14 september 2017

De huisarts wil geen conciërge meer zijn


Minister De Block wil dat meer patiënten in de eerste plaats bij de huisarts te rade gaan, in plaats van naar de spoed te lopen. Het is een eerzaam streven maar ik vrees dat het niet gaat werken. De financiële drempel is immers te laag.


België is een van de weinige Europese landen waar het bezoek aan de huisarts nog betalend is. Als is dat een symbolisch bedrag. Voor mijn werkster, die van Noord-Afrikaanse afkomst is, betekent dit dat de huisarts een soort van manusje van alles is, een hospic die naar believen opgeroepen kan worden, maar voor het echte werk – en dat is dan alles dat verder gaat dan een hoestje of een ingescheurde nagel- gaat de familie naar de kliniek. Via de spoed.


Bovendien zegt ze, kost dat niets, dat de rekening achteraf komt, telt niet mee. Dat de verplichte eerstelijnszorg niet alleen niet financieel haalbaar is, maar ook niet eens kosteneffectief en kwalitatief is, bleek ondertussen al uit de voorbije publicaties. Volgens Geneeskunde voor het volk stellen 900.000 Belgen jaarlijks een bezoek aan hun huisarts uit omdat ze het niet kunnen betalen. Zou het kunnen dat die 900.000 Belgen wel naar de Spoed lopen?


Het derde betalerssysteem voor minder begoede patiënten heeft tot nu toe niet gewerkt. Het heeft wel geleid tot overconsumptie van de eerste en tweede lijn, tot een administratieve overlast en tot vertraagde terugbetaling. De ziekenfondsen en drukkingsgroepen als Geneeskunde voor het Volk vergeten dat wat gratis is, van geen waarde is. Een patiënt die geen geld meer hoeft mee te brengen beschouwt zijn huisarts als een soort wijkverpleger. Drempelverlaging betekende alleen maar dat een nog groter deel van de patiënten op de spoedgevallendienst van een ziekenhuis terecht komt. En sterker nog, dat rechtstreekse afspraken met de specialist door precies die bevolkingsgroep die niet geviseerd mag worden, niet nagekomen worden, wat tot nog meer frustratie en verspilling leidt.


Uit de nationale gezondheidsenquête van 2013 bleek dat slechts 24 procent van de raadplegingen bij de specialist gebeurden na verwijzing door de huisarts. Uit de folder van Geneeskunde van het Volk: "Nochtans beheert de huisarts het hele medische dossier, heeft hij een vertrouwensrelatie met de patiënt, kent hij de patiënt goed, niet alleen medisch, maar ook psychosociaal. Hij is best geplaatst om te oordelen welke zorg nodig is.


Als een patiënt eerst gratis de huisarts kan consulteren, kan er beter en efficiënter worden doorverwezen. Een centrale eerste lijn komt ook ten goede aan de specialisten omdat zij zich dan op hun echte specialistische taken kunnen toeleggen, in een betere samenwerking met de huisarts."


Het tegendeel blijkt waar. Zonder geld naar de huisartspraktijk leidt wél tot overconsumptie. De elektronische uitbetaling en verwerking van gegevens leidt niet tot makkelijker opsporing en correctie van misbruiken. Die elektronische monitoring en evaluatie heeft tot nu toe tot niets geleid. Het enige wat men bereikt heeft is dat de spoeddiensten en sommige specialisten overbelast worden.


De toenmalige visiedocumenten van de Vlaamse professoren huisartsgeneeskunde 'Together we change' onder redactie van de binnenkort emeritus professor aan de UGent en geneesheer voor het volk Jan De Maeseneer en zijn echokast Ri De Ridder bij het Riziv pleiten al jaren voor ‘een toegankelijke huisartsgeneeskunde die geen privilege mag zijn maar een recht hoort te zijn voor allen'.


De realiteit bewijst dat ze allebei doctrinair dwalen en blind zijn voor de realiteit. De Maeseneer maakte zich een paar jaar geleden bij het begin van het academiejaar zorgen. Uit toenmalige enquête bleek dat zijn eerstejaarsstudenten steeds meer op zichzelf gericht waren. "Begrip voor falen, mededogen en empathie zijn dingen die ik erg mis", zei hij toen. Hij klinkt als Egon Krenz, de laatste leider van de DDR. Vol goede bedoelingen, een vat vol mislukkingen, en tenslotte verholen kwade trouw. Tenslotte viel de Muur.


De generatie De Maeseneer/De Ridder heeft de geneeskunde en de huisartsgeneeskunde in het bijzonder zware schade toegebracht. Het (zelf)beeld van de huisarts is gebarsten. Het respect voor de geneeskunde is neergehaald. En de patiënt die geconfronteerd wordt met steeds duurdere en individueel gerichte therapieën weet niet meer hoe hij dit zonder crowdfunding moet waarmaken.

Ondertussen zorgen de jonggepensioneerden voor zichzelf en solliciteren ze in alle stilte via Selor en de Europese agentschappen naar goed betaalde uitloopbanen die hen naar interessante buitenlandse seminars brengen waar ze het mooi weer kunnen maken.


Ze zijn allemaal verantwoordelijk: Tim Joye, huisarts Geneeskunde voor het Volk; Jan De Maeseneer (prof. diensthoofd huisartsgeneeskunde UGent); Roy Remmen (prof. diensthoofd huisartsgeneeskunde UA); Jan Delepeleire (prof. diensthoofd huisartsgeneeskunde KULeuven); Jan Vandevoorde (prof. huisartsgeneeskunde VUB); Dirk Avonts (prof. huisartsgeneeskunde UGent); Fred Louckx (emeritus prof. medische sociologie VUB); Bart Criel (prof. volksgezondheid ITG Antwerpen); Guido Van Hal (prof. sociale geneeskunde UA); Sarah Willems (prof. sociale ongelijkheid in gezondheidszorg, UGent); Jan Vranken (emeritus prof. armoede en sociale uitsluiting, UA); Petra De Sutter (prof. UGent); Marleen Temmerman (directeur Wereldgezondheidsorganisatie Genève en prof. UGent); Sofie Merckx (médecin généraliste Médecine pour le Peuple Marcinelle - Charleroi); Michel Roland (prof. honoraire médecine générale ULB , président Médecins du Monde); Marco Schetgen (prof. médecine générale + vice-doyen Fac. Médecine ULB); Didier Giet (chef département médecine générale ULg, prof. médecine générale); Marc Van Meerbeek (prof. médecine générale ULg); Guy Beuken (prof. médecine générale UCL); Dominique Pestiaux (ancien chef département médecine générale UCL, prof. honoraire médecine générale UCL); Alain Levêque (président Ecole Santé Publique ULB); en Jean-Pierre Unger (prof. santé publique IMT Anvers).


De huisartsen die overwerkt zijn, de spoedartsen die op hun tandvlees lopen, de vele specialisten die nooit cabinettard geweest zijn maar die makkelijk honderd uur per week gewerkt hebben en nog werken, die meer dan de helft van de tijd zinloze administratie invullen, zijn hen niet dankbaar. Het wordt tijd dat die anamnese ook eens gemaakt wordt. Zij weigeren nog langer conciërge te zijn voor deze Prinzipienreiter, de doordrammers, der geneeskunde.


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

08:33 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar