11 september 2017

Wie oud is moet in dit land zichzelf maar redden


Mijn goede moeder, die nu 91 is en na acht kinderen nog helder van geest maar slecht ziende en af en toe vermoeid door het leven gaat, heeft alle moeite om de nodige thuiszorg te krijgen. Opname in een zorginstelling daarentegen, als je tijd van wachten hebt, is geen probleem. Zo zal je maar, als je je laatste decennium nadert, in een vacuüm vallen. En wat blijkt: in ons land is niemand verantwoordelijk.


Zelfredzaamheid, mantelzorg, thuisverzorging, je wordt er ondertussen de voorbije maanden voortdurend om de oren mee geslagen. Zowel de federale als regionale ministers herhalen het mantra. Maar wat betekent dat eigenlijk en wie is er verantwoordelijk voor?


Het komt erop neer dat heel wat mensen zo lang mogelijk thuis moeten kunnen blijven wonen. In Nederland moeten gemeenten ervoor zorgen dat mensen die niet op eigen kracht zelfredzaam zijn, zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. De gemeente geeft ondersteuning thuis via de Wet maatschappelijke ondersteuning. Officieel heet deze wet Wmo 2015.


Gelijkaardige regelingen bestaan in de Scandinavische landen en in Duitsland. Het gaat bijvoorbeeld om begeleiding en dagbesteding; ondersteuning om de mantelzorger tijdelijk te ontlasten; een plaats in een beschermde woonomgeving voor mensen met een psychische stoornis; opvang in geval van huiselijk geweld en mensen die dakloos zijn.


Meldt iemand zich bij de gemeente met het verzoek om ondersteuning? Dan moet de gemeente onderzoek doen naar de persoonlijke situatie. Daarvoor dient dan het persoonsgebonden budget (pgb) waarmee de cliënt de ondersteuning zelf kiezen en inhuren. Het geld komt niet op de eigen rekening. De Sociale Verzekeringsbank zorgt voor de betaling. In ons land kan je daar alleen maar van dromen.


Er zijn in 2016 problemen geweest met de uitbetaling van het pgb. Hierdoor zijn zorgverleners niet altijd op tijd betaald. Door de problemen is hinder en stress ontstaan bij budgethouders en hun zorgaanbieders. Een deel van hen heeft bovendien extra en soms veel kosten moeten maken. Omdat dit maatschappelijk onaanvaardbaar is zijn alle 388 Nederlandse gemeenten nu verplicht om een Wmo-cliëntervaringsonderzoek uit te voeren.


De mandataris die daarvoor verantwoordelijk is, krijgt geen bezoldigd mandaat! Zeven gemeenten weigeren dit onderzoek te doen en lopen hierdoor het risico op een aanwijzing van het ministerie van Volksgezondheid. 381 gemeenten hebben voor het cliëntervaringsonderzoek gebruikgemaakt van de verplichte vragenlijst, andere gemeenten hebben een eigen vragenlijst gebruikt en enkele gemeenten hebben helemaal geen onderzoek gedaan naar de ervaring binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), laat het ministerie weten.


Wie geen onderzoek doet of niet de verplichte vragenlijst gebruikt, kan hierop worden aangesproken. Indien een gemeente helemaal tekortschiet bij de uitvoering van de Wmo kan die een aanwijzingsprocedure verwachten. Dat betekent overheidsingrijpen, boete en een procedure zodat de kwaliteit van de uitvoering weer op niveau komt. In ons land kom je bij klacht op een meervoudig keuzenummer terecht dat begint met de boodschap dat je moet bellen tussen de kantooruren, die onvermijdelijk eindigen om 16 uur.


Van een cliëntervaringsonderzoek om inzicht te krijgen in hoe cliënten de sociale ondersteuning ervaren, heeft men hier in Vlaanderen noch in Franstalig België nog nooit gehoord. In Nederland kunnen gemeenten hun ervaringen vergelijken op de website www.waarstaatjegemeente.nl.


In Nederland worden de huisartsen bij dit onderzoek betrokken. In ons land val je in een zwart gat. Van cliëntervaringsonderzoek heeft men hier nog nooit gehoord. Laat staan dat een huisartsenorganisatie daar al aan gedacht heeft. Wie oud is, moet zich overgeven of zichzelf maar redden. Die stem zal bij de volgende verkiezing immers het verschil niet maken.


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

13:18 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar