinig, want bij de een werkt het geweldig, bij de ander doet het vrijwel niks. We moeten ernaartoe dat we van tevoren kunnen inschatten welke pil gaat werken bij welke patiënt. Zoals dat nu bij kanker gebeurt. Eerst wordt er een stukje weefsel weggenomen op grond waarvan wordt besloten dat middel A beter is dan middel B.


Ook in de psychiatrie moeten we af van het 'one size fits all'-idee." Vinkers: "Het bescheiden effect van antidepressiva betekent overigens niet dat ze veel slechter werken dan andere medicijnen. De geneeskunde is gebaseerd op het principe dat je altijd een aantal patiënten moet behandelen om bij één patiënt effect te zien. Als je zeven mensen een antidepressivum geeft, knapt er één individu op door het antidepressivum boven op de twee à drie door het placebo-effect. Dat is vergelijkbaar met paracetamol: ook die pijnstiller moet je aan zeven patiënten geven om bij één extra - boven het placebo-effect - de pijn te stillen. Veel medicijnen scoren veel slechter. Je moet honderd hartpatiënten een aspirine geven om er bij één een hartaanval te voorkomen. Bij statines is de verhouding niet veel beter."


Conclusie: de psychiaters moeten opnieuw leren huiswerk maken. En wat vaker naar de huisarts luisteren, luisteren en niet gelijk interpreteren en een oordeel vellen. Er zijn veel goede redenen om te stoppen met antidepressiva, maar iedereen moet zelf kijken wat in zijn geval de plussen en minnen zijn. "Je zet het hele huis onder water terwijl er alleen een brandje in de keuken is", schrijven Vinkers en Vis in hun boek. "


Marc van Impe

Even slikken, Christiaan Vinkers, Roeland R. Vis  - € 19,99 - ISBN:9789044634556

dr. Vinckers, antidepressiva, depressie,



Bron: MediQuality

08:38 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)