08 augustus 2017

Het slechte nieuws


Hoe vertel je een patiënt dat hij geen kans meer maakt op enige beterschap? Hoe zeg je dat het einde nabij is? Hoe gaat u daar als behandelend arts mee om? Communiceert u daar überhaupt over? Of verzwijgt u de waarheid? Gaat hoop bieden boven alles? Of komt de slechte boodschap in mondjesmaat?


We zitten op de achterplecht van de waterbus tussen Vilvoorde en Brussel. Het zwerk scheurt open en gaat dan weer dicht. Een zondagnamiddag in augustus. We praten over het kindje in de klas van mijn kleindochter, dat nu in Mexico een behandeling hoopt te vinden tegen een verwoestende kanker. Mijn vriend de huisarts gaat eind deze zomer definitief met pensioen. Wat is het moeilijkste dat je ooit hebt meegemaakt in je carrière, vraag ik. Moet je altijd de waarheid schrijven, riposteert hij. We praten over hoe een boodschap een leven of wat ervan overblijft kan verwoesten en hoe dit in andere gevallen de laatste dagen tot een ervaring maakt die je niet wil missen. Hoop doet leven. Wie is de arts die een doodvonnis mag vellen?

Kies ik voor de confrontatie of geef ik de patiënt en zijn omgeving de kans om zelf te bepalen hoe ze ermee omgaan? Hij vermijdt moralistische uitspraken, zegt hij maar soms vraagt de patiënt zelf om een moreel oordeel: heb ik het goed gedaan? Heb ik de mijnen niet tekort gedaan? Wat kan ik nog goedmaken? Op zo'n moment sta niet tegenover maar naast de patiënt. Soms besluit je iets niet te vertellen, dat is iets anders dan niet eerlijk zijn. Soms verschuilt hij zich achter officiële prognoses. Bij sommige kankers kan je dat makkelijk doen . Dan ben jij niet hard maar is het de schuld van de wetenschap. Soms draait het toch anders uit en haalt de patiënt het tegen alle verwachtingen in.


Hij vindt de communicatie met zijn collega's specialisten soms heel moeilijk. Ik heb soms de indruk dat zij niet met emoties om kunnen gaan. Ze gooien met harde cijfers, worden zo technisch dat de patiënt het niet meer begrijpt, gaan hem zelfs culpabiliseren. Soms geven zij teveel hoop: nog een behandeling, nog een nieuwe therapie, nog een chemo, het lijden wordt getrokken. De patiënt wordt ontevreden, verwijt zijn huisarts.


Het moeilijkst zijn kinderen. In zo'n geval stroom ik leeg. Het gaat tegen alle logica in. Je weet dat je als arts niets meer te bieden hebt en je wil toch nog geven.'


Als jonge arts, denk je dat je elke tumor de baas kunt. Je zoekt de grenzen op. Als je ouder bent en meer ervaring hebt, ben je daar misschien reëler in geworden. Ik word misschien wel empathischer en milder. Een slechtnieuwsgesprek, zeg ik. Hij wordt dan stil. Bespreekt het alleen nog met mensen die hij vertrouwt en die kennis van zaken hebben. Vroeger was dat zijn vrouw, die ook huisarts was. Sinds de scheiding, zoekt hij een collega op. Of zoals nu op de achterplecht van de waterbus. Misschien dat ik er toch vaker over moet praten, zegt hij.


Het ergste, zegt hij, is een voldragen kind dat in de baarmoeder dood is gegaan en dat geboren moet worden. en dan: Ik ben meer van het carpe diem dan het memento mori geworden.


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

09:15 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)