03 oktober 2017

Mythen en taboes rond antidepressiva ontmaskerd


Als het gesprek aan tafel dreigt stil te vallen, wil ik wel eens het woord antidepressivum gebruiken. Iedereen heeft er een mening over. Vooral medici laten zich opdelen in pro en contra. Koppel daaraan een van de meest ijdel gebruikte begrippen in de media, “epidemie”, en je bent voor de rest van de avond vertrokken.


Hoe antidepressiva werken in nog altijd niet helemaal duidelijk. Maar dat veel mensen er baat bij hebben, staat wel vast, schrijven psychiater Christiaan Vinkers en ziekenhuisapotheker Roeland Vis in het pas verschenen Even Slikken. Daarin rekenen ze af met alle misverstanden.


Antidepressiva hebben bij heel van voorschrijvers en patiënten een slechte naam. Dat komt door een lawine aan zogenaamd kritische wetenschappelijke artikelen, waarin de auteurs elkaar vooral nabouwen wat dan weer leidt tot evidence based stellingname tegen antidepressiva, door de honderden antifarma-boeken en door de tientallen schandalen over sterren die zich van het leven benamen na een hardnekkige verslaving aan pillen, wat door collega's die niet gehinderd worden door enige kennis van zaken, uitvoerig belicht wordt in de media. Antidepressiva zouden nauwelijks helpen, veel nare bijwerkingen hebben en veel te makkelijk worden voorgeschreven. Zo kan het al weer.


Ik las een paar weken een interview met de Vlaamse zanger Guido Belcanto. Van hem is bekend dat hij van 1994 tot '98 in een zware depressie was beland. Hoe ben je er uitgekomen, vroeg de journalist. Geen psychoanalyse, geen gesprekken, geen vrouwen, geen drank, maar goede pillen, luidde het eerlijke antwoord.


De negatieve reputatie van antidepressiva is onterecht, vinden psychiater Christiaan Vinkers en ziekenhuisapotheker Roeland Vis. Daarom schreven ze hun boek Even slikken: om alle misverstanden, mythen en taboes rond antidepressiva te slechten. En dat op een nuchtere, feitelijke en doorgaans overtuigende wijze.


Een voorbeeld daarvan is hun deconstructie van de zogeheten depressie-epidemie. Hun cijfers gaan uiteraard over Nederland, maar zijn net zo goed op België van toepassing. Het pillengebruik is al jaren stabiel, na een forse toename van het gebruik in de jaren negentig van de vorige eeuw, toen een nieuwe generatie serotonine-heropname-remmers (ssri's) op de markt kwam.


Net als in ons land leeft het idee dat er sprake is van een epidemie wat gevoed wordt door het feit dat bij het miljoen Nederlanders antidepressiva slikken. Maar wat de predikers tegen antidepressiva daar niet bij vertellen is dat de helft van die pillen niet wordt voorgeschreven tegen depressies, maar bijvoorbeeld tegen slapeloosheid of tegen pijn. En van de half miljoen mensen met een depressie, gebruikt de meerderheid die tijdelijk. Zo pellen Vinkers en Vis het aantal mensen dat langdurig pillen slikt voor een depressie af tot 150.000. Niet niks, maar ook niet epidemisch. Dezelfde oefening zou men in dit land kunnen maken.


Vinkers en Vis stellen ook dat er geen aanwijzingen zijn dat antidepressiva bovengemiddeld gevaarlijk zijn voor de gebruiker, of leiden tot verhoogde agressie en moord. Maar hoe antidepressiva werken weten we niet, erkennen de auteurs die en passant afrekenen met de mythe dat bij depressie sprake is van een serotonine-tekort in de hersenen.


Dát pillen voor veel patiënten werken, staat wel vast, maar hoe goed is een punt van discussie. In 2008 en 2010 verschenen in de Verenigde Staten omvangrijke meta-analyses van klinische onderzoeken waaruit bleek dat antidepressiva vooral effectief zijn bij ernstige depressies. Europees onderzoek wees in 2008 uit dat antidepressiva ook bij lichte depressies helpen. De verschillen in uitkomsten zijn voor een deel terug te voeren op verschillen in criteria (wanneer wordt een lichte depressie zwaar?), verklaren de auteurs. Ze concluderen dat de pillen voor een flink deel van de mensen goed zijn bij zware depressies en zeer waarschijnlijk ook bij matige depressies.


Daarmee gaan ze in tegen de Savonarola van de antidepressiva-bestrijders, de Deense hoogleraar Peter Gøtzsche, die vorig jaar nog in The BMJ een grondige analyse publiceerde waaruit bleek dat bij de goedkeuring van paroxetine voor jongeren de effecten stelselmatig werden overdreven en de bijwerkingen weggepoetst. De auteurs behandelen dit onderwerp wel, net als andere schandalen, maar zeggen over andere aantijgingen van Gøtzsche dat die de feiten naar zijn hand zet. Dat lichten ze verder niet toe, en dat is een smet op een verder onberispelijk en noodzakelijk betoog. Noodzakelijk, omdat nog altijd veel mensen niet beseffen dat depressie een verschrikkelijke ziekte is. En dat antidepressiva daarbij voor veel patiënten uiteindelijk meer goed dan kwaad doen.

Marc van Impe


Christiaan Vinkers, Even slikken De zin en onzin van antidepressiva, Prometheus, 240 blz. €19,99

 

Bron: MediQuality

08:25 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar