01 oktober 2017

Burn-out? Dat komt door de pil

We zitten op het terras bij de bocht van de rivier en bespreken de toestand van de wereld. Het is officieel herfst, het seizoen van onze leeftijd, en het gesprek gaat over hoe zeldzaam een flesje Orval wordt in de bierafdeling van de supermarkt, en over de burn-outepidemie. “Merkwaardig,” zegt mijn vriend de huisarts, “dat ik zelden of nooit een burn-out vaststel bij een patiënt boven de vijftig."


"Ik heb patiënten die op 65ste actiever zijn dan ooit, die zelfs een nieuw bedrijf beginnen, ik heb leraars die een nieuwe carrière beginnen als reisgids of in de horecazaak van hun kind, maar geen van hen die opgebrand raakt. Integendeel."


"Het is een van die mysteriën van onze tijd," zegt de kinesist, "ze hebben geen weerbaarheid meer, die jongelui. Als ze met hun kop tegen de muur lopen, vallen ze om en blijven ze liggen. Nochtans zijn zij het die de sportscholen bezoeken." De apotheker, zoals gewoonlijk, zegt niets en staart in zijn glas.


"Ik denk dat we kunnen spreken van een nieuw type mens," zeg ik. "niet alleen lichamelijk zien ze er anders uit, ook mentaal zitten ze anders in elkaar. De cesuur ligt hem ergens in het begin van de jaren zestig." Mijn tafelgenoten kennen mijn theorie rond mei 68, maar deze maal hebben ze het fout. Ik haal mijn theorie bij twee Nederlandse auteurs van zo'n typisch pedagogisch doe-het-zelf-boek dat ik in preview toegemaild kreeg.


Volgens Dorine Hermans en Els Rozenbroek kun je de (westerse) mensheid verdelen in twee groepen: de miljarden die vóór begin jaren zestig werden geboren, toen de pil werd geïntroduceerd, en de miljoenen die sindsdien een ‘bewuste keuze' zijn. Eigenlijk is die beslissing voor de mens te groot, zeggen Hermans & Rozenbroek: "Aan zo'n gigantisch project als een kind begin je alleen als je het gevoel hebt dat je de dat kind een plezier doet. Zo worden ouders in de rol gedrongen van gastvrouwen en -heren die hun kinderen hebben uitgenodigd op een feest. Als de gasten zich niet uitbundig amuseren, hebben de ouders gefaald."


Ouders zijn dus te lief voor hun kinderen, te begripvol. En dat komt door de pil, denken ze. Ik ben een ouder uit de voor-pil en na-pil periode. Mijn eerste kleine was een onverwacht cadeau, geen sprake dat de katholieke apotheker in het stadje je aan de pil hielp. De laatste werd met evenveel liefde op bestelling gemaakt. Alle vier zie ik ze even graag. Maar gastheer heb ik me nooit gevoeld. Integendeel, ik voelde me jong als ik was, beladen met een enorme verantwoordelijkheid. Maar ik heb nooit geloofd in de ooit zo geprezen alternatieve opvoeding die in tijdschriften als Ouders van Nu gepropageerd werd.


Ik heb nooit onderhandeld met mijn kleuters. En nu lees ik dat ik goed bezig was. Het juiste antwoord op de vraag ‘waarom mag dat niet?' is: ‘Omdat ik het zeg!' Een baby die de hele nacht huilt? Oordopjes in en het kind in de verste hoek van het huis leggen. Het zijn slechts twee adviezen van de ervaren ‘tante Do en tante Els', zoals de twee schrijvende moeders van in de vijftig zich noemen.


Moderne ouders, schrijven zij, relativeren niet, nemen de opvoeding te serieus en gaan veel te sterk uit van de wensen van het kind. Kinderen worden daar vervelend van en dan wenden de ouders zich weer onzeker en wanhopig tot een leger opvoed-adviseurs. Wat te doen als je kind liegt, niet slaapt, ruziet met broer of zus, de hele dag wil gamen, niet naar school wil of huilt om niets?


De antwoorden, geven ze toe, zouden moderne pedagogen afkeuren. Maar dat maakt niet uit, vinden zij, want miljarden kinderen zijn opgevoed zonder moderne pedagogen. Hun boek komt voort uit hun ergernis over de jeugd van tegenwoordig, die zij te beschermd vinden. "Zo slordig als onze ouders opvoedden, zo perfectionistisch opereren hun kleinkinderen", schrijven ze. "Dat begint al vóór de geboorte. Er wordt een bevallingscursus gevolgd, geen druppel alcohol gedronken, geen kruimel blauwe kaas gegeten, laat staan een sigaret gerookt. Na de geboorte moet de borstvoeding lukken, want flessenkinderen zijn sowieso verloren. Over wel of niet vaccineren worden op websites hele oorlogen uitgevochten. Kinderen worden in de zomer zes keer per dag ingesmeerd met factor 30. Leerkrachten moeten onderhandelen met ouders die zich druk maken om elk stapje dat hun kind op school zet."


Het komt allemaal door de pil, vertellen Hermans en Rozenbroek. Hermans: "De huidige generatie ouders is zo onzeker omdat ze bewust kinderen kreeg. Ze voelen zich voor alles verantwoordelijk omdat ze kozen voor dat kind." En dat kind is een watje geworden.


We zijn het erover eens, de watjes zijn gegarandeerde burn-out kandidaten. Soms is het heerlijk eens reactionair te zijn.


Marc van Impe

Bron: MediQuality

08:42 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar