11 oktober 2017

Racisme op spoed


We spreken elkaar wel eens op het Brusselse Vossenplein. Ik speur er naar oude kookboeken, hij naar boekjes uit ons koloniale tijdperk. Ergens hebben we een aanknopingspunt: ik een ex die in Congo geboren werd, hij zijn jeugd die hij in Bumba doorbracht. Hij is arts nu, op de spoedafdeling van een ziekenhuis.


Zijn verhaal: een 80-jarige blanke man met hartfalen komt om 3 uur's ochtends in de spoedafdeling van een stedelijk ziekenhuis met kortademigheid en koorts aan. Wanneer ik, een zwarte arts binnenkomt, kondigt de man onmiddellijk aan: "Ik wil niet verzorgd worden door een %$#!" . Ik ga door, we hebben assistentie nodig om de man te nodige zorgen toe te dienen. Na afloop ga ik met de administratie aan de slag. Ik hoor de verpleging grapjes maken. De volgende dag heeft heel het ziekenhuis van het incident gehoord.


Ik voelde me niet beledigd door de afwijzing noch de vernederende taal van de man – voor mij was dit een patiënt met een ernstige medische aandoening en het is niet de eerste maal dat iemand tegen zijn wil moet behandelen. Hoe zou jij reageren? Hij vertelt me over een zwarte collega die wél weigerde en daarvoor door zijn directie gesanctioneerd werd. De familie van de patiënt ondernam zelfs stappen bij de Orde. De arts werd van discriminatie beschuldigd. Hoe moet een arts die zo beledigd wordt te werk gaan?


De weigering om een patiënt zorg te verlenen op basis van het ras of etnische achtergrond kan niet, maar hoe gaat dat in de andere richting naar de behandelend arts toe? Welke netelige ethische, juridische en klinische problemen gaat dit opleveren? En hoe pijnlijk, verwarrend en kwetsend is dit voor de betrokken artsen. Dat geldt trouwens ook voor het verplegend en logistiek personeel. Ook zij worden regelmatig beledigd op basis van hun huidskleur of afkomst.


Een patiënt heeft in principe het recht om medische zorg te weigeren, inclusief behandeling door een arts. Verondersteld wordt dat de patiënt bewust is en een geïnformeerde weigering formuleert. Maar in noodgevallen wordt van ziekenhuizen geëist dat ze de patiënten screenen, stabiliseren en zo nodig medische behandeling verlenen, daarna kan eventueel met toestemming en op vaag van de patiënt een overdracht geregel worden naar een derde instelling.


Anderzijds hebben artsen en andere gezondheidswerkers recht op een werkplek die vrij is van discriminatie op grond van ras, huidskleur, godsdienst, geslacht en land van herkomst. Organisaties, zoals een ziekenhuis, die beslissingen nemen op basis van ras of etnische achtergrond en ingaan op een verzoek van een patiënt om verplaatsing op basis van ras of etnische achtergrond van een werknemer, schenden in feite de wet.


Artsen zullen zo'n discriminatie niet snel aankaarten. Ten eerste zijn veel artsen, in tegenstelling tot verpleegkundigen, geen ziekenhuismedewerkers, maar "zelfstandige contractanten", die nauwelijks controle uitoefenen over de manier en de omstandigheden waarin zij hun werk uitvoeren. Ten tweede bepalen artsen vaak onderling hoe ze verzoeken met dergelijke situaties omgaan. Niet zelden kan het racisme en de onverdraagzaamheid worden toegeschreven aan een delirium, dementie of psychose. Patiënten met een aanzienlijk verminderde cognitie worden over het algemeen niet als ethisch verantwoordelijk beschouwd.


Vaak zijn er de familieleden die de patiënt ertoe kunnen overhalen om de noodzakelijke medische behandeling te accepteren. Ik vrees dat dit alleen maar zal toenemen naarmate de artsenpopulatie in dit land etnisch diverser wordt. Heeft de Orde van Artsen daarover al nagedacht en werd er nu al een kader gecreëerd om dergelijke conflicten in overweging te nemen en aan te pakken?


Maar, zegt mijn gesprekspartner, er zijn nog andere gevallen. Ik ben zwart, dat maakt de zaken zwart-wit en duidelijk. Maar ik maak het steeds vaker mee dat vrouwelijke moslimpatiënten elke hulp van een mannelijke arts weigeren.


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

08:04 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar