12 september 2017

"Het leven is lijden"


We zijn doorgeschoten in onze wens om niet te lijden en zo lang mogelijk te leven. Dat las ik deze zomer bij de jonge filosoof Gerard Adelaar (34) in zijn boek 'De onverbeterlijke mens. Reflecties op medicalisering', waarin hij beschrijft hoe onze zucht naar perfectie en onsterfelijkheid ook de lol en de diepgang uit het leven dreigt te halen. Hoe welzijn en gezondheid exclusief een zaak van de dokter zijn geworden, en van andere belanghebbenden die er hun brood mee verdienen.


Adelaar is een adept van het Huxley-denken en gaat tekeer tegen de vanzelfsprekendheid waarmee dokters, politici en de burgers nieuwe medische technologie omarmen. De horror voor Adelaar is een Brave New World, een toekomst waarin iedereen gezond is en waaruit alle pijn is verdwenen.


De auteur wil een wereld waarin mensen opnieuw de autonomie hebben om te beslissen over een gezond leven. Nu zijn het volgens hem de aanbieders van zorg die beslissen wat goed voor ons is. Om een brutale uitspraak zit hij niet verlegen: "En bedenk, die aanbieders hebben daar een belang bij." Sterker nog: "Dokters hebben er geen belang bij dat hun baan helemaal verdwijnt."


Toch is de auteur niet helemaal negatief: "In de zorg gebeuren veel goede dingen. Wat mij stoort is dat er een sterke neiging is om zonder meer gebruik te maken van nieuwe medische technologie, als die eenmaal wordt aangeboden. Zonder ons af te vragen 'willen we dit eigenlijk wel?' Of 'lossen we hiermee wel het probleem op?' We medicaliseren enorm. Alles is gericht op onsterfelijkheid. Zoals we ook zijn doorgeslagen in onze wens al het lijden uit het leven te bannen."


Uiteraard heeft de filosoof het ook over de dood bij een voltooid leven. "Omdat we lijden zelf lastig vinden, kunnen we het ook bij de ander niet meer aanzien," zegt hij dit voorjaar in Trouw. "Het grote gevaar is dat we ouderen de indruk geven dat het zo hoort, dat je leven voltooid is en dat je er een einde aan moet laten maken. Ook nog eens door een ander, de autonomie is helemaal verdwenen. Er dreigt ook een sfeer te ontstaan waarin we niet meer accepteren dat we kunnen overlijden aan kanker. Je hoort artsen soms ook zeggen dat het binnen vijf jaar te genezen is. Dat is pijnlijk voor degenen die er wel aan overlijden, ook op jonge leeftijd. Het gevaar is dat die zieke mensen zich ook nog schuldig gaan voelen."


Een van de kernproblemen die Adelaar aanraakt is de explosie van de zorgkosten. "Men kijkt wel naar de stijging van de kosten, maar niet naar het probleem erachter. Het is ook lastig, want de kiezer ziet medicalisering als een recht." Daarin heeft Adelaar overschot van gelijk.


Dus zijn politici niet geneigd om die toegang tot nieuwe medicatie en technologie zomaar botweg te verbieden. Ze zoeken wel naar middeltjes om de toegang tot die spitstechnologie zo moeilijk mogelijk te maken. Ze zouden er goed aan doen om open kaart te spelen. En dan komt de calvinist in de auteur boven: "Wie het lijden afschaft, doet ook het goede van het leven verdwijnen."


De auteur is niet te beroerd om voor zijn betoog steun de zoeken bij onverdachte heidenen zoals de stoïcijnen en Nietzsche, die ook zei 'voluit leven is ook voluit lijden'.


Ik vind daar we daarover moeten nadenken. Reflectie. Het is goed mogelijk dat wanneer we de diepte uit het lijden wegnemen, we ook de vreugde uit het leven halen." Het is een boek dat niet op een nachttafel misstaat. Ik moest na de lectuur denken aan het chanson van Robert Long: Het leven was lijden.

Marc van Impe


Gerard Adelaar: 'De onverbeterlijke mens. Reflecties op medicalisering'. Uitgeverij Klement, 176 p., € 19,99.

 

Bron: MediQuality

10:08 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar