13 oktober 2017

Het verraad en de begrafenis

 
Ik ben op een begrafenis in het dorp en bedenk dat wie uit de provincie verhuist naar de stad, aan de poort van de stad een tol betaalt, een tol die elk jaar verdubbeld wordt terwijl we proberen een evenwicht te vinden tussen wat we zo hartsgrondig achter ons gelaten hebben en wat we zo zorgvuldig, aarzelend, maar vlijtig in de plaats kregen.


Het enige probleem is dat je je verleden nooit achterlaat. Toen we hier aankwamen werd mijn vrouw aangesproken door een oude klasgenoot, die van zodra hij haar, met haar begon te praten in dat ongepoetste accent van het Pajottenland, alsof zij gisteren nog maar adieu had gezegd. Gelijk spraken ze over mensen die ze gemeenschappelijk bij naam of reputatie gekend hadden. Het verliep allemaal heel ontspannen en vriendelijk. Later vroeg ik haar of ze wist dat niet alleen haar accent en toon, maar haar hele lichaamstaal, veranderd was toen ze die oude schoolmaat ontmoette? Ze was bijna een andere persoon. Pas in de auto op weg naar huis toen ze weer alleen met mij was, keerde ze terug naar de persoon die ik voor het eerst had ontmoet. Had ze toen zo gepraat, zou ik haar dan aangesproken hebben.


Ik heb die eigenschap niet, ik ga niet op verschillende manieren met verschillende mensen praten. Ik realiseerde me toen dat ik de ziel van de authenticiteit miste. En ik realiseerde me dat wie van de periferie naar het centrum verhuist, zijn wijzerplaat op een andere golflengtes afstelt, afhankelijk van waar we zijn en wie er bij ons is. In die wereld zorgt het geheugen voor een vorm van herstel, een manier om ons opnieuw te connecteren met een meer eenvoudige tijd van toen, zoals een oude melodie geen orkestratie nodig heeft om ons aan vroeger te doen peinzen.


Diezelfde dag, op een receptie waar keurige dames en heren in jurk en pak, elkaar op een beschaafde manier onderhouden na een medische conferentie. Specialisten, huisartsen, verpleegkundigen keurig in de jurk of het pak op een late zaterdagmiddag in de grote salon van de Bozar.


Het is alsof ik een lang niet gelezen boek open, dat gevuld is met een dubbelzinnig verlangen naar een verloren huis, een beetje zoals de verloren zoon zich moet gevoeld hebben. De mensen rondom mij hebben een plaats in de wereld veroverd die er hier toe doet. Maar op het moment dat ze geconfronteerd worden met de mensen met wie ze hun kindertijd doorbrachten, ook met eigen ouders, worden ze opnieuw hun eerste identiteit. Het is een moment van grote tederheid. Even terug kind zijn. Terug fragiel zijn.


Ik denk dat het daarom is dat ik tranen voelde opkomen tijdens de rouwdienst. Ik treurde niet om de vriend die heen ging. Ik had medelijden, ik treurde om mezelf, omdat ik me aangepast heb aan sociale conventies, zoals ieder van ons dat doet en zo mijn onschuld verloor.


Het is een intense ervaring, een vorm van schaamte die te maken heeft met het milieu dat ik kwijt geraakt ben, het milieu waarin ik ben opgegroeid, en dat eenmaal ik in Brussel was aangekomen en mensen met zo' n verschillende achtergrond ben gaan ontmoeten, verdrong, dat me in verlegenheid bracht. Ik vraag me af waarom ik dit nooit eerder in een artikel beschreven heb?


Marc van Impe

Bron: MediQuality

08:48 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar