31 oktober 2017

Pesticiden beïnvloeden de kans op succes bij IVF


De pesticiden die achterblijven op fruit en groenten kunnen de vruchtbaarheid van een paar beïnvloeden, concluderen de onderzoekers van de Harvard T. H. Chan School of Public Health in de JAMA. De wetenschappers volgden 325 vrouwen, gedurende 541 ART cycli uit de Environment and Reproductive Health (EARTH) prospective cohort study (2007-2016).


Ze gingen na wat en hoeveel fruit en groenten zij aten alvorens zij naar een kliniek voor in-vitrofertilisatie of een andere geassisteerde reproductieve behandeling kwamen. Vervolgens gingen de onderzoekers na hoeveel vrouwen uiteindelijk zwanger werden en een kind kregen. " De groep vrouwen die meer groenten en fruit aten waarop veel bestrijdingsmiddelenresidu vastgesteld werd, leed vaker aan een spontane abortus en kreeg minder kinderen dan vrouwen die minder bestrijdingsmiddelen hadden ingenomen.


Twee porties hoog gecontamineerd fruit of groenten per dag, vergeleken met slechts één portie met pesticiden bewerkt fruit en groenten, leidde tot 18% minder kans op succes bij IVF en 26% minder kans op een voldragen zwangerschap.


Meer dan 90% van de Amerikaanse bevolking heeft aantoonbare concentraties van pesticiden of metabolieten in urine- of bloedmonsters. Die zijn hoofdzakelijk afkomstig van conventioneel geteelde groenten en fruit. In de Verenigde Staten worden pesticiden gereguleerd en geëvalueerd door het Amerikaanse Environmental Protection Agency.


De Trump administratie heeft net de regelgeving dienaangaande versoepeld. Desalniettemin is er bezorgdheid ontstaan over het feit dat de toelaatbare gehalten aan residuen in levensmiddelen die door middel van traditionele toxicologische tests zijn vastgesteld, te hoog kunnen zijn, met name voor gevoelige bevolkingsgroepen zoals zwangere vrouwen of zuigelingen. Wat bij deze bewezen lijkt te zijn.


De resultaten van het onderzoek verscheen vorige maandag in JAMA (voorheen het Journal of the American Medical Association).

Marc van Impe

Bron: MediQuality

18:50 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Over de ars moriendi en een korrel zand


Ooit schreef ik sermoenen voor de Katholieke Omroep. Dat kwam zo: het waren de vroege jaren zeventig en ik was zo vermetel geweest om te scheiden en dat kostte me een rib uit mijn lijf. Echtscheiding was toen nog doodzonde en de rechter in eerste aanleg bestrafte dit met karig bezoekrecht en een zeer gulle alimentatieregeling.


Als jong journalist op de radio verdiende je in die jaren –evenmin als nu trouwens- een giga salaris. Wilde je toch in enige stijl overleven dan was er een schnabbel nodig. Ik was niet zo'n goede politieke ghostwriter, zo bleek al snel, evenmin was ik goed in het DJ spelen of presenteren van modeshows, dus moest er iets anders gevonden worden. De spoeling was dun: reclamespotjes inspreken kon niet want die waren er nog niet en vertaalwerk lag me niet.


Op een dag liep ik in de eindeloze gangen van het omroepcentrum een bebaarde onderpastoor van de Brusselse Onze-Lieve-Vrouw ter Finisterraekerk tegen het lijf. De brave man was verantwoordelijk voor Het Brandend Braambos, zoals het godsdienstig halfuurtje toen heette. We bleken allebei een voorliefde voor christelijke bieren te hebben en onder het genot van een monastiek brouwsel in een cafeetje in de schaduw van de omroeptoren, vertelde hij me hoezeer de katholieke omroep in een crisis verkeerde. Een wekelijks programma brengen was één zaak, het vullen met zinnig materiaal was iets anders. Zo werd ik die dag vaste tekstschrijver voor de KTRO.


In ruil voor een fiks bedrag schreef ik eenmaal per week een bezinningsmoment bij elkaar. Het thema werd bepaald door de Gregoriaanse kalender, de invulling lag in mijn fantasie en klavier. Rond 1 november was het tijd voor onze jaarlijkse dodenherdenking. Ik begon die week mijn ‘preek' met de volgende zinnen: "Wij zijn als een korrel zand op het strand van de beschaving, daar neergezet buiten onze wil, buiten onze macht. Dan komt er een golf en die overspoelt ons en sleurt ons mee in de oceaan. We worden afgezet op een nieuwe plek in het leven die we niet kennen, buiten onze wil, buiten onze macht. Zo werkt de Heer met de mens…" en dat vijf minuten lang.


Ik herinner me dat er in die uitzending een oudere dokter kwam praten over de ars moriendi, de kunst van het sterven, het moment dat de mens zich finaal overgeeft in de handen van zijn schepper. Er waren toen nog katholieke doktoors die meenden wat ze zegden. Met een sonore stem vertelde hij over dat opperste katholieke streven volgens Thomas à Kempis' De imitatione Christi: "... behoed ons voor een plotselinge dood opdat wij een waardig sterfbed zullen kennen".


En over de heidense Seneca die de optie koos van een zelfgekozen dood, wat het ergste wat men kon doen. "Een serieuze dokter zal nooit de prise uittrekken," zei hij. Het leven hing toen nog aan 220 volt. Dat er zand in zijn betoog zat was voor mij duidelijk. Maar hij hield van mijn preek en vroeg me achteraf of ik niet af en toe een overpeinzing wou schrijven voor een toenmalig christelijk geïnspireerde medische publicatie waarvan ik de titel al lang vergeten ben. Het is er éénmaal van gekomen. Ik heb er nooit meer wat van gehoord. Communicatie ging toen nog per brief of over de vaste lijn.


Ik moet daaraan denken nu het vuur van het euthanasiedebat weer opgerakeld wordt. Het katholiek halfuurtje bestaat al lang niet meer. De dokter van toen is al lang overgeleverd in de handen van zijn schepper. Het cafeetje bij de omroep is al lang dicht. En de radiojournalisten van vandaag zijn al lang niet meer getrouwd maar hebben een vriend of een partner en spellen hun relatie uit in de boekskes en weekendbijlagen van de kranten.


Als ik de plezante wil uithangen citeer ik wel eens uit die preek van toen. En dan lees ik deze ochtend in Trouw, in een interview met de regisseur Peter Greenaway, die de film 'De erfenis van Luther' draaide: "Als ieder van ons nu maar een zandkorrel zou kunnen toevoegen aan dat enorme strand dat we de beschaving noemen." Na zoveel jaren ben ik nog altijd in goed gezelschap.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

08:43 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

30 oktober 2017

60% Nederlandse psychiaters hebben problemen met euthanasie


De Nederlandse Levenseindekliniek kan het werk niet meer aan. Er werken 59 artsen, waaronder 6 psychiaters, maar dat zijn er te weinig om alle verzoeken te kunnen beoordelen. De kliniek, bestaande uit door het land reizende teams van arts en verpleegkundige, beoordeelt euthanasieverzoeken van patiënten die bij hun eigen arts niet terecht kunnen. Het aantal artsen moet worden verdubbeld om alle aanvragers voor euthanasie te kunnen ondersteunen. Daarvoor worden zowel artsen als psychologen gezocht.


In 2016 deden 1800 mensen een verzoek om euthanasie bij de Levenseindekliniek. In 2017 zijn dat er tot nu toe 1862, maar naar verwachting groeit dat aantal nog tot 2500. Een van de oorzaken van de stijging is volgens de kliniek het aantal psychiaters dat cliënten doorstuurt naar de Levenseindekliniek, aldus NRC, omdat ze het zelf vaak erg moeilijk vinden met een verzoek om euthanasie om te gaan. Psychiaters kampen met „handelingsverlegenheid" als een patiënt met een euthanasieverzoek bij hen aanklopt.


De Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP), die nieuwe richtlijnen opstelt over de omgang met euthanasieverzoeken, noemt dit een „onwenselijke situatie" en roept psychiaters daarom op om zelf te onderzoeken of euthanasie een optie is en daar ook het gesprek met de cliënt over aan te gaan. Psychiaters krijgen ook vanuit eigen kring kritiek op hoe ze omgaan met euthanasieverzoeken. Steven Pleiter, bestuurder van de Levenseindekliniek, noemt het bespreken van euthanasie in de psychiatrie „een taboe", en vindt het „verwerpelijk" dat psychiaters euthanasieverzoeken niet zelf behandelen. Paulan Stärcke, psychiater en lid van de NVvP-richtlijncommissie, zegt in een toelichting dat het open staan voor euthanasieverzoeken voor psychiaters zou moeten behoren tot „onderdeel van de goede behandeling".


Een verzoek serieus nemen, zegt Stärcke, kan er ook toe leiden dat psychiater en patiënt samen tot de conclusie komen dat er nog behandelingen mogelijk zijn. Maar als de conclusie is dat de doodswens duurzaam, vrijwillig en weloverwogen is, dan zou een psychiater de euthanasie zelf moeten durven uitvoeren. „Het is niet fatsoenlijk om dan te zeggen: voor de dood moet u maar een ander zoeken."


Uit een evaluatie van de euthanasiewet bleek dit jaar dat ruim 60 procent van de ondervraagde psychiaters het ‘ondenkbaar' noemde ooit aan euthanasie mee te werken. Volgens het meest recente jaarverslag van de toetsingscommissies euthanasie, van 2016, kregen in dat jaar 60 psychiatrische patiënten euthanasie, tegen nul officiële gevallen in 2009.


Meer info: https://www.nrc.nl/nieuws/2017/10/26/psychiaters-te-bang-...

Marc van Impe

Bron: MediQuality

18:28 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende