04 november 2017

Een nieuwe discipline: Eugenembryonics


Deze week heeft de jaarlijkse vergadering van de American Society for Reproductive Medicine plaats. Bij die gelegenheid werd door artsen en wetenschappers de stelling geponeerd dat het testen van embryo's op de vatbaarheid voor aandoeningen als Alzheimer, ethisch gerechtvaardigd zou zijn. Dat heet dan de "reproductieve vrijheid" van ouders. Wetenschappers worden steeds meer bedreven in het selecteren van embryo's voor implantatie. Ze willen de grenzen verleggen.


In de toekomst zal er onvermijdelijk een discussie op gang komen over de vraag of deze praktijk legaal of illegaal moet zijn. Overheden zullen hierover referenda houden. Niet alleen analyseert men nu al de data van grootschalige populatiestudies om aan de hand daarvan een algoritme uit te werken dat het risico op een aangeboren chronische, genetische ziekte helpt te berekenen, het probleem is dat dezelfde tools ook gebruikt kunnen worden om grootte, gewicht, huidskleur of zelfs intelligentie te programmeren. Alhoewel de juistheid van deze polygene risicoscores nu nog twijfelachtig is, bestaat het risico dat omwille van een paar oppervlakkige eigenschappen bepaalde embryo's wél en andere niet worden uitgekozen.


Ik zag ooit Gattaca, een Amerikaanse sciencefictionfilm uit 1997 onder regie van Andrew Niccol. Alles in Gattaca draait om DNA profiling. Vanaf je geboorte is er bekend wat je mogelijkheden zijn, of vooral wat niet. De hoofdpersoon Vincent is een ouderwetse liefdesbaby van ouders die dachten dat het wel los zou lopen en die kozen voor de natuurlijke weg: seks dus en niet de optie voor genetische manipulatie. Ondanks een schijnbaar goede gezondheid – op een oogafwijking na – is in het DNA van Vincent een ernstige hartkwaal zichtbaar, waardoor zijn wensdroom buiten bereik ligt: een ruimteschip naar Saturnus besturen.


Dan ontmoet Vince ene Jerome, die bij een ongeluk een dwarslaesie opliep. Jerome ruilt met Vincent zijn identiteit, waardoor deze laatste kan worden toegelaten tot de astronautenopleiding van de Gattaca Corporation, en geeft Vincent zelfs lichaamsmaterialen (zoals haar en bloed) en een geluidsopname van zijn hartslag, wat hem door alle tests heen loodst. Als een paar dagen voor de lancering de missieleider vermoord wordt en men op de plaats des onheils een echte wimper van Vincent vindt, begint de echte film. "Er is geen gen voor de menselijke drijfveer" is het motto van Gattaca.


In Silicon Valley doet Genomic Prediction (http://genomicprediction.com/) wat in Gattaca nog fantasie is, en test nu al embryo's welke voor IVF in aanmerking komen en welke in de diepvries zullen blijven. Een van de ziekten waarop GP focust is diabetes Type 1, maar ook andere meer zeldzame ziekten, zoals cystische fibrose, een neurotische persoonlijkheid, of een dwerggroei worden opgespoord. Dergelijke "polygene risicoscores" worden nu reeds gebruikt in direct tot consument gerichte gentesten, zoals 23enMe (https://www.23andme.com/ ) die klanten vertellen wat hun genetische kans op overgewicht is.


Een volwassene kan met die wetenschap doen wat hij wil, maar een embryo is overgeleverd aan de pipet van de geneticus. De wetenschappers staan op het punt om deze "pre-implantatietests" algemeen in te voeren, nu ze steeds verfijnder worden.


Nu komt de clou! Die wetenschappelijke vooruitgang is te danken aan een groeiende stroom van genetische gegevens die continu uit grote populatiestudies gezeefd wordt: lees uit elektronische medische dossiers, ziekenhuisdata, epidemiologische onderzoeken en ook apps. Dat zorgt voor een controversiële kant aan het eHealth-gebeuren, zegt Nathan Treff, de topwetenschapper van het bedrijf, die samen met de oprichters van Genomic Prediction Stephen Hsu (foto), een natuurkundige die ook vicepresident Research is aan de Michigan State University, en de CEO Laurent Tellier, een Deense bio-informaticus die we in Brussel ontmoetten.

a1.png

Zowel Hsu als Tellier zijn nauw betrokken geweest bij een project in China dat de genomen van wiskundige genieën opvolgt, in de hoop licht te werpen op de genetische basis van het IQ. Als die informatie over een embryo wordt gegenereerd, kan dat tot existentiële gevolgen leiden: wie wordt geboren en wie blijft in een vrieskast.


Het concept van het bedrijf, de preimplantatie genetische tests of ePGT noemt, gebruikt een foto van een ijsberg om het idee over te brengen. "We geloven dat het een standaard onderdeel zal worden van het IVF-proces," zegt Tellier, "net zoals een test voor het Downsyndroom een standaard onderdeel van de zwangerschapsproces geworden is."


Hsu denkt echter al verder. In 2014, Hsu schreef hij een essay met de titel "Super-Intelligent Humans Are Coming," waarin hij beweerde dat volgens zijn selectiemethode het IQ met liefst 15 zou opgekrikt worden. Genomic Prediction verzekert dat het enkel de kans op ernstige afwijkingen wil opsporen, maar Hsu denkt op zijn blog veel verder: "Stel, dat ik je zou kunnen vertellen dat embryo één de grootste zal zijn, embryo twee de slimste, embryo drie zeer antisociaal zal zijn.


Stel dat je voor de keuze staat. Wat doe je dan? Dat is de nabije toekomst van wat wij als beschaving zien. Dit zal hier werkelijkheid zijn ". In 2013 ontstond er een rel toen bekend raakt dat 23andMe een patent gekregen had op een doe-het-zelf DNA-test die ouders zou toelaten zelf de keuze te maken welk donorsperma of –eicel ze wensten te gebruiken, op basis van bv. de kleur van de ogen van de donor. Een interessant detail 23andME is een spin-off van Google, dat datzelfde jaar een akkoord sloot met de Britse NHS voor het gebruik van meer dan een half miljoen patiëntendata afkomstig van de U.K. Biobank, wat bij ons Smals heet.


Die data bevatte van elke vrijwilliger een kaart met ongeveer 800.000 single-nucleotide polymorfismen, of SNP-punten die aangeven waar hun DNA enigszins verschilt van dat van anderen. Daarin, lichaamslengte, gewicht, ziektes, sociaal profiel, opleiding, autobezit tot en met de dagelijkse broodconsumptie. De release veroorzaakte nauwelijks opschudding in de media maar veroorzaakte een ware goudkoorts onder genetici die hun berekeningen moesten actualiseren.


Tenslotte nog dit: ik vroeg Tellier of het waar was dat Nathan Treff, de hoofdonderzoeker van GP, aan diabetes Type 1 lijdt? "Klopt", zegt hij. " Ik herinner mijn partners daar regelmatig aan. Als mijn ouders deze test hadden gedaan, dan zou ik hier nu niet aanwezig zijn," zegt Treff, een bekroond expert op het gebied van diagnostische technologie, die meer dan 90 wetenschappelijke papers heeft geschreven. De man heeft ook nog gevoel voor humor.


Onderstaande grafiek toont hoe Amerikaanse artsen tegenover ePGT staan.

a1.png

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

 

 

14:37 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar