28 september 2017

Een nieuwe weg naar goedkopere geneesmiddelen


Ziekenhuisapotheken bedingen vaak fikse kortingen bij leveranciers en fabrikanten van medicijnen. Die kortingen worden doorgaans niet doorgerekend aan de verzekering noch aan de patiënt en zijn dus oneigenlijke inkomsten voor de ziekenhuizen. Dit is geen typisch Belgisch fenomeen.


Maar in Nederland hebben ziekenhuisdirecties en zorgverzekeraars besloten om, nu gespecialiseerde medicijnen steeds duurder worden, daar samen wat aan te doen. Om de prijs van geneesmiddelen omlaag te krijgen kopen de Nederlandse Federatie van Universitair medische centra (NFU), de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) geneesmiddelen voortaan gezamenlijk in bij fabrikanten, te beginnen met medicatie tegen chronische myeloïde leukemie. De pillen voor de 1.300 Nederlandse patiënten met deze ziekte kosten jaarlijks € 30 miljoen. Het gaat om de medicijnen bosutinib van de Amerikaanse fabrikant Pfizer, nilotinib van het Zwitserse Novartis en dasatinib van het Amerikaanse Bristol-Meyers Squibb. Alleen al het gebruik van bosutinib kost per patiënt € 141 per dag, ruim € 51.000 per jaar.


"En we hebben bindende afspraken gemaakt: als we tevreden zijn over de resultaten dan gaan we heel snel verder kijken naar andere geneesmiddelen," zegt Thomas Bakker, van de Zorgverzekeraars Nederland.


Volgens de kartelwaakhond ACM zal een dergelijk bondgenootschap de concurrentieregels niet overtreden. Specifiek hiervoor publiceerde die vorig jaar al een aantal vuistregels voor het samen inkopen van medicijnen.


Het heeft een jaar geduurd maar nu is de samenwerking een feit. Ziekenhuizen en verzekeraars hopen daarmee 'dat er gezamenlijk beter onderhandeld kan worden met de farmaceutische industrie, zodat dure geneesmiddelen nu en ook op de lange termijn beschikbaar blijven voor patiënten die hierop zijn aangewezen', aldus VUmc-bestuursvoorzitter Wouter Bos. Alle zorgverzekeraars doen mee, evenals naar verwachting enkele tientallen (veelal grote) ziekenhuizen, waaronder de universitaire medische centra.


De volgende stap wordt op Europees niveau gezet. Minister Schippers zegt in De Volkskrant: "De tweede stap is dat we in Europa veel meer moeten samenwerken om te kijken hoe we deze heel dure, maar heel belangrijke medicijnen betaalbaar houden voor iedereen die ze nodig heeft."
Maar die Europese samenwerking heeft echter nogal wat voeten in de aarde. Tot nu toe sloegen alleen Nederland, België, Luxemburg en Oostenrijk de handen ineen om gezamenlijk met de farmaceutische industrie te onderhandelen over de prijzen van medicijnen.


Daarbij gaat het om geneesmiddelen waarop fabrikanten een monopolie hebben. De samenwerking tussen de ziekenhuizen en zorgverzekeraars richt zich op het inkopen van medicijnen in het 'oligopolistische segment', geneesmiddelen waarvan meerdere, met elkaar concurrerende varianten bestaan. Want voor die fabrikanten is het extra aantrekkelijk in zee te gaan met een groot blok van ziekenhuizen en verzekeraars, omdat ze dan de garantie hebben dat ze in een keer veel medicijnen kunnen verkopen.

Marc van Impe


Bron: MediQuality

09:27 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar